Tagarchief: slipper

Drie om één

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd georganiseerd door uitgeverij LetterRijn. Het thema was ‘Nordic Noir’, doelend op de ijzingwekkende thrillers uit Scandinavië, met ruime aandacht voor de psychologie en couleur locale.  Het is me niet gelukt om op de longlist te komen, ook niet om echt ijzingwekkend te schrijven maar wel met 2.628 woorden aan de verplichting van 2.500-4.500 woorden voldaan. Nog nooit zo’n lang verhaal geschreven… Dus toch wat geleerd .)

Voorzichtig tilt ze het kussen van zijn gezicht. Was het lang genoeg? Ze buigt wat voorover. Hoort ze nog iets? Beweegt zijn borstkas? Net als zij met haar hand boven zijn hartstreek is slaat hij zijn ogen op. Hij kijk haar vertwijfeld aan en stoot hijgend een paar schorre klanken uit. De deur van de kamer vliegt open en een struise verpleegster stapt naar binnen: ‘Meneer van Boven, u heeft gebeld?’ Josefien doet snel een stap achteruit en verklaart het kussen in haar handen: ‘Hij wilde wat hoger liggen.’ De verpleegster kijkt bevreemd, haalt haar schouders op en draait zich om. Op de drempel blijft ze even staan en zegt; ‘O ja, het gesprek dat u vanmiddag met dokter de Groot heeft, wordt een uurtje eerder. Ik neem aan dat u hierover zelf even contact opneemt met uw dochter.’

Zodra de deur weer gesloten is legt Josefien het gelige zijden kussen terug in de stoel. Ze loopt naar het bed en rukt de dekens van hem af. Ze ziet de alarmknop in de hand van haar man. Ze grist het verraderlijke ding weg en legt het net buiten zijn bereik. ‘Moet je me nu echt in alles dwarszitten,’ snauwt ze terwijl ze de dekens teruggooit. Ze haat die man. Ze haat de kamer waarin hij ligt. Met het vale bruine behang, de stoffige bruine gordijnen, de donkerblauwe deur in de bruine posten. Zijn meegebrachte rundleren oorfauteuil neemt nutteloos ruimte in. Het kleine raam biedt uitzicht op een troosteloze binnenplaats. Een zestal vaalgroene houten bankjes staat gegroepeerd om een verwaarloosd konijnenhok. Ze walgt van deze omgeving. Ze walgt van haar eigen man. Deze keer mislukte het, de volgende keer zal raak zijn. Ze pakt haar dikke jas met een pied-de-poules print en slaat hem om haar smalle schouders. In combinatie met de zwarte pantalon en witte blouse levert dit de chique uitstraling op die ze wil bereiken. Met haar rechterhand tast ze naar de strakke haarwrong in haar nek, met haar linkerhand pakt zij haar designertas. Zonder iets te zeggen verlaat zij de benauwde kamer. Nog op de drempel wordt zij overvallen door een kleine gestalte, gehuld in een paarse ochtendjas en rode chinees geborduurde slippers. Een oude vrouw met een naargeestig gezicht drukt zich tegen Josefien aan en raspt: ‘Hoe is het met mijn man?’. Josefien deinst achteruit van de penetrante geur die de vrouw verspreidt. Ze duwt de vrouw opzij en beent de lange gang door. Het tikken van haar hakken klinkt venijnig door de betegelde gang. Zodra ze bij het met steenstrips beplakte hokje van de verpleging komt tikt ze driftig op het raam. ‘Ik zou het op prijs stellen als jullie eens wat beter op Mevrouw Tiggelaar letten.’ roept ze naar binnen zonder op antwoord te wachten. De verpleegster kijkt haar hoofdschuddend na.

