Tagarchief: senioren

Slingers (6)

Als je omroep MAX moet geloven is het Koningshuis echt iets voor oudere mensen. Kijkerspubliek van het  programma Blauw Bloed heeft een gemiddelde leeftijd van 73,4. Dus leek Koningsdag mij een makkelijk en dankbaar thema in het woon-zorgcentrum. Vooral veel rood, wit, blauw en oranje. Ik maakte een tafelstuk dat aan twee zijden te bekijken was. Aan de ene kant een deftig staatsieportret van onze Koning, en een oranje kroon aan de andere kant. Lekker neutraal dacht ik. Mis! De reacties waren behoorlijk uiteenlopend en niet allemaal even koningsgezind.

‘Zet ‘m maar achterstevoren hoor, ik hoef dat hoofd niet te zien!’

‘Wat doet-ie het goed hè.’

‘Liever een foto van de Koningin.’

‘Heeft-ie die medailles allemaal zelf gehaald? Ik geloof er niets van.’

‘Ach, wat een lieve foto.’

‘Weet je wat dat kost dat Koningshuis!’

‘Zijn er al tompoucen?’

‘Nou ja, Rutte is ook niks…’

‘Is het nou alweer Koninginnedag?’, ‘Koningsdag!’, ‘Wat?!’, ‘Het heet Koningsdag.’, ‘Maar we hebben toch ook een Koningin?’. ‘…!?’

Welke kant heeft jouw voorkeur?

 

Advertenties

Slingers (5)

Ik zit aan een tafel bij het raam. Omdat ik vaker hier zit is het intussen ‘mijn’ tafel geworden. Van hieruit heb ik goed overzicht. Op de bar, op de mensen die aan tafeltjes zitten en zeker ook op de ingang. Ik zie bewoners rollend of schuifelend voorbij komen. Steevast elke keer houdt er een dame in een scootmobiel, en dan bedoel ik een echte dame met keurig gekapt haar en mooie kleding, halt ter hoogte van mijn tafel om me vertellen dat ze wel 40 jaar handwerkjuf is geweest, daarvoor een echte akte heeft gehaald en dat ik haar niets hoef te vertellen. Ik had niet eens te intentie haar iets te vertellen… 🙂

Vandaag komt er een klein vrouwtje bij mij zitten nadat ze daar eerst vriendelijk en ietwat onzeker toestemming voor vroeg. Ze legt haar foeilelijke keycord met daaraan de huissleutel en haar postvaksleutel voor zich op tafel. Er ontstaat een ogenschijnlijk genoeglijke conversatie.

Mevrouw: (verontschuldigend)De pedicure komt zo en als ik hier bij het raam ga zitten kan ik zien wanneer ze komt.

Ik: Goed idee. (ik kijk op mijn horloge en zie dat het 10 voor 11 is…) Hoe laat heeft u afgesproken?

Mevrouw: Ze zou om 11 uur komen. Ik hoop niet dat ze het vergeet. Nou vergeet ik het eens een keertje niet, hahaha!

Ik: Dan bent u ruim op tijd hoor.

Mevrouw: (monter) Ach ja, ik wacht wel, heb toch niets beters te doen.

Ik: Woont u hier al lang?

Mevrouw: Nee, pas een jaar woon ik hier.

Ik: (hopend op een positief antwoord) En naar tevredenheid neem ik aan?

Mevrouw: (schuchter met een vergoelijkend glimlachje) Nou, dat valt niet mee hoor. Ik heb wel last van lastige acceptatie hier. Ze kennen mekaar allemaal. Ik blijf maar een nieuwe, begrijpt u? Terwijl ik al 92 ben.

Ik: Tja, dat lijkt me lastig. (ik slik iets weg.) Maar bent u wel tevreden over de zorg? (krampachtig iets positiefs willen horen)

Mevrouw: (fier!)Die heb ik niet nodig, ik ben hartstikke zelfstandig.

Ik: (opgelucht maar met lichte twijfel) Dat is fijn!

Mevrouw: (verheugd) Ah, daar komt ze! Nou mevrouw, dank u wel hoor, ik ga maar snel.

