Tagarchief: seriemoordenares

Verhalenslang 10/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Het is vrijdag. Vanavond moet het gebeuren. Morgen is te laat. Ze pakt haar tas en controleert nog één keer zorgvuldig de inhoud. Haar breiwerk, een rolletje paars afplaktape, een roze plastic  varkentje, een kleine leeslamp, een doorzichtige wegwerpponcho, een schaar, een paar reservebatterijtjes en haar leesbril. Ze trekt haar zwarte mantelpakje aan. Samen met de degelijke zwarte schoenen en de zwarte tas ziet ze er plechtig uit. Ze kust haar man gedag met de belofte snel terug te zijn. Hij vraagt niets, weet dat ze graag en veel vrijwilligerswerk doet.

Het is al donker als ze bij het adres aankomt. Het was verder weg dan ze gedacht had. Ze staat stil, de omgeving in zich opnemend. Er is geen enkel geluid, hooguit het murmelende gezang van water van een riviertje vlakbij. Uit haar tas haalt ze de wegwerpponcho. Ze vouwt het kledingstuk zorgvuldig open en trekt het aan. De plastic verpakking gaat weer in haar tas. Ze kijkt op haar horloge en ziet dat ze nog drie minuten heeft. Snel gaat ze het gebouw binnen en loopt naar de afgesproken ruimte. Daar vindt ze met behulp van het leeslampje een stoel en een krukje. Ze zet de lamp op het krukje en gaat zelf in de stoel zitten. Ze haalt haar leesbril en breiwerk uit haar tas en gaat rustig zitten breien.

“Kijk es aan, wie hebben we daar!” Een slanke jongeman glipt opeens de kamer binnen. “Toch maar gekomen hè! Heel verstandig!” Ze kijkt op van haar breiwerk en zegt onbewogen: “Je moest eens weten hoe verstandig ik ben…” De jongeman is enigszins van zijn stuk gebracht door haar reactie, haalt dan snuivend door zijn neus diep adem en trekt een pistool uit zijn jaszak. Hij voelt zich direct zekerder, trapt een tafeltje omver en komt dreigend voor haar staan. “Heb je het bij je?! Geef het maar hier en je zult geen last meer van me hebben.” Ze knikt en pakt haar tas. Dan zet ze de tas weer terug en vraagt: “Hoe weet je toch zo zeker dat ik het was? Heb je eigenlijk wel bewijs?” Hij reikt naar de binnenzak van zijn jas en haalt zijn telefoon tevoorschijn.

Even later kijkt ze naar zichzelf. Ze ziet hoe ze met een elektrische zaag het linkerbeen van een man verwijdert en het been in zes gelijke stukken zaagt alvorens het  in haar tas te doen. Van deze afstand kan het iedereen zijn geweest maar dan ziet ze zichzelf omdraaien en recht in de camera kijken. Zich duidelijk onbespied wanend. “Wat is dit voor toestel? Hij maakt mooie opnames! Zoiets wil ik ook wel.” Ze laat de telefoon vliegensvlug in haar tas glijden. Zodra de jongeman op haar afspringt houdt ze haar breiwerk recht vooruit. Beide naalden dringen zijn rechteroog binnen en de schreeuw die volgt is ijzingwekkend. Binnen tien minuten beweegt de jongeman niet meer.

Ze staat op uit haar stoel. Pakt uit haar tas het paarse tape en de schaar. Ze plakt de enkels van de man aan elkaar en ook zijn polsen. Net zo lang tot de rol op is. Voor de zekerheid. Dan trekt ze de poncho uit en spreidt die uit over de vloer. Ze verwijdert de breipennen uit het oog en legt het bebloede breiwerk zorgvuldig op de poncho.  Alle andere attributen gaan weer in haar tas. Het kleine roze plastic varkentje legt ze naast de man. Ze rolt de poncho op en neemt die samen met haar tas mee naar buiten.  De poncho gooit ze in de rivier, op weg naar huis.

Haar man kijkt even op van de krant als ze binnen komt. “Gelukt?”, vraagt hij nog. Ze knikt en grinnikt voldaan. Dat varkentje is ook weer gewassen.

 

Advertenties