Sacha is nu al heel wat jaren verpleegster in deze zorginstelling maar nog steeds treft het haar dat ze meer werk heeft aan de familie dan aan de patiënten zelf. Elke keer als Mevrouw van Boven is geweest staat haar een flinke dosis kritiek te wachten. Het bed is te zacht, de lakens te hard, de dokter te vroeg en het douchen te laat. Zuchtend staat Sacha op. Ze gaat even bij hem kijken. Zodra ze de kamer binnenkomt ziet ze de paniek al in zijn ogen. ‘Rustig maar,’ sust ze, ‘Er is niets aan de hand. Gaat u maar lekker slapen.’ Hij probeert te praten maar het is niet meer dan wat onverstaanbare keelklanken. ‘Aha, ik begrijp het,’ zegt Sacha, ‘U wilt nog zo’n lekker pilletje van mij!’ Uit de broekzak van haar vormeloze uniform haalt ze een wit zakje en vist er een klein roze tabletje uit. Hij schudt zijn hoofd en zijn ogen schieten bang heen en weer. Bedaard stopt Sacha het tabletje in zijn keel en spuit er wat water achteraan. Hij kan niet ander doen dan slikken. Ze glimlacht. Zo moet het gaan. Zij is de baas. Over leven en dood. Haar hele jeugd heeft ze zich laten koeioneren door haar moeder, die haar leven dicteerde, die haar ongewild afhankelijk maakte. Elke vorm van verzet werd gewelddadig de kop ingedrukt. Dat ze uiteindelijk verpleegster is geworden was de zoveelste eis van haar moeder. Zo  verzekerde zij zichzelf van gratis zorg door haar eigen dochter op haar oude dag. En daar maakte de moeder een fout want opeens was zij afhankelijk van Sacha, haar dikke domme mislukte dochter. Hoe makkelijk bleek het te zijn om door enkel wat te schuiven met medicijnen de rollen volledig om te draaien. Dat haar moeder plotseling overleed heeft niemand ooit begrepen. Als de uitwerking van het roze pilletje bij meneer van Boven aanslaat bekijkt ze genietend zijn gevecht op het randje van leven en gaan. Ze weet precies waar de grens ligt. Hij zal nog niet gaan. Dat bepaalt zij wel. Terug op de gang ziet ze niet hoe een paarse wolk zich terugtrekt in een nis.

Madelon van Boven is boos. Meer dan boos. Ze heeft zich vanmiddag gehaast om op tijd bij het gesprek met dokter de Groot te zijn maar toen ze aankwam bleek het onderhoud al voorbij. Een persoonlijk gesprek met de arts van haar vader zat er ook niet meer in. Alles was al met haar moeder besproken. Volgens Sacha was haar moeder wel op tijd verschenen. Zij suggereerde dat Josefien het wellicht ontschoten was om haar in te lichten. Ontschoten? Ze heeft het natuurlijk expres gedaan. Al tijden probeert zij haar bij haar vader weg te houden. Hij zou de opwinding niet aankunnen of iets dergelijks. Maar telkens als Madelon de kamer binnenkomt lichten de ogen van haar vader wat op. Hij probeert haar altijd iets duidelijk te maken. Tevergeefs. Ze kan geen wijs worden uit zijn signalen. Soms denkt ze terug aan de tijd dat de ziekte net gediagnosticeerd was en hij nog helder kon denken. Toen heeft hij haar eens gevraagd hem bij te staan op het moment dat hij niet meer zelfstandig kon functioneren. Om hem te helpen. Ze wuifde toen alles weg en overtuigde hem er van dat hij er weer bovenop zou komen. Nu zou ze er heel wat voor over hebben om te weten welke hulp hij precies bedoelde destijds. Wat ze wel weet is dat hij niet gelukkig is. Nu zit ze stilletjes naast zijn bed, hij lijkt erg diep te slapen. Moet ze haar probleem aankaarten bij de dokter? Of zal ze toch nog maar eens proberen een goed gesprek met haar moeder te hebben. Dat wil zeggen haar stiefmoeder. Ze was destijds blij voor haar vader dat hij weer een vrouw vond maar Madelon had geen enkele affiniteit met haar. Ze voelde de afstandelijkheid als een persoonlijke aanval. Josefien liet al heel snel doorschemeren dat ze tegengas slecht duldde, haar wil was wet. Maar haar vader is het gesprek wel degelijk waard. Ze zal eerst Tim bellen. Een goede vriend van haar, afgestudeerd arts en hij heeft ongetwijfeld kennis van de meest verantwoorde manier om haar vader uit zijn lijden te verlossen. Tevreden nu ze een omlijnd plan heeft, staat ze op en verlaat de kamer. Op de gang knikt ze afwezig naar een dame op rode pantoffels. ‘Mijn man is heel erg ziek!’ roept de vrouw.