Ik wens haar nog een fijne dag en kijk haar na. Het ‘snel’ is relatief natuurlijk. Het ‘hartstikke zelfstandig’ ook. Haar vest kleurt net niet bij haar rok en haar pruik staat een tikkeltje scheef. Maar ze doet zo haar best en dat is te prijzen.

 

Slingers (2)

Ik kan in het woon/zorgcentrum versieren wat ik wil maar ik moet het ook weer opruimen. Om mijzelf een kerstvakantie te gunnen besloot in de kerstbomen en andere kerstgein op 7 januari weg te werken. Met een fiks aantal lege dozen kwam ik enthousiast aangezet bij ‘de grote tafel’. In plaats van een ronde tafel voor 4 à 5 personen staat er ook een rechthoekig exemplaar met aan de ene kant een bank (voor de kwiekere doorschuifoudere) en aan de andere kant een rij royale maar lichte stoelen (makkelijk weg te schuiven door rollatorbedieners). Er is een bont gezelschap neergestreken en er ontstaat een vreemde conversatie.

Mevrouw 1: Komt u de kerstboom opruimen?

Meneer 1:  Kep vroeger wel zeuv’n bom’n optuigd!

Ik: Ja, het is Driekoningen geweest hè, dan kan het wel weer.

Meneer 2: Waar benne de koningen geweest?

Ik : Nee, ik bedoel Driekoningen!

Meneer 2: Drie???

Meneer 1: Nee, kep vroeger zeuv’n bom’n optuigd!

Mevrouw 2: Nee joh, ze bedoelt Driekoningen. Dat was gister.

Meneer 3: Is de koning gister geweest? Was Maxima d’r ook?

Mevrouw 2: Nee, het was gister Driekoningen!

Meneer 3: Waren er drie koningen? Welleke dan? Waarom weet ik dat niet?

Meneer 1: Nee, het waren er zeuv’n!

Intussen heb ik de boom leeg, pak de volgende lege doos en loop naar een andere boom.

Andere mevrouw 1: Gaat u de kerstboom opruimen?

Ik, ietwat terughoudend: Ja.

Andere mevrouw 2: Het mag hè, na Driekoningen!

Ik, behoorlijk opgelucht: Jazeker! 😊

 

 

 

Slingers (1)

Nog een nieuwe categorie!

Wel eens deze uitspraak gehoord: ‘Het leven is een feestje, maar je moet wel zelf de slingers ophangen!’  Ja toch zeker? Nu ben ik principieel tegen het overslaan van feestjes dus hang ik regelmatig een slingertje hier en daar op. Vieren wat je vieren kunt. Verjaardagen, zwemdiploma’s, nieuwe auto’s, een gelukte taart, goodhairday of gewoon omdat het dinsdag is. Maar wat nou als je zelf die slingers niet meer kunt ophangen? Ik moet er niet aan denken! Afgelopen zomer kwam ik een advertentie tegen voor een vrijwilligersbaantje:

Vacaturenummer: 1026

Bij speciale gelegenheden (Kerst, Koningsdag) zoeken wij interieur-versierders voor onze zaal.

Tijdsbesteding

Een aantal keren per jaar, werktijden zijn (in overleg) zelf in te delen.

Het gaat hier om het Grand Café, de centrale ruimte van een woon- zorgcentrum waar mensen op leeftijd, deels zelfstandig deels met ingekochte zorg, wonen. De ruimte waar koffie gedronken wordt, soms drie keer per dag gegeten wordt, geklaverjast en gebiljart wordt, film- en muziekvoorstellingen gehouden worden, waar modeshows te zien zijn en waar gezongen en gedanst wordt. En waar vooral heel veel gezellig gekletst wordt. Een prachtige ruimte om slingers op te hangen! Ik heb mij spontaan aangemeld en werd direct aangesteld als Hoofdversierder (er was verder niemand anders… dan ben je al snel hoofd, haha!). Met de zorg heb ik niets te maken maar ik ontmoet wel veel mensen als ik weer eens aan het versieren ben. Wat er tijdens die ontmoetingen plaatsvindt, dingen die me opvallen in zo’n leefgemeenschap, ga ik beschrijven in deze nieuwe categorie, kleine of grotere slingermomentjes.

