Tagarchief: vakantie

Gieds en gids

Een week in de Belgische Ardennen leert je een heleboel. Ik dacht dat daar louter klimbossen en raftriviertjes waren… Wel veel bos gezien maar ook uitgestrekte maisvelden, grote meren met indrukwekkende stuwdammen. Een zucht van verlichting ontsnapte me: gelukkig geen survivaltocht 😉

Wat betreft kleine oude dorpjes kwam ik goed aan mijn trekken. Alhoewel sommige niet eens door de voorrondes van ‘Help mijn man is klusser’ zouden komen. Een betere optie zou zijn de vervallen panden te verkopen voor 1 euro aan bijvoorbeeld Spanjaarden of Italianen. Die het vervolgens dolenthousiast opknappen, op gepaste wijze gaan integreren, het dorp weer op de kaart zetten en zo de lokale bevolking een oppepper geven van heb ik jou daar. Laat dit alles gerust filmen door een tv-ploeg. ’t Is maar een idee.

Aan de andere kant ben ik ook dol op kastelen en grote landhuizen. In Chimay staat een kasteel om van te smullen. Zowel van buiten…

            

Als van binnen…

             

Bij binnenkomst krijg je bij je toegangskaartje een interactieve I-pad, zodat je heel handig alles ZELF kunt bekijken. Heldere uitleg in alle talen, slechts een kwestie van aanklikken. Toch stond er op de trap een keurig mannetje druk te gebaren. Hij riep: ‘Iek ben de gieds! U kunt mij alles vragen!’ Hij sprak alle g’s uit zoals wij het woord guillotine beginnen. Ik toonde hem glimlachend de I-pad, en dacht: ‘Laat me met rust!’ Maar hij bleef me achtervolgen en gaf te pas en te onpas uitleg. ‘Ier ies de groene kamer!’, ‘Ier ies de wapenkamer!’ Ben ik blind? Ik kan lezen hoor! Ik heb toch een I-pad! Jaartallen goochelde hij constant in het Frans te voorschijn zodat ik daar dan weer niets van begreep. Om half drie riep hij alle aanwezigen toe dat hij het theater ging openen, op een toon alsof hij ging roepen: ‘You get a car! You get a car! And you get a car!’ Met rollende ogen gaf ik hem zijn zin, totdat….ik het theater zag!

Alles was goud, rood fluweel, witte kaarsen, guirlandes, franjes, spiegels in en ereloge, barok all over the place! Wat een grandeur! Ik hou d’r van! Op het podium werd een film vertoond waar duidelijk werd dat dit prachtige theater heel veel te lijden heeft gehad, twee wereldoorlogen meegemaakt maar dit alles fier doorstaan heeft. Heden ten dage worden er zelfs nog concerten gegeven. Na de film sprong de gieds weer naar voren met een grijns op zijn gezicht alsof hij er persoonlijk voor had gezorgd dat het theater nog in leven was en riep: ‘Wie heeft nog vragen? Niemand? Maar iek ben gieds! Iek weet alles!’ Ik zwaaide nogmaals met mijn  I-pad en gaf hem applaus.

Twee dagen later stond Chateau du Fosteau op het programma. Op het terrein komen was al een uitdaging, maar als je door het smalle poortje was, dan had je ook wat! Het gordijntje naast de voordeur bewoog zachtjes heen en weer…

     

De voordeur ging open en een allerliefst ouder echtpaar heette ons welkom. Zij zei: ‘Bienvenue!’ Hij zei: ‘Je kunt gewoon Nederlands praten hoor.’ Ik mocht mee naar een deftige kamer met prachtige meubels en een gewelfd plafond met bloemetjesbehang. Ik wilde graag het toegangskaartje pinnen. Dit kon wel, maar eerst werd uit de lade van een 17de eeuws kabinetje de gebruiksaanwijzing gehaald van het pinapparaat. De rood onderstreepte stappen werden nauwkeurig gevolgd en de keurig gekapte en geklede dame slaakte een zuchtje toen de transactie succesvol verlopen was. Ik kreeg allerlei zelf getypte folders mee, van wat er te zien was, in het Nederlands, maar…meneer liep toch maar even mee. Stel dat ik iets zou overslaan of iets wilde vragen wat niet in de folder stond… Waarschijnlijk was hij blij zijn kennis weer eens te kunnen spuien. Zodra ik maar naar de folder keek begon hij weer. De uiterst vriendelijke en correcte heer had denk ik ook iets aan zijn stembanden waardoor er niet meer dan een naargeestig gefluister te horen viel. Met ingespannen oren onderging ik alles beleefd. Van de oorsprong in 1350 tot de drooglegging van de grachten in 1949, van 2004 toen er een latrine ontdekt werd in een van de dikke muren tot 2019 waar bezoekers nodig zijn om het pand te kunnen onderhouden. De kamers beneden mocht ik zelf bekijken, waarschijnlijk was hij wat vermoeid. De kamers liepen vanzelf in elkaar over en op sommige artikelen zat zelfs een prijsje. Je moet wat als eigenaren in nood.

     

Uiteindelijk werd ik vriendelijk uitgelaten door het echtpaar. Wederom paste de auto op een haar na door het poortje en er bewoog een gordijntje.

