Tagarchief: zomer

Nuttig

Ik ben graag nuttig bezig. Soms nog liever onnuttig maar daarover een andere keer. Nuttig dus. Iets wat zin heeft. Zodat ik duidelijk weet waarom ik iets doe. Of waarom ik iets juist niet doe. Of in elk geval niet op die manier. Dat geeft me een goed gevoel. Ik snap het. Kan er mee leven. Voel me zinvol. Of vind een product zinvol, nuttig.

En dan gebeurt het wel eens dat ik ergens het nut totaal niet van inzie…

Ik weet bijvoorbeeld dat het nutteloos is om hard op de afstandsbediening te drukken als de batterijen bijna leeg zijn. Zelfs harder drukken helpt niet. Zo zinloos. En toch doen…

Zo tob ik altijd met mascara. Waarom sta ik daar zo onelegant bij, met mijn mond wagenwijd open. Terwijl dat zo nutteloos is. Je hoeft alleen maar je wenkbrauwen flink op te trekken. Je mond kan dicht blijven. Probeer maar.

En nu we het toch over mascara hebben; wat is het nut van al verschillende borsteltjes?

mascaraborstels 2

Ze beloven allemaal hetzelfde. Het enige wat ik wel graag dik wil hebben. Volle wimpers met een zwierige krul aan het eind. Welk nut heeft dit als je gezegend bent met slechts wat stompjes en geen vaste hand… Welk nut heeft het aanbrengen als het meeste elders terecht komt?

Snap je een beetje wat voor dag ik heb? Wat is het nut van al die regen? Wat is het nut van die lage temperatuur in de zomer. Wat is het nut van al dat geklaag erover? Waarom blog ik nog…

Advertenties

Zomer!

 

(Net als ik denk dat het nooit meer zomer wordt, verschijnt een mooi bericht in mijn mailbox waarin vermeld dat mijn verhaal ‘Zo’n zin in zon’ een gewonnen plaatsje krijgt in de bundel Life’s a Beach. Een bundel vol zomerse verhalen, ontspannen lectuur voor in de zomerzon. Het mijne kun je hier alvast lezen.)

Life's a Beach

Zo’n zin in zon

‘Dag lieverd, tot straks!’ met een zwaai en een laatste handkus naar dochterlief haast ik mij over het schoolplein naar mijn fiets. Bewust houd ik mijn gezicht naar beneden. Nu even niemand tegen komen alsjeblieft, even niemand die mijn plannen in de war kan sturen. ‘Annemarie, joehoe!’ Mislukt! Met moeite zet ik een glimlach op. Niet al te aanmatigend doen nu. Ik draai me naar de roepende Steffie en mompel gemaakt afwezig iets over haast hebben. Dat ik haast heb naar mijn zonnige tuin hoeft ze natuurlijk niet te weten. Dat ik mijzelf een vrije middag beloofd heb ook niet. Met een boek in de luie stoel, de warme zon op mijn lijf. Meer vraag ik niet. Ik hoef niet eens te lezen, gewoon een beetje ongestoord dommelen, draaien, dromen.

Hopelijk begint ze niet weer meteen te zeuren over die schooltuinen. Tenminste over mijn weinig toeschietelijke bijdrage daar aan. ‘Ach, Annemarie, jij moet echt even met mij ruilen. Ik kan mij vanmiddag met geen enkele mogelijkheid vrijmaken’. ‘Eh…vanmiddag?’ stuntel ik nog. ‘Ja, schooltuinen weet je wel! Ach, je kunt toch wel één middagje helpen?’ vraagt ze slijmerig. En om het erger te maken ‘Jij bent toch altijd thuis?’. Nog steeds begrijpt ze niet dat freelance tekstschrijven serieus werk is, ook al doe ik dat thuis. Daarbij zal ze ook niet begrijpen dat ik gewoon eens één middagje niets wil. Dat wil zeggen die twee kleiner uurtjes die dochterlief zoet op school doorbrengt. Waarvan er nu al een kwartier om is.

Ik verzin een spannende deadline en draai me zo resoluut als ik kan om. Kennelijk toch niet op mijn gemak sta ik zo te prutsen met mijn fietssleutel dat die uit mijn handen glipt en met een sierlijk boogje in een afvoerputje glipt. Opeens is Steffie nergens meer te bekennen. Na een half uur sjouwen smijt ik met een lelijke verwensing het gewraakte voertuig tegen de schuur. Nijdig ben ik en bezweet. Maar als ik de uitnodigende loungeset zie vergeet ik snel de verloren drie kwartier en vlieg naar binnen om een bikini aan te trekken. Hm, toch nog een kilootje of vijf kwijtraken voor de vakantie. Zo, handdoekje mee, zonnebrand, boekje, drankje, en dan gaat de telefoon. ‘Hoi Mam…. Nee mam, ik kan nu niet met je naar de markt…… Ja, ik ben nu thuis…. Maar ik moet nu werken!…..Belangrijke deadline…. Ja, ander keertje dan…. Ja, dag Mam…. Nee, ik vergeet het niet…Ja zal ik doen…. Dank je… Dag Mam, dahag!’