Slingermoment van vandaag:  bewoonster Mevrouw A. staat bij de bar een kopje koffie te bestellen. Ze houdt zich vast aan haar rollator, waarop een behoorlijk grote tas ligt. De vrijwilligster aan de andere kant zet het zwierig neer en zegt: ‘Dat is dan 1 euro 50 mevrouw.’ Mevrouw A. duikt in haar tas, woelt daar een poosje rond, komt met een rood hoofd weer tevoorschijn en stamelt: ‘Ik heb geen geld…’ De bardame is in tweestrijd, ze wil het kopje aarzelend terugnemen. Dan krijgt Mevrouw A. een inval en roept triomfantelijk: ‘Ik heb wel pillen!’

 

Verhalenslang 13/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beiden verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

“Om 18.00 uur mag je de mijne zien.” Hij praat wat onduidelijk maar dit heb ik goed verstaan. Hij rent er vandoor met zijn blauwe rollator, laat mijn rode scootmobiel nou net ietsje sneller zijn. “Een uurtje later hoor, moet eerst eten.”, brom ik in het voorbijgaan. De opgestoken hand zie ik als teken dat hij me verstaan heeft.

Om 19.00 uur precies sta ik voor zijn deur en bel aan. Na wat een eeuwigheid lijkt gaat de deur op een kiertje. “Heeft niemand je gezien?”, vraagt hij argwanend. Ik schud mijn hoofd en klim uit mijn rode duivel. Hij kijkt nogmaals de gang in, eerst links dan rechts, voor hij me binnenlaat. Hij draait de deur achter me op slot. Ik kijk verwonderd achterom. “Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn!”, bezweert hij met opgeheven knokige vinger. Hij vraagt wat ik wil drinken. Hoewel ik eigenlijk ’s avonds niet meer drink ten einde eens een nacht zonder toiletbezoek te kunnen meemaken, zwicht ik toch voor koffie. Waar ik onmiddellijk spijt van heb. Hij drinkt zelf alleen thee. Van zijn dochter heeft hij een Senseo gekregen omdat ze dat zelf zo lekker en makkelijk vindt, maar hoe het apparaat precies werkt heeft ze er niet bij verteld. Samen klungelen we wat aan en dan lijkt mijn koffie sprekend op zijn thee. Ik zeg niets en draag het.

Na het verorberen van een zalig Mariakaakje wil ik graag ter zake komen. “Nou, ik ben benieuwd hoor!”, begin ik. Met de woorden “Wacht effe.” verdwijnt hij richting badkamer. Onze kamers zijn gespiegeld maar ik herken alles. Afmetingen te krap, meubels te groot en te donker, en alles wat niet van jezelf is ziet er kaal en sleets uit. Sukkels zijn we. Sneue sukkels. Met dagen die uitgestrekt in leegte voor ons liggen. En achter ons. Nu hoop ik in hem een bondgenoot te vinden. Als hij tenminste nog eens uit die badkamer komt. Net als ik opsta om op de deur te gaan bonzen komt hij tevoorschijn. Met een diep ingevallen mond. “Klemt als de ziekte die dingen!” lispelt hij.

“Je zou het me laten zien, weet je nog?”, probeer ik weer. “Ik ben niet dement hoor!”, snuift hij verontwaardigd. Hij sloft naar een tweedeurs eiken kastje. Uit zijn achterzak haalt hij een sleutel en opent het kastje. Nog een laatste argwanende blik op mij en dan pakt hij een stoffen tas uit het kastje. Ik knik hem nog maar eens bemoedigend toe als hij aarzelt de tas te openen. “Hier, kijk zelf maar…”, zegt hij, mij de tas toestekend. Ik kijk hem even vragend aan, meer voor de vorm en kijk dan in de tas. Ik houd mijn adem in als ik de inhoud in mijn handen neem. Ik draai het om en om en zeg: “Het is prachtig! Maar…rood-zwart?” Hij zucht: “Ik had geen wit.” Samen kijken we naar de gebreide zebra met zwarte en rode strepen. Ik grijp zijn hand, knijp er zachtjes in en knik drie maal. Een kleine traan baant zich een weg langs de groeven van zijn gezicht. We hebben weer nieuwe vooruitzichten.