Tagarchief: oproep

De auditie

(Dit verhaal heb ik ingezonden voor de schrijfwedstrijd Baarnse Literatuurprijs 2016. Volgens Google moet literatuur een ‘universele waarde’ hebben. Of dit hier het geval is betwijfel ik ten zeerste maar dit was wel het verhaal dat bij me opkwam toen ik het thema zag: ‘Oproep’)

De auditie

“Hoi, met mij, ik moet je even spreken. Wat ik vandaag meegemaakt heb, dat geloof je niet. Let op. Je weet dat ik vanmorgen een auditie had. Een echte auditie voor een echt serieuze rol! Nou ja, geen serieuze rol want ze zochten nog iemand die de stuntel van het stuk kon spelen. Maar wel serieus genoeg om misschien eens door te breken. En zeg nou zelf, wie stuntelt er beter dan ik? Ik had me zowaar een keer niet verslapen. Ik was zelfs te vroeg. Uiteindelijk kwam dat goed uit voor een toiletbezoekje. Daar zag dat ik maar één oog had opgemaakt.  Wel eens geprobeerd in een toiletruimte met koud water en papieren doekjes een oog schoon te maken? Toen had ik een rood oog.  Ik werd binnengeroepen en moest een scène spelen met, houd je vast, met die leuke acteur, Rob…eh…dinges. Je weet wel. Van schrik kwam ik niet meer uit mijn woorden  terwijl ik de tekst gisteravond feilloos kon oplepelen. Met rode konen en een verhoogde hartslag worstelde ik me er doorheen. Waarom wilde ik dit ook alweer. Maar wat denk je, ik kreeg applaus na afloop! Dit was wel ongeveer wat ze zochten. Ik zou eind van de dag een telefoontje krijgen. Spannend hè. Wacht, even mijn thee pakken.

Ben ik weer. Toen ik weer thuis was kon ik mijn draai niet vinden. Moest ik nu thuis gaan zitten blijven wachten op dat telefoontje? Eind van de dag was een rekbaar begrip toch. Ik besloot naar het winkelcentrum aan de andere kant van de stad te fietsen, even wat adrenaline wegtrappen. Daar wandelde ik op mijn gemak door de gangen en net  toen ik bij de chocola stond hoorde ik mijn telefoon afgaan. Ik graaide in mijn jaszak. Mis. Andere kant dan. Ook niet. Tas! Dat ding zit natuurlijk onderin. ‘Hee Max, kan ik je straks terugbellen, ik sta in de supermarkt.’, hoorde ik opeens. Het was mijn telefoon helemaal niet. Plotseling brak het zweet mij uit. Ik had geen telefoon bij me! En stel nou dat ze bellen over die auditie. Stel dat de rol van mijn leven aan mijn neus voorbij gaat,  mijn hele carrière aan diggelen. Ik dacht alleen maar ‘Naar huis, ik moet naar huis!’. Na de file bij de kassa, de onbruikbare pinpas en op het nippertje voldoende contant geld hebben, propte ik alles snel in mijn fietstas. Waarom maken ze die dingen toch zo klein? Toen ben ik als een dwaas naar huis gefietst. Tenminste, de laatste drie straten moest ik lopen, met een geklapte achterband. Ik krijg dorst van dit verhaal. Blijf hangen, ik pak even een wijntje.

Ben ik weer. Het werd nog  erger. Ik kwam de tuin in, smeet de fiets tegen de schuur toen ik een klap hoorde, echt zo’n zware dreun en tegelijkertijd een verschrikkelijk gegil. Ik stond stijf van schrik. Het lawaai kwam van de buren, die oudere mensen weet je wel, dus ik keek voorzichtig over de heg. Maar niet voorzichtig genoeg want de buurvrouw riep me meteen, helemaal overstuur. Haar man was gevallen, of ik even kon helpen. Een tel twijfelde ik nog. Zal ik eerst mijn telefoon halen? Maar ik liep toch de buurtuin in. Meteen zag ik die man op de grond liggen. In zijn val had hij de salontafel omgegooid terwijl het kanten kleedje daarvan op zijn hoofd was gevallen. Er ontsnapte mij een zenuwachtig gegrinnik. De buurvrouw jammerde alleen maar “Hij gaat dood”. Hij zag er ook zo uit. Ik gaf haar, ogenschijnlijk   doortastend, de opdracht 112 te bellen. Daarna heb ik  bij de buurman ter hoogte van waar ik dacht dat zijn hart zat een paar keer geduwd en gepord. Toen ik wat aan zijn bovenste knoopjes prutste deed hij opeens zijn ogen open. ‘Hou daar es mee op!’ snauwde hij. Ik viel van schrik plat op mijn achterste. Maar zo kende ik hem weer. Mopperkont eerste klas. Of het de buurvrouw nog is opgevallen weet ik niet maar zodra de ambulance verscheen haastte ik mij terug naar huis. Naar mijn telefoon natuurlijk. Even bijvullen hoor.

Ben ik weer. Dus ik kom thuis en zie mijn telefoon gewoon midden op tafel liggen. Grote opluchting want ik dacht nog  dat hij misschien gestolen was, of dat ik hem  verloren had of dat hij thuis was kwijt geraakt. Maar hij lag gewoon op tafel. Toch durfde ik niet meteen te kijken. Ik nam eerst een glas wijn en toen nog een tot ik voldoende moed had. ‘3 oproepen gemist’. Wat! En het was nog niet eens eind van de dag! Boos, verontwaardigd en vooral overmoedig  belde ik meteen terug. Er werd opgenomen en voor iemand iets zeggen kon ratelde ik als een kip zonder kop dat ik er niets aan kon doen en dat ik de rol zo  ontzettend graag wilde hebben en dat ik nog een kans verdiende. En toen ik even ademhaalde hoorde ik ‘Hoi, met Rob, heb je al drie keer gebeld om te vragen of je vanavond met me uit wilt’.  O wacht, ik krijg een wisselgesprek….”