Tagarchief: verzamelen

Saartje Allegaartje (2)

Je kent Saartje toch nog wel? Saartje, die in het allergrootste huis van het dorp woont zodat al haar verzamelingen een plekje kunnen krijgen en dat ze daarom Saartje Allegaartje wordt genoemd. Dan weet je vast ook nog dat iedere bezoeker een potje zonnestralen mee naar huis kreeg. Wat je niet weet is wat daarna gebeurde…

Saartje zwaait haar laatste visite uit en loopt haar huis weer in. Midden in de grote hal, waar een verzameling broodroosters nog een vleugje brandlucht afgeven, staat ze stil. Ze kijkt omhoog naar de zes roze kroonluchters en zucht. Dan haalt ze haar schouders op en loopt naar de badkamer. Daar laat ze het grote bad op duizendpoten vollopen, gooit er een bruisbal en een bouillonblokje in. In een paarse mand verzamelt ze alle afwas die door het hele huis verspreid ligt en smijt alles in het bad. Smijt ja, want opeens is Saartje moe! Nee, niet moe maar boos! Nee, niet boos maar verdrietig! Zo verdrietig dat de tranen over haar wangen in het bad lopen. Ze huilt en huilt totdat het bad begint over te lopen. Dan stopt ze abrupt, snuit haar neus flink in een olifantenoor en spreekt zichzelf toe: ‘Als jij je zo alleen voelt Saartje, dan moet je er iets aan doen!’

Twee weken later weet Saartje niet wat ze ziet als ze ‘s morgens de gordijnen opent. Haar hele tuin en de hele straat staat vol met mannen. Kennelijk hebben die allemaal gereageerd op haar oproep in de krant: ‘Welke man wil er met me trouwen?’ Van schrik sluit ze de gordijnen weer en denkt hevig na. Wat moet ze met al die mannen? Dan krijgt ze een ontzettend goed idee. Ze rent naar zolder en opent daar het raam van waaruit ze alle mannen kan overzien. Zodra ze haar in de gaten hebben beginnen de mannen te springen, te roepen, te gillen, te zingen, te juichen, te joelen en te zwaaien. Saartje pakt een honkbalknuppel en slaat daarmee hard op een grote pan. De mannen zijn direct stil. ‘Ahum’, schraapt Saartje haar keel, ‘Wat fijn dat jullie allemaal gekomen zijn maar ik hoef maar 1 man!’ De mannen steken allemaal een hand op en roepen in koor: ‘Ik ben je man!’ Saartje slaat weer hard op de pan en roept naar beneden: ‘Ik weet het goed gemaakt, ik wil een man met een voornaam van drie letters! De rest wordt vriendelijk bedankt en mag naar huis.’ Mopperend en mompelend vertrekt een flink deel van de mannen. Ongeveer de heft blijft staan. Dit vind Saartje nog veel te veel. ‘En de middelste letter van je naam moet een o zijn!’, roept ze daarom. Er blijven zeven mannen staan.

De zeven uitverkoren mannen, Ton, Ron, Bob, Rob, Jos, Vos en Boy, zoeken een plaatsje om te gaan zitten in de audiëntiekamer. Ze kunnen kiezen uit een plekje op een verzameling azuurblauwe piano’s, een groepje broodmanden of een aantal tot krukjes getransformeerde trolleys. Saartje zelf neemt plaats op en gouden kinderstoel en kucht een beetje zenuwachtig. ‘Oké heren, jullie willen met mij  trouwen?’ Alle mannen knikken totdat hun hoofd bijna van hun romp afrolt en roepen in koor: ‘Ja dolgraag Saartje!’ ‘Maar waarom zou ik met jullie trouwen? Jullie krijgen allemaal vier en driekwart minuut om dit uit te leggen. Wie wil er beginnen?’

 

Saartje Allegaartje

In een klein gezellig dorpje woont een alleraardigst dametje, luisterend naar de naam Saartje. Een bijzonder dametje is het ook. Want zij spaart. Ze spaart niet alleen suikerzakjes, driewielers, soldatenschoenen en taartscheppen, maar ook knopen. Vooral knopen met een bijzondere vorm of kleur vindt ze prachtig. Deze naait zij vast op haar enkellange mantel. Niet omdat ze zoveel knoopsgaten heeft maar gewoon omdat ze dat mooi vindt. En als ze een bijzondere veer ziet liggen op straat of in het bos raapt ze die snel op. Grote of kleine, knalgroen of paars gespikkeld, het maakt haar niet uit. Eenmaal weer thuis plakt ze al die veren op haar roze hoedje.

