Tagarchief: schrijfvriendin Jacqueline

Voorzichtig

Ik ben er zo buitengewoon verschrikkelijk gloeiende klaar mee!!! Nou ja, verschrikkelijk gloeiende klaar mee!! Of eigenlijk, gloeiende klaar mee! In principe, klaar mee. Kortom, ik vind het niet leuk meer.

Mensen met lange tenen. En dat zijn er tegenwoordig nogal wat. Begrijp me goed, ik wil de mensen met korte tenen natuurlijk absoluut niet te kort doen. Ik kijk wel uit. Als je voor het èèn bent ben je schijnbaar automatisch tegen het ander en dat pikt degene die voor is dan weer absoluut niet en degene die tegen is start dan een petitie en dat rolt over elkaar heen totdat niemand meer weet waar het oorspronkelijk om ging. Moet je dan voortaan maar voorzichtig zijn met wat je zegt? Zo van: wie schrijft die blijft…maar degenen die niet schrijven blijven natuurlijk ook. Mijn lievelingskleur is geel maar ben ook dol op alle andere kleuren van de regenboog hoor. Ik doe dit nog eens dunnetje over maar vind dikke mensen ook oké. Jij ruikt niet vies maar…eh…anders. Dat donkere haar staat je fantastisch net zoals blond jou fantastisch staat. Een kat is, net als een hond, mijn lievelingsdier. Wat een rare wereld krijgen we dan…

Mijn simpele oplossing zou zijn: accepteer nou gewoon dat er wandelaars zijn naast fietsers. En dat binnen die wandelaars ook nog veel soorten zitten: snelle, slome, dagelijkse, wekelijkse, mooi-weer, weer-en-wind, met stokken, zonder zorgen, enz. De wereld is juist zo leuk door al die verschillen! Hou es op met alles en iedereen over één kam te scheren (wat trouwens een vreemde uitdrukking is…kammen of scheren, scheren met een kam, over een kam?). Hier moest ik aan denken toen mijn eerder genoemde schrijfvriendin deze foto stuurde:

kammetje

Een onbreekbare kam, zomaar op de grond. Hoe komt die daar? Maakte de eigenaar een salto van vreugde toen zijn vriendin het aanzoek positief beantwoordde? Of grabbelde een jongedame tevergeefs in haar overvolle handtas opzoek naar een pepermuntje waarbij de gevallen kam een feit werd? Of is dit die ene kam waarover geschoren wordt! Onbreekbaar. Ik voel een scheiding aankomen. Precies in het midden. De gulden middenweg.

Wie de schoen past

Met een schrijfvriendin loop ik in de buurt van een treinstation in Zoetermeer. Ze stoot me aan en zegt, wijzend naar het blauwe kleinood op straat: ‘Daar moet je een foto van nemen, kunt je een mooi verhaal van maken!’ Aangezien ik uiterst braaf en volgzaam ben (soms) doe ik wat zij zegt.

IMG_20160502_190036764

Maar nu zit ik er toch een beetje mee. Er spelen verschillen scenario’s door mijn hoofd. Hoe los ik dit op?

Niet!

Jij, lieve lezer, lost het maar op! Ik maak er een meerkeuzevraag van.

Vraag: wat is hier gebeurd?

Antwoord a:

Ik zit prinsheerlijk in mijn wandelwagentje. Ik hoef niet te lopen. Mijn moeder vindt dat ik te langzaam ga. Nou, dan blijf ik toch lekker zitten. Ik heb mijn speen, mijn boekje en mijn rammelaar. Ik hoef maar een kik te geven of Mama geeft mij snel een koekje. In de trein vond ik het ook wel grappig. Veel mensen lachten zomaar naar me en zeiden dan tegen Mama dat ik lief ben. Mama zuchtte maar eens. Mama zucht best vaak. Verder zorgt ze goed voor me hoor. Ik krijg op tijd eten en drinken en regelmatig nieuwe kleren. Net als deze schoenen. Prachtig om te zien maar… ze zitten helemaal niet lekker. Ze knellen. Toch eens proberen of ik ze uit kan krijgen. Mama is druk met haar smartphone en ziet niet dat ik hulp nodig heb. Maar ik kan het best zelf, ben best al groot. Even rekken. Nog een klein stukje Ja! Zo. Gelukt! Nu die andere nog.

Antwoord b:

Ik zit prinsheerlijk in mijn wandelwagentje. Ik hoef niet te lopen. Mijn Papa vindt het lastig als ik wel eens een andere kant uit ga. Nou, dan blijf ik toch lekker zitten. Het is papadag en we zijn samen met de trein naar de grote stad geweest. Mama had hem een lijstje meegegeven. Dus gingen we naar de Hema, de Blokker en naar Xenos. We ging ook nog naar een café. Of dat ook op het lijstje stond weet ik niet helemaal zeker. Papa nam een biertje en ik kreeg een ijsje. Mama zal wel zuchten dat ik er weer helemaal onder zit. Twee mevrouwen vonden mij en mijn vader wel leuk en poetsten mij weer een beetje schoon. Als laatste ging Papa nieuwe schoenen voor mij kopen. Ik ben niet zo van de merken maar hij wilde perse Nikes. Ik vond ze ook prachtig maar…we waren veel te groot. Ik wiebelde wat heen en weer. En toen had ik er nog maar één.

Antwoord c:

Ik zit prinsheerlijk in mij wandelwagen. Ik hoef niet te lopen. Mijn oma wordt zenuwachtig als ik los loop. Eerlijk gezegd denk ik dat ik een stuk harder kan lopen dan mijn oma. Dus ik blijf braaf zitten. Om de tien meter komt oma voor de wagen staan en knijpt mij in de wangen. Ze roept steeds ‘Waar is oma’s grote jongen dan?’. Ik weet ook niet waarom. Om te checken of ik nog leef of zo? Opa was namelijk op een dag dood in zijn stoel blijven zitten. Of wil ze zichzelf er van overtuigen dat ze heus nog wel weet wie er in de wandelwagen zit. Oma vergeet wel eens wat. Gelukkig gaan we de goede kant op naar huis. Oma houdt ook niet van verspillen. Mijn nieuwe Nikes vond ze prachtig maar…zwaar overdreven. Omdat ze bang was dat iemand die mooie schoenen zou stelen heeft zij ze in haar jaszak gestopt. Dat vond ik dan weer overdreven. Maar goed, zij is de oudste en aannemelijk de wijste. Als zij in haar tas rommelt om haar ov-pas op te bergen in een geheim vakje en te controleren of de huissleutel nog wel in het andere geheime vakje zit, zie ik het gebeuren: mijn mooie blauwe rechter Nike vliegt op de grond. Als ik het kenbaar wil maken stopt oma mijn speen in mijn mond. Nou ja, ik kan toch nog niet praten. Maar Oma heeft wat uit te leggen thuis.

Antwoord d:

Iets anders.

Het lijkt wel examen. Maar het fijne is dat deze keer alle antwoorden goed zijn! Gefeliciteerd!