Tagarchief: woon- zorgcentrum

Slingers (9)

In het woon-zorgcentrum  waar ik decoratievrijwilligster ben, zijn natuurlijk ook maatregelen genomen i.v.m. het allesoverheersende virus. Eén daarvan is dat ik voorlopig niet mag komen. Nu zit ik thuis met al mijn hazen en lammetjes, takken met eieren, krokussen en narcissen. Ik klaag uiteraard niet: alles voor de gezondheid. Maar voor de oudjes vind ik het wel sneu. Ze zitten al binnen, zien familieleden of ander bezoek niet meer en dan moeten ze het ook nog doen met summiere versiering op tafel.

Twee weken geleden heb ik de winterdecoratie weggehaald, waar de bewoners maar wat blij mee waren. Ze waren de winter zat, terwijl de die niet eens zo heftig was, maar ze hadden gewoon zin in het voorjaar. Daarom had ik iets nieuws neergezet dat het midden houdt tussen voorjaar en Pasen. Ik maakte thuis 20 kippen en 40 kuikens, had nog wat geverfde eieren van vorig jaar en zat alles ter plaatste in een mandje te lijmen. (Lijm ik het niet vast dan raakt het ‘kwijt’…)

Terwijl  ik daar zat te lijmen hoorde ik van alles.

Mevr: Ach kind, wat ben je weer druk, ik wou dat ik je kon helpen, maar ik zie het niet goed meer.

Ik: Geeft niet hoor, ik red het wel.

Mevr: Het ziet er wel leuk uit hoor, die gele maïs bij die kip.

Ik: …

Aan en ronde tafel verderop zaten vier dames. Eén van hen bleek een vrijwilligster van 82 jaar. Zij kwam gezellig een kopje koffie drinken en zo een dankbaar klankbord te zijn voor de bewoners. Ze sprak over haar man: die is overleden, over haar dochter: die ziet ze niet eer, haar zoon: die is ernstig ziek geweest. Aan het eind van haar relaas stond ze gedecideerd op en wenste de dames nog een fijne dag. Vrijwilligerswerk heeft altijd twee kanten zullen we maar zeggen.

De overige drie vormden een bijzonder gezelschap. Mevrouw 1 was super enthousiast, ze houdt van wandelen en wil graag dat iedereen van wandelen houdt en wilde ook dolgraag een wandelafspraak maken met de andere twee. Eén daarvan was dovig en de ander was warrig. Ik kan de conversatie niet precies weergeven maar je hebt er vast een idee van hoelang dit duurde. Na drie kwartier stond mevrouw 1 enthousiast op: ’Nou fijn dat we een afspraak hebben volgende week woensdagmorgen om half 11! Dan ga ik nu vast lekker wat lopen! Ik moet elke dag lopen hoor! Anders word ik helemaal….nou ja, ik ga, dahag!’ en ze beende pittig de zaal uit. Voor zover je pittig kunt benen met een rollator natuurlijk. Toen gebeurde het wonderlijke. De overgebleven twee dames keken elkaar aan en schoten in een giechellach! De ene zei: ‘Ik kan helemaal niet hoor volgende week woensdag.’ De ander: ‘Ik hou helemaal niet van wandelen.’ Zaten die twee me daar toch een puik stukje toneel op te voeren! Ik lachte me slap.

Hopelijk houden ze het gevoel voor humor vast in deze onzekere tijd want humor en vertrouwen zullen ons redden 🙂

 

 

Slingers (8)

Kan ik eindigen?

Wat dacht ik vroeger ook alweer van een bejaardenhuis? Bingo en oude liedjes zingen! Meer was het eerlijk gezegd ook niet eigenlijk. Hoe anders is het heden ten dagen! Bewoners kunnen, als ze willen, elke dag wel aan een andere activiteit deelnemen. De frequentie van deze activiteiten varieert uiteraard, van dagelijks (koffie drinken, biljarten en bijkletsen) tot wekelijks (sportschool, schilderen, bloemschikken) tot maandelijks (lezingen over financiën, stoelmassage)  tot jaarlijks (high tea,bezoek van de mobiele kinderboerderij,  cultuur bij je buur, zomerbarbecue). Wat hier tussen haakjes staat zijn maar voorbeelden er gebeurt nog veel meer. Mooie actuele activiteiten. Tegenwoordig is het zelfs een volledige baan deze activiteiten allemaal te bedenken, te organiseren en met behulp van anderen uit te voeren!