Zodra Josefien thuis is gaat ze direct door naar de serre. Vijf jaar geleden is deze extreem grote serre achter aan hun huis gebouwd. Volgens haar man met het idee er later, als ze oud zouden zijn, te gaan slapen. Tot die tijd mocht zij er mee doen wat ze wilde. Ze richtte het in met klassieke meubelen, waaronder een donkerrode fluwelen chaise lounge en een echt kristallen kroonluchter. De eikenhouten vloer en zware gordijnen in een donkergroene kleur gaven de glazen ruimte warmte. Als finishing touch zette ze er een paar zelfgemaakt schilderijen in en tenslotte organiseerde zij een feestje. Het bleek een succes, drie van haar schilderijen waren zelfs verkocht. Een van haar vriendinnen kwam de dag na het feest met een aantal zeer bijzondere sieraden, gemaakt door haar zoon. Niet geheel onverdienstelijk. Of Josefien er iets mee kon. Toen ontstond het idee in de serre jonge talenten ruimte tot exposeren te geven. Zij bepaalde wat er kwam te hangen of te staan. Het werd zo’n succes dat de serre al snel veel te klein was. Op een gewilde locatie, midden in de stad, opende Josefien drie maanden later haar eigen galerie. De laatste jaren uitgegroeid tot een goed bezochte plaats in de kunstwereld. Zij genoot van het artistieke leven en alles wat er mee samenhangt. Toen haar man plotseling ziek werd viel het grote leeftijdsverschil meer op dan anders. Hij was heel snel een oude zieke man geworden terwijl zij juist wilde leven, bruisen en sprankelen. Plaatsing in een verpleeghuis leek een oplossing. Knarsetandend herinnert ze zich het gesprek met dokter de Groot vanmiddag. Hij dacht toch niet dat zij dit allemaal gaat opgeven om haar man weer in huis te nemen. Ze snapt ook wel dat ze niets meer voor hem kunnen doen. En dat hij daarom niet meer daar kan blijven. Volgens dokter de Groot zal het niet langer dan een half jaar duren. Een half jaar. En al die tijd zou haar leven hier stilstaan. Ze wil dit niet, heeft er absoluut geen zin in. Het enige wat hij hoeft te doen is doodgaan. Morgen zal ze hem daarbij een handje helpen. Alleen maar helpen.

Sacha begint aan haar laatste ronde. Nog even en ze kan naar huis. Hopelijk heeft Paulo boodschappen gedaan. Ze hoopt dat hij niet weer zo´n rotzooi gemaakt heeft als gisteren. Door het hele appartement lagen kleiresten, spatels en schrapers. Hij maakt het ene werk na het andere, zijn werkdrift is eindeloos. Maar zelden is hij tevreden. En als hij iets moois heeft gecreëerd, iets waar hij volledig achterstaat, raakt hij het aan de straatstenen niet kwijt. Hij leurt bij boetiekjes, markten en plaatselijke exposities maar zijn werk wordt niet begrepen en zo dringt hij ook niet door tot de kunstwereld. Sacha ziet ook niet altijd wat hij bedoelt maar ze houdt van hem. Ze grinnikt. Ze is trots op zichzelf dat ze een plan heeft gevonden om hem een kans te geven. Wat zou het heerlijk zijn als hij naam gaat maken, als zijn geploeter eindelijk resultaat boekt. Eerlijk gezegd zal ze ook blij zijn als er van zijn kant ook eens geld binnenkomt. En zij minder tijd bij die stinkende bejaarden hoeft door te brengen. Zodra ze thuiskomt verruilt ze het gehate witte uniform voor een uitdagend rode jumpsuit. Opeens is haar prachtige gevulde figuur voluit te zien. Paulo is in opperste concentratie bezig. Zo ziet ze hem het liefst. Zijn grote handen die gracieuze fijne beeldjes maken. Op de eettafel ziet ze een nieuwe serie staan. Het beneemt haar bijna de adem. Zo mooi, fragiel en toch krachtig. Dan merkt hij haar op en ziet haar kijken naar de tafel. ´Nou?’ vraagt hij. Ze vliegt hem om de hals en noemt de serie de beste die hij ooit gemaakt heeft. ‘Ik ga je helpen’ zegt ze gesmoord in zijn nek. Zoveel talent mag toch niet verloren gaan. Morgen gaat ze het mes op de keel zetten bij Josefien. Een vaste plek in de galerie voor haar vriend ruilen tegen de dood van haar man. Ze wil alleen maar helpen.

