Tagarchief: rugtas

Ons kanaal

Op het Apeldoorns kanaal is veel te zien. Een paar maanden terug werd er bijna op geschaatst. Nu wordt er op gevaren in kleine bootjes. Af en toe zwemt er iemand in. Soms een hond. Veel vaker de eenden, de futen, de waterkipjes en natuurlijk de zwanen. Allemaal te zien met het blote oog. Wat niet te zien valt zijn de vissen. Die schijnen er toch te wonen want met grote regelmaat zijn er vissers aan de kant te vinden. Ik roep vaak: ’Àls ik nog eens ga sporten, dan ga ik vissen!’ Het lijkt me wel wat om een beetje in een comfortabele stoel te luieren en niets anders doen dan dobberstaren en dommelen. Vandaag ga ik eens opletten hoe het precies gaat. Sssst, daar komt iemand.

Een jongeman met een reuze grote rugtas verschijnt op de vissteiger. Eerst kijkt hij turend in het water alsof hij de vangst kan voorspellen. Zijn zonnebril wisselt regelmatig van plaats, van zijn neus naar zijn strak achterovergekamde haar en weer terug. Hij besluit te blijven. De rugtas wordt neergezet, opengeritst en het eerste legergroene pakketje wordt er uit gehaald. Het blijkt een stoel te zijn die op ingenieuze wijze uit elkaar geklapt kan worden. Waarschijnlijk is de laatste keer dat hij deze stoel gebruikte al even geleden maar uiteindelijk lukt het hem. Goed begin. Dan natuurlijk de hengel. Hij doet wat aas aan de haak, werpt de hengel uit en laat zich in de stoel vallen. Ik hoor het niet duidelijk maar volgens mij klinkt er: ‘Hè hè!’ Zo bedoel ik dat sporten.

Na een tijdje staat hij op en haalt nog een groot legergroen pakket uit de tas. Hierin blijkt een gigantisch schepnet te zitten dat hij in drie delen aan elkaar moet schroefdraaien. Ik weet nog niet goed hoe ik de afmeting van het net moet interpreteren, veelbelovend of pure bluf. We gaan het zien. Hij gaat weer zitten en tuurt. Het moment van beethebben duurt hem te lang denk ik want hij haalt uit de tas een bakje met iets, ik denk een soort van aas. Hij gooit twee stukjes in het water om de vis wat extra te verleiden maar sneller dan hij gedacht had komen de eenden, de futen, de waterkippen inclusief nageslacht op de twee stukjes af. Dit was niet de bedoeling. Het bakje blijkt nu leeg, dus komt er uit de tas een zakje dat in het bakje leeggeschud wordt. Vervolgens een ander zakje. Met zijn handen wroet hij in het bakje. Aha, het wordt een heerlijke mix. Hij spoelt zijn handen af in het kanaal. De watervogels zijn intussen gevlogen. Een doos, met ik schat 26 laatjes, wordt uit de tas gehaald. Alle laatjes worden gecheckt, in de onderste zit de juiste dobber. Er gaat nieuw aas aan de hengel en de visser leunt tevreden achterover in zijn stoel. O ja, hij moet ook aan zijn teint werken. Shirt uit en zonnebrandcrème uit de tas halen. Het zou me ondertussen niet verbazen als er ook een schemerlamp in die tas zit, maar dit terzijde.  Smeren, handen afspoelen in het kanaal en eindelijk zitten. Dan verschijnt er een fiets met een vriend. Er wordt een ingewikkelde handshake uitgevoerd, wat gekletst, wat gedronken tot de vriend wegfietst. De visser kijkt op zijn horloge, schudt zijn hoofd en begint op te ruimen. De bakjes, de zakjes, de doos met de 26 laatjes, de zonnebrandcrème, de stoel, het net, de hengel, zijn shirt, alles verdwijnt in de tas. Toch wandelt hij met een glimlach op zijn gezicht weg. Sportief van hem. Ik zit nog een tijdje paf en denk: ‘Er is veel te zien op het kanaal, ook er langs, maar ik denk nog even na over sporten…..’

 

Advertenties

Vakantiegangers

Ik hoef niet uit te leggen wat vakantie is. Is ook niet uit te leggen want het is voor iedereen anders. Zo de een zich heerlijk laat vertroetelen in een hotel, schept de ander liever zijn eigen toiletputje naast de slaaptent. Zo eet de een zijn eigen aardappelen in zijn eigen cavaran, zo eet de ander gezellig met de pot mee in een hostel. Wat we gemeen hebben is dat we allemaal wel graag mooi weer hebben, niet te heet natuurlijk, maar ook niet te koud, en zeker geen regen, maar gewoon lekker, je weet wel. Een van mijn hobby’s is mensen kijken en omdat ik al met vakantie geweest ben heb ik al aardig wat andere vakantiegangers bekeken. Vijf dingen die me steeds weer opvallen aan deze mensen.

