Tagarchief: verloren

Op straat (7)

Dit vond ik.

En dit ging er aan vooraf.

Toen Ruben Robin voor het eerst zag viel zijn mond open. Hij had zich de laatste jaren aardig opgewerkt binnen het bedrijf en ook financieel was hij er flink op vooruit gegaan. Het had hem in staat gesteld een prijzige woonruimte in een gewilde buurt te huren, een appartement waar hij al langere tijd zijn zinnen op had gezet. Nu hij er een half jaar woonde knaagde er toch iets aan hem. Voor geen goud wilde hij hier meer weg maar tegelijkertijd wilde hij zijn luxe leventje ook niet opgeven. Regelmatig uit eten, kroegentochten, onbezorgde vakanties, de nieuwste boeken kopen en daarbij had hij een dure smaak wat betreft kleding. Hij moest toegeven dat hij ergens een rekenfout gemaakt had. Nadat hij weer eens een uitnodiging voor een weekeindje met de jongens moest afslaan nam hij een besluit. Om de onkosten te dekken was delen de beste oplossing, het appartement was groot genoeg voor twee mensen. Hij plaatste een advertentie. Al was het maar voor een jaar, dan zou hij weer opslag krijgen wat hem meer armslag zou geven. De mail van Robin sprak hem het meest aan. Dezelfde leeftijd ongeveer, vaste baan en gesteld op privacy. Op de avond van de kennismaking ging op de afgesproken tijd de bel. Ruben deed open en zag een prachtige jongedame  staan. Ze stak haar hand uit en zei: ‘Hoi, ik ben Robin. Jij hebt een kamer over?’

Hij moest even bekomen van het feit dat Robin niet een man maar een vrouw was. En wat voor vrouw! Prachtig vond hij haar. Ze had een sportief figuur, fantastisch vuurrood haar, een marmerwitte huid, een grappig neusje, groene ogen om in te verdrinken… Ho! Stop! Dit was iemand die zijn financiële lasten kon verlichten en verder niets! Hij schraapte zijn keel en stelde voor haar een rondleiding door het huis te geven. Bij elk vertrek knikte ze, zonder te laten merken of het goed- of afkeurend was. Omdat hij haar reactie niet kon peilen werd hij steeds onzekerder en ten slotte vroeg hij stotterend hoe ze er over dacht. ‘Ik doe het, maar geen gedoe met relaties.’, zei ze. Hij wist even niet te reageren. Hij kon haar moeilijk een mep op haar schouder geven zoals hij wellicht bij een mannelijke huurder had gedaan. Een hand geven was opeens te formeel. Hij probeerde: ‘Daar drinken we op! Eh…thee?’ ‘Heb je niet iets sterkers?’, vroeg ze en er brak een glimlach door op haar gezicht. Ze werd met de minuut mooier.

Vijf maanden woonden ze nu samen. Elke morgen troffen ze elkaar in de keuken, gaven de koffie door en wensten elkaar een fijne dag. Elke avond stond één van hen te koken, de ander dekte tafel en maakte de wijn open. Ze vertelden elkaar over hun werk, de collega’s, en later over politiek, wereldproblemen en nog later over hun kijk op het leven en hun toekomstdromen. Elke dag ontdekten ze meer van elkaar en genoten ze zichtbaar van elkaars gezelschap. Ruben maakte zichzelf niets wijs: hij was smoorverliefd op haar! Maar Robin had vanaf het begin duidelijk gemaakt geen relatie te willen dus hij nam genoegen met de situatie. Voorlopig dan, want het kon niet zo blijven. ‘Maak jij een boodschappenlijstje? App het me even, dan haal ik het vanmiddag uit mijn werk.’, vroeg ze vanmorgen. Nu zat hij met een leeg papiertje voor zich. Gewoon opschrijven vond hij nu eenmaal makkelijker. Hij zou een foto maken en het appen. Zonder dat hij het echt in de gaten had, had hij een rand van rozen getekend. Toen hij het merkte grinnikte hij zachtjes. Het leek wel een liefdesbrief van een schoolmeisje. Hij ging rechtop zitten en schreef langzaam en met mooie letters binnen de rozenrand:

JE BLIJFT ME ZO BIJ,

BLIJF JE BIJ ME?

