Tagarchief: woordenschat

Prietpraat wordt taalpraat

‘Ik mis al een tijdje de prietpraatjes!’ klinkt het licht verwijtend. Dat klopt. De prietpraatjes waren steeds afkomstig uit de kindermonden die hoorden bij de ukken die ik op school bijles mocht geven. Wat een feest was het elke maandag! Het helpen maar vooral het inzicht dat zij mij gaven in de complexiteit dat taal heet.

  • Wat is het tegenovergestelde van arm? ‘Been, juf!’.
  • ‘Een boek waarin de hoofdstukken worden aangegeven met Romeinse cijfers stamt uit de Romeinse tijd.’
  • Wat zijn overblijfselen? ‘Kinderen die overblijven juf!’.

Heerlijk toch! Maar na acht en half jaar vond ik het opeens welletjes en heb voor de zomervakantie afscheid genomen. Bedolven onder tekeningen en cadeaubonnen verliet ik het pand. Thuis bekeek ik alles nog eens op mijn gemak…

DSCN3488

Hm, ik weet niet of ik hier nou zo goed geholpen heb….

DSCN3489

En dit klinkt wel heel erg lyrisch: àl die mooie jaren. Dit kind is drie maanden bij mij geweest. Maar misschien voelde het voor hem wel als jaren…

Alle verworven prietpraatjes zijn op een hoop geveegd, wachten nog op een lopend verbindend verhaal en een eventuele uitgever. Nee… dan bedoel ik niet die meneer die de hamburgers uit het raampje van de Mac geeft.

Omdat taal in combinatie met lesgeven voor mij toch bijzonder aantrekkelijk blijft geef ik voortaan taalles aan laaggeletterden. In mijn geval zijn het vooral anderstaligen die Nederlands als tweede taal hebben.

Maar wist je dat laaggeletterdheid in Nederland bij 1 op de 9 mensen voorkomt?!! Zo’n anderhalf miljoen (!) mensen die grote moeite hebben met taal. Die op de basisschool het lezen en schrijven niet onder de knie hebben kunnen krijgen of die een andere moedertaal hebben. Denk je eens in hoe je dan een bijsluiter van medicijnen moet begrijpen. Of er achter moet zien te komen hoe laat welke trein vanaf welk station vertrekt, waar je moet overstappen en waar uitstappen. Hoe denk je dat jongelui zich voelen als ze geen sms kunnen versturen, geen whatsapp kunnen lezen? Wat als je een formulier moet invullen op een uitzendbureau? Het is zo vreselijk jammer dat de drempel om dit toe te geven nog steeds zo hoog ligt want er kan serieus iets aan gedaan worden! Met of zonder computer…

farsie toetsenbord

Wordt mijn lesgeven nu heel iets heel anders? Ja en nee. Ja, want deze leerlingen hebben al een grote woordenschat maar dan in een andere taal. Er komen ook cultuurverschillen om de hoek kijken. Vaak schrijnende achtergronden. Het zijn volwassenen. Nee, want voor hen blijkt het Nederlands vaak net zo onlogisch als voor kinderen.

  • ’Waarom kan ik iets wel verwarmen maar niet verkouden?’.
  • Een plaatje van een regenjas ‘Is van plastic voor de water!’

Het is veel werken met plaatjes benoemen ‘wat is dit?’ en dialogen uitspelen. Ook hier worden verbanden gelegd maar niet altijd de juiste. Zo spraken we over tandpasta, waarop een deelnemer zijn handen in de lucht gooide en riep:

  • ‘Pasta??? Macaroni!!!’.

En zo worden prietpraatjes voortaan taalpraatjes!

 

Advertenties

Dubbel gevoel

 

voorlezen

Niet alleen als taalliefhebber ben ik een groot voorstander van voorlezen. Natuurlijk is het goed voor uitbreiding van de woordenschat. Evenzo belangrijk vind ik het je kunnen verliezen in een verhaal, in een boek. De woorden lezen en de bijbehorende beelden zien in je hoofd. Die beelden bedenk je zelf! Zo wordt het verhaal iets van jou. Dit is een reden dat ik niet altijd even happig ben op verfilmingen van een boek; het klopt niet meer met mijn beeld… Voor peuters en kleuters ligt dit anders. Zij leren bij het horen en zien van een woord en een afbeelding. Vergeet absoluut niet hoe belangrijk het voorleesmomentje op zich is! Lekker tegen elkaar aangeschurkt op de bank, in bed of een ander fijn plekje. Samen achter een groot prentenboek verscholen. Alle plaatjes tot in detail bekijken, het verhaal beleven en de dikke bladzijden langzaam omslaan. Genieten toch?

