Tagarchief: techniek

Schrijfhandje 20/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

schrijfhandje-1

Even naar de stad en ik loop meteen weer tegen een bord aan.                                                         Ik dacht nog ‘Zo!!! Dat is geel!!!’

nu-in-het-nederlands

Toen toch maar even van dichtbij bekeken. Heel dichtbij. En nog eens. Hier snap ik dus helemaal niets van. Hetzelfde intimiderende gevoel overvalt me als ik een nieuwe telefoon moet. ‘Wat wilt u ermee?’ is dan de eerste vraag. Ben ik dan echt heel stom als ik  fluister ‘Bellen?’. Zo simpel ben ik ook als er een nieuwe auto moet komen. In plaats van uren lang folders voorbereidend door te bladeren en me op de hoogte te stellen van de laatste o zo handige gadgets, wil ik alleen maar ‘Een rode die het doet’.

Ik ga mijn best doen en maak hieruit op dat het om een levend boek gaat. Geen ebook of een luisterboek maar met rood uitroepteken een waarachtig levend boek. Intel Core heeft vast iets met intelligentie te maken; een slim boek dus of een boek voor slimmeriken. 4GB duidt op het aantal gigabytes, wat dat met een boek te maken heeft weet ik dan weer niet. Waarschijnlijk komt het boek uit Duitsland (DDR deel 3). Daaronder staat nog even fijntjes de BH maat van een fors iemand vermeld. Daaronder staat 15.3″ , heeft te maken met de maat van een beeldscherm (ik weet nog wel wat hoor) en er zit ook een knopje op waarmee de dvd kan worden teruggespoeld.

Pracht van een aanbieding, vooral als je zou kunnen lezen wat het eerst kostte.

Ik kijk nog even verder.

Advertenties

De mens van 2050

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd georganiseerd door Stichting Toekomstbeeld der Techniek, met als thema De mens in 2050. Niet dat ik nou zo technisch ben, helemaal niet zelfs, maar een toekomstbeeld kan ik nog wel vinden. Het is eigenlijk een wens….)

De mens van 2050

Ik ben warempel gewoon zenuwachtig. Ik weet ook niet precies waarom. Eigenlijk weet ik het wel. Het komt door het bericht van de directrice. Ze wil iedereen spreken. Niet alleen spreken maar ook zien. En dan niet via een scherm zien maar in levende lijve. Vanmorgen nog. Zodra ronde 1 en 2 zijn voltooid. Eerst maar eens ronde 1 gaan doen.

Zuchtend neem ik plaats achter mijn desk met de grote schermen. In één oogopslag heb ik zicht in vijfentwintig ruimtes. Ze hebben allemaal dezelfde functionele maat en indeling. Met een druk op de knop gaat alle raambekleding omhoog. In ruimte zeven blijft het gordijn hangen hetgeen ik direct doorgeef aan de technische dienst. Tegelijkertijd klinkt er een reggaeversie van Vader Jacob, een muziekstuk dat de directrice nog in een oude cloud had hangen. Ik zie de bewoners glimlachend wakker worden, een goede zet van de directrice dus. Daarna gaan alle ligbedden in de schuine stand. Het dekbed rolt automatisch op in het voeteneind en de mensen glijden vanzelf in de gereedstaande stoel. Dan volgt er een optocht in de gang. Alle stoelen rijden naar de wasruimte. Een ouderwets zwembad is omgebouwd tot een antiseptisch  dompelbad. Ik blijf het fascinerend om te zien hoe al die stoelen achter elkaar het water in rijden, steeds dieper. Iedereen gaat twee tellen helemaal kopje onder en daarna weer de helling op naar boven. Vervolgens een ritje door de droogruimte waar meteen een heerlijke lucht wordt afgegeven. Degene die de kledingstof heeft uitgevonden verdient een prijs. Elke bewoner heeft een identiek pak.  Ze worden in het bad gereinigd gelijk met de drager.

Als alle stoelen weer in hun eigen ruimte zijn begint de tweede ronde. Ik druk op een volgende knop. Het oeroude buizenpost systeem bezorgt in elke ruimte een beker. De bewoners kunnen dit zelfstandig pakken. Meestal zit er een lepel bij. In de beker zitten alle benodigde voedingstoffen vermalen met de medicijnen tot een hapklaar papje. De bewoners mogen maandelijks een smaak uitzoeken. Ook iets nieuws van de directrice. Als de bekers met diezelfde buizenpost weer opgehaald zijn heb ik wat meer vrijheid. Bewoners kunnen via het pictogrammenbord op hun stoel aangeven wat ze willen gaan doen. Oude hobby’s komen weer tot leven. Wie van sport houdt kan via een keuzemenu aangeven welke wedstrijd uit welk jaar hij wil zien. Wie van schilderen houdt hoeft slechts een vinger over het scherm te bewegen nadat een kleur na keuze is bepaald. Wie van puzzelen houdt krijgt ingewikkelde verslagen te lezen van een oeroud ministerie van volksgezondheid. Wie wil bloggen krijgt een mega grootletter toetsenbord. Alles kan via die ene stoel. Ik vraag me wel eens af wat de zorg zonder die superstoel zou moeten.

