Tagarchief: oma

Oppasdagfragment

Ik lig op mijn rug. In een knalgeel kinderbadje. Zonder water. Niet erg comfortabel. Maar de kleine dame naast me heeft me zover gekregen.

‘Oma, kom je met me spelen?’ ‘Tuurlijk, wat gaan we doen?’

Ze sjouwt kussentjes van de tuinbank en dekentjes uit de poppenwagen in het gele badje. ‘Kom Oma, we gaan slapen!’ Een van mijn lievelingsspelletjes. Dus ik vlei mij gracieus in het bedachte bed. Nou dat vleien moet je ook maar bedenken… Na veel gekreun en gesteun lig ik met mijn hoofd op een kussentje. Mijn voeten steken ver buiten het badbed. Ik wil een dutje doen. Maar dat gaat zomaar niet!

‘Oma, je moet wel onder de deken!’ ‘O ja, natuurlijk!’

Ik trek het kleinood naar me toe en weet ternauwernood mijn schouders te bedekken. Naast mij hoor ik tevreden snurkgeluidjes. Dit hou ik wel een poosje vol.

‘Oma, je moet wel je lampje uit doen!’ ‘O ja natuurlijk!’

En ik druk met een vinger op de rand van het badbed. We snurken samen om het hardst tot we de slappe lach krijgen.

‘Oma, kijk jij eens buiten of het nog onweer is!’ ‘Tuurlijk, doe ik, nee het onweer is afgelopen.’

Ik denk rustig door te kunnen tukken maar kennelijk is het weer dusdanig goedgekeurd, dat andere activiteiten gedaan kunnen worden. Zo zit ik even later op de rand van het gras met een stokpaardje tussen de benen. Let wel: met de kop van het paard tussen de benen en de stok vooruit. We zijn aan het vissen! Ze bijten niet erg vandaag dus het spel is snel afgelopen. Mijn speelmaatje loopt wat heen en weer en slaakt opeens een afgrijselijke gil!

‘Oma!!! Help!!!’

Ik smijt de hengel aan de kant en snel naar haar toe. Met één handje voor de mond wijst ze met haar andere handje naar een pop die op de tuintegels ligt.

‘Poppie ligt in de modder! Jij moet helpen. Poppie wil eruit!’ ‘Tuurlijk! Snel!’

We pakken allebei een arm van Poppie en trekken haar langzaam los uit de diepe modderlaag. Het valt nog niet mee maar gelukkig, het lukt ons. Om het te vieren gaan we op zoek naar wat lekkers. We eindigen met een beker vol pepsils. Ze deelt makkelijk, samen knabbelen we vergenoegd. Opeens krijgt ze weer een nieuw idee. Ze pakt drie pepsils waarvan ze er eentje tot de helft opeet.

‘Kijk Oma, dit is Papa, dit is Mama en dit is Emma.’ ‘Goed van jou zeg! En waar is Oma?’

Toch wat beducht dat ze mij al opgegeten heeft, of dat ik geen slanke pepsil ben maar een stuk worst, of dat ze me niet lust, pakt ze een nieuwe uit haar beker.

‘Hier ben je, Oma!’ ‘Ja, Oma is hier!’

Wat een heerlijke, oneindige, ik-hou-d’r-zo-van, fantasie…

 

 

Ode aan Emma (1)

Hieperdepiep nog an toe! Een heel jaar alweer, zolang ben je nu in mijn leven en ik kan me niet eens meer herinneren hoe het daarvoor was. Hoteldebotel verliefdheid en onvoorwaardelijke trouw voelde ik direct op het moment dat je geboren werd maar je echt kennen…dat moest ik leren. Ik groeide met je mee. En dat was een aaneenschakeling van feestjes. Van mijlpaal tot mijlpaal. Groot applaus voor je eerste lachje. De vlag ging uit toen je voor het eerst omrolde. Mijn hart sloeg steeds een tel over als ik je mollige armpjes weer zag,  het leek alsof er nog een elastiekje om je pols zat. Je vond de box al snel te klein. Er op uit! De wijde wereld ingaan, ontdekkingstochten maken, doe je nog steeds het liefst. Wat nou liggen? Omrollen, buikschuiven, steunen en kreunen, rekken en strekken, net zo lang tot je kunt kruipen. En dan het liefst ergens onder…

Je ontwikkelt je prima. Je taalt niet naar knuffels maar wel naar dingen die geluid maken. En naar boekjes, waarschijnlijk een gevalletje  erfelijke belasting.  En naar oorbellen, vooral als die nog in een oor zitten. En naar shoppen, alles en iedereen bekijken. En naar cadeautjes, hoewel het ritselende inpakpapier de voorkeur heeft. En naar paardje rijden op je vaders rug, het liefst in galop…

En nu ben je jarig, je eerste echte verjaardag. Dacht ik dat ik vorig jaar overliep van liefde…het heeft zich verdubbeld! Ik ben zelfs zo’n cliché-oma geworden die iedereen in haar omgeving eindeloos en tot vervelends toe trakteert op kleinkindfoto’s en verhalen.