Was het toch nog een soort van survivallen…’hoe overleef ik de gids’…

Advertenties

Toerist

Af en toe is het heerlijk om toerist in eigen land te zijn! Als je dan ook de inlandse taal niet verstaat waan je je direct heel ver weg. Eerst dacht ik steeds Doutzen Kroes gemengd met Piet Paulusma te horen maar gelukkig zijn de meeste Friezen bilinguaal. Een dûmke en een Fryske sûkerbôle begrijp ik overigens zelfs zonder vertaling.

Ik had me aangemeld voor de workshop Fierljeppen in het immer pittoreske Joure maar bij gebrek aan voldoende belangstelling ging dit jammer genoeg niet door. Dan maar een Jouster kuierke maken in het dorp. Midden in het dorp kom ik dit standbeeld tegen, genaamd De Drie Toeristen, en wat doe ik dan…?

 

Juist, dan kijk ik ook omhoog om te zien wat zij zien. Toen was ik dubbelop toerist… Ik zag namelijk, net als die drie, de toren van de Hobbe van Baerdt Tserke. Die meneer Hobbe was vroeger een soort burgemeester en mocht de eerste steen leggen van deze Jouster Toer. Dan praten we wel over 1628, een eindje terug dus. Iemand zag in dit beeld ook de familie van Rossem…

Maar natuurlijk wil/moet je in Joure naar het Douwe Egbertsmuseum. Wat zouden we zijn zonder die voorvader? Geen koffie, geen thee: help! Maar hoe kom ik binnen als ik de deuren moet sluiten….

 

Ik ben burgerlijk ongehoorzaam geweest en heb de deuren uiteindelijk brutaal geopend. Eventjes dan. En zo kon ik toch het geboortehuis van deze held bewonderen. Moest wel op m’n knieën naar binnen, want zijn daden benne wel groot maar zijn voordeur niet hoor.

Om bezoekers wat langer te entertainen is het koffie/theemuseum uitgebreid met van alles en nog wat. Van een huisje volgestouwd met onnoemelijk veel Friese staartklokken, waar ik lichtelijk getikt vandaan kwam. Tot een oude drukkerij waar ik natuurlijk stond te kwijlen bij de prachtige letterkasten. Er is ook een oude metaalwarenfabriek waar ik kon zien hoe koper vroeger gegoten werd. Voor ieder probleem was een oplossing/mal bedacht. Ook hoe je de mallen van de verschillende onderdelen het best kan bewaren. Heel erg leerzaam…

   

Ik bedoel, je zult maar verlegen zitten om een paar vaste nekogen, een setje stuurhutkopvastzetters of een zakje schuifdeurovervalletjes. Ik kan het niet gekker bedenken…het is geruststellend daar!

En gelukkig is er een gezellig museumcafé waar de rozekleurige oranjekoek vriendelijk doch verplicht geserveerd wordt bij de Douwe Egberts koffie en thee. Ik klaag niet, ik ben toerist.

Vakantie – Afgelopen

Mijn vakantie was na twee weken afgelopen en dan begint het grote terugblikken. En dat gebeurt bijna altijd relativerend. Een mens slaat nu eenmaal snel aan het vergelijken. En zo vormen we een mening.

  • De Fransen zijn luidruchtig. Ze ratelen zo hard en rap tegen elkaar dat ik me zonder moeite een voorstelling van de Bestorming van de Bastille kan maken.
  • Fransen hebben veel ruimte nodig, praten met hun hele lichaam. Ze maken vooral wegwerpgebaren en halen geïrriteerd hun schouders op.
  • Fransen zijn ongeduldig. Ze verstaan mijn Engels niet maar mijn Frans ook niet.
  • Hoe hard je ook rijdt, een Fransoos haalt je altijd in.
  • Nergens lopen zoveel leidingen boven de grond.

   

Maar hé, nergens is het stokbrood lekkerder dan daar. En de kaas. En de wijn. Niemand leeft Bourgondischer dan een fransman. Nergens wordt het joi-de-vivre beter geleefd dan daar. Nergens zijn fijnere bric-a-bracwinkeltjes. Nergens bevinden zich mooiere luiken en hekwerken.

   

Natuurlijk zijn er ook overeenkomsten. Wat dacht je van een strandbezoek?

  • Je handdoek uitkloppen en je buren opschepen met een lading zand.
  • Je badlaken opvouwen tegen de wind in.
  • Wit komen en knalroze weggaan.
  • Pop-up shelters, die je zo makkelijk neer zet, maar met geen mogelijkheid weer fatsoenlijk in elkaar kunt krijgen.
  • Heb je net je kind lekker afgedroogd zodat het de kleertjes weer aan kan, besluit de dreumes nog één koprol in het zand te maken.
  • Teveel tassen/stoelen/parasols/voetballen/schepjes/emmertjes/zeefjes/opblaasflamingo’s meenemen.
  • Na een bepaalde leeftijd niet meer soepel overeind kunnen komen.
  • Na een bepaald aantal kilo’s toch eens een nieuw badpak moeten kopen.
  • Moeders die tevergeefs de tassen graag zandvrij willen houden.
  • Vaders die zich weer kind voelen en zich zo gedragen.
  • Ik ga naar het strand en doe zo min mogelijk kleding aan.
  • Ik ga naar zee en kleed me goed aan tegen de wellicht frisse zeewind.
  • Jankende kinderen.
  • Druipende ijsjes.
  • Bloggers op bankjes 😉

