Tagarchief: stoplicht

Coronavaria

Als groot fan van Paulien Cornelisse kan ik nooit meer normaal naar dit bordje kijken. In één van haar shows ging zij dieper in op deze man. Dat hij met uitgestrekte vinger het knopje indrukt, dat hij linkshandig is, dat hij daarbij volledig geconcentreerd precies naar het knopje kijkt, dat zijn absurd kleine voetjes duiden op een moeilijke jeugd. Wie drukt er nou met gestrekte vinger, wie doet dat? Iedereen drukt toch met de duim? Destijds moest ik er hartelijk om lachen, tegenwoordig krijg ik er de kriebels van: IEDEREEN DRUKT! Ik heb intussen eelt op de ellebogen door het openen van deuren, het vasthouden van roltrapleuningen, het aantikken van lichtschakelaars maar zo’n klein knopje indrukken lukt echt niet. Wie gaat een manier uitvinden dit coronavrij te kunnen doen…?

Over ellebogen gesproken, ik vind zo’n natte armhoek maar niks, daarom nies ik illegaal in een papieren zakdoekje. Vraagje: waar laat ik dat natte zakdoekje als ik buiten op straat loop voor een frisse neus. In mijn jaszak? Waarin ook mijn sleutel zit? In mijn hand? Die ik niet kan wassen? Hoe doe jij dat?

Waar ik een tikkie moe van word is de uitdrukking: iemand een hart onder de riem steken! Het klopt ook helemaal niet. Tenzij je hart een stuk is afgezakt of tenzij je je riem belachelijk hoog draagt. Ik heb het uitgezocht: de uitdrukking stamt uit het 18de eeuwse soldaten leven. Bij het woord ‘hart’ moet je denken aan ‘moed’ en de ‘riem’ is de leren band die de soldaat schuin over de borst droeg, dan klopt het wel… Andersom komt de uitdrukking ook wel voor: iemand een riem onder het hart steken. Dan betekent het meer dat een aantrokken riem voorkomt dat het hart je in de schoenen kan zinken.

Natuurlijk zijn er ook positieve gevolgen: ik geniet me suf van die afstanden in rijen! Eindelijk geen gehijg in je nek, geen ‘o sorry’ geduw, geen winkelwagentjes meer tegen je hielen, heerlijk. Nu ga ik momenteel niet in een rij staan die langer is dan drie hoor, tenzij ik de dag niet verder kan leven zonder een bepaald product, maar altijd al een hekel gehad aan vier-op-een-rij…

Ik merk dat er een nieuwe belangstelling is voor de directe omgeving. Men ontdekt een park net om de hoek of een verrassend fietstochtje in de buurt. En men neemt weer ouderwets koffie en broodjes mee. De onderweg aangetroffen picknickbanken hebben opeens weer de functie waarvoor ze bedoeld zijn. Wordt kneuterigheid het nieuwe uitgaan? Hoe gezellig is dat!

We kunnen niet meer voor het zingen de kerk uit, want er mag daar niet meer gezongen worden.

Maar we hebben wel alle tijd om bijvoorbeeld duiven te volgen. Ik verdenk hen van een niet al te hoog IQ want het setje dat hier om het huis fladdert probeert steeds babyduifjes te maken op de dunste, meest  wiebelige tak die ze maar kunnen vinden. Het levert een hoop gefladder en gebalanceer op, maar ik vrees voor het uitblijven van eventueel nageslacht.

Waar ik me volledig in kan vinden is het steunen van de lokale middenstand…

Vrijwel dagelijks steek hen met liefde een hart onder de riem. Je kunt niet meer doen dan je best, toch?

 

Starry Night

Nee, slaapkamergeheimen deel ik nooit met je maar … wat ik vannacht toch meemaakte!

‘Pssst!!!’, hoor ik opeens naast mijn bed. Ik kijk richting het geluid maar zie niets. ‘Hierzo! Beneden!’, hoor ik weer. Geërgerd draai ik me om en kijk naast mijn bed naar beneden. Dan zie ik het: een klein blauw mannetje van hooguit 10 centimeter lang staat tussen mijn pantoffels driftig op en neer te springen en verwoed naar me te zwaaien. Ik steek mijn hand uit en laat hem plaatsnemen. Zo hijs ik hem omhoog. Daar gaat hij staan op een dikke plooi van het dekbed. Nu ik hem goed bekijk zie ik dat hij wat wegheeft van een stoplichtmannetje, maar dan in het blauw. Hij ziet er zorgelijk uit.