Ik houd van jouw schoenen in de gang. Van jouw plakvingertjes op het raam, dit laat ik soms dagen zitten. Van jouw afwas op het aanrecht, lang gelden dat we schattig lieveheersbeestjesservies hadden. Van de vlek op mijn goeie broek, zul je net zien. Van je schaterlach, zo aanstekelijk. Van je uitgestrekte armpjes als verzoek tot optillen. Zelfs van de spinazie in je haar.

En ik houd van jouw kijk op het leven: overal ga je vol enthousiasme en zonder angst of achterdocht op af, je schuwt het onbekende niet, je omarmt het, je boosheid duurt nooit langer dan 3 tellen en je bent dol op knuffelen en kletsnatte kusjes. Je bent een hele dikke felicitatie waard!

 

Ode aan Emma

oma

Ik word wakker en hang twee tellen in het schemergebied tussen slapen en waken. Dan komt alles in volle vaart op me af! Het komt opnieuw overrompelend binnen. Een niet eerder gekend gevoel stijgt in me op, het vult me totaal, tot barstens toe!

Ik moet boodschappen doen. Vijf dingen zijn het maar. Die kan ik wel onthouden zonder briefje. Ik trek mijn jas aan. Hè? Was die jas altijd al die kleur? Mooier dan ik me herinner. Ik loop naar de winkel. Hè? Stonden hier altijd van die mooie bomen? Ik moet me inhouden niet te gaan huppelen. Hè? Wat zijn er veel mensen in de winkel en allemaal zo aardig. Waarom kijkt er niemand naar me? Ze zien het toch wel aan me? Ik heb namelijk het gevoel dat ik gloei en straal. Als ik thuiskom heb ik vijf boodschappen bij me. Maar niet die ik bedoelde. Komt allemaal door jou!

Donderdag 10 november 2016. Op slag is de wereld niet meer hetzelfde, want jij bent erbij! In een plastic ziekenhuiswiegje lig je zo mooi en zo prachtig  en zo aandoenlijk en zo oneindig lief te wezen. Je moeder ernaast. Zo dapper, zo uitgeput maar met zo’n liefdevolle, nimmer wijkende, moederblik in haar ogen. Ik kijk naar haar. Mijn kind met haar kind. De gelukstranenstroom is niet meer te stoppen. Lief kleintje, zo welkom in ons leven, in ons hart. Met je fluwelen huidje, met je perfecte neusje, met je tien lange vingers, met je alles.

Ik mag je zien. Als ‘liefde op het eerste gezicht’ nog niet bestond had jij het uitgevonden. Ik mag je vasthouden. Je weegt nog bijna niets maar niets zal ooit zwaarder wegen. Ik mag je ruiken. Je ruikt naar nieuw leven, naar beloftes, naar toekomst en een beetje naar Zwitsal. Ik mag je voelen. Je voelt goed, beter en als het beste. Ik mag je roepen. Je heet Emma, slechts één klank verwijderd van mijn nieuwe naam Oma…

Kom ik ga weer eens boodschappen doen. Zonder briefje want dit kan ik wel onthouden:

  1. een piepklein roze jurkje
  2. een roze rammelaar
  3. een roze beer
  4. een roze voorleesboek
  5. een pak roze muisjes

Een roze wolk heb ik al…

Wie de schoen past

Met een schrijfvriendin loop ik in de buurt van een treinstation in Zoetermeer. Ze stoot me aan en zegt, wijzend naar het blauwe kleinood op straat: ‘Daar moet je een foto van nemen, kunt je een mooi verhaal van maken!’ Aangezien ik uiterst braaf en volgzaam ben (soms) doe ik wat zij zegt.

IMG_20160502_190036764

Maar nu zit ik er toch een beetje mee. Er spelen verschillen scenario’s door mijn hoofd. Hoe los ik dit op?

Niet!

Jij, lieve lezer, lost het maar op! Ik maak er een meerkeuzevraag van.

Vraag: wat is hier gebeurd?

Antwoord a:

Ik zit prinsheerlijk in mijn wandelwagentje. Ik hoef niet te lopen. Mijn moeder vindt dat ik te langzaam ga. Nou, dan blijf ik toch lekker zitten. Ik heb mijn speen, mijn boekje en mijn rammelaar. Ik hoef maar een kik te geven of Mama geeft mij snel een koekje. In de trein vond ik het ook wel grappig. Veel mensen lachten zomaar naar me en zeiden dan tegen Mama dat ik lief ben. Mama zuchtte maar eens. Mama zucht best vaak. Verder zorgt ze goed voor me hoor. Ik krijg op tijd eten en drinken en regelmatig nieuwe kleren. Net als deze schoenen. Prachtig om te zien maar… ze zitten helemaal niet lekker. Ze knellen. Toch eens proberen of ik ze uit kan krijgen. Mama is druk met haar smartphone en ziet niet dat ik hulp nodig heb. Maar ik kan het best zelf, ben best al groot. Even rekken. Nog een klein stukje Ja! Zo. Gelukt! Nu die andere nog.