Opeens hoorde hij de voordeur. ‘Joehoe, ik ben het maar, agenda vergeten!’ In paniek vouwde Ruben de tekening dubbel en nog eens en gooide het in de prullenbak. Tenminste… dat was de bedoeling. De geheime tekening vloog zo door het openstaande raam naar buiten en buitelde over de straatstenen.

 

 

Op straat (2)

Dit vond ik:

En dit ging er aan vooraf:

‘Je moet ook eens op Tinder gaan joh!’, giert mijn vriendin. ‘O nee!’, weer ik beslist af, ‘Dat is niks voor mij!’ Ik omhels haar nog een keer stevig en spring de wachtende trein in. We zwaaien tot we elkaar niet meer zien. Opgelucht zak ik wat achterover, voor zover dat kan in een trein. Een beste meid die Annelies, een vriendin uit duizenden maar soms heeft ze wel erg wilde ideeën hoor. Net terug van een schildersvakantie in de Provence heeft ze meer verhalen over Jean-Pierre, dan over het schilderen. Ik hoor alles maar glimlachend aan, ze brengt wat leven in mijn kleurloze bestaan. Ze geeft me vaak wel het idee dat ik de saaiste persoon op aarde ben maar ik ben nou eenmaal zo. Wonderlijk dat wij zo goed met elkaar kunnen opschieten. Maar wat ze nu zei over dat Tinderen is toch een stap te ver hoor. Ik pak mijn  telefoon en kijk eerst om me heen. Ervan overtuigd dat ik alleen in deze coupé zit, zoek ik schoorvoetend de betreffende app op. Voor ik het weet heb ik een profiel aangemaakt en zit ik te swipen als een malle. Wat een leuke mannen  komen hier voorbij zeg! Zomaar voor het grijpen, hoef ik ook geen enge kroegen in. Ojee! Wat doe ik nu! In mijn argeloosheid heb ik contact gemaakt met ene Bernd. Keurig type zo te zien en hij vindt me leuk. Ik bloos ervan! Gelukkig moet ik uitstappen en stop de telefoon diep weg.

’s Avonds laat Bernd weer van zich horen en wil een ontmoeting met me. Met rode wangen en een verhoogde hartslag spreek ik af vrijdagavond met hem iets te gaan eten bij de Blauwe Markies. Een doorsnee restaurant, echt iets voor mij dus. Op de afgesproken tijd sta ik aan de overkant van het restaurant. Ik heb besloten dat ik eerst wil zien of hij wel komt. Straks zit ik daar voor gek binnen te wachten. Ik controleer nog even of mijn kousen niet gedraaid zitten, dan mijn telefoon of hij niet afgezegd heeft en dan in mijn spiegeltje of mijn mascara niet is uitgelopen. Huh?! Er zit iets heel smerigs tussen mijn meest linkse tand en hoektand! Snel peuter ik met mijn pinknagel. Het zit er nog! Waarom heb ik uitgerekend nu mijn allerkleinste handtas mee? Met de telefoon onder mijn kin geklemd, in mijn linkerhand een pakje zakdoekjes, lipgloss, het spiegeltje, een pakje kauwgom en de sleutelbos, wurm ik met mijn rechterhand in het steeds kleiner wordende tasje. Intussen houd ik de ingang van het restaurant nauwlettend in de gaten. Ja, hebbes! Een flosdingetje! Ik klem het tussen mijn lippen. Zo snel als het kan prop ik alles weer in het tasje en net als ik de rits gesloten heb voel ik een hand op mijn arm: ‘Ben jij het, Michelle? Had jij ook het idee eerst aan de overkant te wachten?’ Van schrik open ik mijn mond en het flosdingetje valt op de grond.