Tagarchief: verzameling

Saartje Allegaartje (3)

Τ(De zeven uitverkoren mannen, Ton, Ron, Bob, Rob, Jos, Vos en Boy, zoeken een plaatsje om te gaan zitten in de audiëntiekamer. Ze kunnen kiezen uit een plekje op een verzameling azuurblauwe piano’s, een groepje broodmanden of een aantal tot krukjes getransformeerde trolleys. Saartje zelf neemt plaats op en gouden kinderstoel en kucht een beetje zenuwachtig. ‘Oké heren, jullie willen met mij  trouwen?’ Alle mannen knikken totdat hun hoofd bijna van hun romp afrolt en roepen in koor: ‘Ja dolgraag Saartje!’ ‘Maar waarom zou ik met jullie trouwen? Jullie krijgen allemaal vier en driekwart minuut om dit uit te leggen. Wie wil er beginnen?’)

 

‘Ik!’, roept Ton. Hij is groot, breed en heel gespierd. Als hij lacht verschijnt er een sterretje op zijn tanden. ‘Lieve Saartje, trouw met mij en ik zal je helpen bij al je verzamelingen te dragen.’ Ter demonstratie jongleert hij met een betonnen bloembak, een stalen deur en een loden kogel. Saartje knikt, ja dit komt goed van pas.

‘Nu ik!’, roept Ron. Hij draagt een tuinbroek en een strooien hoed en heeft hand één hand op zijn rug. ‘Lieve Saartje, trouw met mij en ik zal je elke dag een prachtig boeket bloemen geven. Misschien is dit het begin van een nieuwe verzameling…’ Hij haalt een bos roze rozen achter zijn rug vandaan, gecombineerd met gele boterbloempjes en voorzien van een zilverglitterlaagje. Saartje knikt, ja dit wil ze wel.

‘En nu ik!’, fluistert Bob. Hij draagt een zwart/wit gestreept pak met bijpassende pet, op zijn borst staat een vet gedrukt nummer en hij kijkt steeds wat angstig achterom. ‘Hey Saartje, je moet met mij trouwen hoor, want ik weet heel veel adresjes waar je aan leuke spulletjes kan komen, allemaal voor weinig!’ Saartje ruikt direct onraad en wijst hem de deur: ‘Ik wil geen boef trouwen!’

‘Ik dan!’, roept Rob. Hij draagt een deftig pak met een krijtstreepje en houdt een telefoon in zijn hand. ‘Ik ben echt je man Saartje, want kijk met een slimme app op deze telefoon kan ik al je verzamelingen in kaart brengen, fotograferen, opslaan, bijhouden, omzetten in vrolijke animaties, zodat je ook zittend op je gouden stoel van je spulletjes kunt genieten!’ Tjonge, denkt Saartje, dat is gaaf!

‘Nu ik!’, roept Jos. Hij draagt een legergroen soldatenpak, op de borst gedecoreerd met roze, gele en mintgroene broches, en in zijn hand een geweer. ‘Allerliefste Saartje, ik weet dat je niet van geweld houdt maar mijn medailles heb ik behaald door goede daden te doen en mijn geweer schiet alleen maar zoete chocoladebonbons. Zo kan ik je beschermen en helpen tegelijkertijd.’ Verdraaid handig, denkt Saartje.

‘Mijn beurt!’, roept Vos. Hij draagt een streepjesbroek, een jacquetjasje en smetteloos witte handschoenen. Hij klinkt zijn hakken tegen elkaar en zegt: ‘Geachte Saar, ik wil gaarne je butler worden zodat ik orde kan aanbrengen in deze … eh … chaos van verzamelingen, ik kan je leren hoe het heurt.’ Saartje zit te stuiteren van ergernis en roept: ‘Jij begrijpt er niets van. Tot ziens!’