Kan ik eindigen!

De jaarlijkse barbecue is een gewild evenement en vergt wat van de koks als er minimaal 150 mensen tegelijk komen eten. Eerste obstakel: hoe kunnen we de rollators vriendelijk doch dringend afhandig maken en in een strategisch gangdeel parkeren teneinde meer ruimte in het restaurant over te houden?! Tweede obstakel: hoe leiden we de mensen zonder rollator  en zonder ongelukken langs het buffet?! Derde obstakel: hoe leggen we snel en efficiënt uit wat er in al die verschillende pannen en schalen ligt? En toch lukt het allemaal dankzij grote inzet van personeel en vrijwilligers en zitten de meesten om 6 uur aan tafel, zoals gewend 😉

Kan ik eindigen!!

Het merendeel van de bewoners geniet, vindt het eten lekker en is overduidelijk in zijn/haar sas met de drukte en gezelligheid. Sommigen gaan echt uit hun dak en laten zelfs een tweede glas wijn aanrukken! Anderen hebben er wat meer moeite mee..

  • “Is er ook een gewone boterham?”
  • “Ik ben een beetje misselijk!”
  • “Wat betekenen die twee B’s op mijn servetje? Want de Q is van barbeque…!”
  • “Ik ga naar huus, heb er de buuk vol van.”
  • “Kan ik eindigen!!!” (mevrouw is allang uitgegeten en wil graag de maaltijd besluiten met een dankgebed, zoals gewend…)

Na een uurtje schuifelen de eersten al weer richting rollator, het is mooi geweest. De laatste mensen moeten na twee en half uur weggestuurd worden, ze smullen nog steeds uitbundig van de gezellige sfeer. De combinatie van opwinding en alcohol zorgt voor rode wangetjes, er wordt gezongen en af en toe wordt er gewoonweg geflirt 🙂  Maar als ook zij hun woning weer opzoeken wordt met man en macht het restaurant weer opgeruimd en gaan de barbecues weer de schuur in. Tot volgend jaar!

Ja, u mag eindigen hoor! 😉 

Slingers (7)

Als kind dacht ik dat een bejaardenhuis het toppunt van gezelligheid was. Altijd wel iemand om mee te kletsen en of gezellige dingen mee te doen. Lekker naar de bingo, je eten wordt gebracht en je was wordt gedaan. Je bent nooit alleen, maar altijd wel samen met iemand. Nu weet ik beter, dat ‘samen’ is niet altijd vanzelfsprekend.

‘Samen’ betekent volgens van Dale ‘bij of met elkaar’. Het gaat er niet om bij of met wie je dan bent als je maar bij of met iemand bent?

Ik zit in het Grand Café te knutselen en hoor twee dames met elkaar praten.

Mevrouw A – Ga jij nog naar die lezing?

Mevrouw B – Wat? Ik ben mijn gehoorapparaatje vergeten.

Vanaf hier praat mevrouw A. flink wat harder zodat iedereen kan meegenieten.

  • Of je nog naar die lezing gaat!
  • Van wie?
  • Van meneer X, over Israël!
  • Wat is Israël?
  • Een land uit de Bijbel en waar het steeds oorlog is!
  • Ik wil geen oorlog!
  • Maar ga je mee?
  • Waarheen?
  • Naar die lezing.
  • O ja, wanneer is dat?
  • Op 2 mei!
  • Ik schrijf het in mijn agenda hoor anders vergeet ik het.
  • Goed van je, 2 mei dus!
  • Wat is er op 2 mei?

Op dit punt kan ik mevrouw A wel knuffelen om haar eindeloos geduld. Na een poosje staat mevrouw B op met de mededeling:

  • Ik ga eerst mijn gehoorapparaatje eens zoeken.
  • Is goed! Fijn dat wij zo goed samen kunnen praten hè?