Madelon heeft een ernstig maar verhelderend gesprek gevoerd met Tim. Hij heeft haar de juiste raad gegeven. Ze moeten echter heel omzichtig te werk gaan. Dit wil ze het liefst vandaag nog met Josefien bespreken. In haar kleine auto komt ze voor haar ouderlijk huis tot stilstand. Boven en beneden brandt licht. Ze opent met haar eigen sleutel de voordeur. Er heerst een merkwaardige stilte. ‘Hallo?’ roept ze onderaan de brede wenteltrap. Stilte. In de modern ingerichte woonkamer ziet ze tussen de strakke witte bank en de glazen salontafel rode druppels op het witte vloerkleed. Daarnaast een omgevallen glas. Rode wijn. Nogmaals loopt ze naar de trap. Behoedzaam volgt ze de treden. Op de overloop komen vijf deuren uit. Een voor een doet zij ze open. Alle slaapkamers en badkamers zien er ongebruikt uit. Halverwege de trap naar beneden hoort ze opeens een geluid. Brekend glas. Daarna ingehouden gelach. Het lijkt van de achterkant van het huis te komen. Behoedzaam sluipt Madelon naar de serre, haar telefoon inmiddels in haar hand geklemd, klaar om hulp in te schakelen. Langzaam duwt ze de deur een stukje open en dan ziet ze het. Haar naakte stiefmoeder ligt zich met een eveneens naakte jonge man te amuseren op de chaise lounge. Nadat ze haar weerzin heeft onderdrukt stapt ze naar binnen.  ‘Fijn Josefien, dat jij je ook zo’n zorgen maakt om papa. Ik ga nu naar hem toe om hem te helpen.’ Verschrikt vliegt Josefien overeind, probeert met het gebloemde overhemd van de jongeman haar lichaam tevergeefs te bedekken. ‘ O nee,’ zegt ze, ’niet vanavond! Natuurlijk maar ik me ook zorgen. Wat denk jij nou. Ik mag toch wel even ontspannen. Maar ga niet vanavond naar hem toe. Ga naar huis en ga slapen. Morgen ga ik met je mee. Dan gaan we samen, om te helpen.’ Madelon draait zich op haar hakken om en verlaat met opgeheven hoofd het huis.

De volgende morgen staat Josefien al vroeg in het verpleeghuis op de lift te wachten. Een keurige dame, slank en opvallend verzorgd gekleed. Beheerst maar toch is de strijdlust in haar ogen te lezen. Madelon staat opeens naast haar. Net iets te zwaar en slordig gekleed in onbestemde tinten. ‘Wat ben jij vroeg.’ zegt Josefien lichtelijk verschrikt. ‘Je hebt je kleren weer kunnen vinden zie ik.’ reageert Madelon. Dan sluit ook Sacha zich bij de wachtende vrouwen aan. Ze trekt even haar wenkbrauwen op maar zegt niets. Ze slaat haar brede armen over elkaar en straalt meteen een onverzettelijkheid uit. Gedrieën stappen ze op dezelfde verdieping uit en lopen naar de kamer van meneer van Boven. Dokter de Groot staat over het bed heen gebogen en richt zich snel op als hij de drie vrouwen in het oog krijgt. ‘Nou,’ begint hij ‘dit is wel heel toevallig, ik wilde u net bellen. Het spijt me vreselijk u te moeten meedelen maar meneer van Boven is vannacht overleden. Gecondoleerd. Eerlijk gezegd is de doodsoorzaak nog niet precies vastgesteld, maar dit zal ongetwijfeld in de loop van de dag helder worden. Ik laat u nu even alleen met uw man, uw vader en jouw vaste cliënt. Nogmaals gecondoleerd. Dit hadden wij niet voorzien, anders hadden wij u natuurlijk tijdig opgeroepen.’ Nadat hij de kamer verlaten heeft kijken de drie vrouwen als gehypnotiseerd naar het bed. Dood is hij. Morsdood. Definitief. Ze staren alle drie bewegingsloos. Josefien is de eerste die zich herpakt. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes en kijkt naar Sacha. ‘Heb jij wel de juiste medicijnen gegeven?’ bijt ze haar toe. Sacha laat een schamper lachje horen en zegt: ‘Ik had tenminste geen kussen bij me.’ Madelon kijkt vragend van de een naar de ander en zegt: ‘Medicijnen? Kussen? Wat bedoelen jullie?’ Josefien snauwt naar haar stiefdochter: ‘We bedoelen dat het vreemd is dat er geen doodsoorzaak is. Heel erg vreemd. Wacht eens, wat heb jij gisteravond eigenlijk gedaan? Heb jij je vader net zo onverwachts bezocht als mij? Ben jij werkelijk wel naar huis gegaan?’ Madelon hapt naar adem, slikt en reageert dan verontwaardigt: ‘Je zult het nooit weten hè.’ De drie vrouwen vallen in een ongemakkelijke stilte. Ieder met haar eigen gedachten. Af en toe wordt er een schuwe blik naar een ander geworpen. Gesproken wordt er niet meer. En niemand die het ziet. Geen van drieën. De Filippijnse schoonmaakster ziet het de volgende dag wel. Een rode chinees geborduurde slipper. Onder het bed.

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties