Tagarchief: slingers

Slingers (5)

Ik zit aan een tafel bij het raam. Omdat ik vaker hier zit is het intussen ‘mijn’ tafel geworden. Van hieruit heb ik goed overzicht. Op de bar, op de mensen die aan tafeltjes zitten en zeker ook op de ingang. Ik zie bewoners rollend of schuifelend voorbij komen. Steevast elke keer houdt er een dame in een scootmobiel, en dan bedoel ik een echte dame met keurig gekapt haar en mooie kleding, halt ter hoogte van mijn tafel om me vertellen dat ze wel 40 jaar handwerkjuf is geweest, daarvoor een echte akte heeft gehaald en dat ik haar niets hoef te vertellen. Ik had niet eens te intentie haar iets te vertellen… 🙂

Vandaag komt er een klein vrouwtje bij mij zitten nadat ze daar eerst vriendelijk en ietwat onzeker toestemming voor vroeg. Ze legt haar foeilelijke keycord met daaraan de huissleutel en haar postvaksleutel voor zich op tafel. Er ontstaat een ogenschijnlijk genoeglijke conversatie.

Mevrouw: (verontschuldigend)De pedicure komt zo en als ik hier bij het raam ga zitten kan ik zien wanneer ze komt.

Ik: Goed idee. (ik kijk op mijn horloge en zie dat het 10 voor 11 is…) Hoe laat heeft u afgesproken?

Mevrouw: Ze zou om 11 uur komen. Ik hoop niet dat ze het vergeet. Nou vergeet ik het eens een keertje niet, hahaha!

Ik: Dan bent u ruim op tijd hoor.

Mevrouw: (monter) Ach ja, ik wacht wel, heb toch niets beters te doen.

Ik: Woont u hier al lang?

Mevrouw: Nee, pas een jaar woon ik hier.

Ik: (hopend op een positief antwoord) En naar tevredenheid neem ik aan?

Mevrouw: (schuchter met een vergoelijkend glimlachje) Nou, dat valt niet mee hoor. Ik heb wel last van lastige acceptatie hier. Ze kennen mekaar allemaal. Ik blijf maar een nieuwe, begrijpt u? Terwijl ik al 92 ben.

Ik: Tja, dat lijkt me lastig. (ik slik iets weg.) Maar bent u wel tevreden over de zorg? (krampachtig iets positiefs willen horen)

Mevrouw: (fier!)Die heb ik niet nodig, ik ben hartstikke zelfstandig.

Ik: (opgelucht maar met lichte twijfel) Dat is fijn!

Mevrouw: (verheugd) Ah, daar komt ze! Nou mevrouw, dank u wel hoor, ik ga maar snel.

Ik wens haar nog een fijne dag en kijk haar na. Het ‘snel’ is relatief natuurlijk. Het ‘hartstikke zelfstandig’ ook. Haar vest kleurt net niet bij haar rok en haar pruik staat een tikkeltje scheef. Maar ze doet zo haar best en dat is te prijzen.

 

Advertenties

Slingers (4)

Intussen ben ik er achter gekomen dat ik er in het woon-zorg-centrum niet alleen en uitsluitend voor het versieren ben.  Thuis bereid ik doorgaans het e.e.a. voor maar zet ter plekke alles in elkaar. Denk hierbij aan hele sterke lijm die ik gebruik, zo wil ik voorkomen dat de week erop de tafelstukjes geplunderd zijn of boven op de ’eigen kamers’ zijn terug te vinden…

Ik kan de klok er op gelijk zetten, binnen 10 minuten staat de eerste dame al bij mijn tafel. “Wat moet het worden?” Een tweede dame volgt:“ Wat stelt dit nu weer voor?” Dame 3 voegt zich erbij: “Hoe doet u dat?” Ik leg graag uit en krijg dan wisselend commentaar van ietwat schamper: “O, maar dat heb ik vroeger ook gedaan!”, tot berustend: “Ik wou dat ik dat ook nog kon…”,  tot het bemoedigende: “Knap hoor van u, dat heeft u leuk bedacht!”

Voor het winterthema had ik sneeuwpoppen gemaakt van piepschuimballen met zelf gebreide mutsjes en sjaaltjes. Als grapje had ik er een bordje met de tekst ‘Koud hè!’ bij gezet.

Mevrouw 1 duwde haar gezicht dichtbij het bordje en schoot toen in de lach: “Koud hè!”.      Mevrouw 2 : “Wat zeg je? Het is hier helemaal niet koud!”                                                                      Mevrouw 1: “Dat staat daar!”                                                                                                              Mevrouw 1 en 3: “Hahaha, koud hè!”                                                                                                         Meneer 1: “Koud? Vroeger was het pas koud!”

Er ontspon zich een geanimeerd gesprek over kou en over sneeuw en ijs, over schaatsen, natuurlijk de Elfstedentocht, over doorlopers, tot kussens onder je billen binden, en heerlijke koek en zopie. De verhalen vlogen over tafel. Dit alles naar aanleiding van een bordje…

Een week later kwam ik een ouderwets grijs-gewolkt-emaille pannetje brengen, ik had er een gezellig sjaaltje bij gebreid en twee sneeuwpoppen bij gezet.

Bewoners vroegen zich verwonderd af wat het voorstelde. Ik opperde dat het gewoon een pannetje warme soep was. Ik werd wantrouwend bekeken. “Zeker erwtensoep.”, grijnsde mevrouw A. “Misschien moet u er even inkijken”, zei ik. Voorzichtig tilde meneer B. het deksel op, keek er in en trok de wenkbrauwen zo mogelijk nog verder op. Toen wilde iedereen kijken! Sommigen voelden zich een beetje bij de neus genomen en wisten niet goed te reageren, anderen moesten er direct hardop om lachen. Hoe dan ook, het hield hen de rest van de ochtend bezig. Telkens als er een nieuwe bewoner binnenkwam riepen ze om het hardst: “Wil je ook soep? Moet je in de pan kijken!” Ze hadden er reuze schik om, alsof ze het zelf bedacht hadden… 😉

Grappig hè, dat een paar simpele versieringen stof tot uitgebreide en vooral spontane communicatie kunnen leiden.

 

 

 

Slingers (3)

Slingers (3)

Deze week is het wat minder winters maar de toegangsdeuren van het woonzorgcentrum staan nog op de winterstand. Het zijn twee automatische schuifdeuren met daar tussenin een soort sluisje, zodat de kou niet direct naar binnen slaat en de warmte niet direct naar buiten. De ene deur gaat pas open als de andere dicht is. Je begrijpt dat ouderen niet zo hard meer lopen en de deuren dusdanig zijn afgestemd dat er niemand klem komt te zitten. Voor mij, de kwieke vrijwilligster, duurt de tijd tussen beide deuren best wel lang.

Gistermorgen, op weg naar huis, net te laat voor de eerste deur. Ik sta met mijn winterjas hoog dicht, sjaal om, wantjes aan, tas om de schouder in de hal te wachten tot de deur opengaat. Mevrouw X is net door de tweede deur en staat dus buiten. Wat zij niet in de gaten heeft is dat ze nog in het ‘oog’ van de deur staat en die gaat niet dicht zolang zij daar blijft staan. Daar herinnert zij zich dat haar sleutels niet in het juiste vakje van haar tas zitten. Ze grabbelt en grabbelt en vindt uiteindelijk wat ze zocht. Dan is ze toch benauwd niet voldoende geld bij zich te hebben. ‘Beter eerst geteld dan voor niks bij de kassa staan’ denkt ze en zoekt haar portemonnee. Ze grabbelt en grabbelt. Hebbes. Ze telt, knikt en doet de beurs weer terug. Dan steekt ze haar hand uit. Regent het nu? Dan kan ze beter een regenkapje opdoen want anders is het zonde van de kapper. Ze grabbelt en grabbelt. Ik probeer in te stralen dat ze twee stappen naar voren moet doen zodat de buitendeur dicht kan en mijn binnendeur open. Intussen heb ik het zo warm met mijn jas, sjaal en wantjes…  Het regenkapje is ingenieus opgevouwen maar zit uiteindelijk toch op haar hoofd. Ze kijkt vooruit en lijkt te denken ‘wat ging ik ook alweer doen?’ Dan komt er een meneer aan die ze kent, denk ik want ze steekt haar hand op. Hij zegt iets, ze kan hem niet goed verstaan en loopt twee stappen naar voren… Yes, eindelijk! Ik spring naar buiten en snuif dankbaar de frisse lucht op.

Intussen had ik wel alle tijd om deze poster te lezen…

Een taalliefhebber heeft de ‘w’ al toegevoegd in de laatste regel. Maar er zit nog een fout in die ik nu heel zeker weet: de sluisdeuren functioneren wel degelijk afhankelijk van elkaar….!!!

Slingers (2)

Ik kan in het woon/zorgcentrum versieren wat ik wil maar ik moet het ook weer opruimen. Om mijzelf een kerstvakantie te gunnen besloot in de kerstbomen en andere kerstgein op 7 januari weg te werken. Met een fiks aantal lege dozen kwam ik enthousiast aangezet bij ‘de grote tafel’. In plaats van een ronde tafel voor 4 à 5 personen staat er ook een rechthoekig exemplaar met aan de ene kant een bank (voor de kwiekere doorschuifoudere) en aan de andere kant een rij royale maar lichte stoelen (makkelijk weg te schuiven door rollatorbedieners). Er is een bont gezelschap neergestreken en er ontstaat een vreemde conversatie.

Mevrouw 1: Komt u de kerstboom opruimen?

Meneer 1:  Kep vroeger wel zeuv’n bom’n optuigd!

Ik: Ja, het is Driekoningen geweest hè, dan kan het wel weer.

Meneer 2: Waar benne de koningen geweest?

Ik : Nee, ik bedoel Driekoningen!

Meneer 2: Drie???

Meneer 1: Nee, kep vroeger zeuv’n bom’n optuigd!

Mevrouw 2: Nee joh, ze bedoelt Driekoningen. Dat was gister.

Meneer 3: Is de koning gister geweest? Was Maxima d’r ook?

Mevrouw 2: Nee, het was gister Driekoningen!

Meneer 3: Waren er drie koningen? Welleke dan? Waarom weet ik dat niet?

Meneer 1: Nee, het waren er zeuv’n!

Intussen heb ik de boom leeg, pak de volgende lege doos en loop naar een andere boom.

Andere mevrouw 1: Gaat u de kerstboom opruimen?

Ik, ietwat terughoudend: Ja.

Andere mevrouw 2: Het mag hè, na Driekoningen!

Ik, behoorlijk opgelucht: Jazeker! 😊

 

 

 

Slingers (1)

Nog een nieuwe categorie!

Wel eens deze uitspraak gehoord: ‘Het leven is een feestje, maar je moet wel zelf de slingers ophangen!’  Ja toch zeker? Nu ben ik principieel tegen het overslaan van feestjes dus hang ik regelmatig een slingertje hier en daar op. Vieren wat je vieren kunt. Verjaardagen, zwemdiploma’s, nieuwe auto’s, een gelukte taart, goodhairday of gewoon omdat het dinsdag is. Maar wat nou als je zelf die slingers niet meer kunt ophangen? Ik moet er niet aan denken! Afgelopen zomer kwam ik een advertentie tegen voor een vrijwilligersbaantje:

Vacaturenummer: 1026

Bij speciale gelegenheden (Kerst, Koningsdag) zoeken wij interieur-versierders voor onze zaal.

Tijdsbesteding

Een aantal keren per jaar, werktijden zijn (in overleg) zelf in te delen.

Het gaat hier om het Grand Café, de centrale ruimte van een woon- zorgcentrum waar mensen op leeftijd, deels zelfstandig deels met ingekochte zorg, wonen. De ruimte waar koffie gedronken wordt, soms drie keer per dag gegeten wordt, geklaverjast en gebiljart wordt, film- en muziekvoorstellingen gehouden worden, waar modeshows te zien zijn en waar gezongen en gedanst wordt. En waar vooral heel veel gezellig gekletst wordt. Een prachtige ruimte om slingers op te hangen! Ik heb mij spontaan aangemeld en werd direct aangesteld als Hoofdversierder (er was verder niemand anders… dan ben je al snel hoofd, haha!). Met de zorg heb ik niets te maken maar ik ontmoet wel veel mensen als ik weer eens aan het versieren ben. Wat er tijdens die ontmoetingen plaatsvindt, dingen die me opvallen in zo’n leefgemeenschap, ga ik beschrijven in deze nieuwe categorie, kleine of grotere slingermomentjes.