Iedereen in het dorpje kent Saartje wel. Ze noemen haar Saartje Allegaartje. Die naam begrijp je helemaal als je een keertje bij haar thuis geweest bent. Saartje woont al jarenlang in het allergrootste huis van het dorp omdat al haar verzamelingen een plekje moeten hebben natuurlijk. Zodra je alleen maar langs het allergrootste huis van het dorp loopt roept Saartje je al vriendelijk welkom. Binnen in de woonkamer maakt ze graag plaats voor je. Je mag zelf kiezen waar je wil zitten, op een stapel pannenkoeken of in een met kussentjes gevulde boekenkist. Uit de keuken haalt ze graag wat théfie voor je, dit maakt ze zelf omdat ze niet kan kiezen tussen thee en koffie. Je mag ook kiezen waar je de théfie uit wil drinken: uit een blauwe bloempot of een gele gieter. Als ze je een zelfgebakken zandkoekje aanbiedt moet je wel even oppassen; het zand uit haar achtertuintje blijft nog dagenlang tussen je tanden knarsen. Na de théfie neemt ze je met plezier mee naar de muziekkamer. Daar staat, hangt en ligt een indrukwekkende verzameling instrumenten: pannen waarin je knikkers moet roeren, zakjes met bierdopjes die je kunt overgooien en lege flessen met sleutelbossen die prachtig rammelen. Je mag zelf iets uitzoeken en spelen waar je blij van wordt. Meezingen wordt extra gewaardeerd. En als iedereen na een uurtje of zo best wel moe is neemt Saartje haar visite mee naar de kleedkamer. Hier hangen de mooiste verkleedkleren die je maar kunt bedenken. Van een paars putjesschepperspak tot een donkergroen drakenkostuum, van een zwarte schaap outfit tot een goudkleurige heilig boontjescape. Daarna stuurt Saartje iedereen naar de bibliotheek. Hier staan veertien lege badkuipen en er hangen 5 hondenhokken aan het plafond. Zodra iedereen een fijn plekje heeft gaat Saartje vertellen. Urenlang neemt ze je mee op reis met haar verhalen. En die haalt Saartje niet uit een boek maar uit de muur. De muren van de bibliotheek zijn namelijk van onder tot boven behangen met gevonden treinkaartjes. Bij elke bestemming weet ze wel een avontuur te bedenken. Een retourtje Haarlem gaat over het terugbrengen van een weggelopen hondje, een kinderkaartje naar Broek op Langedijk gaat over een logeerpartijtje bij oma, een groepskaart naar Almelo gaat over een workshop koeienschilderen. Sommige bezoekers vallen in slaap, anderen snoepen nog wat lolliesoep uit een soldatenhelm, maar er komt onverbiddelijk een moment dat iedereen weer naar huis vertrekt…

Het moment waar velen naar uitkijken. Niet omdat ze het niet leuk vonden bij Saartje Allegaartje, juist wel! Maar ze weten dat iedereen bij vertrek een aardigheidje van haar krijgt. En dat is niet zomaar iets. Saartje Allegaartje vangt immers elke dag zonnestralen en stopt die in lege glazen potjes. Iedere bezoeker krijgt zo’n potje mee. Want Saartje weet precies wat mensen nodig hebben: elke dag een zonnestraal, elke dag iets positiefs, elke dag iets liefs.

Waar dat dorpje precies ligt? Misschien wel dichterbij dan je denkt!

 

Niet nu

Verzamelen, ik ben er gek op. Martine Bijl beschreef het eens als volgt: “Ik had een schattig hondenbeeldje en kreeg van iemand een ander maar net zo schattig hondenbeeldje voor mijn verjaardag. Toen kocht ik op een markt een derde en opeens had ik een verzameling.”

Ja ja, we moeten ontspullen! Maar van wie eigenlijk? Als ik daar nou blij van word? Daarbij, ik koop weinig nieuws, doe meer aan recycling en ruilhandel. Help anderen van hun spullen af, lekker maatschappelijk verantwoord bezig, toch?

Het enige dat best lastig is te krijgen is moed. Ik wil zo graag moed verzamelen. Moed om dingen te kunnen doen die ik zonder moed niet kan (lees durf). Moed om bepaalde dingen te kunnen (lees durven) zeggen. Waar is die moedmarkt?

Dan zou ik best durven vragen of er ook kaarsvaasjes in het groen zijn zonder bang te zijn er een heel raar woord van te maken…

Dan zou ik best durven vragen waar Alpaca spuug naar ruikt…

Dan zou ik het gewoon doen: het onderste doosje er tussenuit wurmen 🙂

Maar ja, eerst nog maar even sparen…

Met en zonder sfeer

Gisteren naar de Antiek-, Curiosa- en Verzamelaarbeurs in Nieuwegein geweest. Er was een heleboel regen en andere ellende voorspeld dus wil je graag een overdekte bezigheid buitenshuis hebben. Zo’n 500 kramen verdeeld over twee verdiepingen lieten met graagte zien wat je thuis nog niet hebt en soms ook helemaal niet eens wilt hebben. Boven was vooral de afdeling verzamelingen. Oude baasjes mochten op wiebelige klapstoelen plaatsnemen aan lange smalle tafels. Ze kregen ieder hun eigen pincet en leeg boterbakje ( de eigenaar was kogelrond en had glimmend haar…) en een stapel albums. Afgaande op de verheugde gezichten kunnen we hier wel spreken van passie. Voor mij waren de mannetjes  een prachtige verzameling op zich.

Dit liet ik mij geen twee keer zeggen, hoewel ik twee keer moest lezen…

 

Ik kon helemaal los! Ansichtkaarten met en zonder sfeer, ze waren er allemaal.

Bij dit soort kramen voel ik mij altijd zo genodigd. Niet om aan tafel te gaan maar om het kleed in 1 keer onder de borden vandaan te trekken. Die truc staat al zolang op mijn verlanglijstje maar ja, doe dat maar eens  ongemerkt…

Soms leer ik heerlijke nieuwe woorden. Die moet ik onthouden voor scrabble. Of voor als ik iets heel graag wil hebben. Ik zal mijn tegenstander eerst dronken voeren en hem dit dan tien keer zonder haperen laat zeggen…

In verband met de privacy mag ik natuurlijk geen foto van de boekenkraameigenaar maken maar neem van mij aan dat het ‘leuke oude ding achter de kraam’ nog het meeste weg had van een afbladderende boekenwurm met ezelsoren…

Deze kraameigenaar begint binnenkort een handeltje in tegeltjes, met hele wijze spreuken…

Uiteindelijk met een lege tas maar een hoofd vol verhalen naar huis: goeie handel dus 🙂