Tagarchief: taalles

Optizien

opticien

Het groepje migrantendames dat ik wekelijks taalles geef is behoorlijk divers. Qua leeftijd varieert het van 24 tot 59 jaar. Van afkomst varieert het van Litouwen, Argentinië, Thailand, Ghana tot Azerbeidzjan.  Ze hebben dus allemaal hun eigen accent en het is werkelijk prachtig om te zien op welke manier ze Nederlands met elkaar praten. Ze moeten wel, het is op dat moment de enige connectie. Als je dan nagaat dat hun onderwijsachtergrond ook heel uiteenlopend is, van docente autistische kinderen, manager met hbo opleiding tot net aan lagere school, dan snap je wel dat het voorbereiden van zo’n les best wel wat tijd en creativiteit vergt. Aan de andere kant natuurlijk ook een uitdaging het voor elkaar te krijgen. En soms lukt dit en soms ook gewoon niet.

Iemand wilde uitleggen waar zich een bepaalde winkel bevindt in Apeldoorn. ‘Dan ga jij bij die lamp om de hoek’. ??? Even doorvragen welke lamp, een lampenwinkel misschien? Een lichtgevend reclamebord? ‘Nee, die lamp voor de rood en groen!’.  Aha, die lamp!

Deze week een tekstje gedaan over ogen. ‘Heb jij problemen met jouw ogen dan moet jij naar de optizien!’, dit klinkt toch heel logisch?

‘Jij kunt last hebben van baaiziend of vurziend’, met de nadruk op ziend. Het viel nog niet mee dit verschil uit te leggen.

Dat de geribbelde stenen in het trottoir bedoeld zijn als begeleiding voor blinde mensen, daarvan viel hun mond open. Ook van een dame die hier al zeven jaar woont, ze had de ribbels wel gezien maar nooit geweten waar ze voor dienden.

De dames waren het wel snel met elkaar eens dat het reuze eng is om je ogen te laazeren…. Lijkt mij ook 😉

Advertenties

Apelstaartje

Dat is toch helemaal niet gek gedacht: je woont in Apeldoorn en daar hebben ze apelstaartjes…

apestaartje

De verwondering blijft. Tijdens mijn taallessen aan migrantenvrouwen, over hoe vreemd onze taal toch is. Waarom zeggen wij wel schoonmoeder, schoonvader, schoonzus maar niet schoonbroer? Ik kon het niet uitleggen.

Waar maken wij van die vreemde samentrekkingen? Neem nu het woord ouderwets. Ze weten feilloos wat ouder is maar wat is wets? Of piepklein. Klein kennen ze wel maar piep? Of antikraak…antiek watte?

Als je de woorden niet kent zeg dan gewoon wat je ziet: lepels hang je aan een lepelhang, een hoogslaper is gewoon een tweede etagebed en teentjes noem je vingers aan de voet.

Vanmorgen werd weer eens pijnlijk duidelijk dat wij Nederlanders ook maar slordig praten hoor. Als wij aan iemand vragen ‘Hoe is het?’ hoor je eigenlijk niet meer dan ‘Hoezit?’. De dame aan wie de vraag gesteld werd sprong meteen van haar stoel en zei ‘Goed! Zit goed!’… Zo vroeg een jongeman vorig jaar in mijn groep in Zoetermeer ‘Wat is kozentijd?’. Na veel zeggen en nazeggen begreep ik hem, ja na het niezen roepen wij ‘Gezondheid!’.

Een andere dame vertelde haar blunder ook maar meteen. Zij stond in een winkel voor woninginrichting en vroeg de behulpzame verkoper om ‘een stapel kusjes’. Met rode konen stond de goede man handenwringend om zich heen te kijken totdat hij begreep dat het slechts om kussentjes ging. Ze gierde het uit vanmorgen en riep; ‘Ja, ik goed bezig!’. En dat was ze!

 

Sintspin en broodschoen

 

sintcadeautje

Ik loop in de stad en zie twee zwarte pietjes met stickers van de plaatselijke bakker op hun rug. Kleine kinderen beginnen te stralen. De pietjes, net een kop groter, delen met gulle hand de nootjes. Grote kinderen kijken met een schuin oog begerig naar de gratis uitdeelpunten. Volwassenen sjouwen dikke tassen maar kijken toch vertederd toe. Iedereen humt ‘O kom er eens kijken’ mee met het draaiorgel. Echt 3 december.

Met ‘mijn’ taalgroepje van migrantenvrouwen heb ik het afgelopen week ook over Sinterklaas gehad. ‘Kom’,  riep ik enthousiast, ‘we gaan een woordspin van Sinterklaas maken!’ Een Nederlandse traditie in combinatie met taal, beter krijg je het niet. Speculaas, cadeautjes, pepernoten, de kleding en de liedjes, ze wisten er alles van. Het schoen zetten vinden ze maar vreemd, vooral bij Albert Heijn. Ook de Jumbo zorgt voor verwarring door schoenen van brood neer te zetten. Wordt het dan ‘Sinterklaas cadeautje, gooi wat in mijn broodje!’??? De ophef over Zwarte Piet begrijpen ze niet, vinden ze zonde van de tijd. Conclusie: ze vinden het een super leuk feest! Maar als ik vraag of ze het zelf ook gaan vieren kijken ze me aan als of ik vraag of ze in hun blootje met het circus mee willen. Ze leggen me uit: ‘Dat ies alleen voor die klaine kiendjes!’…

Een kromgegroeid oud vrouwtje klapt in haar handen van blijdschap als zij de pietjes in beeld krijgt. De pietje spelen het mee en geven haar een handje snoepgoed. Verrukt laat zij het aan haar zoon zien. Zo blijft het toch een kinderfeest…

Na de les kwam er nog een jongedame naar me toe: ‘Mag ik vragen, wat ies één sintspin?’. Gelukkig had ik de bewijzen nog.

sintspin

 

Puntenslijper

puntenslijper

Weer een verrijkende taalles achter de rug. Na de eerste paar lessen wat aftasten en kennismaken nu met serieuze lessen begonnen. Niet eenvoudig omdat er zoveel verschil is in niveau en interesses. Wil de één zo snel mogelijk de Nederlandse taal onder de knie krijgen om aan het werk te kunnen gaan, de andere wil zich kunnen redden op de school van de kinderen en bij de dokter. Wat ze gemeen hebben is een niet jofele achtergrond. Als ik aangeef het niet fijn te vinden (lees: bang ben!) in het donker alleen over straat te gaan wordt ik uitgelachen! ‘Waar ben je bang voor? Hier is het veilig, geen oorlog!’ Sterke vrouwen.

De groep die ik begeleid heeft moeite met lezen en spreken. Daar werken we aan. Vandaag gaat het over werken, personeelsadvertenties, cv opsturen, flexibele werktijden, enthousiaste medewerker, collega’s en dat soort dingen. Al doende/pratende komen we moeilijkheden tegen.

  • ontslagen is niet het zelfde als slagen voor een examen en geslagen is niet hetzelfde als geslaagd.
  • bewegen is niet hetzelfde als wegen en wegen kan iets anders betekenen dan twee maal een weg.
  • een geschikte baan is een baan die bij je past maar hier gaat het niet om de kledingmaat.
  • de vrouwelijke vorm van een verkoper is niet een verkoperster
  • een van oorsprong Vietnamese dame warmt nog wel eens een maaltijd op als ze lang gewerkt heeft vindt  ‘eten van gieteren veel lekkeldel’.
  • als de dames iets willen opschrijven gebruiken ze bij voorkeur een potlood, dan kunnen ze eventuele foutjes uitgummen, maar ja, als je punt breekt moet je toch zoek naar een ‘pointsluiper’…

Nieuwe werkplek

 

oude-ambachtsschool

Kijk eens wat een prachtig mooie nieuwe werkplek ik heb! Het is de voormalige Oude Ambachtsschool, gebouwd in 1905. En dat het een school is kun je duidelijk zien. Hoge lokalen met hoge ramen, naar buiten kijken lukt vanaf je stoel echt niet. Prachtige granieten vloeren en stevige stenen trappen die al zoveel schoenen voorbij hebben zien komen. Het klinkt ook als een oude school. Getiktak op de gangen en holle geluiden met echo’s tot ver in het trappenhuis. Je vraagt je wellicht af hoe het mogelijk is dat het er, dik 100 jaar later, zo netjes uitziet?

De ambachtsschool heeft een nieuwe naam, ROC, en een nieuw onderkomen, verderop in de wijk, gekregen. Het gebouw stond er daarna wat verloren bij. Te goed voor de sloop en te duur voor 1 koper of huurder. Tot er iemand op het lumineuze idee kwam er verschillende projecten in onder te brengen. Alles werd opgelapt en van een fris verfje voorzien. Het verhuren kon beginnen. Nu zit er onder andere een kindercoach in, maar ook een yoga instructeur, een dame die er kooklessen verzorgd, een slijterij, diverse fotografen, kledingverhuur, iemand die levenstherapie geeft en een stichting die taallessen geeft aan migrantenvrouwen.

Eigenlijk is het niet meer dan een gevalletje ‘het-bloed-kruipt-waar-het-niet-gaan-kan’: ik werk nu op vrijwillige basis bij die laatst genoemde stichting. En wat is het weer leuk! Vanmorgen mijn eerste les aan ‘mijn eigen’ groep gegeven. Diverse nationaliteiten, leeftijden en vooral achtergronden. Wat hen bindt is de drang het veelal onlogische Nederlands onder de knie te krijgen. Het levert weer de nodige hilariteit op. Voor de zekerheid meld ik hier nogmaals dat het geenszins mijn bedoeling is de leerlingen belachelijk te maken, ik vind ze juist ontstellend dapper, maar ik wil laten zien hoe moeilijk onze taal eigenlijk is.

  • Ik stel me netjes voor: ‘Ik ben Carla en woon zeven maanden in Apeldoorn.’
  • Reactie: ‘Uit welk land kom jij dan?’

Door de verschillende landen van herkomst hoor ik ook net zoveel verschillende uitspraken. Op de vraag ‘Waar zijn jouw kinderen nu?’ hoor ik:

  • Pautersjchol!
  • Pieterskool!

Ze mogen de uitgeprinte tekst hardop voorlezen en opeens hoor ik:

  • Main zoes bakt één ouwentaart

Nu denk ik bij taart ook het eerst aan zoet, fruit, chocola en slagroom en niet direct aan ‘uientaart’…

De binnenkant blijkt dus ook nog eens prachtig te zijn. Voor de leerlingen, die vandaag geen taaitaai bij de koffie wilden want zo’n raar koekje hadden ze nog nooit gezien. En voor de docenten, want wat is het leuk en hopelijk zinvol om te doen!