Tagarchief: onhandig

Verhalenslang 19/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Ze lachte bijna. De mannen bleven echter bloedserieus.

Dit gebeurt iedere keer weer. Ze melden zich aan, waarschijnlijk aangespoord door hun echtgenotes. Vervolgens wordt in overleg een datum afgesproken, veelal in de avonduren. En dan begint zo’n avond altijd eerst behoorlijk ongemakkelijk. Mannen die zich geen raad weten. Ten eerste al gestuurd door vrouwlief. Ten tweede hebben ze een gevoel van schaamte tegenover de anderen, wat het zelfvertrouwen niet ten goede komt. Ten derde hebben ze allemaal een houding van ‘ik heb dit niet nodig, ik weet het allemaal best wel.’ En ten slotte schrikken ze zich een ongeluk als ze haar zien. Telkens weer.

Neem nou Hans. Al jaren gelukkig met Henriëtte. Een mooi vol leven met goede banen, vakanties, veel afspraken met vrienden, eigen auto’s en de maximale hypotheek op een huis. Volop genieten van het wat het leven te bieden heeft. Totdat er een scheur kwam in het mooie plaatje. Hans werd ontslagen op het moment dat Henriëtte acht maanden zwanger was van de tweeling. Er werd koortsachtig overlegd wat weg kon en wat moest blijven. De tweeling moest uiteraard blijven dus werd het huis verkocht. Een hectische tijd brak aan en zette het leven van Hans compleet op zijn kop. Niet gewend om financiële problemen te hebben zocht het stel naar goedkopere oplossingen. Ze kregen vaker onenigheid totdat Henriëtte hem de folder nadrukkelijk onder ogen schoof.

Of wat te denken van Sjors. Na een mooie jeugd, een bijna vlekkeloze middelbare schoolperiode en een heerlijke studententijd woonde Sjors nog steeds bij zijn ouders. Hij logeerde wel eens bij vrienden of bij zijn zus die een gezellig appartement in de het centrum van de stad bewoonde, maar hij kwam altijd weer  bij zijn ouders terecht. Toen hij al vijf jaar een redelijk betaalde baan had stuurden zijn ouders er met zachte, maar ook dwingende, hand op aan iets voor zichzelf te gaan zoeken. Het idee moest even landen bij hem. Zijn vader had op een gegeven moment een geschikte etage voor hem gevonden en Sjors hapte toe. Op de verhuisdag kreeg hij van zijn ouders een envelop met daarin de aanmelding.

Henk is een man van geheel ander kaliber. De man was al een aantal jaren weduwnaar en snakte gewoon naar wat gezelschap. Ook hij had de folder gevonden en zich aangemeld. Een half uur voor aanvang sloeg opeens de twijfel toe. Moest hij dit nou wel doen? Wat schoot hij ermee op? Aan de andere kant had hij Agaat op haar sterfbed beloofd niet alleen te blijven kniezen.

Ze overzag de mannen, zette haar mooiste glimlach op en zei: ‘Welkom allemaal. Ik ga jullie zoveel leren! Vandaag beginnen we met iets eenvoudigs, het ophangen van een schilderijtje. Hoe pak je dat aan en wat heb je er voor nodig?’

 

Buitenland

 

(België organiseert ook wel eens schrijfwedstrijden en aangezien je natuurlijk gewoon Nederlandse bijdragen kunt inzenden doe ik ook daar aan mee. Soms lukt het: sinds vandaag staat mijn kinderverhaal ‘Olivier wil koning worden’ als voorleesverhaaltje op http://www.voorleestuin.be ! Yeah!! En soms lukt het niet. Onderstaand verhaal heb ik ingezonden voor de Columnwedstrijd van Thisishowwweread, een Belgisch platform voor literatuur en lifestyle, voor de ondernemende lezer. Het thema was vrij, lengte ongeveer 500 w., het werd ietsje langer. Dit verhaal heeft het niet gered, toch maar hier plaatsen dan ;-))

Roze wolk

Kijk naar me! Zie je het? Nee? Nog steeds niet? Ik ben blij! En niet zo’n klein beetje ook. Na al die maanden van spanning kwam vanmorgen eindelijk het verlossende telefoontje: “Mam! Je bent Oma geworden!” Van pure vreugde sprong ik uit mijn stoel en gooide daarbij de veel te dure leeslamp om. Scherven brengen geluk toch? Slik, dit wordt wel heel veel geluk.

