Tagarchief: Tatiana de Rosnay

Een loense affaire

(Deze column heb ik verstuurd als bijdrage aan de Tatiana de Rosnay-schrijfwedstrijd georganiseerd door Margriet, de eerste alinea is gegeven, de rest van het verhaal zelf bedenken, resultaat: nog niet bekend)

‘Hallo, is dit Eerste Hulp bij Relatieproblemen? Dag mevrouw. Ik bel u omdat…weet u… Het is heel simpel. Er is me iets ongelooflijks overkomen, ja iets zo ongelooflijk vreselijks dat ik er over moet praten, dat ik er met iemand over moet praten, ik kan het absoluut niet aan mijn moeder vertellen, en ik dacht, waarom niet aan u, want ik zag uw advertentie op internet. Zal ik u het probleem voorleggen? Ik ga het uitleggen…hoe moet ik beginnen, ik weet het niet… Ja, ik probeer te bedaren. Diep ademhalen zei u? Ik zal het proberen. Goed. Ik ben getrouwd. Ik ben dertig jaar. Ik heet Emma…’

Nou meid kom maar op met je probleem, ik luister! Het zal wel weer iets onnozels zijn in plaats van iets ongelooflijk vreselijks. Ik gok op een gevalletje overspel. Wat krijg ik met dit baantje toch een hoop wartaal te horen. Alsof ik geen problemen van mezelf heb. Nou ja, het betaalt. En ik heb even een plek om weg te zijn en bij te komen van de hectiek die de laatste tijd in mij eigen gezin heerst.

‘En ik ga u nu iets vertellen wat niemand weet maar u heeft toch zoiets als beroepsgeheim, toch? Het zit namelijk zo; ik heb op mijn vijftiende een kind gekregen… Zo dat is er uit. En niemand weet hier van. Het was natuurlijk ook helemaal niet de bedoeling. Van mijn vader mocht ik geen abortus plegen en moest ik het kind opgegeven voor adoptie. Maar weet u, ik was toen zo in de war dat ik het allemaal liet gebeuren. Gelukkig steunde mijn moeder me wel; zij was tenminste niet zo boos. Het was een meisje…ik heb haar Julia genoemd. Twee minuten…twee minuten mocht ik haar vasthouden. Ze werd meegenomen met de belofte dat er goed voor haar gezorgd zou worden. Natuurlijk vergat ik haar niet, niet echt bedoel ik, maar..eh… ik heb het wel voor Robbert verzwegen. Met hem ben ik nu 7 jaar getrouwd en we hebben twee zoontjes van 4 en 5 jaar. Ik ben doorgegaan met mijn leven. Dat is toch niet zo vreemd? Ik ben nu gelukkig. Ten minste…dat dacht ik.’

Ja, dit soort verhalen bedoel ik dus… Dan denk ik; wat wil je nou? En ook, hoe kan je dit? Hoe kan je je bloedeigen kind weggeven en vergeten. En dan nu zeuren dat jìj het moeilijk hebt. Is die Robbert niet oké of zo; je kunt het hèm toch wel vertellen. Als ik zou ontdekken dat mijn vent in een ver verleden al een kind had en dat voor mij verzwegen zou hebben…dan zou ik er zwaar de smoor in hebben en dat is zacht uitgedrukt! Heel erg zacht. Maar dit zal bij ons niet voorkomen. We hebben het goed samen. Door het vlies op zijn linkeroog is zijn gezichtsvermogen beperkt maar ‘het ontbreekt mij niet aan visie en ik compenseer dat met liefde’ zegt hij altijd. En dat is zo. Je zou denken dat ik hem veel moet helpen maar hij helpt mij veel meer. Hij geeft me zelfvertrouwen, stimuleert me en verrast me regelmatig. Hoe geduldig bleef hij toch met alle vruchtbaarheidsonderzoeken. Hoe lief reageerde hij op de komst van de tweeling! Veel mannen zouden op dit punt, of al eerder zelfs, afhaken.

‘En wat denkt u? Vijftien jaar later duikt Julia opeens weer op. Een half jaar geleden stond ze plotsklaps  voor mijn deur, ‘dag moeder’ zei ze doodleuk. Ik dacht dat ik er in bleef van schrik! Hier had ik echt helemaal geen trek in. En omdat ik zeker wist dat Robbert deze situatie niet zou begrijpen heb ik haar weggestuurd en gedaan alsof ik haar niet kende. ‘Je vergist je, ik ben je moeder niet!’ riep ik nog. Ja, nu denkt u natuurlijk ‘wat een harde is die Emma’ maar ik kan toch niet zomaar mijn huwelijk opgeven want ik kan je op een briefje geven dat dàt meteen voorbij zou zijn. Mevrouw, u wilt niet weten in wat voor panieksituatie ik mij bevond. Maar toen ik twee weken lang in angst en beven had gezeten zonder nog iets van haar te zien of te horen begon mijn bloeddruk weer wat te dalen.’

