Tagarchief: typisch nederlands

Taalpraatje 3

winkelen

We zijn aan een nieuw projectje begonnen. Ik merk dat het makkelijker werkt als je een paar weken een thema hanteert. Nu praten we over boodschappen doen. De dagelijkse boodschappen. Lekker eenvoudig. Dacht ik. Niet dus….

Om het aanschouwelijk te maken had ik voor iedereen een fleurige folder gescoord bij de Jumbo waar een plattegrond van de pas geopende winkel op stond. Het begon al moeilijk met het woord ‘afdeling’. Delen oké, het zijn verschillende delen van de winkel. Maar af?  Wat te denken van de term ‘flesseninname’? Na mijn uitleg, een klein half uur later, want waarom zou je flessen in een kast met een gat stoppen, begreep ik dat sommigen dit nog nooit gebruikt hadden. Aan de andere kant: de gratis-koffie-hoek kenden ze wel. Iemand beweerde zelfs een bankje te zien waar je kunt zitten en koffie drinken maar… dat bleek achteraf de toonbank van de verse bakker. Misschien toch een goed idee! En nee, pindakaas vind je niet op de kaasafdeling en nee, de kaasafdeling is niet hetzelfde als de kassa.

Vandaag op het whiteboard een serie winkels geschreven, bakker, slager, groenteman, enz. Op mijn vraag ‘Waar koop je een half brood?’ was het antwoord ‘Bij de Digros!’ niet fout te rekenen. Toch maar weer aanschouwelijk maken en een stapel kaarten met afbeeldingen van boodschappen erbij gehaald. ‘Sperziebonen’ worden vooral door de vrouwen herkend. Een zakje met gebroken sperziebonen noem je dan al snel ‘bonetjes’ die je bij de ‘groentemand’ koopt.

Een stukje cultuur aanleren hoort er ook bij natuurlijk. Bij de vraag ‘Wat is typisch Nederlands eten?’ merk je weer hoe moeilijk de taal toch is. Ze weten het antwoord wel maar soms komt het wat vreemd uit. Typisch Nederlands zijn ‘hakkeballen’, ‘onderbijtkoek’, ‘stroepkoekie’ en natuurlijk het onnavolgbare ‘drop’. Eén van de negen kende drop, de anderen hadden het nog nooit gegeten. Mijn meegebrachte zak ging rond. Heel voorzichtig werd er door iedereen eentje uitgenomen gevolgd door negenvoudig ‘dankjewel’. De dropjes werden om en om gedraaid, er werd aan geroken, voorzichtig aan gelikt en toen de eerste durfde en ‘lekker!’ riep volgde de rest. De smaken zout en zoet zaten door elkaar in het zakje, ik zag precies wie welke smaak had. Die gezichten…geen taal nodig!