Tagarchief: taal

Over taal en Bob

Apeldoorn begint langzaamaan weer wat leeg te lopen. De toeristen keren weer huiswaarts. Een mooie omgeving om vakantie te vieren maar naast de eigen haard tikt het klokje thuis toch ook weer prima.

Soms vraag ik mij af: als wij Nederlanders soms al zo’n moeite met onze eigen taal hebben hoe is dat dan voor hen? Neem nou dit bord:

Roept Rob uit Groot Brittannië nu steeds: ‘I am Rob, not Bob!’ En denkt hij: ‘Waarom moet ik mee naar huis?’ En denken de Fransen: ‘Keskesekke Bob?’ En de Zweden: ‘Böb?’

Wat moeten ze dan hier wel niet van denken?

Een losse eetkamer zoekt stoelen? Deze stoelen gaan helemaal los in de eetkamer? Lekkere losse stoelen die je zelf nog in elkaar moet zetten?

Pas op voor de onderkant? Van wat? Van de tafel? Van het stuk piepschuim? Van het briefje? Oh…voor de onderkant van de speldjes! Maar spelden prikken toch altijd?

Deze is helemaal verwarrend… Bovenaan staan de cremè potten: er moet ergens een streepje op maar waar en naar welke kant? Daaronder staan op twee planken links de vòòr buiten potten, ik neem aan voor de voortuin? En rechts de tuinpotten, die kunnen overal in de tuin? Je ziet duidelijk verschil…toch? Daaronder staan de zwarte potten, dat is dan weer lekker helder.

Dit bordje hing bij de boeken. Ik zou niks durven pakken! Stel je voor, dan moet  ALLES terug en nog GRAAG ook! En dan niet liggen en slordig, maar ZETTEN + NETJES!!! Nou ja, een bedankje kan er dan nog wel af.

Tja, taal blijft zeg maar een dingetje…. 😉

Advertenties

Leezen en fluiten

Afgelopen week las ik ergens dat ‘mond-op-mond-reclame’ tegenwoordig goed gerekend wordt. Zo eng! Mond-tot-mond is me dichtbij genoeg. De reden vond ik nog enger: ‘omdat iedereen het tegenwoordig zo schrijft.’ Dus als we ons met z’n allen maar lang genoeg blijven beseffen dat hun gelijk hebben…. Auw, gruwel, dat doet toch pijn?! En wat te doen met de dialecten? Gisteren zag ik dit op een Twentse markt:

Bloazen of prebeeren,

Is wa koopm,

Dus betaaln

De prijs was met een stickertje geplakt, vandaag 3 euro en in een rijkere gemeente 5 euro? Veel geld voor een fluitje van 1 cent…. Maar rekenen we dit taalgebruik nu fout? Of vinden we het juist charmant?

Nog zo iets, een naam van een streekproduct. Gaat het om pèrkes voor je knie? Is het een kès waarin geknieperd kan worden? Zijn het èrkès gemaakt van kniep? Gelukkig was het snel te ruiken waar het over ging: heerlijke koekjes! Het deeg werd door een Twents ambachtelijk knieperkesbakkertje geknepen in een smeedijzeren knieperkesbakijzer en daarna door moeder de vrouw opgerold, in een zakje gedaan en aan de man gebracht met de opeens universele woorden ‘Lekker hoor!’

Vaak gaat taal ook over de manier waarop iets gezegd wordt maar ook de toon van schrijven is doorslaggevend. Toen ik dit zag: wat metalen borden in een bak gesmeten, op de grond gegooid en dan een briefje erbij met de tekst: ‘Zoek uit!’ Dan denk ik meteen: ‘Zoek het lekker zelf uit!’

Taal blijft een wonderlijk iets! Het leeft dus verandert! Maar geef dit blogje toch maar mond-tot-mond door… 🙂

Apelstaartje

Dat is toch helemaal niet gek gedacht: je woont in Apeldoorn en daar hebben ze apelstaartjes…

apestaartje

De verwondering blijft. Tijdens mijn taallessen aan migrantenvrouwen, over hoe vreemd onze taal toch is. Waarom zeggen wij wel schoonmoeder, schoonvader, schoonzus maar niet schoonbroer? Ik kon het niet uitleggen.

