Tagarchief: verschillen

Taalgebruik

Als ik hier mensen echt oud-Apeldoorns hoor praten maak ik daar niet veel van, maar dat hoeft ook niet want de meesten kunnen gelukkig ook ABN. Ik betwijfel namelijk of de nonnen in Vught Apeldoorns in het pakket hebben. Toch hoor ik een ander taalgebruik dan in het westen.

  • Het viel mij op dat het woord ‘maand’ geen meervoud heeft. ‘Dat duurt nog drie maand’ ‘Nee joh, dat is al vier maand geleden’ ‘Zij is zeven maand zwanger.’ Ik weet niet waar dat vandaan komt maar was best wennen.
  • Ook gebruikt men hier eerder het woordje ‘de’ dan een bezittelijk voornaamwoord. ‘Ik heb de jas al aan.’ ‘Heb jij de koffie al op?’ ‘Hij heeft geen haar op de kop.’
  • En wat te denken van bepaalde uitdrukkingen. Ik had nog nooit gehoord van ‘Ik heb de benen er niet meer onder’ of ‘Heb jij ook de pijp leeg?’, maar dat kan ook aan mij liggen natuurlijk.
  • Wat ik ook regelmatig hoor ‘Ut wordt noit nie wat’. Niet dat het een depressief volkje is maar hier geldt wel ‘eerst zien dan geloven’. Trouwens, taalkundig is dit een heel raar zinnetje. ‘Nooit niet’ is een dubbele ontkenning en wordt dan automatisch een bevestiging. Denk maar aan de zin ‘Ik zal nooit niet aan je denken’ betekent ‘Ik zal altijd aan je denken.’

Gister in de stad liep ik een groepje jonge mensen tegemoet, die hun laatste zakgeld bij de Mac besteed hadden. Naar mijn idee waren het brugpiepers want in geen enkele jaargang zijn de verschillen zo groot. Ze zijn groot of nog klein, ze zijn slungelig of hebben al controle, ze zijn bangig of zelfverzekerd. Wat overeenkomt is hun kleding. Ze zullen diep verontwaardigd schooluniformen afwijzen maar dragen wel identieke broeken met identieke gaten, identieke sneakers en identieke jassen. Ze praten identiek: te hard en te druk en met halve zinnen zoals ‘Bij wijze van’, ‘Meen je’ en ‘Zweer je’ Opeens vielen ze allemaal stil want om de hoek verscheen een gehaaste Marokkaanse man die heel boos was. Hij schreeuwde in zijn telefoon en legde vooral nadruk op de ‘z’. ‘Nee ik zzweer je, jij zzit mijn moeder te beledigen, (toen wat boze Arabische woorden), ik zzweer je, ik zzie jou vanavond om zzeven, (gevolgd door een reeks Arabische scheldwoorden!)’ Met grote handgebaren en luidruchtig stemgebruik nam hij angstaanjagend veel ruimte in. Iedereen die hem ‘in de weg’ liep keek hij woedend aan. De brugpiepers staakten rap hun getetter en lieten hem dwars door hun groepje gaan. Zodra hij op veilige afstand was riep de kleinste jongen met overslaande stem ‘Wie was die boy?’

Toen ik deze laatste soorten van taalgebruik hoorde merkte ik niet veel verschil meer…

 

Vakantie – Afgelopen

Mijn vakantie was na twee weken afgelopen en dan begint het grote terugblikken. En dat gebeurt bijna altijd relativerend. Een mens slaat nu eenmaal snel aan het vergelijken. En zo vormen we een mening.

  • De Fransen zijn luidruchtig. Ze ratelen zo hard en rap tegen elkaar dat ik me zonder moeite een voorstelling van de Bestorming van de Bastille kan maken.
  • Fransen hebben veel ruimte nodig, praten met hun hele lichaam. Ze maken vooral wegwerpgebaren en halen geïrriteerd hun schouders op.
  • Fransen zijn ongeduldig. Ze verstaan mijn Engels niet maar mijn Frans ook niet.
  • Hoe hard je ook rijdt, een Fransoos haalt je altijd in.
  • Nergens lopen zoveel leidingen boven de grond.

   

Maar hé, nergens is het stokbrood lekkerder dan daar. En de kaas. En de wijn. Niemand leeft Bourgondischer dan een fransman. Nergens wordt het joi-de-vivre beter geleefd dan daar. Nergens zijn fijnere bric-a-bracwinkeltjes. Nergens bevinden zich mooiere luiken en hekwerken.

   

Natuurlijk zijn er ook overeenkomsten. Wat dacht je van een strandbezoek?

  • Je handdoek uitkloppen en je buren opschepen met een lading zand.
  • Je badlaken opvouwen tegen de wind in.
  • Wit komen en knalroze weggaan.
  • Pop-up shelters, die je zo makkelijk neer zet, maar met geen mogelijkheid weer fatsoenlijk in elkaar kunt krijgen.
  • Heb je net je kind lekker afgedroogd zodat het de kleertjes weer aan kan, besluit de dreumes nog één koprol in het zand te maken.
  • Teveel tassen/stoelen/parasols/voetballen/schepjes/emmertjes/zeefjes/opblaasflamingo’s meenemen.
  • Na een bepaalde leeftijd niet meer soepel overeind kunnen komen.
  • Na een bepaald aantal kilo’s toch eens een nieuw badpak moeten kopen.
  • Moeders die tevergeefs de tassen graag zandvrij willen houden.
  • Vaders die zich weer kind voelen en zich zo gedragen.
  • Ik ga naar het strand en doe zo min mogelijk kleding aan.
  • Ik ga naar zee en kleed me goed aan tegen de wellicht frisse zeewind.
  • Jankende kinderen.
  • Druipende ijsjes.
  • Bloggers op bankjes 😉

Hier dus geen verschil met Nederland. Hoewel de stranden er daar wel veel schoner uitzagen. En daar waar het een kiezelstand betrof kon men een klein strandhuisje huren. De omgeving is natuurlijk anders maar het menselijk gedrag…. Je kunt overal voor paal liggen…

Een prachtvoorbeeld van een andere overeenkomst vond ik in een dorpje. Alsof ik Jan Terlouw hoorde…

En dan ben je gewoon weer thuis, waar je de minibieb weer kunt lezen en waar de plaatsnamen weer vertrouwd klinken.