  • Je moet me helpen!
  • Oké, met wat?
  • Ik ben verliefd!
  • O zoek dat zelf maar uit, daar begin ik niet aan…
  • Maar ze is geel!
  • Nou en, jij bent blauw, ik ben wit van de slaap. Was dit alles?
  • Maar ik wil dolgraag kinderen!
  • Ga je gang. Maar niet hier!
  • Snap je het dan niet?!
  • Eh…nee?
  • Onze kinderen worden groen!
  • Vreselijk?
  • Ja! Want ik houd helemaal niet van groen! Ik erger me eraan!
  • Maar misschien worden ze wel blauw. Of geel!
  • ….
  • Kan toch?
  • Bedankt!!!

En met een aanloop verdwijnt hij over de knieënberg dwars door het donkere voetenbos.  Hè hè, ik kan weer gaan slapen. Achteloos wuif ik met mijn hand een mug weg. Een mug? En sinds wanneer kunnen muggen giechelen? Dan merk ik dat het blauwe mannetje terug is. Naast hem een geel vrouwtje met een snoezig jurkje en vlechten in het haar. Ik knipper nog eens met mijn ogen maar ze staan er echt. En ze stralen! Het mannetje schraapt zijn keel.

  • Ik wil je nog bedanken!
  • Waarvoor dan?
  • Voor je goede advies!
  • Welk bedoel je precies?
  • Om voor haar te gaan! (slaat liefdevol een arm om het gele vrouwtje)
  • Nou, eh, graag gedaan…
  • En met de kinderen is het ook goed gekomen!
  • Hoe bedoel je?

Het mannetje fluit op zijn vingers en er komen twee kleine kindertjes tevoorschijn. Het ene kind is van een prachtige nachtblauwe kleur met hier en daar een ronde gele draaiende ster en het andere diep donkerblauwe kind wordt opgeleukt door felgele zonnebloemen… Wat zijn ze mooi! Ik rek me uit om ze aan te raken. Met een klap valt het boek dat ik gisteravond las op de grond.

Wat een nacht! 😉 Gelukkig had ik nog wel beide oren…

Gesneuveld voornemen

Echt! Je moet me geloven dat ik echt niet wilde lachen! Nou ja, in eerste instantie deed ik dat ook helemaal niet. Ik zat heel onschuldig in de auto, op de bijrijdersplaats en op mijn gemakje wat naar buiten te kijken. Het stoplicht sprong op rood dus stonden we stil te wachten.

Even terug waren we een jogger gepasseerd. Zo’n jogger die zich vooral in januari laat zien. Een man die vol goede moed zijn buik achterna rent. Die zijn vrouw wil bewijzen dat hij het zonder sportschool kan. Die zijn kinderen niet wil teleurstellen en de gekregen ren-outfit nog wat onwennig draagt. Die natuurlijk veel te hard van start gaat. Overmoedig denkt dat hij vleugels aan zijn nieuwe schoenen heeft. Die zich een moment een jonge god waant en niet kan wachten om tijdens de koffiepauze op zijn werk mee kan praten over snelle tijden en verbreken van pr’s.

Die jogger dus, haalde ons vervolgens in. Ik was er nog niet uit of ik hem nou geweldig dapper dan wel geweldig suf vond, of de man smakt opeens tegen het plaveisel! Hij ziet een drempeltje over het hoofd, probeert nog een zijwaarts sprongetje te maken, hipt nog twee meter op een been, gelijk een dronkaard tolt hij nog eenmaal om zijn eigen as, zwaait met beide armen ongecontroleerde rondjes en moet dan toegeven aan de zwaartekracht, de snelle schoenen glanzen in de lucht…

Wat moet ik doen, behalve m’n lach inhouden?! Net als ik van plan ben de auto te verlaten en op de een of andere manier hulp te gaan verlenen komt het onfortuinlijke slachtoffer overeind tot zit-stand. Hij doet zijn uiterste best zijn rug te krabben. Zijn rug te krabben?! O nee, hij haalt een telefoon uit een zakje op zijn rug. Gelukkig; hij regelt zelf hulp! Gelukkig want het stoplicht springt op groen!

Ik denk zomaar dat ik getuige was van een gesneuveld voornemen.

struikelen