Tagarchief: ouders

Marius

‘Marius wil opgehaald worden uit Smalland’

Je hoeft niet eens te raden waar ik ben. Eens in de vijf jaar ga ik hier naar binnen. Vaker verdraag ik niet. Meestal heb ik ook niet echt iets nodig. Om vervolgens met volle armen (ook hier geen tassen meer) het pand te verlaten. Ach en dan is het wel zo gezellig nog een balletje mee te blijven prikken. Dat is genieten. Al die mensen bedoel ik dan.

Ik zie meteen al een stel praatouders. Kindlief loopt uitdagend te springen op de bank. Vraagt de vader met afhangende schouders aan de moeder ‘Vinden wij dit goed?’. Moeder, ook niet iemand met een duidelijke mening ‘Kweenie’. Ze roepen het kind bij zich en vragen waarom hij niet gaat zitten want doorgaans is een bank, ook die van Ikea, daarvoor gemaakt. Het kleine jongetje roept ‘Bleh!!!’ en huppelt vrolijk verder op de bank. De ouders kijken elkaar aan, halen tegelijkertijd de schouders op en gaan verder met eten.

‘Marius wil opgehaald worden uit Smalland!’

Achter ons zit een meneer die druk is met zijn telefoon. ‘Nee joh, dat heb ik allang met Martin besproken. Ja, ik dacht dat ik het ook met jou besproken had maar dat is dus niet zo. Haha. Ja, ik dacht het echt joh! Maar goed, Martin weet er van hoor. Ik kan het je wel uitleggen natuurlijk maar dan vertel ik het twee keer terwijl Martin het al weet. Weet je, als jij nou Martin ff belt dan legt hij het je wel uit. Als Martin d’r nou niet is moet je mij ff bellen dan leg ik het je gewoon uit. Geen moeite joh, is zo gebeurd. Zo moeilijk is het nou ook weer niet hè, haha! Dus jij neemt eerst contact op met Martin en dan eventueel met mij. Nou joh, ik hoop dat Martin er is. Anders hoor ik het wel!’

Naast ons een moeder met twee dochtertjes. Moeder houdt facebook waakzaam in de gaten terwijl de meiden elkaar opjutten wie de meeste Zweedse balletjes in één keer naar binnen kan proppen. Ze giechelen zich suf zoals alleen meisjes dat kunnen. Pas als ze uiteindelijk proestend de balletjes weer uitspugen kijkt de moeder verstoord op ‘Doe’es gewoon jullie!’.

‘Marius wil nu echt heel graag opgehaald worden uit Smalland!!!’

Aan de andere kant naast ons zit een vader, moeder met hun kleine spruit in de kinderstoel tussenin. Helemaal blij met een flesje water en al wat zijn ouders voor hem neerleggen eet hij smaakvol op. Dan heb ik het over twee patatjes, af en toe een sperzieboon, een stukje zalm en een half balletje. Bij iedere hap glundert hij en kraait ‘Lekker!!!’

‘OKÈ, MARIUS WORDT AAN DE EERSTE DE BESTE OUDERS MEEGEGEVEN!!!’

Het is weer genoeg geweest. Nog even het pakketje uit het magazijn ophalen. Hoe heet het ook alweer? O ja, Marius…. Zijn er nou echt ouders die hun kind naar een Ikeameubel vernoemen???

 

Eervol

 

Ik zit achter de laptop super druk te doen met van alles en nog niks en dan opeens floept er een heel leuk mailtje binnen. Wat nou druk? Gewoon even lekker van genieten!

 

Beste Carla,

Ik wil je graag laten weten dat jouw verhaal ‘Ouderlijk huis’ bij de beste tien hoort.

Helaas lag het niet bij de eerste drie, maar ik vind het zó goed dat ik het graag een eervolle vermelding wil geven.

Ik zou het graag op mijn website zetten en ernaar verwijzen in de komende Verhaal van de maand als zeer geslaagd voorbeeld van hoe je een opsomming interessant maakt.

We hadden namelijk heel veel inzendingen waarin de schrijver een aantal voorwerpen / herinneringen achter elkaar gezet had. Maar daarmee heb je nog een verhaal. Jij bent daar wel in geslaagd.

Als je daarmee akkoord gaat, krijg je hier een eigen pagina: http://marjonsarneel.nl/prijswinnaars.html

Met hartelijke groet en van harte proficiat!

Marjon

 

En dit is het verhaal, het thema moest zijn ‘Ouderlijk huis’ en het moest precies 335 woorden bevatten, niet meer en niet minder. Schrijven is schrappen….

 

tuinhekje

Ouderlijk huis

 Het tuinhekje piept als ik het open.

De voortuin ligt er keurig bij, de hand van mijn vader duidelijk zichtbaar.  Zijn dochters royaal vertegenwoordigd; de margrieten deinen pal naast de irissen, de viooltjes staan met een reden apart in een pot. Eenmaal binnen roep ik onderaan de trap  ‘Ik ben thuis!’.  Stilte. Gewoontegetrouw loop ik meteen door naar de keuken. In het midden blijf ik staan. Ik zie de brandplek op het aanrecht. Vader zette daar ook zomaar die hete koekenpan neer. Moeder verweet hem ‘verwoesting van haar hele keuken’ en wij kinderen vluchtten giechelend naar boven, nog snel een pannenkoek meegrissend. Als ik de gang inloop til ik automatisch mijn linkerbeen iets op om niet te struikelen over de omgekrulde hoek van de loper. Vaders geruite pet hangt aan de kapstok. Moeder noemde het schamper een ‘oudemannenpet’. Naast het gewraakte hoofddeksel hangt haar opzichtige zuurstokroze paraplu, als tegenactie. In de woonkamer tikt de lelijke klok van plastic de tijd onveranderlijk weg. Eens een cadeau van vaders baas en niemand die ooit de moed had er iets negatiefs van te zeggen. Verder niets dan stilte. Naast de bank staat de rieten mand met een half af borduurwerk. Op de kleine bijzettafel ligt een recept van ‘feestbrood’ geschreven in moeders lichthellend handschrift. Liefdevol strijk ik met mijn hand langs de rugleuning van vaders stoel. Minutenlang sta ik voor de omvangrijke boekenkast. Romans en thrillers maar ook naslagwerken en voorleesboeken De middelste plank staat propvol met foto’s. Een leven gevangen in lijstjes. Baby’s, bruiloften, brave schoolkinderen, stralende vakantiekiekjes. Een bonte verzameling familiegeluk. Met iets van schaamte veeg ik snel een traan weg. Opnieuw ga ik naar de keuken. In mijn moeders lievelingsmok maak ik thee. Beiden handen om de mok geklemd. Op de eettafel ligt een agenda open bij vorige week. Maandag: stomerij. Woensdag: Josine jarig. Zaterdag: Rome met vier uitroeptekens. Ik blader verder. Volgende week donderdag: weer thuis. Gelukkig maar. Een ouderlijk huis zonder ouders voelt niet als thuis.

Het tuinhekje piept als ik het sluit.

 

 

 

 

Grote jongen

baby

Grote jongen

‘Nee hoor mevrouwtje, hij komt nog niet, gaat u maar fijn de jaarwisseling vieren’. Meer dan hoogzwanger zat ik de oudejaarsavond uit, elke knal zag ik aan voor een wee, bij elke donderslag maakte mijn inwoner een buiteling van pret. De veertig weken zaten er op. Het kamertje was klaar, veilig in neutrale kleuren. Er was met veel (on)geduld uren aan het kleine wiegje geprutst. Een zelfgemaakt babypakje lag klaar voor gebruik, zo’n boxpakje die op de schoudertjes dichtgeknoopt moesten worden met twee lintjes waarvan je meteen een doddig strikje kon maken. Twee superzachte schoentjes en een handig rompertje met drukkers tussenpootje zaten ook al in De tas. Natuurlijk had ik ook aan mezelf gedacht en een uiterst elegant ponnetje was speciaal voor de gelegenheid gekocht.

Na tweeënveertig weken, voldoende tijd om er naar uit te kijken zou je denken, overvalt het me toch nog. Op vrijdag de dertiende… Midden in de nacht, de eerste nacht van die winter dat het gevroren had, krabben, slot ontdooien, weer krabben, De tas vergeten, De tas halen, winterjas aan over oude verbleekte hemapyjama en op naar het ziekenhuis, ‘Kan het niet…pufpufpuf…sneller!’. De zusters heetten ons van harte welkom maar waren alleen ‘even’ vergeten de verwarming in de verloskamer aan te doen. De verloskamer lag aan die kant van het ziekenhuis waar binnenkort verbouwd zou worden en waarvoor alvast wat bouwmateriaal lag opgeslagen. Door de windkracht 10 bleef er echter niets meer op zijn plaats liggen…het leken wel weeën. Geen tijd meer voor het elegante ponnetje. De aanstaande vader die, braaf volgens de films, met natte washandjes wilde helpen werd klappertandend ruw weggestuurd en om de koude dingen snel te ruilen voor iets warms. Nee, het verliep allemaal ietsje anders, maar daar was hij dan toch! ‘Wat een grote jongen’ waren de eerste woorden die hij hoorde van de verloskundige. Hij zou ze nog vele malen horen in zijn leven, tot vervelends toe. Nadat de weegschaal 10 pond aangaf keek zij trots rond… alsof ik dat niet allang ergens anders aan gemerkt had…

Toen hij mee naar huis mocht kreeg ik het rompertje niet dicht, de schoentje bleven in de tas, in de lintjes van het pakje kon met pijn en moeite een piepklein knoopje gelegd worden. Al met al een wat armoedige aanblik denk ik achteraf, destijds zag ik alleen maar hoe mooi en lief en geweldig en bijzonder en ja, ook vooral hoe groot hij was. Na een week was het wiegje te klein, was hij drie kledingmaten verder, maar hij bleef degene die mij moeder maakte, die ons ouders/opvoeders/verzorgers maakte.

Vandaag, iets meer dan dertig jaar later, is hij nog steeds mooi en lief en geweldig en bijzonder en ja, met 2,05 meter ook best wel groot.