Tagarchief: tandarts

Verhalenslang 23/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.

De pijn in zijn ogen is bijna tastbaar. Zodra het kleine ventje zijn mond opendoet ziet ze direct de boosdoener. Ze draait het riedeltje af van gaatjesmonsters die ze gaat vangen en dat hij mee kan helpen door heel stil te zijn en niet te bewegen. Nog even kijkt hij haar peilend aan, zoekend naar een blijk van vertrouwen. Maar zodra zijn moeder ook bemoedigend knikt besluit hij zich over te geven. Tien minuten later staat hij met moeder, nieuwe tandenborstel, gevulde kies, een kleurplaat en zonder pijn weer buiten. Opgelucht halen ze adem. ‘Mag ik nu snoep?’

Even later zitten moeder en zoon genoeglijk tegenover elkaar in een koffiehoek van een groot warenhuis, tevreden snoepend van een kleurrijk taartje. ‘Ik ben zo trots op je!’, zegt moeder. Zoonlief gaat wat meer rechtop zitten en deelt mee: ‘Ik heb niks niet gehuild hè!’. ‘Nee hoor, en je weet wat de tandarts gezegd heeft hè!’.  ‘Ja mam, heel goed poetsen zodat alle gaatjesmonsters bang van me worden!’ Om zijn woorden kracht bij te zetten gromt hij maar eens vervaarlijk en zwaait zijn gebalde vuistjes door de lucht. Moeder haalt glimlachend een hand door zijn haar.

Zodra het gebakje op is, lurkt hij aan het rietje van zijn drankje. Intussen kijkt hij om zich heen. Hij heeft vooral interesse voor het tafeltje schuin voor hem. Daar zit een ouder echtpaar zich tegoed te doen aan een broodje. Een gezond broodje met veel zaden en pitten. Ze genieten er zichtbaar van. Opeens worden de ogen van de jongen zo groot dat zijn moeder ervan schrikt. ‘Wat is er?!’, vraagt ze, ‘Heb je weer pijn?’ De jongen kan niets zeggen maar wijst voorzichtig naar het tafeltje tegenover hem. Moeder draait zich om en dan ziet ze het ook. De oudere man heeft zijn kunstgebit uit zijn mond gehaald en pikt er alle pitjes vanaf.

‘Kunnen mijn tanden er ook uit mam!’ ‘Nee lieverd, die meneer heeft neppe tanden.’ ‘Waar zijn z’n echte tanden dan?’ ‘Eh…’ En dan valt het kwartje. Voor zijn moeder er erg in heeft glijdt hij van zijn stoel en loopt naar de andere tafel. Hij kijkt de meneer streng aan. Hij heft zelfs een wijsvingertje op. ‘U heeft niet goed gepoetst meneer, nu hebben de gaatjesmonsters alles opgegeten! Maar ik ga wel goed poetsen en dan blijven mijn tanden in mijn mond en niet in mijn hand!’ Hij gromt nogmaals met gebalde vuistjes. ‘Grrrrrr!!!’

Moeder neemt verontschuldigend het jongetje bij de hand. ‘Kom dan gaan we nog wat boodschappen doen. Wat moesten we ook alweer hebben?’ ‘Hele vieze tandpasta, dat lusten de gaatjesmonsters niet! En mam, mag vanavond het kleine lampje weer aan? Monsters houden niet van licht. En als jij gaat slapen kom je dan nog bij mij kijken, of mijn mond wel dicht is?’ Opeens begint hij te huilen. ‘Ik wil geen tanden in mijn hand…’ Pas als moeder belooft alle monsters tegen te houden en buiten te zetten bedaart de kleine weer wat. ‘Mam?’’Ja lieverd?’’Mag ik nu nog die Lego?’ Ze zwicht, natuurlijk.

 

 

Advertenties

Kennen

Bijna twee jaar na de verhuizing wordt het wel tijd om het een en ander te kennen over de nieuwe omgeving. Nu fiets ik in één keer goed naar de Jumbo. Weet ik hoe gezellig het is op zondagmiddag in het Oranjepark. Dat het gebak in de Prins Hendrik Garage niet te weerstaan is. Weet ik waar het Koningsteegje is, dat Koning Willem de zoveelste gebuikte om stiekem het café door de achterdeur binnen te komen. Ken ik de marktdagen uit mijn hoofd. Begin ik onderscheid te zien tussen de verschillen wijken. Loop ik graag met of zonder visite de prachtige Jungendstill-route door de stad. Ik leer de weg kennen.

En dan de mensen. Zoveel nieuwe mensen heb ik intussen ontmoet. En ook heel wat leren kennen. Sommigen eerst van naam, anderen eerst van gezicht. Nu naam en gezicht een eenheid vormen komt de rest. Weet ik of iemand getrouwd is, kinderen heeft of zelfs kleinkinderen. Of iemand een geboren Apeldoorner is of niet. Weet ik wat voor werk er gedaan wordt of werd. Weet ik welke talenten iemand bezit. Weet ik of ze echt zo aardig zijn als op het eerste gezicht leek. Weet ik met wie ik onder tafel kan liggen van het lachen. Weet ik wie ik beter links kan laten liggen. Ik leer de mensen kennen.

Heel soms echter kom je iemand tegen die je liever niet had willen kennen. Maar waar je ook weer niet zonder kan: een nieuwe tandarts!!! Door allerlei oorzaken ben ik al zo vaak bij hem geweest dat ik hem veel te goed ben leren kennen… Als ik een afspraak om 11 uur heb rommelen zijn darmen omdat hij net koffie gedronken heeft. Om half 1 heeft hij trek want dan knort zijn maag. Hij heeft waarschijnlijk ‘lastige’ voeten want hij neemt hele kleine stapjes. Hij is ook import want ik hoor een zachte g bij ‘gebroken’ en ‘gescheurd’.  Slik! Hij eet zelf geen suiker want ik nog nooit zo’n dunne tandarts gezien. Hij heeft onwaarschijnlijk kleine handjes want zelfs bij de kleinste maat handschoen klappen de blauwe plastic vingertopjes dubbel en kietelen tegen mijn neus. Hij is dol op al zijn 18 verschillende boren want hij gebruikt ze allemaal.  Hij is verrukt van mijn extra diepe kanalen en zat tot zijn middeltje in mijn mond. Een zak cement op zijn ruggetje gebonden. Hij heeft geen last hoogtevrees. Stoer tandartsje. Op een gegeven moment zat hij zo diep dat ik hem nog een extra tangetje wilde aanreiken om tegelijkertijd iets  aan mijn eksterogen  te doen! Hij begreep mijn ‘awahoewah’ niet… Wat ik dan weer niet begrijp dat zo’n klein ventje zo’n grote rekening kan maken. Voor het komende half jaar is hij gelukkig (en hopelijk) een verre kennis.

Schrijfhandje 29/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht.)

Ze ging op haar roze fiets naar de stad. Ze dacht slim te zijn en plaatste haar fiets gratis bij de tandarts, met de gedachte ‘In de stad wordt-ie zo gejat!’. Tevreden met zichzelf huppelde zij vrolijk van de ene naar de andere winkel, shopte al haar tasjes vol en haar beursje leeg. Ze deed nog ergens een theetje met een vriendin en zag opeens hoe laat het al was. Ze haastte zich naar de tandarts, zocht in alle 26 tasjes naar haar fietssleutel en toen lukte het haar niet de sleutel in het slot te krijgen! Het slot was nergens te vinden, erger: de hele fiets was verdwenen! Ze keek verwonderd om zich heen, vroeg binnen bij de tandarts om uitleg, maar de fiets bleef weg. De tandarts leverde haar een leeg A4jte en twee stukjes plakband, meer kon hij ook niet doen.  Met haar roze lipgloss schreef zij deze boodschap. Voor het geval dat de fietsendief nog eens terug zou komen om te kijken of er iemand haar fiets terug wil….

Opvallend is weer het door elkaar gebruiken van soorten letters, schrijfletters, blokletters, hoofdletters, kleine letters. Het woordje fiets is net iets dikker geschreven,  net iets harder op de lipgloss gedrukt, om duidelijk te maken dat het hier wel om een fiets gaat en niet om iets anders. Je mag alles houden maar de FIETS wil ik terug! Als je dus een fietsendief tegenkomt op een roze damesfiets, spreek hem dan aan en stuur hem snel door naar de tandarts, wil je? Bedankt!

Rolomoment

 

rolo

‘Bedenk goed wat je met je laatste Rolo doet!’ klinkt de bekende slogan van een snoepfabrikant. Je weet vast nog wel het filmpje dat er bij hoorde; een jongetje plaagt een baby olifantje door het dier verlekkerd een  Rolo voor te houden om het snoepje op het laatste moment weer weg te trekken en zelf op te eten. Jaren later komt diezelfde (inmiddels grote) olifant diezelfde (inmiddels grote) jongen tegen. De olifant geeft hem alsnog een draai om de oren.

Zo heb ik jaren geleden mijn vader stilletjes uitgelachen toen hij in aanmerking kwam voor een gebitsprothese. Onze stam is gezegend met fervente surprisemakers en ik herinner me als de dag van gisteren dat ik hem op 5 december verraste met een meer dan levensgroot gebit. Een scharnierend houten raamwerk bekleed met papieren tanden en kiezen, dat echt open en dicht kon. Op strategische punten had ik grote kopspijkers gebruikt zodat het dichtklappen gepaard ging met een gezellig geluidje. Het gedicht stond vol verwijzingen naar de toegeslagen ouderdom.

Twee weken terug mocht ik zelf naar de kaakchirurg. Mijn voormalige tandarts, die in zijn vrije tijd kluste als aannemer, had de beroepen nogal eens door elkaar gehaald. Vandaar dat ik met een mond vol niet meer te repareren cement zat opgescheept  terwijl de dader op een cruiseboot in de buurt van de Bahama’s ligt. Ik geef toe dat ik enigszins gespannen was maar waarom de kaakchirurg mij op een Jip-en-Janneke manier toesprak? ‘Zo, nu krijg je paar prikjes hoor…’ Ik geef niets om prikken maar kreeg toch een complimentje ‘Goed zo!!!’. Ik wilde om een sticker vragen maar kon mijn mond al niet meer bewegen…

Na een potje worstelen waarbij de kaakchirurg tot aan haar elleboog in mijn mond zat, mijn boven kiezen vanachter mijn oogballen trok en mijn onderkiezen van achter mijn knieholten vandaan toverde, werd mij meegedeeld dat ik…. Ik weet het niet meer. Waarom leggen ze die dingen niet vooraf uit in plaats van op het moment dat je hoofd aanvoelt als een eerste prijs pompoen. Twee weken lang heb ik mij een weg gebaand door yoghurt, eierkoeken, water en nog eens water. Binnenshuis gebleven omdat ik er uit zag als een gevalletje huiselijk geweld en omdat ik me niet beter verstaanbaar kon maken dan een slissende groep 8-er met een beugel.

Wat dit met die Rolo te maken heeft? Ik vrees dat de mij toebedeelde surprise dit jaar een rolomomentje gaat worden, een fikse draai om de oren…

Roeping

Roeping

Sommige mensen kiezen een vak vanuit een roeping en dat begrijp ik best. Die mensen voelen een drang, voelen zich geROEPen dat specifieke beROEP uit te oefenen. Maar soms begrijp ik er ook niets van. Neem nou een tandarts. Wie voelt zich nu geroepen om dagelijks in andermans mond te gaan zitten loeren?

Pang! Afgelopen week sprong er weer eens een stuk kies los en moest ik wel een bezoekje brengen aan de ‘tandenbeul’. Ik trof het ook nog eens dat ik naar een nieuwe en daardoor onbekende moest. Mijn trouwe kiezenloerder is met pensioen en vaart nu hoogstwaarschijnlijk kirrend op zijn jacht in de buurt van de Bahama’s. Mijn frequente consulten hebben daar ongetwijfeld een groot deel aan bijgedragen.

Op de site van De Nieuwe staan alle medewerkers afgebeeld; jonge frisse en vrolijke snuiten met puntgave gebitten. Dat er eentje een beetje loenst mag de pret niet drukken. Vol vertrouwen maak ik dan toch maar een afspraak en ben keurig op de afgesproken tijd aanwezig. In de wachtkamer, die vroeger vol hing met gezellige vakantiefoto’s die de tandarts zelf maakte gedurende zijn verre reizen naar prachtige oorden (waarschijnlijk ook door ons gefinancierd…), word ik geconfronteerd met melige ‘Mr. Bean bij de tandarts’ filmpjes, posters met uitgebreide flosinstructies en een borrelende watertap zodat ik nog maar eens naar de wc moet. De assistente zit verscholen achter een hoge balie patience te spelen.

Dan ben ik aan de beurt. Hij loenst een beetje…. Het angstzweet van de vorige bezoeker hangt nog rond te stoel. Ik mis de grapjes van mijn Oude: ‘Bouwval gezocht? Nou, hier gevonden hoor! Haha!’ Een half uur lang laat ik me van alles in mijn mond proppen, proef gruis, bloed en rubber, hoor piepjes, snerpende boren en op de achtergrond Pharrell Williams ‘I’m so happy, clap along if you feel like a room without a roof’…

Het begint te dagen; dit vak kies om je macht over iemand te hebben! Zonder enkele vorm van conversatie laat je iemand met een lubberende lip, schele hoofdpijn en een iets verhoogde bloeddruk betalen voor verleende diensten. En dan zeg ik ook nog eens ‘Bedankt hoor’ als ik weg ga! Roeping? Ik voel me geroepen dit met jullie te delen!

 

tandarts