‘Hè hè, nu ben ik!’, roept Boy. Hij draagt een donkerblauwe spijkerbroek en een lichtblauw T-shirt, zijn haar valt als een waterval over zijn schouders en hij heeft een gitaar vast. Hij tokkelt wat en zet dan met een zwoele stem een lied in: ‘Allerliefste Saartje, wanneer vormen wij een paartje? Ik zal altijd van je houwen, daarom wil ik je graag trouwen. Ik beloof je elke dag een nieuw lied, dus waarom kies je mij niet?’ Saartje pinkt een traantje weg van ontroering.

‘Dank jullie wel allemaal,’ zegt Saartje, ‘Ik moet hier even ernstig over nadenken hoor.’ Ze trekt zich terug op de zolder en loopt vijftien rondjes met haar handen op haar rug. Het helpt niet veel. Ze vraagt een papegaai om raad, maar die roept alleen maar: ‘Leuke mannen, leuke mannen!’ Ze kijkt naar buiten en ziet vijf wolken in de lucht. Ze gooit een kaartspel omhoog en vijf kaarten liggen met de afbeelding naar boven. Ze pakt vijf dobbelstenen en gooit vijf keer, alle keren liggen er vijf ogen boven. Dan neemt ze een kloek besluit.

Vijf dagen later…

Saartje draagt een witte jurk. Eigenlijk zijn het twee jurken over elkaar heen want ze kon niet echt kiezen welke ze het mooist vond. Ze heeft de jurken versierd met witte strikken en witte linten. Alleen haar hoedje is natuurlijk knalroze. De buurman is voor gelegenheid verkleed als een ambtenaar van de burgerlijke stand. De tuin is ook versierd met witte strikken en witte linten. In een van de negen kruiwagens staat een levensgrote taart van 25 witte en roze lagen cake. De ambtenaar test nog eenmaal de microfoon en roept dan: ‘Saartje Allegaartje neem je tot je wettige echtgenoot Ton, Ron, Rob, Jos en Boy?’ ’Jaaaa, ik wil de héle verzameling!’ roept Saartje vergenoegd. Tijdens de receptie, waarvoor het hele dorp is uitgelopen, laat Saartje vol trots haar rechterhand zien waar aan elke vinger een glinsterende ring zit. Eindelijk is ze niet meer alleen en zeer waarschijnlijk leven ze nog lang en gelukkig.

 

Perrongelukje

Al geruime tijd volg ik de Facebookpagina ‘Perrongelukjes’, geschreven door Marcel Rutten. Hier staan treinverhalen, persoonlijke ontmoetingen die in de trein plaatsvinden en elk verhaal bevat wel een andere emotie. Echt een aanrader. Toen ik laatst met de trein naar Berlijn was probeerde ik ook zo’n Perrongelukje te schrijven. Marcel plaatste het direct…. Voor wie het nog niet gelezen heeft, hier nog maar es 😉

Aan de boemel

Eerlijk gezegd reis ik nooit met de trein, maar opeens kreeg ik het idee om me per spoor te laten vervoeren naar Berlijn. Als superfan van de Facebookpagina Perrongelukjes hoopte ik ook meteen op een interessante ontmoeting!

Ik zit derhalve met een spiedende blik, een luisterend oor, en een opschrijfboekje in de aanslag. Er valt genoeg te beleven. Een mevrouw aan de andere kant van het gangpad leest een grootletter e-book: ze blijft swipen! In het bagagerek boven haar hoofd ligt een schepnet!? De overige reizigers kan ik niet zien, daar zet ik andere zintuigen voor in. Iemand heeft een naar hoestje. Iemand snurkt zachtjes. Iemand heeft zijn telefoon te hard staan. Meerdere mensen hebben krakende zakjes met eten mee.  Een groep middelbareschooljongens loopt langs. Ze ruiken ze naar te goedkope aftershave, na gebruikmaking van de restauratie ruiken ze naar opgewarmde pizzabroodjes. Iemand eet mandarijntjes. Er hoest nog steeds iemand. Maar een persoonlijk verhaal is me na vijf en een half uur niet gelukt.