Antwoord b:

Ik zit prinsheerlijk in mijn wandelwagentje. Ik hoef niet te lopen. Mijn Papa vindt het lastig als ik wel eens een andere kant uit ga. Nou, dan blijf ik toch lekker zitten. Het is papadag en we zijn samen met de trein naar de grote stad geweest. Mama had hem een lijstje meegegeven. Dus gingen we naar de Hema, de Blokker en naar Xenos. We ging ook nog naar een café. Of dat ook op het lijstje stond weet ik niet helemaal zeker. Papa nam een biertje en ik kreeg een ijsje. Mama zal wel zuchten dat ik er weer helemaal onder zit. Twee mevrouwen vonden mij en mijn vader wel leuk en poetsten mij weer een beetje schoon. Als laatste ging Papa nieuwe schoenen voor mij kopen. Ik ben niet zo van de merken maar hij wilde perse Nikes. Ik vond ze ook prachtig maar…we waren veel te groot. Ik wiebelde wat heen en weer. En toen had ik er nog maar één.

Antwoord c:

Ik zit prinsheerlijk in mij wandelwagen. Ik hoef niet te lopen. Mijn oma wordt zenuwachtig als ik los loop. Eerlijk gezegd denk ik dat ik een stuk harder kan lopen dan mijn oma. Dus ik blijf braaf zitten. Om de tien meter komt oma voor de wagen staan en knijpt mij in de wangen. Ze roept steeds ‘Waar is oma’s grote jongen dan?’. Ik weet ook niet waarom. Om te checken of ik nog leef of zo? Opa was namelijk op een dag dood in zijn stoel blijven zitten. Of wil ze zichzelf er van overtuigen dat ze heus nog wel weet wie er in de wandelwagen zit. Oma vergeet wel eens wat. Gelukkig gaan we de goede kant op naar huis. Oma houdt ook niet van verspillen. Mijn nieuwe Nikes vond ze prachtig maar…zwaar overdreven. Omdat ze bang was dat iemand die mooie schoenen zou stelen heeft zij ze in haar jaszak gestopt. Dat vond ik dan weer overdreven. Maar goed, zij is de oudste en aannemelijk de wijste. Als zij in haar tas rommelt om haar ov-pas op te bergen in een geheim vakje en te controleren of de huissleutel nog wel in het andere geheime vakje zit, zie ik het gebeuren: mijn mooie blauwe rechter Nike vliegt op de grond. Als ik het kenbaar wil maken stopt oma mijn speen in mijn mond. Nou ja, ik kan toch nog niet praten. Maar Oma heeft wat uit te leggen thuis.

Antwoord d:

Iets anders.

Het lijkt wel examen. Maar het fijne is dat deze keer alle antwoorden goed zijn! Gefeliciteerd!

 

 

 

Vol of leeg…?

Ik kan het niet laten. Het blijft gewoon elke keer weer bijzonder. Die vraag- en aanbodkaartjes op het mededelingen/advertentiebord van Albert Heijn. Ik heb er al eens eerder een blog aan gewijd maar gister werd ik opnieuw naar de wonderlijke verzameling toegetrokken. Wat gebeurt er als je te snel leest of niet alles leest? Wat is je eerst indruk? Wat een eigenzinnig taalgebruik, bedoeld of niet? Het was meteen raak:

RSCN3475

Mij viel direct op: het woordje oma…in tegenstelling tot het woordje nieuw! Nu zijn de oma’s tegenwoordig veel jonger dan vroeger, maar toch.

Of deze:

RSCN3476

Tuinman voor alle tuinonderhoud…ja duh, niet voor al je belastingformulieren! En als je het vlug leest zorgt hij ook voor de tuinonderkant. Zou hij ook tuintegels schrobben, tuinstoelen lakken en/of barbecueën? Toch komt het geheel nou niet erg enthousiast over. Ik kijk nog even verder…

Of deze:

RSCN3474

Deze las ik te snel….in eerste instantie dacht ik: om wàt voor koffie gaat het hier? En dan de spatie tussen in en stelbaar. Verder vraag je toch af waarom doet Ria haar bed weg? Gaat ze eindelijk samenwonen? Gaat ze emigreren? Is haar laatste kind het huis uit? Heeft ze het altijd al een rotbed gevonden?

Nog eentje dan, ik moest hem wel drie keer lezen….

RSCN3477

Is het een boek of een band? Is alleen het papier maat A5 en hoe zit het dan met de/het band/boek? Is tie nou leeg of niet? O nee, de notenbalken zijn leeg! Ik kan er dus noten EN muziek op schrijven. Dan kan ik de verschillende muziekstukken nog scheiden met taBBladen of zitten die taBBladen tussen de lege notenbalken en de lege vellen? Een overvolle advertentie met lege teksten… Stefan zit wel erg om geld verlegen… Kennelijk ooit aan een muziekstudie begonnen, een carrière als sing en songwriter in ‘t verschiet maar doorbreken duurt even en je moet toch eten nietwaar. Succes Stefan!

 

Een seconde

Ik fiets door de wijk. Een mevrouw rijdt mij tegemoet. Schijnbaar vanuit het niets roept zij ‘Wat ben JIJ knap zeg!’. Wat er dan in een seconde door mijn hoofd flitst. Wie is die mevrouw? Waar ken ik haar van? