Tagarchief: tatoeages

Ladyviller

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor een schrijfwedstrijd van Editio, het moest een begin zijn van een eng/spannend verhaal, niet meer dan 400 woorden bevatten en er moest een onbekende telefoon in voor komen… Leuke uitdaging om te doen! Echter het systeem van ‘het verhaal met de meeste publieksstemmen heeft gewonnen’ staat mij tegen, daarom niet eerder geplaatst dan de dag van de uitslag.)

Hij knikt goedkeurend als hij zijn werk van een afstandje bekijkt. De vleeskleurige lampenkap met het bloedrode hart in het midden komt goed tot zijn recht naast de pot met rode ogen. Liefkozend raakt hij de kleine vlinders aan die er boven hangen. “Sukkels zijn het allemaal, wie laat zoveel moois nu onder grond stoppen!”, mompelt hij. Glimlachend kijkt hij naar de in gouden lijstjes gevatte rozen uitgestald op het kastje van ellepijpen. Hij neemt zijn werk in het mortuarium maar al te graag mee naar huis. Abrupt wordt zijn aandacht naar het raam getrokken. Een jonge vrouw komt zijn tuinpad op. Dagelijkse liet ze haar hondje hier uit. In zijn bos. Hij haat haar.

Ze zit op zijn bank en kijkt rond. Heen en weer geslingerd tussen bewondering en afschuw, zoals iedere bezoeker. Ze staat op,  loopt met een boog om de met diverse ledematen gevulde potten heen, naar de vlindercollectie. “Bijzonder, het lijken wel tatoeages!” zegt ze. Ze trekt haar linkermouw iets omhoog en toont hem de roos op haar pols. Er schiet een vlammende steek door zijn lijf. Zijn hartslag versnelt een fractie. “Dus je bent je hond kwijt?”, stuurt hij haar. Ze knikt en vraagt: “Heeft u haar misschien gezien? Middengroot, wit met kleine krulletjes.” Hij biedt haar iets te drinken aan. Al snel ligt ze verdoofd op de bank.

Zodra ze bijkomt ziet ze als eerste het dikke pak verband rond haar linkerpols. Hij reikt haar een wit doosje aan zonder enig opschrift.“ Je bent in glas gevallen. Driemaal daags innemen, tot ze op zijn.” Opeens golft de angst door haar heen. Ze snakt naar adem. Ze wil slikken maar kan niet. Ze wil schreeuwen, het lukt niet. Te snel staat ze op en beweegt zich duizelig naar de deur. “Wacht! Je vergeet je hond…” Hij houdt haar een tas voor. Aarzelend rukt ze de tas uit zijn handen en rent zijn huis uit. Zijn bos uit.

In een café bestelt ze whisky. Dan heeft ze de moed om in de tas te kijken. Er zit een hartvormig kussen in. Van zachte witte krulletjes. Net op tijd haalt ze het toilet en leegt haar maag. In het hokje naast haar gaat een telefoon over. Eindeloos over. Voorzichtig duwt ze deur open. Op de deksel van het toilet ligt een mobiel. Ze pakt de telefoon op. Een rasperige stem klinkt: “Ik… heb… alles… gezien!”