Hier dus geen verschil met Nederland. Hoewel de stranden er daar wel veel schoner uitzagen. En daar waar het een kiezelstand betrof kon men een klein strandhuisje huren. De omgeving is natuurlijk anders maar het menselijk gedrag…. Je kunt overal voor paal liggen…

Een prachtvoorbeeld van een andere overeenkomst vond ik in een dorpje. Alsof ik Jan Terlouw hoorde…

En dan ben je gewoon weer thuis, waar je de minibieb weer kunt lezen en waar de plaatsnamen weer vertrouwd klinken.

     

 

Vakantie – kinderles

In de vakantie hoeven kinderen lekker niets te leren. Zou je zeggen. Volwassenen ook niet. Zou je zeggen. Wat ik vanaf mijn Franse balkon zag…

Op een bosachtig stukje grond, met drie reuze dennenbomen, komen de vakantiekinderen aan het eind van de dag samen. Toevallig allemaal Franse kinderen, dus geen taalbarrière. Behalve voor mij: ik versta er niets van. En toch begrijp ik veel. Er is een jongetje van ongeveer 9 jaar en een meisje van ongeveer 10 jaar, duidelijk broer en zus. Er is nog een jongetje, van ik schat 8 jaar en een kleine dreumes van 2 jaar, luisterend naar de naam Elodie.

Net als in de grote-mensen-maatschappij werpt/dringt één persoon zich vrijwillig/nadrukkelijk op als aanvoerder. Het jongetje van 8 schreeuwt het hardst dus is hij de leider. Als broer en zus iets voorstellen om te gaan spelen houdt hij één hand afwerend op en met zijn andere een stuk hout tegen zijn oor. Ik versta iets van ‘telephoné’. Hij trekt een ernstig snuit en roept te pas en te onpas ‘oui’ en ‘bien sur’ alsof hij aandachtig aan het luisteren is. Dan zegt hij resoluut: ‘Mais non!!!’ en volgt er een Franstalige waterval die duidelijk intimiderend bedoeld is.  Met een ferme ‘Bonjour!’ drukt hij zijn gesprekspartner weg. Broer en zus lijken onder de indruk van zoveel overwicht. Maar als ik ze stiekem naar elkaar zie lachen merk ik dat zij de act ook nogal overtrokken vinden. Le Patron heeft intussen een plan bedacht: ze gaan een pad aanleggen. Een pad van zand, bedekt met dennennaalden en de kanten worden afgezet met een sierlijke rij dennenappels. Broer en zus zijn blij eindelijk iets om handen te hebben en verzamelen naarstig de benodigde materialen. Ze werken langs de door de baas uitgezette lijnen. Het wordt wel wat!

Maar dan komt Elodie in beeld. Het is een schatje met prachtige blonde krullen, haar kromme beentjes in een parmantige legging gestoken en een shirt dat vast bij een andere combi hoort, maar in de vakantie letten zelfs de Fransen niet op stijl. Ze heeft altijd een  lach op haar gezicht, die alle omstanders ook doet lachen. Maar niet monsieur le Patron! La petite Princesse vindt de dennenappels zo aantrekkelijk dat ze er af en toe eentje uit de keurige rij vist. De baas gebruikt al zijn tact en neemt haar lief bij het plakkerige handje en leidt haar zeven meter verderop. Hij biedt haar ook nog een mooie stok aan ter compensatie. Ze neemt het dankbaar aan en schenkt hem haar liefste lach. Tevreden draait hij zich om en stuurt zijn personeel verder aan. Wat hij even niet ziet is dat de kleine dame zich ook omdraait en achter hem aan drentelt. Zodra hij het wel in de gaten heeft brengt hij haar gedecideerd terug.

Tot vijf x toe herhaalt Elodie deze actie en de manager wordt steeds ongeduldiger. Hij voelt zijn gezag ondermijnd worden. Uiteindelijk smijt hij haar zijn ‘telefoon’ toe en verdwijnt mokkend naar huis. Broer en zus halen de kleine dreumes erbij en gedrieën spelen ze nog uren lief met elkaar.

Welk een levensles zie ik hier onder mijn ogen uitgespeeld worden: de grootste schreeuwlelijk wordt de baas maar dat wil niet zeggen dat de kleinste partij geen stem heeft…

Waar lijkt dit toch op?

Vakantie – Kerkenwerk

Ik hoef je vast niet te vertellen dat er in Frankrijk een aantal zeer mooie kerken zijn te vinden. Dit zijn er een paar die ik gezien heb. Achtereenvolgens: de Collegiale kerk Sint Vulfran in Abbeville, de Eglise Sint Martin in Saint Vallery sûr Mer en de indrukwekkende Nôtre Dame van Boulogne sûr Mer.