Omdat we eigenlijk nooit iets bespreken met z’n tienen in één ruimte is het nog even zoeken geblazen naar een geschikte plek. Uiteindelijk vinden we die buiten. Ik merk dat de anderen ook wat gespannen zijn. ‘Beste mensen,’ begint de directrice. ‘ik wil jullie een paar voorstellen doen en zou graag zien dat er niet meteen geprotesteerd wordt. Ik verzoek jullie daarom; doe je ogen eens dicht en denk aan jezelf. Zie jij jezelf later hier wonen in ons prachtige vooraanstaande huis Exit. Zie jij jezelf ooit zitten in onze hightec-stoel? Ja? Bedenk dan eens het volgende. Met wie kun je praten? Met wie kun je verdriet of vreugde delen? Met wie kun je zingen of naar buiten? Zou je niet heel graag gehoord en gezien willen worden? Zou je niet heel graag dingen samen met andere mensen willen doen? Eigen kleding, eigen voedsel, eigen vrijetijdsbesteding willen bepalen? Zou je niet een zelfdenkend mens willen zijn die af en toe ergens mee geholpen moet worden? Zou je niet graag bij je naam genoemd worden in plaats van je ruimtenummer? Daarom kom ik met een vernieuwend voorstel: elke bewoner krijgt een eigen verzorger!’

Ik haast me terug naar mijn desk voor ronde 3. De stoelen worden naar de bedden gereden en de handeling van vanmorgen vindt in omgekeerde volgorde plaats. Dan zie ik opeens dat in ruimte drie de voetbalwedstrijd nog niet is afgelopen. In ruimte veertien wil iemand net een bladzijde van een boek omslaan. In ruimte drieëntwintig is iemand te laat voor het toiletbezoek dat over een uur staat geprogrammeerd. In ruimte negen zitten twee bewoners. De ene beweegt niet en de ander zit hartverscheurend te huilen. Met de woorden van de directrice nog vers in mijn gedachten huil ik zomaar wat stilletjes mee.

 

Blij mee….maar toch

gegevenpaard

Wat een rare uitdrukking is het toch; je mag een gegeven paard niet in de bek kijken. Alsof ik dit zou willen! Waarom ook? Wat zou ik er aantreffen? Ik wil sowieso niets of niemand in de bek kijken. Anders was ik wel tandarts geworden… En dan zou ik snel op mijn bek gaan want breek me de bek niet open over tandartsen. Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is maar tandartsen staan nooit met een bek vol tanden. Stelletje gekke bekkentrekkers.

Maar wat ik eigenlijk wil zeggen. De afgelopen tijd hebben diverse mensen/groepen gemeend mij te moeten bedanken voor getoonde moed, beleid, trouw en inzet. En als je mij ergens blij mee kunt maken zijn het theaterbonnen/podiumcards. Veel mensen weten dit ook en dit geeft mij de mogelijkheid de ene na de andere musical te bezoeken. Van het Beatrixtheater in Utrecht begeef ik mij naar het Circustheater in Scheveningen en door naar voormalig vliegveld Valkenburg. Ik geniet. Ik hum zachtjes mee, wiebel swingend op het rode pluche, verwonder me over choreografie, decorbouw en technische snufjes.

Tot zover niks mis met het paard zou je denken. Wat men kennelijk niet van me weet is dat geen voorstelling droog door kom… Waarschijnlijk is mijn empathisch vermogen te groot. Ik leef te snel en te intensief mee met kleine jongetjes die van thuis niet mogen dansen, met meisjes in concentratiekampen, met een bekvechtende broer en zus die niet met elkaar maar zeker niet zonder elkaar kunnen. Ik zwicht voor thema’s als loslaten, ergens voor staan, vriendschap. Ik snik me suf bij mooie liedjes en je kunt me opdweilen bij mooie teksten, zoals ‘Jij woont in mijn ogen’… Het probleem is echter dat ik nooit een zakdoek bij me heb. Dan maar zo vaak mijn neus ophalen totdat iemand anders zuchtend een snuitdoek overhandigt. Hoe vaak ik niet met doorweekte mouwen ben thuisgekomen…!

Dus een kleine tip: als je me nog eens een bon geeft… doe er dan een pakje snotlappen bij?

tissues