Aandoenlijk toch. Die kunnen het goed vinden samen. Toch ben je geneigd bij ‘samen’ te denken aan een echtpaar. Hoe vaak hoor je niet ‘gelukkig hebben we elkaar nog’. Of dit altijd beter is…? Mevrouw C loopt langs mijn tafel, knikt me vriendelijk gedag en begint tegen me te praten.

  • Hoe vind je mijn rollator?
  • Prachtig!
  • Grappig hè met die gekleurde bolletjes eraan. Ik weet alleen niet precies hoe die eraan gekomen zijn.
  • Staat gezellig hoor.
  • Heeft u mijn man gezien?
  • Volgens mij zit hij daar.
  • Waar?
  • Daar bij de ronde tafel in het midden.
  • O ja, ik zie het. Wat doet hij daar?
  • Het is etenstijd dus ik denk dat u samen gaat eten.
  • Werkelijk?
  • Ja, ik weet het zeker.
  • Zal ik dan maar bij hem gaan zitten? Of is dat raar?
  • Nee, dat is niet raar. Leuk juist. En eet smakelijk.

Ze rolt naar hem toe en schuift bij hem aan tafel. Hij kijkt haar met lege ogen aan en knikt haar dan vriendelijk gedag. Ze reikt hem de boter, hij haar de kaas. Ze eten samen. Woordeloos. Maar wel samen.

 

 

 

Slingers (1)

Nog een nieuwe categorie!

Wel eens deze uitspraak gehoord: ‘Het leven is een feestje, maar je moet wel zelf de slingers ophangen!’  Ja toch zeker? Nu ben ik principieel tegen het overslaan van feestjes dus hang ik regelmatig een slingertje hier en daar op. Vieren wat je vieren kunt. Verjaardagen, zwemdiploma’s, nieuwe auto’s, een gelukte taart, goodhairday of gewoon omdat het dinsdag is. Maar wat nou als je zelf die slingers niet meer kunt ophangen? Ik moet er niet aan denken! Afgelopen zomer kwam ik een advertentie tegen voor een vrijwilligersbaantje:

Vacaturenummer: 1026

Bij speciale gelegenheden (Kerst, Koningsdag) zoeken wij interieur-versierders voor onze zaal.

Tijdsbesteding

Een aantal keren per jaar, werktijden zijn (in overleg) zelf in te delen.

Het gaat hier om het Grand Café, de centrale ruimte van een woon- zorgcentrum waar mensen op leeftijd, deels zelfstandig deels met ingekochte zorg, wonen. De ruimte waar koffie gedronken wordt, soms drie keer per dag gegeten wordt, geklaverjast en gebiljart wordt, film- en muziekvoorstellingen gehouden worden, waar modeshows te zien zijn en waar gezongen en gedanst wordt. En waar vooral heel veel gezellig gekletst wordt. Een prachtige ruimte om slingers op te hangen! Ik heb mij spontaan aangemeld en werd direct aangesteld als Hoofdversierder (er was verder niemand anders… dan ben je al snel hoofd, haha!). Met de zorg heb ik niets te maken maar ik ontmoet wel veel mensen als ik weer eens aan het versieren ben. Wat er tijdens die ontmoetingen plaatsvindt, dingen die me opvallen in zo’n leefgemeenschap, ga ik beschrijven in deze nieuwe categorie, kleine of grotere slingermomentjes.

Slingermoment van vandaag:  bewoonster Mevrouw A. staat bij de bar een kopje koffie te bestellen. Ze houdt zich vast aan haar rollator, waarop een behoorlijk grote tas ligt. De vrijwilligster aan de andere kant zet het zwierig neer en zegt: ‘Dat is dan 1 euro 50 mevrouw.’ Mevrouw A. duikt in haar tas, woelt daar een poosje rond, komt met een rood hoofd weer tevoorschijn en stamelt: ‘Ik heb geen geld…’ De bardame is in tweestrijd, ze wil het kopje aarzelend terugnemen. Dan krijgt Mevrouw A. een inval en roept triomfantelijk: ‘Ik heb wel pillen!’