         

Van buiten zijn ze al heel bijzonder, van binnen is de ene nog prachtiger dan de andere! Je kunt je er vast wel iets bij voorstellen; veel houten banken en stoelen, veel altaren en kaarsen, veel beelden en schilderijen, veel glas-in-lood en pilaren. Die ga je zelf maar een keer bekijken, maar wat mij opviel…..

Een prachtige beeltenis van moeder Maria met kind, samen in een boot. Wat wil je met al die kustplaatsen. Gezien de wieltjes onder deze boot zal hij ook wel eens meegaan in een processie. Wat mij opvalt, toen ik aan de achterkant keek, is dat hoewel Maria en het kind vaak voor bescherming en redding staan, er toch een reddingsboei achterop ligt. Voor de zekerheid? Voor als zij uit het gammele bootje kukelen. Beetje ongeloofwaardig. Of geloof onwaardig…

Wat gebeurt hier?Toen ik deze foto naar het thuisfront stuurde werd ik direct gesommeerd deze disco te verlaten. Maar zo’n mooi effect geeft de zon nou eenmaal als die door een  glas-in-loodraam schijnt! Ik heb er wel even stilletjes ‘Nightfever’ op gedanst. Nee, hier zijn geen beelden van.

Waarom hangen deze niet in de klokkentoren? Waarom mogen ze niet meer meedoen? Zijn ze vals? Zijn ze eigenwijs? Slaan ze voor hun beurt? Maken ze ruzie met de anderen? Willen ze eerste viool spelen? Om nou voor straf in een donker en koud hoekje van de kerk te eindigen is wel sneu hoor. Wat me opviel was dat ze aan een soort ketting lagen, alsof iemand die zware dingen mee zou (willen)nemen…

Handig, zo’n bordje! In vier talen nog wel. Drie maal raden wie het toch voor elkaar krijgt over dat opstapje te struikelen… Ik kan het uitleggen. Op beide kanten van het bordje staat namelijk dezelfde tekst. Ik stond al op het opstapje maar ik ging er af. Er stond geen bordje met ‘Kijk uit voor het AFstapje’! Er is namelijk een wezenlijk verschil tussen op en af. Ik kan het weten. Stomme blauwe knieën. Stom bordje.

Buiten de kerken wordt de boel ook vaak opgeleukt met wat gezellige beelden. Niet dat die beelden er altijd zin in hebben… Hen wordt immers niets gevraagd. Je zult daar maar moeten blijven staan. In weer en wind. In je lendendoekje. Heb ik het nog niet eens over incontinente vogels. Ik zou er ook chagrijnig van worden…

Wie zegt dat kerken overal hetzelfde en saai zijn…?

Vakantie – Onderweg

Je wilt graag met vakantie en dat betekent vaak verder dan de hoek van de straat. Anders kun je net zo goed thuisblijven. Je bent echter niet de enige. Er zijn meer vakantiegangers. Heel veel meer zelfs! Is dit nou heel veel meer vervelend of juist niet? Tijdens ons autoritje naar Noord-Frankrijk heb ik het een en ander voor je uitgezocht.

Natuurlijk ga ik bij een file ook eerst de opstandige fase in: zuchten en blazen en geïrriteerd op mijn horloge kijken en denken: ‘Als die voorste nou eens gewoon doorrijdt hebben we er allemaal wat aan…!’ Dan komt de berustende fase: tja, er valt niets aan te doen en dan komen we maar wat later aan. En ten slotte de creatieve fase: wat zal ik eens gaan doen?

Naar buiten kijken is een makkelijke optie en als je even oplet zie je hoe een file verbroedert. Je rijdt namelijk steeds met dezelfde mensen mee op.

Links naast ons rijdt een man alleen, met een fiets achterop en een schoon overhemd aan een haakje. Een kantoormeneer die de laatste kilometer op de fiets gaat? Maar waarom is zijn overhemd een houthakkershemd? Leidt hij een dubbelleven? Achter deze man rijdt een jong meisje dat zich uitsluitend bemoeit met haar telefoon. Wat is er zo belangrijk? Of appt ze haar vriendje dat ze in de ###file staat en daardoor wat later komt? Zal ik eens heel hard ‘Boe!!!’ roepen? Toch maar niet straks botst ze van schrik tegen ons aan… Achter haar een hooggeblondeerde dame met heel veel rinkelende gouden armbanden. Heeft ze veel viermomenten meegemaakt of heeft ze die zelf gecreëerd? Of heeft ze vrouwelijke eksterhormonen?

Rechts van ons rijdt een man in een rode auto met uitsluitend witte knuffels, op het dashboard, op de hoedenplank en aan de achteruitkijkspiegel. Moet die man eens met iemand gaan praten of is het de auto van zijn dochter? Heeft die dochter smetvrees of houdt ze gewoon van poetsen? Daarachter rijdt een vrachtwagen.De chauffeur heeft zijn raampje open en er bungelt een arm met sigaret uit. Met zijn andere hand trommelt hij het ritme mee van een of ander levenslied. Weinig vlam in de pijp deze keer. Het valt me trouwens op dat de meeste vrachtwagens uit CZ, LIT, BG, EST, E, LV of PL komen. Wat hebben ze daar toch wat wij niet hebben? Daar achter rijdt een echtpaar met een caravan. Hun eigen kleine huisje van geluk op wielen. Zij voert hem stukjes appel. Hij checkt de spiegels, ten overvloede. Daarachter een oudere dame met wel hele korte armen. Ze zit bijna met haar neus op de claxon. Heeft misschien ook voordelen?

