Tagarchief: onmacht

Verhalenslang 17/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Het valt in duizend scherven. Hij draait door en er vallen weer duizend andere scherven. Ze kijkt naar hem. Dat hij genieten kan van een simpele caleidoscoop blijft voor haar een raadsel. Zij wordt er horendol van. Het liefst zou ze het onding uit zijn handen rukken en er mee op zijn hoofd slaan. Heel hard slaan, net zolang tot hij… verschrikt houdt ze haar adem in. Wat zijn dit voor rare gedachten. Ze loopt naar de bank waar hij op ligt en omarmt hem. Haar lippen dwalen door zijn haar waar ze gesmoord “Sorry” in zegt.

Hij kijkt haar vragend aan. Ze schudt resoluut haar hoofd en glimlacht. Ze tilt zijn linkerbeen op en duwt zijn knie richting zijn neus. Na vijftien keer doet ze hetzelfde met zijn rechterbeen. Al die tijd ligt hij in de caleidoscoop te kijken. Wat er in hem omgaat weet ze niet. Hij ligt daar maar. Emotieloos, met een zeer beperkte vorm van contact. De sporadische momenten van opleving zijn haar te weinig. Het duurt al zo lang. En hoelang moet het nog duren. “Au, au!” Ze schrikt op uit haar overpeinzing en merkt dat ze zijn been veel te ver doorbuigt. Ze doet hem pijn. Abrupt houdt ze ermee op. Ze legt de zelfgebreide deken over zijn benen en loopt met tranen op haar wangen snel naar de keuken.

Met gesloten ogen leunt ze tegen een keukenkastje. Ze kan niet meer. Ze wil ook helemaal niet meer. Het is te zwaar. Hoe komt ze hier ooit uit. Gewoon weglopen? Hem aan zijn lot overlaten? Dat nooit! Hem een handje helpen? Kan ze daarmee leven? Waarschijnlijk niet. Was er maar iemand waarmee ze kon praten. Dan schrikt ze op van getik tegen het raam. Nee hè, de nieuwe achterburen. Mensen die ze niet goed kent en waar ze dus geen trek in heeft. Maar ze hebben haar al gezien. Met tegenzin opent ze de deur.

Nog geen half uur later is ze met Els, haar nieuwe achterbuurvrouw, in de sportschool voor een workshop boksen. De mannen blijven samen in haar huis. Gebeurt dit echt? Laat ze hem zomaar achter bij een vreemde? Maar zo voelt het niet. Het voelt alsof ze elkaar al jaren kennen. Els nam vastberaden de beslissing voor haar. Dat ze er eens moest, dat een potje boksen heel bevrijdend werkt. Ze slaat links, ze slaat rechts, eerst zachtjes en voorzichtig, uiteindelijk beukt ze er stevig op los. Links tegen de ziekte, rechts tegen de situatie, links tegen de onmacht, rechts tegen het verdriet. Tranen stromen over haar wangen. Ze wordt moe maar verbijt dat en vecht krampachtig door. Tot Els roept: “Stop maar! En meekomen!” Even later laat ze haar bezwete en vermoeide lichaam in het warme zachte water zakken. Ze doet haar ogen dicht en zucht tevreden.

“Hartstikke bedankt!”, zegt ze nogmaals tegen Els en Maarten als die door de achterdeur het huis weer verlaten. “Geen moeite”, wuiven ze haar woorden weg.  ”Jij bent een goeie mantelzorger voor je man. Wij zorgen graag een beetje voor jou!”

 

Advertenties