Tagarchief: zwijnenkeutels

(G)een naam hebben

(tweede bijdrage Apeldoorn Direct)

bakken

Ook zo genoten van het programma Heel Holland Bakt? Ik word altijd reuze blij van al dat gebak en dan bedoel ik gebak als zelfstandig naamwoord en niet als werkwoord. Er kan mij nooit teveel bitterkoekjesvulling of aardbeienmousse tussen zitten en slagroom lust ik op alles. Ik kijk mijn ogen uit naar de gestapelde laagjes met diverse kleuren. Ik kan het bijna ruiken. Watertandend zit ik telkens weer te genieten. Het nadeel is alleen dat het er allemaal zo makkelijk uit ziet. Met als gevolg dat ik er herhaaldelijk instink ook in de weer te gaan met bloem, eieren en boter om dat dan vervolgens nonchalant in de oven te zwiepen. Eerlijk gezegd moet ik wel stilletjes, nee hardop, lachen als er iets mislukt bij de tv-bakkers . Maar dat is simpelweg een stukje herkenning. Bijna tegen beter weten in blijf ik het proberen. Een doodgewone cake is voor mij al een technische opdracht. Zo ben ik voortdurend op zoek naar laagjes, verschijnen mijn creaties uit de oven steevast als niet gaar, te droog, te nat, lekker krokant maar op verkeerde plaatsen. Ik word er lichtelijk mistroostig van. Gisteren drong het zich zelfs op in mijn droom.  Op de weegschaal staand hoorde ik Robert met zijn zachte g mompelen ‘een beetje vettig, da wel’ terwijl Janny al smakkend toegaf het wel lekker te vinden. Nachtmerrie dus.

Waar wil ik naar toe met dit verhaal? Eenmaal in Apeldoorn neergestreken wilde ik graag mijn Randstadvisite een typische Apeldoornse lekkernij serveren. Ik bedoel dan zoiets als de Arnhemse meisjes uit Arnhem, Haagse hopjes uit Den Haag, desnoods Haagse bluf. Of de Bossche bollen uit Den Bosch, het Nijmegenaartje uit Nijmegen. Wat denk je? Er bleek niet iets dergelijks te bestaan in Apeldoorn! Ik kon niets anders doen dan mijn visite Veluwse Schavuiten voor te zetten gegarneerd met originele zwijnenkeutels. Gelukkig kwam Apeldoorn er zelf ook achter en schreef als de wiedeweerga een bakwedstrijd uit: Heel Apeldoorn Bakt. Handenwrijvend zat ik mij op de uitslag te verheugen. Dat het lekker zou worden daar twijfelde ik niet aan maar ik was meer benieuwd naar de naam. Chocoprinsen zijn er al. Krijgen we nu: Mag ik een ons Paleisjes van u? Blieft u nog een stukje Rijksappeltaart? Waar zijn de prinsessenpraliné ‘s? Hij is dol op kokoskroontjes? Vergulde koeken? Goudeneierkoekcarré’s? Kleine Loo-tjes? Willem-de-Eter stol? De Anna-stop-ho-maar schnitt? Gevulde vorstjes? Magere majesteitjes?

Ik heb het even moeten verwerken. Neem hierbij in gedachten dat ik uit Zoetermeer ben vertokken. Het nieuwe, overigens zeer smakelijke, typisch Apeldoornse gebak, heet ‘Zoeterik!’.

 

 

 

 

 

 

 

Inburgeren

Als je ergens anders gaat wonen heb je de eerste tijd een wat ontheemd gevoel.

Waar zit die winkel? Hoe kom ik daar? Aan wie kan ik wat vragen? Waarom gebeurt dit hier op deze manier? Wat zijn de gewoontes?

Om overal zo snel mogelijk achter te komen is een kwestie van inburgeren. Aanpassen maar, uitproberen en meedoen. ’s Stads wijs, ’s stads eer. Dit geldt ook voor eetgewoontes. Streekrecepten gemaakt met streekproducten. Toch had ik hier even moeite mee:

IMG_20160402_191909153

Maar ik ben nu eenmaal een bikkel en at ze allemaal achter elkaar op. De grootsten zijn zelfs het lekkerst. Echt heerlijk!

Maar… toch eens navragen hoe die zwijnen het voorelkaar krijgen om hun eigen keutels handmatig te bereiden… Het is waarschijnlijk een ambacht dat ik nog niet ken?