Tagarchief: superman

Milieuramp

(Dit verhaal heb ik ingezonden voor een schrijfwedstrijd georganiseerd door uitgeverij Ecmyk. Het bijzondere aan deze wedstrijd was dat de cover van het boek al bekend was, deelnemers moesten een verhaal schrijven dat hierbij past. Mijn verhaal werd goed genoeg bevonden en is geplaatst in het boek!)

schrijfwedstrijd ecmyk (Mobile)

 

‘Wanneer doen wij het nou eens?’ De vragensteller is 124 centimeter hoog, draagt een afgeknipte spijkerbroek en een smerig (alweer?!) supermanshirt. Om het verzoek kracht bij te zetten schuift hij zijn zusje naar voren ‘Zij wil het ook heel graag!’. Zijn grote broer staat op veilige afstand te luisteren. Die zet zijn gezicht op ‘Het interesseert me niets’ passend bij zijn leeftijd, maar blijft toch quasi nonchalant in de buurt hangen. Ik verbijt een glimlach en stuur hen alle drie door naar de andere ouder. Ze rennen. ‘Pap, wanneer…?’ Het gewenste antwoord blijft uit want vaderlief bromt ‘we hebben niet eens zo’n ding.’

Twee weken later. Gegiechel in de gang. Superman vraagt om een hoekje van de keukendeur ‘Mam, heb je nog plakband?’ Ik geef het hem, nog wat zuinigheid afdwingend, en meteen stormen drie paar kindervoeten de trap op. De oudste heeft duidelijk de leiding ‘Nee, ik knip, daar zijn jullie nog te klein voor’. Mijn nieuwsgierigheid bedwingend en allang blij dat ze even geen ruzie maken, begin ik aan het avondeten. Ook tijdens het eten wordt ik niet veel wijzer van het gegniffel en de geheime oogcontacten. Als vader mij over de sperziebonen vragend aankijkt haal ik stilzwijgend de schouders op. Na het eten verdwijnen ze, nog net niet hand in hand, weer naar boven. Er klinkt een schaterlach, een hard maar onverstaanbaar gefluister, een dreun, een ‘Pas nou op!’ en net als ik me niet meer wil beheersen roffelen ze de trap af. Met rode konen, schitterende ogen en de handen op de rug kijken ze samenzweerderig naar elkaar en hoopvol naar ons. ‘We hebben wat’ begint de oudste. ‘Zelf gekocht!’ voegt superman toe. Zusje maakt het af ‘en het is voor ons allemaal’. Er wordt een pakje tevoorschijn getoverd, ingepakt in…hé had ik dat tijdschrift al gelezen?…voorzien van een ruime hoeveelheid plakband. Het opgeplakte kaartje is duidelijk door superman geschreven ‘Vor ons alemaal’. Toch wordt het geheimzinnige pakketje overhandigd aan de vader. Voor de lol schudt hij het wat heen en weer maar staakt hier subiet mee als hij het vervaarlijk hoort rammelen. ‘Pak het nou ui-huit!’smeekt de oudste. Superman houdt het niet meer en verklapt schreeuwend ‘Het is een barbecue!!!’. Vader is duidelijk van de wijs want hij komt niet verder dan ‘Zo zo’.

Twee weken later. ‘Wanneer doen we het nou eens?!’, ‘ We hebben nu toch zo’n ding?!’, ‘Ja, voor ons allemaal!’. Een hulpzoekende blik naar mij. Ik knik, toe maar, je kunt het. ‘Even een schroevendraaier halen.’ De barbecue moet namelijk eerst nog in elkaar gezet worden. Na openen van de doos rollen er zevenentwintig onderdelen over de tuintafel. Vader kijkt, schat, past, past nog eens, schroeft en zucht ‘Een kruiskopschroevendraaier nodig’ Als er achtenveertig minuten en zeven lelijke woorden verstreken zijn lijkt het een klein beetje op een barbecue en zijn er nog maar vier onderdeeltjes over… ‘Pap?’, ‘Wat is er meisje?’, ‘Wat is dit?’, ‘Grmpf…de gebruiksaanwijzing!’ Het bouwsel wordt onmiddellijk gedemonteerd en binnen vijf minuten zit deel a aan deel b, past hendel f precies in gat z. ‘We kunnen!’ roept hij dan nog trots ook.

De barbecue wordt zorgvuldig op het gras gezet en gevuld met kooltjes en een aanmaakblokje. Voor de zekerheid twee aanmaakblokjes. Pap wacht, blaast, wappert en is al snel warmer dan het apparaat. De kinderen maken een vreugdedans en zingen ‘Ik wil een varken en een koe, op onze nieuwe barbecue!’. Omdat een en ander toch te langzaam naar vaders zin gaat liggen binnen de kortste keren alle dertien aanmaakblokjes tussen de kolen. Met als gevolg dat we nog geen kwartier later gezamenlijk zitten te hoesten als oude mannetjes behept met bronchitus. Zusje roept angstig ‘Mam waar ben je?’. Over de schutting verschijnt een wapperende handdoek ‘Zo buurman, volg je een cursus rookseinen?’. De kolen staan intussen in lichterlaaie. ‘Brand!!!’ roept superman verrukt. ‘Dit hoort zo hoor’ klinkt de verdediging. ‘Ik heb honger’ dreint de oudste. Ik doe een aanbod ‘Zal ik vast wat binnen wat wokken? Alleen voor de eerste trek natuurlijk.’ Tegen de tijd dat de kooltjes verast zijn steekt er een klein briesje op, genoeg om de kipsateetjes te voorzien van een laagje grijze spikkels. Dan geeft hij zich eindelijk over. ‘Kun je nog iets wokken? Binnen.’

Twee weken later. ‘Erg hè mam’ Ik kijk naar de nog steeds geblakerde rechthoek in het gras. Tja toch gauw zo’n halve vierkante meter natuurschoon nodeloos verwoest. De deurbel. ‘Goedemiddag mevrouwtje’, twee priemende ogen onder een politiepet richten zich op mij. ‘Wilt u hier eens naar kijken:

cover

Deze foto is twee weken geleden gemaakt en we zijn op zoek naar wie dit op zijn of haar geweten heeft. Weet u hier iets van?!’.

Advertenties