Ik laat de boel de boel en huppel naar de stad voor een cadeau. Bij de speelgoedwinkel voel ik mij een kind, zoveel moois en schattigs is er te zien. Kijk nou, een roze beer die kan zingen. Even proberen. Ik druk op haar buikje. Nog eens. Toe nou! Ik schudt haar zachtjes heen en weer. O jee, ze begint keihard te huilen! Waar zit die uitknop! Houd op, stomme beer! Ik stop het roze kreng in de plastic roze Barbie-caravan en doe alsof er niets aan de hand is. Niets aan de hand. Wat is dit? Een roze opwindautootje. Wat lief. Even proberen. O jeetje, het ding zit vast aan mijn sjaal en draait zich steeds vaster in de wollen franje. Wat nu weer. Ik trek en ruk maar het voertuigje zit moervast. Ik kijk wat onbeholpen rond. Aha, daar is de oplossing: met een kleuterschaartje bevrijd ik het wagentje. Dan valt mijn oog op een dartspel met zachte pijlen die met klittenband aan het bord vastzitten. Hier kan niets mis mee gaan. Ik gooi een pijltje naar het bord. Mis, op de grond. Als ik het wil oprapen blijkt het wel erg goed aan de vloerbedekking te hechten. Ik laat me niet kennen en trek resoluut aan de pijl. De vloerbedekking besluit los te laten op een moment waar ik niet op bedacht ben en ik val plat op mijn gat. Met de pijl in mijn hand, dat wel.

Ik gooi het over een andere boeg en besluit kleertjes te kopen. Ik aai rekken vol met roze tule, ik gooi stapels minihemdjes met roze flamingo’s om, ik woel met twee handen in een bak vol witte ienieminisokjes met roze hartjes, roze haarbandjes met witte roosjes gebruik ik als katapult, ik jongleer met drie pluchen roze ballen, ik…weet het niet meer. Help! Ik zeg dit niet hardop maar straal het kennelijk wel uit. Een winkeljuf komt op mij af en vraagt zuur: “U zoekt?” Betrapt stop ik beide handen in mijn zakken en vraag naar een roze cadeautje. “Uw eerste?” Ik knik trots en laat me een pakket aanpraten. Ik heb het lef niet meer om tegen te spreken en verlaat de winkel met twee tassen vol en een snikkende bankpas.

De details over mijn reis naar het ziekenhuis zal ik je besparen. Laten we het erop houden dat ik een slangenmens ben. Vele routes en afdelingen later ben ik dan toch daar waar ik zijn moet. Ach kijk nou! Ik vergeet iedereen en ren op mijn doel af. De stoelpoot is echter langer dan ik denk en ik smak bijna naast mijn verse kleinkind in het lelijke ziekenhuiswiegje. De baby schrikt en zet het direct op een huilen. “Oma is binnen, het huilen kan beginnen!”, grap ik nog. Mijn dochter toont direct haar moederkwaliteiten en heeft haar nazaat in twee tellen stil. Sorry hoor. Met de nodige felicitaties zet ik de twee volle tassen op het bed. De jonge ouders duiken er enthousiast in om er al snel weer beteuterd uit te komen. Hè? Iets niet goed? “Mam, weet je hoe ons kindje heet?” Verrek, vergeten te vragen. “Joost! Mam, je hebt een kleinZOON!”