Slingermoment van vandaag:  bewoonster Mevrouw A. staat bij de bar een kopje koffie te bestellen. Ze houdt zich vast aan haar rollator, waarop een behoorlijk grote tas ligt. De vrijwilligster aan de andere kant zet het zwierig neer en zegt: ‘Dat is dan 1 euro 50 mevrouw.’ Mevrouw A. duikt in haar tas, woelt daar een poosje rond, komt met een rood hoofd weer tevoorschijn en stamelt: ‘Ik heb geen geld…’ De bardame is in tweestrijd, ze wil het kopje aarzelend terugnemen. Dan krijgt Mevrouw A. een inval en roept triomfantelijk: ‘Ik heb wel pillen!’

 

Jarige Job en Jet

tom pouce De overeenkomst tussen koning Willem Alexander en mij? We zijn in het zelfde weekend jarig. En daar stopt het wel zo’n beetje denk ik.

Zo’n 48 jaar geleden wilde ik alleen maar een prinsje voor mijn verjaardag. Hij kwam een dag later maar ik was meteen zijn grootste fan. Verzamelde ansichtkaarten van de baby, de peuter, de kleuter totdat ik mijn eigen leven belangrijker vond. Nu hij zijn verjaardag een dag na de mijne viert voel ik opeens weer die band… Alleen de manier waarop we vieren loopt een ietsepietsie uiteen.

Laten we beginnen met de voorbereiding. Hij mag zelf bedenken en zeggen hoe hij het wil vieren. Hé, ik ook! Maar ja, als ik om Noachs ark goed te kunnen zien een plekje aan het water wil reserveren is de kans groter dat ik in de achterste rand brandnetels eindig. Voor hem regelen allerlei Oranjeverenigingen decoraties, hapjes en drankjes. Ik bak zelf een taart of twee, mix een drankje naar keuze, blaas ballonnen en hang zelf de slingers op. De dag zelf. Hij heeft 1,2 miljoen kinderen aan het ontbijt terwijl ik een croissantje met koffie op bed krijg. Cadeaus moet hij delen met velen of ‘achter de rododendron flikkeren’ terwijl ik ze zelf mag houden en er volop van kan genieten. Wat te dragen. De koning hoeft niet lang na te denken, hijst zich in donkerblauw of donkerder blauw terwijl ik hinkel tussen zomerkleren en het koud hebben of warme kleren die zo somber en daardoor minder feestelijk ogen.

Het is eigenlijk niet meer dan logisch dat die verschillen er zijn en toch denk ik wel eens… Beiden zijn we weer vier jaargetijden ouder. Is voor hem de tijd die hij doorbrengt in de badkamer ook steeds langer? Of is de onverbiddelijke trek naar het zuiden kieskeurig en overkomt het een koning niet.  Is voor een majesteit hydrateren ook een tijdrovende bezigheid, wil je niet al te droog overkomen. Vecht hij ook reeds tegen het meedogenloze verval. Heeft hij ook lichaamsdelen die hij graag vol en dik wil hebben (wimpers en hoofdhaar) maar die schielijk ongevraagd ieler worden. Heeft hij ook plekken die hij graag iets dunner zou willen zien (de rest)? Vinden bij hem ook ongekende opeenhopingen plaats die voorlopig niet van plan zijn te verdwijnen ook. Moet hij ook voortdurend smeren, kleuren, verdoezelen, plamuren en verven?

Wat we zeker weten gemeen hebben is de immer onvoorwaardelijke liefde voor onze drie kinderen, hij voor de zijne en ik voor de mijne. Gelukkig zijn de mijne wel veel beter gekleed…