Waar maken wij van die vreemde samentrekkingen? Neem nu het woord ouderwets. Ze weten feilloos wat ouder is maar wat is wets? Of piepklein. Klein kennen ze wel maar piep? Of antikraak…antiek watte?

Als je de woorden niet kent zeg dan gewoon wat je ziet: lepels hang je aan een lepelhang, een hoogslaper is gewoon een tweede etagebed en teentjes noem je vingers aan de voet.

Vanmorgen werd weer eens pijnlijk duidelijk dat wij Nederlanders ook maar slordig praten hoor. Als wij aan iemand vragen ‘Hoe is het?’ hoor je eigenlijk niet meer dan ‘Hoezit?’. De dame aan wie de vraag gesteld werd sprong meteen van haar stoel en zei ‘Goed! Zit goed!’… Zo vroeg een jongeman vorig jaar in mijn groep in Zoetermeer ‘Wat is kozentijd?’. Na veel zeggen en nazeggen begreep ik hem, ja na het niezen roepen wij ‘Gezondheid!’.

Een andere dame vertelde haar blunder ook maar meteen. Zij stond in een winkel voor woninginrichting en vroeg de behulpzame verkoper om ‘een stapel kusjes’. Met rode konen stond de goede man handenwringend om zich heen te kijken totdat hij begreep dat het slechts om kussentjes ging. Ze gierde het uit vanmorgen en riep; ‘Ja, ik goed bezig!’. En dat was ze!

 

Schrijfhandje 7/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht.)

 

Soms loop je ergens langs en zie je in je ooghoeken wel iets staan, liggen, zitten of hangen maar wat je ziet sla je niet direct op. Zou trouwens ook reuze vermoeiend zijn als je alles moet opslaan wat je tegenkomt… Zo kan het dan gebeuren dat je even later opeens denkt: ‘Hè, wat zag ik daar nou???’. Het overkwam mij met deze boodschap. Ik ben terug gelopen om te kijken of ik het goed gezien had (en om de foto te maken).

vind-je-hier

‘Vind je hier’. Nou..fijn zeg! Maar wat vind ik dan? En waar precies? Hoeveel zijn het er? Is het er ook in de andere kleur? Wat kost het? Wil ik het wel vinden? Wil ik het wel hier vinden? Is de aanspreektitel ‘je’ alleen voor jongeren bedoeld en kan  ik gerust doorlopen? Gaat het om een ding vinden? Of een mening hebben, wat vind je er van? Of een soort loket voor gevonden voorwerpen? Ik gaf het op…

Ik liep hoofdschuddend verder. Nog één keer keek ik om naar het vreemde bord. En toen…ja, toen zag ik de achterkant! Of beter gezegd de voorkant! Daar stond ‘Wat je zoekt’.

Taalpraatje 6

 

toekomst

Eigenlijk zou er achter de titel tussen haakjes ‘slot’ moeten staan… Wegens de aankomende verhuizing heb ik afscheid moeten nemen van mijn taalklasje dus is dit voorlopig het laatste taalpraatje. Omdat er momenteel niet veel anders in mijn hoofd zit hebben we het, hoe kan het ook anders, over huizen gehad. Begrippen als etage, begane grond, kelder, dakkapel, glazenwasser, lift en servicekosten kwamen aan bod. Een dwarsdoorsnede van een huis op het bord getekend, alles benoemen en de leerlingen maar knikken, ja ja! Even checken:

  • Hoe heet de ruimte waar je eten kookt?

De keukenkamer!

  • Waar gebruik je dit? (plaatje van Page toiletpapier laten zien)

In de wc-kamer! Maar waarom staat hond op papier???

  • Wat staat er in de keuken?

De magtrowave!

  • Wie wonen er nog meer bij jou in de flat?

   Heel veel boeren!

Na het Sinterklaasfeest, waarvan ze het schoenzetten echt niet begrepen, op naar het Kerstfeest. Dat kennen ze natuurlijk wel:

      Is ook met oude man met lange witte haren op knie!

Ja die! 😉 Om de Nederlandse gewoonte van het kerstkaart sturen kracht bij te zetten had ik voor ieder van hen een kaartje meegenomen. Ze waren al zo blij met de envelop ‘Voor mij???’. Dan geeft mijn hart een krimp. Ik ken ze pas drie maanden maar wat ben ik met ze begaan. Jonge sterke mensen (21-28 jaar) in de bloei van hun leven op zoek naar…naar wat eigenlijk? Halverwege hun zelf gekozen studie in hun moederland vluchten naar een vreemd en ver land. Helemaal alleen. Meteen vast aan allerlei regels, eerst inburgeren anders kun je niks, mag je niks en krijg je niks. In de leeftijd dat onze kinderen zich volop ontplooien, wellicht gaan settelen blijven zij maar wachten en zoeken en afvragen. Wanneer zie ik mijn familie weer? Kan ik die studie in Nerdeland ook doen? Vind ik hier de baan waarvoor ik ginds ben opgeleid? Waarom doen sommigen mensen zo afwijzend tegen mij? Ik heb grote bewondering voor hen! Zoveel doorzettingsvermogen, aanpassingsvermogen, lef en inzet! Ik ken Nederlanders die nog niet een derde hiervan bezitten…

Wat schrijf ik dan op het kaartje? Hoe wens je iemand ‘Gelukkig Nieuwjaar!!!’ terwijl man en kind in een ander werelddeel wonen, terwijl contact met eigen ouders gevaarlijk kan zijn, terwijl je graag wilt werken maar werkgevers je om onduidelijke redenen afwijzen. Ik heb uiteindelijk gekozen voor ‘Ik wens je een mooie toekomst!’. Toen moest ik wel eerst gaan uitleggen wat wensen betekent en wat toekomst betekent en de figuurlijke bagage die meegenomen wordt…maar de vrije vertaling werd ‘Ik wil graag dat het goed met je gaat!’.

En dat hoop ik van harte! Voor iedereen eigenlijk maar voor hen net ietsje meer 😉

 

Taalpraatje 5

glas half vol

 

Verbazingwekkend hoe vaak ik er naast zit…

 

Doorgaans ben ik blij met ‘mijn’ jonge taalgroep omdat ze op die leeftijd (tussen de 20 en 30 jaar) vaak ook een beetje Engels kunnen. Het helpt met vertalen. Soms pakt het verrassend uit.

  • Ik zet de wijzers van de klok op zeven uur en vraag ‘Hoe schrijf je dat digitaal?’
  • ‘zeven pointje nul nul!’

 

 

Gisteren heb ik de leerlingen pagina’s uit tijdschriften gegeven met de opdracht te vertellen wat er allemaal te zien is. Een hele goede oefening om de woordenschat te vergoten. En om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat het uitsluitend om uiterlijkheden gaat. Een lesje over innerlijke zaken volgt, dingen die je niet kunt zien. Karaktereigenschappen en tegenstellingen daarin. Daarna hebben ze het toegepast op henzelf. Ben je druk of rustig, netjes of slordig, enz.

  • ‘Ben je egocentrisch of deel je graag met anderen?’
  • ‘Ik ben egocentrisch!’
  • ‘Ik geloof er niets van.’
  • ‘Ja hoor mevrouw, ik woon helemaal alleen!’

 

 

Het verschil tussen pessimistisch en optimistisch heb ik uitgelegd met behulp van een glas, voor de helft gevuld met water.

  • ‘Ben jij pessimistisch of optimistisch?’
  • ‘Eh…ik wil volle glaasje!’

 

En soms komen ze met vragen die niets met de les te maken hebben maar voor hen o zo belangrijk zijn.

  • ‘Mevrouw, mag ik jou vragen?’
  • ‘Natuurlijk!’
  • ‘Wat betekent kozentijd?’
  • ‘Eh…kozentijd?’
  • ‘Ja, jij zeg kozentijd als ik niezen!’

 

 

 

 

 

Taalpraatje 4

lach en traan

Huilen en lachen. Huilen van het lachen. Lachen omdat je moet huilen. Het ligt zo dicht bij elkaar.

Een Afghaanse dame kwam vanmorgen redelijk overstuur binnen: er was een familielid van haar overleden vorige week. Zij deed niets anders dan de familie helpen, ‘koekie maken’, troosten omdat iedereen ‘veel huilen’. Het ergst was dat zij of haar man niet naar Afghanistan kunnen voor de begrafenis…’ is gevaarlijk van Taliban’ .

Toch lesgegeven, gesproken over ontbijt, lunch en diner. De anderstaligen verbazen zich over de enorme hoeveelheid brood in Nederland en ook nog eens zoveel soorten. Ik verbaas me over sjero en insjera, traditionele gerechten uit Eritrea die zo gekruid zijn dat de tranen in je ogen springen en die de lunch vormen. Daarna mochten zij vertellen wat ze lekker vonden en wat vies.

  • Ik vind vlees lekker en groenten ook
  • En vies?
  • Ook lekker, hmmm viesje!

Om de taalles zijn naam eer aan te doen een fikse taaloefening voorbereid: maak de omdat-zinnen af.

  • Ik ga naar de kapper omdat… wat is een kapper?                                                                              In Afrika, zo leerde ik,  heb je een barbier voor de mannen en een beautysalon voor de vrouwen en natuurlijk niet 1 gezamenlijke kapper.
  • Zij doet wanten aan omdat…want???                                                                                                   Om het nog moeilijker te maken : handschoen en want…wat een rare woorden eigenlijk!
  • Ik doe een bril op omdat…voor wind op fiets?…voor zon?….oogjes niet goed!                    Drie kansen!
  • Hij stuurt een kaartje omdat…ik niet zelf kopen bij trein.                                                                Is een optie, wie heeft het hier over verjaardagen of zo?
  • Hij doet de tv uit omdat…electri  weer uitgevallen.                                                                        Het is maar wat je gewend bent…

Ik vroeg heel belangstellend aan een jonge vrouw van 28 jaar waarvan ik wist dat ze een tienjarig kind heeft, of de herfstvakantie goed geweest was, lekker vrij en zo. Vertelt ze mij dat haar kind in Etiopië zit en haar man in Soedan…

In tijd van twee uurtjes liggen we soms dubbel van de lach en soms knipperen we met onze ogen om niet te gaan huilen.

Taalpraatje 3

winkelen

We zijn aan een nieuw projectje begonnen. Ik merk dat het makkelijker werkt als je een paar weken een thema hanteert. Nu praten we over boodschappen doen. De dagelijkse boodschappen. Lekker eenvoudig. Dacht ik. Niet dus….

Om het aanschouwelijk te maken had ik voor iedereen een fleurige folder gescoord bij de Jumbo waar een plattegrond van de pas geopende winkel op stond. Het begon al moeilijk met het woord ‘afdeling’. Delen oké, het zijn verschillende delen van de winkel. Maar af?  Wat te denken van de term ‘flesseninname’? Na mijn uitleg, een klein half uur later, want waarom zou je flessen in een kast met een gat stoppen, begreep ik dat sommigen dit nog nooit gebruikt hadden. Aan de andere kant: de gratis-koffie-hoek kenden ze wel. Iemand beweerde zelfs een bankje te zien waar je kunt zitten en koffie drinken maar… dat bleek achteraf de toonbank van de verse bakker. Misschien toch een goed idee! En nee, pindakaas vind je niet op de kaasafdeling en nee, de kaasafdeling is niet hetzelfde als de kassa.

Vandaag op het whiteboard een serie winkels geschreven, bakker, slager, groenteman, enz. Op mijn vraag ‘Waar koop je een half brood?’ was het antwoord ‘Bij de Digros!’ niet fout te rekenen. Toch maar weer aanschouwelijk maken en een stapel kaarten met afbeeldingen van boodschappen erbij gehaald. ‘Sperziebonen’ worden vooral door de vrouwen herkend. Een zakje met gebroken sperziebonen noem je dan al snel ‘bonetjes’ die je bij de ‘groentemand’ koopt.

Een stukje cultuur aanleren hoort er ook bij natuurlijk. Bij de vraag ‘Wat is typisch Nederlands eten?’ merk je weer hoe moeilijk de taal toch is. Ze weten het antwoord wel maar soms komt het wat vreemd uit. Typisch Nederlands zijn ‘hakkeballen’, ‘onderbijtkoek’, ‘stroepkoekie’ en natuurlijk het onnavolgbare ‘drop’. Eén van de negen kende drop, de anderen hadden het nog nooit gegeten. Mijn meegebrachte zak ging rond. Heel voorzichtig werd er door iedereen eentje uitgenomen gevolgd door negenvoudig ‘dankjewel’. De dropjes werden om en om gedraaid, er werd aan geroken, voorzichtig aan gelikt en toen de eerste durfde en ‘lekker!’ riep volgde de rest. De smaken zout en zoet zaten door elkaar in het zakje, ik zag precies wie welke smaak had. Die gezichten…geen taal nodig!

Schrijven en lezen

Al eerder heb ik eens vermeld dat er een wereld van verschil is tussen schrijven en lezen. De schrijver schrijft en de lezer leest. De schrijver schrijft een verhaal met een bedoeling, intentie, probeert sfeer en indruk over te brengen. Als de lezer leest wat de schrijver geschreven heeft kan de lezer het toch heel anders interpreteren dan de schrijver bedoeld heeft. De lezer leest er iets anders in.

Zo heb ik meegedaan aan een gedichtenwedstrijd. Voor de verandering. Meestal kom ik niet verder dan een fikse 5 decemberrijm maar om dat nou onder de categorie gedichten te plaatsen gaat wat ver (veel te ver). Waarom nu wel dan…omdat de opdracht mij aansprak. Het moest namelijk een beeldspraak zijn, een gedicht over een ding. Dus niet over duistere sferen, zweverige gevoelens, onduidelijke metaforen of andere vage dingen. Gewoon over een ding.

Ik deed mijn best, perste er twee uit mijn letterkast en stuurde ze beiden in. Eentje heeft er gewonnen en komt in een bundel. Welke denk jij?

Deze:

Elke dag, als ’t even kan

(soms zelfs vaker, dat ligt er maar net an)

houd ik je liefdevol vast.

Terwijl ik je gepast betast

raak ik bijna buiten zinnen,

wil meteen met je beginnen.

Samen nieuwe verhalen maken.

Voelen, doen, niet verzaken.

Ik stuur je gretig waarheen ik wil,

jij volgt volgzaam elke gril.

Dan weer grijp jij de macht,

handelt onverwacht.

Wie stuurt wie, ’t is om het even

zolang we allebei maar alles geven.

Op de top van de wereld beland

staan we gelukzalig hand in hand.

Elkaar gevonden.

Samen zen.

Ik

en mijn schrijvende pen.

Of deze:

Twee pootjes

Twee vleugels

En een brug.

Zonder jou

Bots ik gauw

Geef mijn bril terug!

 

 

Eerst denken of eerst doen?

Reclame maken: het is een vak apart. Het is een vorm van taalgebruik waarmee je de lezer op het juiste spoor kunt zetten, ergens naar toe kunt leiden, verleiden, verrassen, overhalen. Maar het kan ook finaal de andere kant opgaan… Even een paar boodschappen gedaan en kom met een hoofd vol vragen terug.

DSCN3467

Wat een grappig bord hè! Je ziet het toch meteen voor je: een stel goeie vrienden die voor de lol een autohandeltje zijn begonnen. Hebben leuke overalls laten bedrukken (met maar één spelfout) . Hebben een aardig pandje (oude schuur) op de kop getikt met een goeie koffiemachine (meegenomen uit een vorige baan). Bedekken de smoezelige wanden met  afbeeldingen van smoezelige maar goed uitgedeukte dames. Eén noemt zich de baas want hij heeft het bedacht. Een ander heeft ooit een cursus fietsenmaker gevolgd (als bijvak). De rest is gek op mooie auto’s. Met andere woorden dit komt niet erg serieus over. De site laat het tegenovergestelde zien (uit nieuwsgierigheid toch gekeken) maar is het dan niet te laat?

DSCN3483

Deze is ook wel bijzonder: een dinerkaars guirlande! Lijkt me zo leuk, je zet er vier dinerkaarsen (raar woord alsof het alleen maar tijdens het avondeten mag) in, steekt ze aan en hangt de slinger op. Andere optie is om eerst de slinger op te hangen en dan de kaarsen aan te steken. Voor nog geen 7 euro toch een hoop geknoei tijdens het diner. Voordelig hoor!

DSCN3484

Deze vind ik ronduit slecht: hoe ga ik dat nou weer aan ‘mijn’ anderstaligen uitleggen… Ik denk eerder aan ‘Goed gebakken’ of ‘Je zit gebakken’ of ‘Bak er wat van’ of ‘Wat een bak’. ‘Aan de bak’ maar ‘In de bak’ dan weer niet…

Reclame luistert nauw!