En hier zit dus mijn dubbele gevoel. Ik heb ooit een kinderverhaal geschreven en dit nu opgestuurd naar Storytime. Dit is een app voor (groot-)ouders en andere voorlezers die opeens een verhaal willen voorlezen en geen boek bij de hand hebben. Oma vult het profiel in (geslacht, leeftijd, enz. van het kind)  en de app levert precies die verhalen die er bij het profiel passen. Handig, reuzenhandig! Maar om nou samen met je kleinkind achter een telefoonschermpje te kruipen? Dat voelt toch heel anders. Maar ik heb er toch aan meegewerkt en mijn verhaal werd goed gekeurd en is in de app geplaatst. Dubbel gevoel…

Dit is het verhaal, nu te vinden in de Storytimeapp, maar ook nog een keertje hier 😉

Olivier wil koning worden

Olivier hangt op de bank, hij verveelt zich. Hij heeft geen zin om te bouwen, geen zin om met zijn  dinosaurussen te spelen, geen zin om te knutselen en zelfs geen zin om te dansen. En dansen is toch wel wat hij het liefste doet. Opeens verschijnt op tv de Koning van het land. Het is een oude koning met heel veel rimpels, met witte haren en dunne kromme beentjes. Zijn hoofd lijkt wel te groot want zijn kroon past er maar net op. Hij kijkt een beetje sip. Moe leunt hij op zijn gouden rollator terwijl hij vertelt geen koning meer te willen zijn. ‘Ik heb er geen zin meer in, ik wil met pensioen! Wie mij wil opvolgen moet me een brief sturen  en dan kom ik bij je langs om te kijken of je geschikt bent om de nieuwe koning te worden’.

Opeens zit Olivier rechtop. Koning worden? Dat lijkt hem wel wat! Maar hoe doe je dat? Simpel, je moet eerst alles hebben wat een koning ook heeft. Om te beginnen; een paleis. Olivier rent naar buiten en bekijkt de boomhut. Hm, dit kan beter. Na een half uurtje heeft hij er een prachtige toren opgebouwd en uit de toren steekt een kartonnen vlag. Op de vlag staat de letter O van Olivier en binnen in de O is een dinosaurus te zien, een echt koningsvlag. Van mama heeft hij plastic borden gekregen die hij goud gaat verven. Deftig hoor. Eigenlijk zou hij nog een mooi paard moeten hebben maar Loebas laat zich niet overhalen mee te doen. Wat hij wel nog kan maken zijn postzegels en papiergeld met zijn foto’s er op.

Wat moet een koning nu allemaal doen? Op de schatkist passen natuurlijk.  Daarom staat er In het midden van de boomhut, eh pardon, van het kasteel een doos,  gevuld met Oliviers mooiste dinosaurussen en zijn spaarpot. Hij moet natuurlijk ook nog trouwen met een koningin. Olivier gaat zijn buurmeisje Reina vragen maar zij wil alleen maar prinses  worden. ‘Mam wil jij mijn koningin zijn?’ ‘Ja hoor, maar vergeet je niet iets? Als jij koning bent moet je wel een kroon dragen’. O ja! Snel gaat Olivier van glanzend goud papier een kroon maken. Meteen oefent hij nog even het linten doorknippen en daarna maakt hij nog wat nieuwe wetten. Wet 1 –  overal gratis drinken en snoep. Wet 2 –  alle kinderen hebben afwisselend  een week school en  een week vakantie. Wet 3 – iedereen is verplicht elke dag te dansen. En dan, dan heeft hij eindelijk tijd om de Koningsdans te maken.

Na een week komt de oude koning langs bij Olivier. Hij bekijkt alles op zijn gemakje; het kasteel met de toren en de vlag, de gouden borden, de schatkist en de wetten. Mama heeft  snel ook een gouden kroontje opgezet  en maakt een keurig kniksje. ‘En nu Majesteit de Koning, ga ik u mijn Koningsdans laten zien’ zegt Olivier met zijn deftigste stem. En dan gebeurt er wat. Als Olivier de dans drie keer heeft gedaan staat de Koning op en gaat heel voorzichtig mee doen. En al snel wiebelt het oude mannetje op zijn dunne beentjes enthousiast door de kamer. Steeds wilder gaat het. De lakeien kijken angstig toe. Na een tijdje laat de Koning zich hijgend in een stoel vallen, de kroon scheef op zijn hoofd. Maar zijn ogen glinsteren weer, hij klapt in zijn handen van blijdschap en roept ‘Ik weet het, ik ga niet stoppen, er moet meer gedanst worden! Zo hou ik het nog wel even vol. Dankjewel Olivier, ik heb er weer helemaal zin in, ik stel mijn pensioen gewoon nog een poosje uit. Maar tot die tijd ben jij officieel de Minister van Dansende Zaken!’ Olivier glimt van trots en van vreugde maakt hij spontaan een nieuw dansje.

storytime_logo