Tagarchief: vrede

Kinderlijk eenvoudig

Hij was die vijfde mei in 1995 net 8 jaar geworden. Hij zat met zijn ouders op een zonnig terrasje van zijn limonade te genieten. Ze bespraken wat ze die dag zouden gaan ondernemen. De ideeën liepen uiteen van zwembad tot  museum. Wie zou er toegeven? Wie zou er water bij de wijn doen? Of werd het ruzie? Gezinsoorlog?

Opeens stapt er een groep van zo’n twintig lachende soldaten het terras op, zoekend naar een vrij tafeltje. De kleine jongen schrikt en fluistert: “Mam, soldaten!!!” Ik vertel hem dat het niet uitmaakt: “Zij mogen toch ook wat komen drinken hier?” Hij knikt onzeker en houdt de groep nauwlettend in de gaten. “Mam, ze gaan toch niet schieten hè?”, hij schuift zijn stoel een beetje dichterbij de mijne. Ik schud mijn hoofd en dring er op aan dat hij zijn flesje leegdrinkt. Even later: “Mam, ik kan ze helemaal niet verstaan!” Dat klopt, het zijn Canadezen. “Mam, het zijn wel oude soldaten hè?” Ook dat klopt. Ik besluit dat het tijd wordt een en ander uit te leggen. Dat deze soldaten helden zijn en naar Nederland zijn gekomen om te vieren dat zij ons land 50 jaar geleden hebben bevrijd. “Dus het zijn goeie soldaten?”, vraagt hij nog voor de zekerheid. Ik stel hem gerust en vertel dat ze van de Koningin allemaal een medaille hebben gekregen omdat ze zo goed hun best hadden gedaan. Hij knikt begrijpend maar vraagt even later toch: “Mam, wat is ook alweer een medaille?”  Als ik het toegelicht heb zegt hij, waarschijnlijk met het onder zijn bed verstopte moederdagcadeautje in zijn achterhoofd: “O, ik dacht dat het broches waren…”

De beslissing van de verdere dagbesteding werd snel genomen. Er werd een compromis gesloten: eerst naar het museum en daarna naar het zwembad. Geen geruzie, geen oorlog.

 

 

Ruzie

Ik heb ruzie. Niet zo’n beetje ook. En ook niet voor de eerste keer. Vreemd genoeg alleen aan het begin en aan het eind. En als ik haast heb, dan ook.

Als hij vers en vol is krijg ik die eerste zeven stuks er niet heel uit. Daar sta ik dan met een reuzesnottebel en een hoekje tissue. Tot zeven keer toe. Ik kan wel janken. Maar doe het niet. Want met een hoekje tissue kun je geen tranen drogen.

 Dan gaat het een hele tijd goed. De ene na de andere tissue floept moeiteloos uit de box. Totdat ik haast heb. Ik wil dan snel een doekje pakken. Te snel. De hele doos komt mee naar boven. Knalt met een klap terug en ik heb 28 tissues in mijn hand. En er puilen er drie tegelijk uit de gleuf. Komt nooit meer goed.

En de laatste zeven krijg ik er moeilijk uit omdat ze steeds terug glijden door de gleuf waardoor ze juist naar buiten moeten. De gleuf waar ik met mijn hand dan weer moeilijk inkom. Zodat de hele doos om mijn hand zit. Klem. Ik wrik me los. Geen tissue.

Ik wil dit niet. Ik wil vrede. Ook met de tissuebox.

peace-teken

 

 

Even vluchten

Even een paar dagen weg geweest. Gevlucht van haast, besognes en gedoe. Er tussenuit geknepen. Ondergedoken. Weg van de sores. Twee nachtjes in een heerlijk hotel in Münster moest er voor zorgen.

En dan blijkt : ik ben de moeilijkste niet! Ik pas me razendsnel aan. Heel makkelijk laat ik mijn bed onopgemaakt achter zodat de huishoudelijke hulpen niet voor Truus Snot rondlopen. Ik pak heus wel mijn eigen ontbijtje, smeer zelf mijn luxebroodjes, dop mijn eigen ei maar ik zal niemand in de weg lopen tijdens de afwas. Ieder zijn ding. Het diner laat ik graag aan tafel bezorgen. Vooral aan een tafel met gesteven wit linnen lakens, gepoetst zilver en gewreven kristaltafel. Ik eet zonder tegenstribbelen wat mij wordt voorgezet. Eet het hele bord zelfs netjes leeg. En ’s avonds schuif ik zonder morren tussen de gladgestreken zachte lakens. Overdag hang ik als bij afspraak de toerist uit. Bezoek kerken (foto1) die de moeite waard zijn. Ga naar het Rathaus (foto 2) waar je voor twee euro de handtekeningen mag zien onder het verdrag van de Vrede van Münster. In de Konditorei eet ik braaf mijn fruit (foto 3) op. In de winkels verdiep ik mij in het cultuurverschijnsel Oktoberfest (foto 4).

DSCN3594        DSCN3606

DSCN3627DSCN3621

Op de terugweg, doezelend in de auto, probeer ik te bedenken wat die sores ook alweer inhield. Van welke problemen ik wilde onderduiken. Opeens realiseer ik dat het woord ‘vluchten’ in de tweede zin volstrekt verkeerd gebruikt is, misplaatst is zelfs. Ik ga toch van de ene veilige plek naar de andere? Zo heeft het uitstapje in meerder opzichten nut gehad. Het zet me weer met beide benen op de grond. Wat is nu eigenlijk echt belangrijk! Vooral als ik al die vrachtwagens onderweg ziet…bij de aanblik van elke wagen hoop ik zo ontzettend dat ze werkelijk vervoeren wat de belettering aangeeft.