Wie houdt er eens rekening met mijn bloeddruk? Dit soort dingen gebeuren tegenwoordig met adoptiekinderen. Je hebt een kind gekregen en dat kan je toch niet ontkennen?! Draag je verantwoordelijkheid. Als die Robbert van je maar een greintje om je geeft komt het allemaal goed. Wel leuk trouwens een meisje. Maar een kind wegsturen? Ik moet er niet aan denken! Zelfs als ze zo ziek zijn als die van ons. Vanavond weer naar het ziekenhuis waar Tobias en Kasper herstellende zijn van een operatie aan hun ogen. Mensenlief wat waren Rick en ik geschrokken toen de jongens geboren waren. Drie jaar terug alweer. We zagen meteen dat ze op dezelfde manier als Rick een vlies over hun linker oogje hadden. In de tijd dat Rick geboren werd waren er nog geen oplossingen voor en hij heeft er prima mee leren leven maar hij werd er vroeger toch wel mee gepest. Hij wilde zo graag dat zijn kinderen normaal zouden opgroeien zonder steeds voor ‘schele ’ uitgemaakt te worden of erger nog, dat er getwijfeld wordt aan hun verstandelijke vermogens. Ik keek er eerst doorheen en zag alleen maar de mooiste mannetjes van de hele wereld.

‘Maar voorbij was het niet. Ik ging op een woensdag mijn vader ophalen die een dagdeel in de week naar activiteiten begeleiding gaat om mijn moeder wat te ontzien. Zij heeft het best zwaar sinds hij begint te dementeren ziet u. En wie denkt u dat daar de nieuwe vrijwilligster was? Julia! Mijn dochter had zich binnen gedrongen in het leven van haar…opa! En daardoor ook in het mijne. Ik dacht; ‘kijk nou hoe gezellig ze met hem doet! En zo te zien is het nog wederzijds ook. Moest ik daar nu wat van zeggen? Maar wat dan? En tegen wie eigenlijk? Zou het iets toevoegen of de boel alleen maar meer op scherp zetten? Ik besloot het te negeren; dat vrijwilligerswerk houdt ze toch niet lang vol omdat ze het om de verkeerde redenen doet dus dat gaat vanzelf voorbij.’

Meid, meid, wat maak jij het moeilijk voor jezelf. Hoelang ga je dit laten sudderen? Het is maar goed dat we bij de cursus geleerd hebben ‘Hoe te reageren’ op de verhalen; luisteren, luisteren en nog eens luisteren. Meestal is dit wel voldoende, dan zijn ze het kwijt. En dat begrijp ik ook wel want zelf vind ik het ook heerlijk om bij mijn schoonmoeder uit te huilen als ik het weer eens niet zie zitten met de jongetjes. Ik bedoel, zij heeft vroeger ook zo’n zorgenkindje gehad en toen wisten de artsen nog niet eens wat ze er mee aan moesten. Aan de andere kant worden wij en de jongens nu wel aan heel veel onderzoeken en behandelingen blootgesteld. Soms zijn er teveel keuzes en soms heb je geen enkele keuze.

‘Maar het viel niet mee hoor, omdat mijn vader helemaal weg was van die meid en er niet over ophield. Ik had al bedacht dat als Julia zich bekend zou maken bij mijn vader ik hem op zijn verstrooidheid zo wijzen. Ik besloot flink te zijn er mee te leven zolang het niet erger werd. Maar op een dag kwam ik haar tegen in onze supermarkt! Van achter de groenten zat ze zo raar naar me te loeren dat ik er bijna bang van werd. Twee dagen later was ik bij de kapper en toen zag ik haar buiten voor het raam staan en weer keek ze zo me indringend aan. En vorige week stond ze opnieuw onverwachts voor mijn deur. Deze keer met een pakje, iets wat ik besteld had. Waarschijnlijk heeft ze tegen de bezorger gezegd dat zij het wel zou afgeven. En niks zeggen hè, alleen maar kijken. Ik kreeg er de zenuwen van! Ik wil dit niet! Ik wil dit helemaal niet!’

Eerlijk is eerlijk, dit verhaal wordt wel creepy maar je hebt het wel aan je zelf te wijten hoor dame. Trek dan zelf je mond eens open. Ik moet ook steeds ‘opletten en d’r bijblijven’ als de jongen weer eens in het ziekenhuis liggen want uit zichzelf vertellen die witjassen je niets hoor. Vorige week was waarschijnlijk de laatste operatie. Ik zit nog te hyperventileren als ik aan terugdenk. De lieverds werden allebei tegelijk geopereerd en dan komt het moment dat je mee mag lopen de verpleging naar de OK, dan mag je nog blijven tot ze inslapen en dan moet je weg. Zomaar ergens anders gaan zitten. Ze niet kunnen zien, vasthouden, ruiken, voelen. Er op vertrouwen dat die artsen weten wat ze doen. Wat als…wat als… Gelukkig een troostende warme hand op de mijne…

‘Maar vanmorgen sloegen echt de stoppen door. Ik bracht mijn twee zoontjes naar school en botste bijna tegen Julia op. Ze had snuffelstage!!! Uitgerekend op deze school! Dat verzin je toch niet! En nu weet ik het niet meer. Wat moet ik doen? Moet ik haar aan mijn kinderen laten snuffelen, moet ik de jongens mee naar huis nemen, maar hoe verklaar ik dat? Wat moet ik tegen Robbert zeggen? Hoe kan ik dit nog verzwijgen? Hoe ver laat ik haar mijn..nee òns leven binnenkruipen? Wat moet ik doen? Help me alsjeblieft!’

Oké, het wordt nu wel menens daar. Wat een absurd verhaal eigenlijk. Eerst maar eens met een makkelijke vraag beginnen.

‘Wat zegt u? Hoe ik zo zeker weet dat zij mijn dochter is zonder dat ik echt uitgebreid met haar gesproken heb? O, had ik dat nog niet verteld dan? Nou dat zie ik toch meteen, ze lijkt precies op die verschrikkelijke vader van d’r, ze heeft een vlies over haar linker oog.’