Hmmm, een uurtje nog, met een diepe zucht laat ik mij in de stoel glijden. O dit is lekker zeg. Hè, zonnebril vergeten! Wacht, er ligt hier nog een roze brilletje met van die geinige hartvormige glazen. Kan best even…

Kijk daar komt die leuke achterbuurman. Of hij de grasmaaier mag lenen? Want hij heeft een belangrijke deadline. Vanavond komen er potentiële kopers van zijn huis. Natuurlijk. Even later haal ik mijn neus op. Wat ruikt dat gras vreemd? ‘Hier kind, zelf gemaakte preitaart. Dan weet ik zeker dat je groenten eet, net vers van de markt. Ik had een recept van Els met jonge kaas maar daar vind ik niks aan dus ik heb het met brie gemaakt. Wel opeten hoor! Die kaas heeft ook een deadline. Hé wat doet die meneer met jouw grasmaaier?’. Ze klimt hem achterna over de schutting. Ze zwaait nog even ‘Dag Annemarie!’

‘Dag Annemarie, Joehoe!!!’ Ja mam, nu weet ik het wel. Loom reik ik naar mijn drankje en net als ik een slok wil nemen… ‘Annemarie, joehoe, hoor je ons niet!’. Van schrik spring ik overeind, zie het glas in duizend scherven uiteen spatten en wordt dan het hoofd van Steffie gewaar. Ze steekt net boven de schutting uit. ‘Ik heb je dochter maar meegenomen want je was niet op school!’. ‘Ik …eh…’ met een ruk hannes ik het te kleine handdoekje om mijn te ronde middel en trek ik de krappe zonnebril van mijn hoofd af ‘Mam!’roept dochterlief angstig ‘ Je hebt witte hartjes op je ogen!’. ‘Tja’ sist Steffie, ‘ dat komt vast door die héle belàngrijke deadline!’

 

Met je voeten op een krukje

( Dit verhaal heb ik opgestuurd voor een schrijfwedstrijd georganiseerd door uitgeverij  Jaylen-books en het is goed genoeg bevonden om opgenomen te worden in de bundel ‘Zomertijd #7’! Deze bundel staat vol luchtige zomerse verhalen; een lekker vakantieboek.)

Zomertijd #7

De zomer, wat een heerlijke tijd. Zoveel mogelijk buiten zijn en blijven. Ik houd van het geroezemoes in de achtertuinen. Tinkelende glazen. Rinkelend bestek. Spelende kinderen. Onderuit gezakt een boek lezen. Lekkere frisse was aan de lijn. Bij tijd en wijle in de tuin wroeten. De zomervakantie voorbereiden.  Naar het strand.  Tot ’s avonds laat met een wijntje op het terras. Voeten steevast op een krukje.

Was iedereen maar zo betrouwbaar als de zomer; wat er ook gebeurt ze komt altijd. Dat weet je, daar kun je van op aan. Daarom zou het logisch zijn dat je er op voorbereid bent. En toch… Als een lang uit het oog verloren vriendin duikt ze zomaar op. Overvalt ze je toch nog!

Dan loop je de ene dag nog in je verwassen zwarte jeans met daar op je warme inwoontrui. Een rolsjaal om je nek en je lusteloze winterhaar verstopt onder je zelfgebreide muts. Sjokkend op nogal  lompe laarzen. Dan heb je spijt en staat het schaamrood je op de bleke kaken. Spijt van stamppotten met volle melk en nog vollere jus. Spijt van al die keren dat je de sportschool ontweken hebt zodat je wintervoorraad zich steeds duidelijker aftekent rond je middel. Spijt van je laat-maar-waaien kapsel dat je steeds plat en vettig verbergt. Zo kan een simpele Rokjesdag voor een paniekaanval zorgen. Je peeping-toe schoenen tenen gebladderde nagellak op je tenen zien en dan zwijg ik maar over de ontharingsrituelen.

Maar gelukkig hebben we een omhaagde tuin en ben ik zo goed als onzichtbaar. De knoop van mijn korte broek van vorig jaar gaat niet meer dicht en het bijpassende hemdje dat toen zo super leuk stond spant om me heen. Mijn witte benen schitteren in het felle zonlicht. Maar diezelfde heerlijke hartverwarmende humeur opleukende zon geeft me energie. Doet mijn winterdepressie verdwijnen, geeft me lucht, nieuwe ideeën, zin in…van alles! Sla èn sportschool! Ik weet het zeker: ik ga het wel redden. Geef me even de tijd en ik ben helemaal zomerproof. In ieder geval leg ik vast mijn voeten op een krukje.

Na vijf weken van allesoverheersende hitte besluit de buurman toch de lang uitgestelde zaagklus te gaan klaren. Het indringende snerpende geluid doet al het geroezemoes verstommen. De kinderen maken steeds vaker en steeds luidruchtiger ruzie om niks en gillen alsof hen iets vreselijks wordt aangedaan. Het boek heb ik al 26 keer weggelegd. De was hangt net buiten of er vliegt een incontinente vogel langs. In de tuin staat het onkruid alweer kniehoog. Die vakantie uitzoeken geeft alleen maar problemen door de verschillende wensenlijstjes van alle gezinsleden. Bij het buiten eten worden we weggerookt door barbecueënde buren. De filetijd richting strand bedraagt nu al anderhalf uur.  Het wijntje ’s avonds op het terras valt samen met een boeiend telefoongesprek van de buurvrouw en een zeer plaatselijke muggenplaag.

Toch blijf ik zitten. De buren zijn ooit een keer klaar met klussen,  barbecueën, bellen en hun  kinderen.  In de dan ontstane stilte regel ik een vakantie, lees een boek, een citronellakaarsje en geniet van een wijntje op het terras. Ik omarm mijn lang vergeten vriendin; de zomer! Met mijn voeten op een krukje.