Tagarchief: seizoenen

Warrig

Er zijn van die dagen dat alles vanzelf lijkt te gaan, dat je wind mee lijkt te hebben. Je stapt met je juiste been uit bed, vindt een broek die past, hebt een good-hair-day, de bus komt op tijd, je bent niets vergeten, je snapt het leven. Je kijkt om je heen en je begrijpt wat er gebeurt en waarom. Hoe fijn is dat? Heerlijk toch?!

Vandaag is alles anders. Ik twijfel aan mezelf, aan mijn kijk op het leven, aan wat er om mij heen gebeurt. Ligt dit aan mij? Of zie jij het ook?

Op zoek naar wat herfstmateriaal…

Hoor ik nou die meid van Carey alweer bleren?

Eindelijk! Een onderhoudsvrije cactus!

Blijkt een kattenkrabpaal te zijn.

Huh?! Welk seizoen leven we nu?

Herfst? Kerst? Of voorjaar?

Ik ga hier weg! En rijd bijna een kuil in…

Zo handig dat het waarschuwingsbord in de kuil staat en niet ervoor….

Ik ga naar huis, kruip op de bank met een plaidje en als ik het allemaal weer snap kom ik terug. Doei!

 

Samen

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd van Literair Zeist 2016. Het thema was vrij, tja…dan hoef ik maar naar buiten te kijken…. ;-))

Elke dag zie ik ze wel een keer langslopen. Hij past zijn tempo goedmoedig aan aan dat van haar. Ze sjokt een beetje. Tenslotte is ze ook niet meer de jongste. Wat voor weer het ook is, ze lopen altijd samen. In de herfststormen hoor je hem mompelen ‘Goed zo meisje, je kunt het.’ Gedurende de winterse buien houdt hij galant de paraplu net iets meer boven haar. In het lentezonnetje wijst hij haar aandachtig op de vernieuwde flora en fauna. En op lome zomerdagen gaat hij graag samen met haar op een bankje zitten. Eenvoudigweg even genieten van de zon en elkaar. Hij slaat dan liefdevol een arm om haar heen, kroelt wat in haar nek, zij stopt haar neus in zijn hals.

Hij was al een tijd alleen. Eenzaam ook. Op die ene middag in de week na als hij een potje biljart speelde met zijn twee oudste kameraden, zag of sprak hij weinig andere mensen.  Hij ontdekte haar via een advertentie in de krant. In eerste instantie vond hij dit niet de juiste manier maar zodra ze elkaar zagen was er iets. Ze begrepen elkaar. Ook zonder woorden. Ze zocht de geborgenheid die hij haar graag wilde geven. Ze kwam bij hem wonen en hij haalde alles in huis om het haar zo aangenaam mogelijk te maken. Zij was het eerste wat hij zag als hij wakker werd en het laatste als hij ging slapen. En in de tussenliggende tijd wandelden ze veel. Ook waren ze allebei  gek op lekker eten, natuurprogramma’s kijken op tv of zomaar een beetje dutten.

Vandaag zie ik hen weer.  Zoals gewoonlijk lopen ze samen langs het water. Het is een snikhete dag. Opeens haalt hij een bal tevoorschijn, gooit die in het water en roept ‘Pak hem maar!’.  Ze doet het. Voor hem.