Tagarchief: theemuts

Het sprookje van Vrouwtje Vrolijk

vrolijke dame

Er was eens, in een land hier niet zo ver vandaan, een vrouwtje. Omdat zij altijd vrolijk was noemde iedereen haar Vrouwtje Vrolijk. Vrouwtje Vrolijk was echt altijd vrolijk. Ze lachte, zong en danste de hele dag van vrolijkheid. Zelfs als ze ’s nachts lag te slapen zag je een glimlach om haar mond. Ze droeg graag vrolijke kleren in vrolijke kleuren. Het liefst lange rokken met vrolijke patronen. Oranje met rode hartjes, roze met gele fietsen of groene met blauwe draakjes. Soms kon ze niet kiezen en dan trok ze gewoon twee rokken over elkaar aan. En omdat ze altijd zo vrolijk was kwam er vaak en veel visite in haar huisje met de vrolijke gordijntjes, de vrolijke meubeltjes en het vrolijke servies. Als je bij haar een kopje grapjesthee had gedronken en daarbij een zelfgebakken giecheltje uit de moppentrommel kreeg, kon je niet anders dan vrolijk over het tuinpad huppelend het huisje weer verlaten. Vrouwtje Vrolijk had ook een huisdier; een schaap. Het arme dier was door soortgenoten verstoten omdat zij niet ‘Bè-hè-hè’ riep maar ‘Ha-ha-ha’. Het schaap was door Vrouwtje Vrolijk liefdevol opgenomen en ze noemde hem Blijheid. Samen lachten ze wat af.

Tot op een dag alles anders werd. Blijheid stikte van de lach en viel morsdood op haar linkerzij. Vrouwtje Vrolijk lachte eerst nog vrolijk omdat zij dacht dat het een grapje was. Maar al snel bleek dat Blijheid echt dood was. Vrouwtje Vrolijk was ontroostbaar. Ze kon helemaal niet meer lachen. Voordat Blijheid een keurige en treurige begrafenis kreeg schoor ze alle wol van Blijheid af en legde dat in het kolenhok. Nadat ze zeventien dagen gehuild had stopte ze er mee. Ze wilde iets doen ter nagedachtenis aan Blijheid. Vastberaden stapte zij naar het kolenhok, verzamelde alle wol, spon er garen van en ging fanatiek zitten breien. Eerst een sjaal voor haarzelf zodat ze Blijheid dichtbij haar voelde. Toen een tafelkleedje. Toen een gordijntje en een treintje, een theemuts en een slaapmuts, een schaapje en een aapje, hondenbrokken en koffiemokken.

Een jaar later was er weinig meer over van het vrolijke huisje. Alles was grauw van kleur en Vrouwtje Vrolijk werd een Vrouwtje Grauwtje. De visite bleef weg. Er was geen vrolijkheid meer te beleven. Er viel niets meer te lachen, te zingen of te dansen. En zo zat Vrouwtje Vrolijk uiteindelijk helemaal alleen in haar grauwe huisje met de grauwe spullen in haar grauwe kleren.

Omdat sprookjes altijd een happy end hebben kwam er op een dag een pauw op doorreis langs het huisje. Hij klopte aan en vroeg waar Vrouwtje Vrolijk woonde want hij was op zoek naar haar. ‘Dat ben ik’ zuchtte Vrouwtje Vrolijk. Eenmaal binnen schrok de kleurige pauw van de treurige saaiheid en vroeg wat er gebeurd was. Toen ze alles verteld had riep hij concluderend: ‘Aha! U heeft van Blijheid iets droevigs gemaakt!’. Ze knikte instemmend. ‘En denkt u dat Blijheid dat leuk gevonden had?’. Ze dacht even na en schudde toen haar hoofd. Ze riep wanhopig ‘Ik heb het helemaal verkeerd aangepakt! Maar wat moet ik nu doen?’. De pauw, die ooit een cursus binnenhuisarchitectuur succesvol afgerond had, adviseerde haar om alle wol te gaan verven. In vrolijke kleuren natuurlijk. En opeens  kreeg Vrouwtje Vrolijk weer energie voor tien. Ze bedankte de pauw vriendelijk en een maand lang was ze bezig om alles wat ze gebreid had en wat grauw was, in vrolijke kleuren te verven. Het hele huisje knapte er van op. Ze werd er zelf ook weer helemaal vrolijk van. Ze zette weer grapjesthee en bakte verse giecheltjes. Visite kwam weer dolgraag op visite. Er werd weer uitbundig gezongen en gedanst. Zo kwam alles toch nog goed en Vrouwtje Vrolijk? Zij lachte nog lang en gelukkig!

Advertenties