Tagarchief: vooroordeel

Van framboos tot vooroordeel

Ik loop door de stad en zie een bordje met de tekst: ‘Kom binnen en proef!’ met daaronder een afbeelding van een alleraardigst frambozentaartje. Nu laat ik mij doorgaans niet commanderen maar ik weet hoe kort houdbaar die dingen zijn, dus geef ditmaal graag gehoor aan het gebod. Even later zit ik genietend te proeven en kijk om me heen of anderen ook genieten. Ik zie een Chinese dame binnenkomen die ook ‘heel glaag de flamboos wil ploeven’. Ik glimlach om haar enthousiasme totdat ik de zwarte band om haar rechter enkel zie…

Is het echt wat ik zie? Een enkelband? Zo’n elektronische beveiliging voor mensen die iets strafbaars hebben uitgehaald? Wat heeft ze gedaan dan? Heeft ze gerommeld met de hygiëne in het restaurant? Heeft ze iemand vergiftigd? Met foute babi pangpang? Heeft ze iemand aan de eetstokjes geregen? Heeft ze iemands handen verbrand met een te heet handdoekje? Heeft ze de fooienpot mee naar huis genomen? Heeft ze nieuwe tafelkleedjes bij Ali besteld en een bon van de Bijenkorf ingeleverd? Moet ik bang worden?

Ze heeft het taartje eerder op dan ik en ze loopt naar buiten. Vlak voor de deur stopt ze even en bukt zich. Dan zie ik dat ze haar linkersok met zwarte rand ophaalt… Wat een vooroordeel meteen hè:  alsof elk Chinese vrouw in een restaurant werkt!

Verhalenslang 24/25

(de eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Ze zwicht, natuurlijk. Daar kon hij haar om haten. Altijd dat meegaande, nooit eens van zich afbijten, nooit eens een eigen menig geven. Aan de andere kant komt het hem wel prima uit. Geen gezeur, gewoon doen wat hij wil, zonder dat truttige overleg. En hij moet toegeven, ze is verdraaid goed in wat ze doet. Hij kan haar maar beter te vriend houden want vervanging zoeken zal niet meevallen. Ze is pijnlijk snel tevreden. Als hij haar een kleinigheid toeschuift kijkt ze hem zo intens dankbaar aan dat hij zich tegelijk een schoft voelt. Ze is zo klein en tenger, breekbaar bijna, dat het ook een behoefte bij hem oproept haar te willen beschermen. Misschien moet hij haar eens meenemen op een leuk tripje.

Ze maken zich klaar voor de klus. Zij doet haar oudste kleren aan en trekt een pet met een grote klep over haar hoofd zodat haar gezicht in de schaduw is. Afgetrapte sneakers en een zelfgebreide tas maakt het sjofele geheel af. Hij hijst zich in een mooi pak dat hem net ietsje te krap is. Een echt lederen tas voor een groot formaat laptop slingert hij over zijn schouder. ‘Ik heb niet zo’n zin meer hoor’, jammert ze, ‘je wilde gisteren ook al.’ ‘Ach schatje, doe het voor mij. Nog  één keertje. Ik heb je zo nodig. Alsjeblieft?’, fleemt hij. Ze drukt zich even tegen hem aan en hij drukt vluchtig een kus op haar kruin. Dan gaat ze naar buiten. Tien minuten later gaat hij ook.

In de winkel is het weer net zo spannend als de eerste keer. Zij loopt wat heen en weer te drentelen, pakt van alles op, bekijkt het van alle kanten om het vervolgens een schap verderop weer neer te  zetten. Ze doet dit zo opvallend dat de twee dames van het winkelpersoneel haar strak in de gaten houden. Zo strak dat ze niet in de gaten hebben dat een keurige heer in een mooi pak clandestien het een en ander zijn tas laat verdwijnen. Op een bepaald moment houdt ze een dure sjaal vast en loopt ermee naar de uitgang. Zodra ze tussen de beveiligingshekjes naar buiten wil lopen, loopt de meneer met het mooie pak ook naar buiten. Het alarm gaat luid piepend af. Hij kijkt nog vragend om maar de beide winkeldames staan al bij haar. ‘Loopt u maar hoor meneer, we zien het al.’ Ze grissen de sjaal uit haar handen. ‘Ik wilde alleen de kleur bij daglicht zien hoor’, verdedigt zij zich nog. Na een verplichte en zo bleek overbodige controle van haar tas, loopt ze even later schouderophalend naar buiten. Hij is al drie straten verder.