Wij passeren elkaar gedurende uren, links en rechts, inhalen en ingehaald worden, alles met een slakkengangetje. Hé, er komt een nieuw iemand tussen. Even kijken. Voor het achterraampje verschijnt een rond chinees jongensgezichtje. Hij kijkt naar me. Hij kijkt nog eens goed. Hij wijst naar me en schiet dan in de lach. Hij draait zich om naar andere inzittenden en roept iets, ondertussen steevast naar mij wijzend. Wij kunnen doorrijden en verliezen hen uit het oog. Maar niet voor lang. Intussen zijn er twee kindergezichtjes en één moedergezicht voor het raampje verschenen en zodra ze mij zien krijgen beginnen ze keihard te lachen. Het gaat over in de slappe lach, hikkend vallen ze tegen elkaar. Ik vraag mijn chauffeur of er iets op mijn neus zit. “Je klep”, is het enige antwoord.

Ik laat mijn klep een paar keer heen en weer bewegen en oogst applaus! Aha!

Het leed dat file heet, gelukkig valt er nog genoeg te lachen, als je maar kijkt!

Vakantie – De golfer

We wonen tijdelijk naast een golfterrein en dit opent voor mij een geheel nieuwe wereld. Na twee dagen kom ik er achter dat het geen echt golfterrein is maar een oefengolfterrein. Hier kunnen diverse technieken geoefend worden of gewoon even lekker inslaan. Daarna wordt de hele boel verhuisd naar het echte golfterrein. Nu gok ik dat je een beeld in je hoofd hebt van een man met een ruitjesbroek en een bijpassende polo en pet en het liefst ook nog een trui nonchalant om de schouders geknoopt. Die heb ik niet gezien. Wat ik wel zag….

Daar komt-ie hoor, de stoere fransoos. Langwerpige tas op zijn rug, strooien hoedje op zijn hoofd en een goeie zonnebril. Twee groene draadmandjes gevuld met witte balletjes, één in elke hand. De tas en de mandjes gaan op de grond. De tas wordt open geritst en er wordt een stokje uitgehaald. ‘Huh, wat een rare stick is dit?’, denk ik nog. Hij tuurt over het veld(je) en kiest een doel. Dan legt hij het stokje op de grond richting dat doel. Aha, het is een slarichtingstokje. We kunnen beginnen… Mis!

  1. Eerst worden er drie balletjes langs het slarichtingstokje gelegd,
  2. er wordt een club gekozen uit de tas (zo heet een golfstick, sommige hebben zelfs een sokje met rits over het voetje van de club, vraag me niet waarom),
  3. er wordt een handschoentje aan gedaan (eentje maar, vraag me weer niet waarom),
  4. er wordt met zowel de linker- als de rechtarm 5x door de lucht gemolenwiekt,
  5. er wordt 10x door de knokige knietjes gebogen,
  6. er wordt 8 x ‘droog’ geslagen,
  7. en dan eindelijk komt de echte klap!

Hij kan er wat van hoor, mist geen ene bal. Maar ik zie wel veel overeenkomsten met de tennisser Nadal. Na elke twee sets neemt hij 2 hapjes banaan, 1 slokje water, 2 slokjes citroensap en 1 hapje chocolade, dan droogt hij zijn haar links met de linkerhanddoek en zijn haar rechts met de rechterhanddoek zorgvuldig af. De golfer doet na elke drie ballen: telefoon checken, 1 hapje stokbrood, 1 slokje water, gebruikt voetje afvegen aan de handdoek, sokje over het voetje ritsen, nieuwe club pakken, sokje eraf ritsen, voetje vastdraaien met een daarvoor bestemd gereedschapje, telefoon checken, hoedje rechtzetten en de volgende 3 balletjes klaarleggen. Golfen is doorwerken!

Op een ander veldje staan twee mannen, een beetje buikig, tas op een karretje. Ze willen niet voor elkaar onderdoen en slaan veel te snel en daardoor alles mis. Ik lach niet.

Op een ander veldje staan twee mannen, mager als een lat, tas zonder karretje. Ze overleggen alles, zitten op de iele hurkjes de slalijn te bepalen, nemen grote stappen om de afstand te bepalen, slaan per kwartier maar 1 bal maar die is dan wel helemaal goed.

Op een ander veldje staat een jong stel. Zij wil zich verdiepen in zijn belevingswereld en hij wil het haar graag leren. Het blijkt geen goed idee. Ze giechelt teveel, slaat maar wat in de rondte, verplaatst meer lucht en zand dan bal. Soms kun je hobbywerelden beter gescheiden houden.