  1. Wat zijn er ongelooflijk veel soorten vakantiegangers! En wat zie je het aan hen af. Direct is het verschil met de autochtone bevolking duidelijk zichtbaar.
  2. Vakantiegangers die met een enorme bultige rugzak rondlopen waarvan ik me altijd afvraag wat zit daar in vredesnaam allemaal in dat je dat constant bij je wilt hebben in een stad waar je alles kunt krijgen? Waar zijn ze op berekend en wat mis ik?
  3. Vakantiegangers die zo sneu zijn dat ze geen deo kunnen betalen of denken dat dit niet hoeft gedurende hun vrije tijd. Sinds wanneer bestaat er zoiets als vrijheid van luchtvervuiling of valt het onder neusvredebreuk? Of kom ik nu weer te dicht in iemands privacy?
  4. Vakantiegangers die iets genuttigd hebben op een terras, betalen en opstaan, om vervolgens nog een half uur bezig te zijn met het omhangen, aangespen, inklikken van allerlei o zo nodige attributen in de daarvoor bestemde o zo handige tasjes met oneindig veel vakjes. Wat een gedoe.
  5. Vakantiegangers met van die kleren: ‘wat dacht je toen je ze kocht?’. Er moet toch een moment van goedkeuring geweest zijn door die meneer voor die geruite driekwart broek, daarboven die veel te strakke t-shirts met jolige teksten als ‘Ik wil bier!’, ‘Ik ben de baas!’ of ‘Kijk voor je!’. Bijvoorkeur gecombineerd met gestreepte kantoorsokken en nieuwe veel te witte sneakers. Of die mevrouw; dacht je echt dat je voor de vakantie nog 10 kilo zou afvallen waardoor het jurkje perfect zou passen?

Heerlijk toch? Het enige wat me wel eens zorgen baart: wat denken die andere vakantiegangers van deze vakantieganger? Sta ik ook vermeld in iemands blog? Als de koekeloerende mevrouw met haar kleine opschrijfboekje?

 

Identiteit vs identiek

identiteit

Ik zit voor het raam en kijk naar buiten.

Een auto stopt langs de stoeprand.

Ik heb niet beters te doen en blijf kijken.

De voorportieren worden tegelijkertijd geopend.

Links stapt een man uit.

Een beige afritsbroek, een blauwe fleecetrui met zwarte accenten en stevige schoenen.

Rechts stapt een vrouw uit.

Een beige afritsbroek, een rode fleecetrui met zwarte accenten en stevige schoenen.

Ze hebben zeer waarschijnlijk dezelfde kapper.

Hij loopt naar de achterkant van de auto om de aldaar opgestapelde fietsen te verwijderen van het rek.

Zijn eigenwijsheid blijkt uit de hoeveelheid extra banden waarmee alles is vast gemaakt.

Eerst gaat de damesgazelle de stoep op.

Vrouwlief staat paraat om de standaard uit te zetten terwijl de herengazelle al snel volgt.

Dan duiken zij tegelijkertijd de auto in ter hoogte van de achterbank.

De daar reeds gereedstaande rugtassen worden tevoorschijn gehaald.

Hij een rode, zij een identieke groene.

Ze wisselen geen woord.

De inhoud van de rugtassen wordt nog eenmaal gecheckt.

Water. Pleisters. Regenjas. Meergranenreep. Plattegrond. Mobiel.

Ze knikken goedkeurend en binden de rugtassen achterop de fietsen met een spin.

Hij een zwarte, zij een identieke bruine.

Ze zetten hun rijwiel op de weg voornemens hun tocht te aanvaarden als zij opeens fel naar zijn schoenen wijst.

Hij kijkt en schrikt een beetje.

De fiets gaat terug op de standaard en hij stopt de pijpen van zijn beige afritsbroek in zijn bruine sokken.

De pijpen van haar beige afritsbroek zitten al in de beige sokken.

Daar gaan ze.

Ik kijk hen na.

En denk.

Wat zag ik nou?

Een jarenlange relatie waarin de identiteit verloren gaat door alles identiek te hebben en te doen?

Of een jarenlange saamhorigheid die juist door alles identiek te hebben en te doen een identiteit op zichzelf is?