Na een weekje ben ik voor de terugreis een half uur te vroeg op Hauptbahnhof Berlin en kijk mijn ogen uit. Eerder genoemde jongeren gaan ook weer terug, zien wit van moeheid en dragen dezelfde trui met opschrift ‘I hartje Berlin’. Er zijn stoere reizigers met een rugzak achter en ook eentje voor, heet dat dan een buikzak? Etende zakenmannetjes met driekwartjas en tablet, een spoor van croissantkruimels achter zich latend. Modebewuste mensen waarvan de haarkleur nauwkeurig overeenkomt met hun blauwe schoenen. Giechelende dames, duidelijk een dagje samen op pad. Echtparen, zij wijst links, hij rechts.

Hoopvol stap ik in. Pas twee haltes voordat ik moet uitstappen gebeurt het toch! Er verschijnt een dame en ze gaat aan de andere kant van het gangpad naast me zitten. Ik schat haar halverwege de vijftig, ze draagt een niet erg afkledende spijkerbroek met wijde pijpen, suède laarsjes die vast heel mooi waren bij de aanschaf en een zwart-witgeruit jasje dat een kilo of acht te klein is. Rode wangen en een vochtig randje haar doen haar hormonale fase vermoeden. Ze is druk met allerlei tassen dus ik kan nog even onopvallend kijken en opeens zie ik het: ze lijkt sprekend op Loes! Je weet wel, Loes van die hilarische filmpjes op YouTube ‘Met Loes’, gespeeld door Loes Schnepper. Zelfs haar stem lijkt op die van Loes. Ze neemt namelijk direct haar telefoon ter hand en ik hoef alleen maar te luisteren. Bijna zonder adem te halen werpt ze haar verhaal slachtofferig door de trein.‘Zo, ik ben vertrokken, ik dacht ik laat het je even weten. Meer kan ik er echt niet bij hebben hoor. Nee hè, wat zijn we nu aan het doen dan? Ik ben vooral pissig over die opmerking over… Uitgerekend nu wordt er iets omgeroepen! Welke opmerking? Heeft ze ruzie met haar man? Gaat ze hem verlaten? ‘Sorry daar kan ik heel boos om worden. Hé, graag of niet, ik heb er geen behoefte meer aan. Bel jij d’r anders even. Ik kan er niets meer aan doen. Ze snapt me niet en ik moet maar en ik moet maar, maar ik moet helemaal niks! Ik ben gewoon boos, begrijp je’. Aha, geen man, maar ruzie met een vriendin? En dat ze boos is dat begrijpen we allemaal luid en duidelijk. ‘ Sorry hoor, maar ik moet dit ook kwijt. Dit vreet energie. En ik ben al zo moe de laatste tijd. Weet je, ik ga deze reis gebruiken om los te komen. Even weer leuke dingen. De trein rijdt gelukkig de goede kant op, haha, richting leuke dingen. Nou lieverd ik ga je hangen en leuke dingen doen. Groetjes aan Jo hè!  Doehoeg!’ Wat denk ik nu? Wat een positieve vrouw? Zo snel schakelen! Of houdt ze zich flink? Ik ben bereid iets vriendelijks tegen haar te zeggen, iets bemoedigends, voordat ik uitstap. Ik draai me naar haar toe met mijn jas en mijn ‘I hartje Berlin’-tas en hoor haar opeens gniffelen. Ze appt als een razende en heeft een vilein lachje om haar mond, zichtbaar genietend van een doos chocolade op haar schoot. Is ze eigenlijk wel slachtoffer? Zo te zien heeft ze niets vriendelijks van me nodig, ze troost zichzelf prima!

Zo’n treinreis, het is een wonderlijke verzameling van werelden, van levens, van levensverhalen, van verleden en toekomst. Misschien toch eens vaker doen.