Dan komt er een fietsje aan met een jongetje van een jaar of tien schat ik. Uit zijn tas komen een club en drie lichtgevend oranje balletjes. Waar hij ze ook neerlegt… hij slaat ze raak en ze treffen doel. Zonder stokjes, zonder hapjes en slokjes, zonder zweten, zonder passen en meten. Ontdek ik hier nu het nieuwe Franse golftalent? Of zie ik hier de uitdrukking ‘Hoe kleiner het balletje, hoe groter het kwalletje’ in gruzelementen vallen? 🙂

Droomvakantie

(Dit verhaal heb ik ingezonden voor de schrijfwedstrijd van Uitgeverij Adoremi en heb hiermee een plaats in de bundel verworven! Hoera! Er staan nog veel meer mooie verhalen in die allemaal aan het thema ‘Dromen’ voldoen. De bundel ‘Geen droom te ver’ is te koop bij http://www.adoremi-moments.nl/winkel, bij de boekhandel en bij bol.com. Laat je meevoeren in de variatie van emoties: een lach, een traan, een verrassend plot of een verborgen boodschap)

Zeg nou niet dat jij er nog nooit van gedroomd hebt! Iedereen droomt toch van een langdurig verblijf op een tropisch eiland? Met palmbomen, witte stranden, lekker zonnetje en een hele leuke meneer die je rug insmeert en je drankjes brengt. Oppervlakkig? Dacht ik eigenlijk diep van binnen ook wel eens. Maar hé, nu heb ik het nergens meer over want ik heb namelijk zo’n vakantie gewonnen! Het reisbureau in ons dorp organiseerde een vakantieverhalenwedstrijd om hun 15 jarig bestaan te vieren en daarmee heb ik gewoon de hoofdprijs binnengesleept.

Zo hard als Anton me uitlachte toen hij mijn inzending las, zo hard lach ik nu. Het is een reis voor twee personen maar hij stond er op dat ik met mijn beste vriendin Bets zou gaan. Het enige nadeel was dat zij niet eerder vrij kon krijgen, dus ze komt een dag later. Nu lig ik hier in mijn eentje gelukzalig te genieten van die palmbomen, het witte strand en -echt waar- een prachtige meneer die me drankjes brengt. Straks even vragen of hij m’n rug wil insmeren. Soms komen dromen echt uit, dat zie je maar weer.

Ik sluit mijn ogen, laat de zon mijn lichaam ongegeneerd strelen en slaak een diepe zucht van tevredenheid. Loom veeg ik een kriebelend beestje van mijn been. Van mijn buik. Van mijn gezicht. Ik voel de zon verdwijnen en open verbaasd mijn ogen. De prachtige meneer zit geknield naast mijn ligstoel en kietelt me plagend met het vlaggetje uit mijn cocktail. Hij staat op en strekt zijn hand naar me uit. Ik grijp hem en laat me gewillig meevoeren. We zeggen allebei geen woord. Is niet nodig. Ik weet wat hij wil. En ik wil het ook. Hij voert me naar een boot. Een luxe jacht eigenlijk. Ik kijk nog vragend naar hem om als hij me voor laat gaan het trapje af naar beneden maar hij knikt geruststellend en veelbelovend.

Benedendeks is het niet helemaal wat je van een jacht zou verwachten. De wanden zijn bedekt met donkere kleden. In het midden zit aan een kleine ronde tafel een dame gehuld in een donker gewaad. Ze wenkt me naderbij te komen en wijst naar een stoeltje bij de tafel. Ik ga zitten. Als ik omkijk is mijn begeleider verdwenen. Maar zodra ik op wil staan dwingt de vrouw me met haar ogen te blijven zitten. Wat is dit? De vrouw schudt een stel kaarten en houdt ze uitnodigend voor me. Ik denk dat ik er eentje moet pakken en dat doe ik ook. Het is een kaart met een groot rood hart. De vrouw glimlacht ondeugend. Ja, die snap ik wel. Denk ik. Ze houdt me nog een stapel voor en ik pak er nog eentje uit. Hierop staan een zwarte spin. Ze schrikt en deinst achteruit. Ze gilt en haar handen gebaren dat ik weg moet. Eerlijk gezegd doe ik niets liever. Het begint me allemaal een beetje te onheilspellend  te worden. Ik ren naar buiten en sluit direct mijn ogen voor het felle zonlicht. Dan hoor ik een aanhoudend gezoem. Ik open mijn ogen. En constateer dat ik nog op mijn ligbed lig en mijn  telefoon overgaat.

Bets stuurt me het bericht binnen een halve dag hier te zijn. Het is haar zeker toch gelukt zich eerder vrij te maken. Ik sta op en ga naar mijn kamer. Ik neem een verfrissende douche en ga beneden alvast een dinertafel voor twee reserveren. In de bar dood ik de tijd. Net als ik een vierde (of was het een vijfde) drankje aan wil pakken tikt er iemand op mijn schouder. “Hoi hoi, verrassing! Hier ben ik al! Meid wat een reis, maar wat is het hier mooi! Ik vind het echt zo tof van je dat ik met je mee mocht! Weet je zeker dat Anton niet pissig was? Nou ja, daar is het nu te laat voor want ik ben hier! Wat gaan we doen? Eerst drinken, eten of kunnen we nog naar het strand. Ik heb zo’n beeldige bikini gekocht! Ja, op Schiphol nog hoor want thuis had ik er geen tijd voor en die van vorig jaar kon echt niet meer. Hé, wat is er? Wat kijk je raar?” Ik kijk, ik luister, maar ik herken haar niet. Wie is deze dame?

‘Bets?’, stamel ik nog. Ik doe een halfslachtige poging elegant van de barkruk te stappen maar dat valt niet mee. Ik laat me omhelzen en probeer uit alle macht te bedenken wat ik zeggen moet. En omdat ik zwijg en omdat Bets van ons tweeën altijd het meest voortvarend is, bevinden we ons al snel op onze kamer. De vrouw ratelt aan één stuk door terwijl ze haar koffer uitpakt. Ik moet even alleen zijn en weet me te verschansen op het toilet. Wat gebeurt hier? Ik schud mijn  hoofd heen en weer om een helder beeld te krijgen. Ik kijk in de spiegel of ik mezelf nog wel herken. Een harde klap op de deur doet me opveren. “Alles goed meid? Kom je? Ik heb dorst en trek in een leuke barman, hahaha. Kom!” Als ik uit de badkamer kom drukt ze me een glas in de hand. “In één keer hè!”, roept ze. Ik doe wat ze zegt en word direct overvallen door een intens gevoel van moeheid. Ik wil alleen maar liggen. Met mijn ogen dicht.

Wat een gebonk! Wie is er zo aan het timmeren? Als ik onder de deken vandaan kruip realiseer ik me dat er iemand op de deur klopt. Mijn horloge geeft dat het al bijna lunchtijd is. Daarna kijk ik snel om mij heen naar mijn kamergenote. Het tweede bed is echter onaangeroerd. En als ik goed kijk zie ik ook geen koffer of andere spullen meer. Het gebonk op de deur houdt aan en ik besluit toch maar open te doen. En dan vliegt Bets me in de armen! De echte Bets welteverstaan. “Wacht even!”, roep ik en doe twee stappen achteruit. “Waar kom jij vandaan? Hoe kom je hier? Heb je een bikini bij je? Was jij hier gisteren ook?” Ik struikel bijna over mijn eigen woorden en de ogen van Bets lijken groter te worden. “Gaat het wel goed met je?”, vraagt Bets bezorgd. Ik weet het niet, niet zeker in ieder geval.

Later zitten we samen in de eetzaal, als de leuke drankjesman recht op ons af komt. Onze stemming is enigszins bedrukt door wat mij overkomen is en we prikken doelloos in onze salade. “Hé, heb je nu weer een andere vriendin bij je? Maakt niet uit hoor. Maar Juan van het zwembad en ik vroegen ons af of jullie zin hebben met ons iets te drinken vanavond bij de Copacobana-bar hier verderop in de straat.” “Nou…eh….”, stamel ik. Bets schopt me onder tafel en roept enthousiast: “Graag wij kunnen wel wat afleiding gebruiken!” “Fijn!”, zegt hij, “Dan zie ik jullie rond negen uur!” Bets springt op en trekt me mee van tafel. Ze loodst me langs allerlei winkeltjes in het hotel, die gelukkig tot middernacht geopend zijn, om even later met twee volle tassen op de kamer aan te komen. Intussen heb ik ook de smaak te pakken, hijs me in een nauwsluitend jurkje en ga me uitgebreid opmaken. Weg met die muizenissen. Leven zullen we!

De mannen fluiten goedkeurend en Bets en ik doen hetzelfde. Wat een hunks hebben we bij ons. Het belooft een geweldige avond te worden. We kletsen, lachen, flirten en drinken.  Eerst met z’n vieren maar al snel geeft Juan Bets meer aandacht. De drankjesman, die bij nadere kennismaking -hoe voorspelbaar wil je het hebben- Romeo blijkt te heten, blijft in mijn buurt. Het is vol en warm. Ik zie Bets met Juan dansen, ze zwaait. Ik steek mijn duim omhoog en omhels Romeo veelbelovend. We dansen steeds wilder en later ook intiemer.  Anton is ver weg, heel ver weg.  Het bedienend personeel zwiert regelmatig door de zaal met bladen vol gekleurde cocktails die gretig aftrek vinden. Romeo overhandigt me een glas met zachtgele inhoud. Hmmm, lekker zoet. Waar smaakt dit naar? O nee, nee, toch niet naar… Mijn lippen zwellen op maar ook mijn keel! Ik krijg het vreselijk benauwd! Ik denk nog: ‘Wat een genante vertoning!’, voordat ik op de grond val. Romeo schreeuwt. Bets duwt iedereen opzij die in de weg staat en knielt naast me neer. Het enig wat ik nog kan uitbrengen voordat alles zwart wordt is: “A-na-nas…”

Anton staat al te zwaaien bij de aankomsthal. Even later drukt hij me tegen zich aan. “En, heb je het leuk gehad?”  Wat zal ik zeggen. Hoe leg ik uit dat ik in tijd van een paar dagen bij een enge waarzegster ben geweest, dat ik een nep-Bets op bezoek heb gehad, dat ik wel dood had kunnen zijn als de echte Bets mij niet op het nippertje had gered van de ananasallergie door de EpiPen uit mijn tas te vissen en te gebruiken, dat ik nog een dag in een vreemd ziekenhuis moest blijven en dat ik van Romeo een ring heb gekregen met een zwarte spin om het kwaad te bezweren.  Ik antwoord: “Ja hoor schat, het was meer dan leuk, echt wat je noemt een droomvakantie!”

 

 

Lekker weg

Lekker een paar dagen weggeweest. Vertoeven aan de kust, de Zeeuwse kust. Een knus huisje op een park. Een park dat merendeels gevuld werd door jonge ouders met kleine kinderen en opa’s en oma’s die dan ook mee ‘mogen’. Aangezien wij de enigen waren zonder kinderen dan wel kleinkinderen bij ons, waren we in de perfecte gelegenheid de anderen eens ongegeneerd te begluren.

Vooral die kinderen… Die zo overprikkeld zijn dat ze helemaal niet gezellig in het o zo gezellige familierestaurant willen eten. Die de ballen uit de ballenbak gooien. Die de lego in de rondte smijten. Die de draaimolen mollen. Die de kleurplaten alleen maar willen krassen. Die ‘daar’ heen gaat als Papa ‘hier’ roept. Die de duikbril perse op willen houden tijdens het eten. Die de fietshelmpjes perse niet op willen tijdens het fietsen. Die steeds over hun eigen voetjes struikelen van moeheid. Die constant natte haren hebben, van het zwembad of van boosheid. Boos omdat ze niet op oma’s nek mogen. Boos omdat ze naar huis gaan. Boos omdat ze nòg niet naar huis gaan. Boos omdat ze nog een ij-hijsje willen. Boos omdat ze niet meer weten wat ze willen.

Vaders die lege buggy’s voor zich uit duwen. Behangen met opblaasfiguren. Met natte handdoeken. Met tassen. Heel veel tassen. En voor de zekerheid ook nog met schepjes, emmertjes en vormpjes voor in de zandbak. Vormpjes waar elk kind mee speelt behalve hun eigen kind. Soms slepen ze moedeloos hele bolderkarren met zich mee. Voor de ene helft gevuld met boodschappen, voor de andere helft met dreinend nageslacht.

Moeders die zuchtend maar consequent de andere kant opkijken met een blik van ‘Hé ik heb óók vakantie!!!’

Opa’s en oma’s die er handenwringend achteraan sjokken. Zich afvragend: ‘Grijpen wij hier in? Nee, het zijn onze kinderen niet!’

Maar ’s avonds… ja dan! Het grut gebruikt na een onvrijwillige douche, na een overgeslagen tandenpoetsbeurt, na een uiteindelijke compromis in alleen de pyjamabroek, na nog één boterham met eigen pindakaas, na nog één glaasje water, na nog één laatste en nog één allerlaatste verhaaltje de slaapkamer toch waar een slaapkamer voor bedoeld is. Een allesoverheersende stilte daalt neer. Het water strijkt glad. De zeemeeuw zwijgt. Opa en Oma zitten innig tevreden met een kopje koffie buiten voor het huisje. Knikkebollend boven hun breiwerkje en de Kampioen.  En de jonge vader en moeder? Die lopen innig verstrengeld met elkaar over het strand om samen te genieten van de romantische zonsondergang. Niet te ver want morgen is er weer een dag.

 

Logeren

Ik zag hem maandag arriveren. Opa en Oma renden enthousiast de tuin in. Oma knielde in het gras, stak haar armen wijd open en riep: “Waar is mijn kleine jongen dan???!”. De kleine jongen zag haar echter wel en denderde zijn grootmoeder bijna ondersteboven. Opa greep hem bij de kladden en slingerde zijn kleinzoon soepeltjes op zijn schouders. Wat hadden ze zin in deze logeerpartij! “Oma, oma, ik heb wat iets voor jou!” De kleine verdween haast achter de grote bos zonnebloemen. Kosten nog moeite waren gespaard om de grootouders in een opperbeste stemming te krijgen en vooral te houden. Een bedankje vooraf kan geen kwaad, dachten de jonge werkende ouders waarschijnlijk. Laatstgenoemden werden hartelijk uitgezwaaid en het drietal huppelde naar binnen. Met de bloemen, de kindertrolley en hoge verwachtingen.

Eerlijk gezegd heb ik ze de rest van de week niet meer gezien. Tot vandaag. Een toevallige blik naar buiten toonde mij in één oogopslag hoe de week verlopen was. Zodra de kleine jongen zijn eigen moeder in de gaten kreeg wierp hij zich snikkend in haar armen, alsof de verlossing eindelijk daar was. Opa sleepte van alles naar buiten richting auto. Het verraadde exact het verloop van de week. In de kleine trolley was onvoldoende ruimte voor de grote pluchen aap (dagje Apenheul), de goudkleurige kartonnen kroon met plakdiamanten (prins(ess)edagje Paleis het Loo), opgerolde poster van Cars (regenachtig dagje Bioscoop) en tenslotte nog een Intertoystasje (gevalletje omkoping denk ik). De kleine werd achterin de auto gezet, wuifde nog wat mat naar zijn grootouders terwijl hij zijn ouders van alles en nog wat vertelde. Opa en oma zwaaiden dapper terug, strompelden naar binnen, vielen op hun relaxstoel binnen twee tellen in slaap. Met een glimlach op de lippen, dat wel.