Tagarchief: ziekenhuis

Bindingsangst

zorg

Als je gaat verhuizen van Zoetermeer naar Apeldoorn moet je ook een nieuwe specialist in het ziekenhuis. In overleg met mijn vorige specialist wordt er heel bewust gekozen voor een bepaalde arts. Na een eerste bezoek blijkt het een nieuwsgierig type te zijn die van alles en nog wat wil weten. Alle onderzoeksmethodes worden uit de kast getrokken. Nou ja, wat hij wil. Voor een volgend bezoek mag ik een uur van te voren bloed laten prikken. Voor de zekerheid ga ik nog een kwartiertje eerder. Als ik aankom zit de wachtruimte afgeladen vol. Veertien wachtenden voor me! En nog meer mensen komen binnen en trekken een nummertje. Intussen wordt er mondjesmaat uitgenodigd naar de prikkamers te gaan. De op het digitale bord aangegeven wachttijd  loopt bemoedigend op en op. Na 50 minuten ben ik eindelijk aan de beurt. Ik ben hiervoor niet zenuwachtig maar…de prikzuster wel! Ze beeft en bibbert en van haar blauwe handschoenen ontbrak de rechter wijsvinger. Het verwondert mij dat ze in één keer raak prikt. Dat ik knap allergische ben voor de in de haast aangebrachte pleister kan zij ook niet weten…

Snel naar een andere afdeling voor de specialist. Volgens diverse routes, liften en nog meer routes, waardoor ik denk dat ik het complex minstens drie keer rond loop, kom ik toch bij de juiste afdeling. Ik zie vier loketten. Bij het eerste een bordje ‘Hier melden’. Ik ga er op af en zeg guitig: ‘Ik meld me hier!’. Ze verwijst me streng naar loket drie. Oké. ‘Ik kom me melden’. De toegesproken dame haalt haar ogen niet van haar scherm, zucht en mompelt ‘U moet bij mijn collega zijn’. Ik onderdruk iets en stap naar loket twee. ‘Sorry dat ik u lastig val maar mag ik me alstublieft hier melden?!?!?!’. Het mocht. Via een route mocht ik plaats nemen in de wachtkamer. Niet de gele, de oranje of de groene maar in de rode! Wat zegt dat? Lang hoefde ik daar niet te zitten want door alle toestanden was ik te laat boven. Gelijk met de uitgelopen specialist dus. Nog geen vijf minuten later stond ik weer buiten, alles goed.

Nou…alles goed. Behalve de steken in de zij van het snelwandelen langs alle routes evenals de hartkloppingen van het onderdrukt gefoeter. O ja, op de valreep deelde de zorgvuldig uitgezochte specialist nog even mee dat hij gaat emigreren en ik dus de volgende keer bij een andere arts ben. Opeens heb ik last van een déjà vu.

Eerder al zocht ik met zorg een nieuwe huisarts uit. Na een fijn kennismakingsgesprek liet ik me inschrijven. Twee weken later lag er een brief op de mat met de mededeling dat mevrouw de dokter elders ging werken en ik het maar met de opvolgster moest doen.

Wat is dit? Hebben de artsen hier bindingsangst? Ik zit onderhand wel een hechtingsstoornis te ontwikkelen hoor. Of wacht eens…ligt het aan mij? Schrik ik hen af? Had ik andere routes moeten bewandelen? Nou ja, hoe het ook zit; in het geval van routes, loketten en wachtkamers lijken Apeldoorn en Zoetermeer uiteindelijk best op elkaar.

Advertenties

Te gek voor woorden

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd van NPO georganiseerd in het kader van de Boekenweek met als thema ‘Te gek voor woorden’ over de warrige waanzin die soms om ons heen heerst. De beste vijf maakten kans op verfilming en uitzending op NPO 2, hetgeen deelname voor mij extra aantrekkelijk maakte. Uiteindelijk zat ik nog niet bij de 25 besten…maar de ervaring was weer prima!)

blauwe laarzen

Te gek voor woorden

 ‘Welterusten’ de nachtverpleger trekt het gordijn dat mij van de andere patiënten scheidt resoluut dicht. Met gesloten ogen wacht ik op de pijnloze vergetelheid. Ik wil slapen. Eindeloos slapen. De angstige storm in mijn hoofd bemoeilijkt  echter het wachten. Vanuit mijn ooghoek had ik net nog gezien dat mijn buurvrouw met één been in een  indrukwekkende  stellage hing. Heeft ze nou bezoek?

‘ Zullen we nog eens ?’ hoor ik hem te hard fluisteren.

‘Vero heeft je gezien’ fluistert zij terug.

‘Vero?

‘Veronique! Je weet wel. Ze heeft je bij Martine de trap af zien komen. Zij is ook degene die Martine gevonden heeft’

’Wat heeft ze jou precies verteld.’

‘Ze herkende je aan je laarzen, die blauwe cowboylaarzen, die heeft toch niemand.’

‘En wat heb jij gezegd?’

‘Niks natuurlijk.’

De toon waarop het gesprek gevoerd wordt klinkt steeds grimmiger. Ik ben klaarwakker. Mijn hand tast naar de alarmknop. Ik kijk strak naar het gordijn alsof ik er doorheen kan zien.

‘Hoe weet ik zeker dat je niks verteld hebt.’

‘Vertrouw je me niet? Misschien moet je mij dan ook maar…wat doe je. Ga weg! Nee niet doen! Nee!’

Uit alle macht druk ik op het alarm en tegelijkertijd duw ik de loden dekens van mij af. Ik moet dat arme vrouwtje redden. Op de één of andere manier krijg ik mijzelf niet overeind. Na wat lijkt eeuwen verschijnt daar de verpleger. ‘Hiernaast!’, hijg ik, wijzend op het gordijn, ‘Hij wil haar iets aandoen! Vlug! Red haar!’ Hij kijkt voorzichtig om het hoekje van het gordijn en schuift het tergend langzaam open. Ik zie alleen maar een leeg bed.

‘Welterusten’ zegt de nachtverpleger weer. Hij drapeert de deken om mij heen, klopt nog eens geruststellend op mijn arm en verdwijnt. Ik schud mijn hoofd, probeer daarmee alle verwarring te laten verdwijnen. Het lukt niet. Er zit iets in mijn hoofd en ik kan er niet bij. Ik heb iets gezien maar weet niet wat. Hoe diep ik ook in mijn geheugen probeer te graven. Ik geef het op. Meteen is alles zwart. Diep zwart.

Ik schrik op uit een doezelmomentje. De tv staat nog aan. Dit gebeurt me vaker sinds ik twee dagen geleden uit het ziekenhuis ontslagen ben. De monotone stem van de nieuwslezer klinkt ‘Met behulp van getuigen is een compositietekening gemaakt van de dader. Heeft  u iemand gezien die hieraan voldoet neem dan contact op met…’ Op dat moment gaat de bel. Als ik opendoe zie ik een blonde man, een bekend gezicht, maar waarvan ook alweer. ‘Goedemiddag mevrouw, U heeft iets laten liggen in het ziekenhuis, mag ik even binnenkomen dan kan ik het u overhandigen.’ Verbouwereerd laat ik de man binnen. Hij neemt plaats naast de tv. ‘Wat ben ik vergeten dan?’. Op de tv is nog steeds de tekening te zien. Blond haar,  bruin jack en blauwe laarzen. Dan maken mijn hersenen eindelijk verbinding. Voor mij zie ik blauwe laarzen. Hij zegt onbewogen ‘Niet jij, maar ìk ben iets vergeten’.

 

 

 

Kenia

 

ziekenhuis

Wat moet je doen als je een controle afspraak hebt in het ziekenhuis? In ieder geval op tijd komen. Nu ben ik gewend mijn stalen ros te pakken en binnen 7 minuten het bewuste pand te betreden. Maar nu regent het wel erg stevig en het ziet er naar uit dat het voorlopig niet stopt. Ook buienradar brengt geen droogte. Dan maar met de bus. Ik zoek op internet hoe dat ook alweer moet en hoe laat de bus vertrekt. Oké, over vijf minuten! Zo snel ik kan pak ik wat ik nodig heb en haast mij naar de bushalte waar ik de bus  zie vertrekken.

De volgende bus haal ik ruimschoots na tien minuten wachten. Eenmaal binnen dient zich het volgende probleem aan; mijn ov-chipkaart wordt zo weinig gebruikt dat die ook even moet nadenken over hoe het ook alweer werkt. Terwijl ik daar sta te stuntelen trekt het voertuig natuurlijk snel op en beland ik bijna bij de chauffeur op schoot. Als een beschonkene zoek ik een plekje bij de uitgang, dan ben ik daar alvast. Op het weigeren van mijn stopknop na, hetgeen een achterbuurvrouw in de gaten heeft en mij helpt door op haar knop te rammen, verloopt de reis prima.

In de wachtkamer van de longarts zijn nog acht wachtenden voor me. De assistente/telefoniste schiet in de lach en roept door de telefoon ‘Normaal zit ik op gynaecologie, ik val vandaag even in hier, ik moet wel even kijken waar alles zit hoor!’ Ik hoop dat ze dit niet letterlijk neemt… Ik bekijk een oud omaatje met een te sterk permanentje, een rollator en hele gezonde schoenen, die zit te swipen op een halve tablet. Terwijl ik nog ambachtelijk met een pennetje en een notitieboekje in de weer ben. Later merk ik dat het een e-reader is. Terwijl ik het moet doen met ontmoedigende tijdschriften als ‘Botenmagazine’ en ‘Gezond.nl’. Met in de laatste een pakkend artikel over ‘worteltjes of pilletjes’. Ik ben aan de beurt.

De dokter is zeer tevreden met mij en ik met hem. Ter controle wil hij toch nog een keer mijn bloed van dichtbij bekijken. Dus ga ik braaf met mijn pennetje, mijn notitieboekje, mijn paraplu, mijn verwijzing en een volgnummertje naar de volgende wachtkamer. Een boom van een man komt alleen ‘iets’ inleveren en houdt tevergeefs zijn grote hand rond het met geel gevulde potje. Een jongedame ziet bleekjes. Als uit kamer 1 hartverscheurende kreten komen valt de jongedame bijna flauw. Aan de tegenoverliggende wand hangt een grote foto waar alle achtentwintig prikzusters en -broeders breeduit lachend opstaan. Vandaag hebben er vier dienst, waarvan twee aan de koffie zijn… Ik ben aan de beurt.

Tja, je kunt mopperen wat je wilt op de gezondheidszorg in Nederland maar toch ben ik blij dat ik niet Kenia woon.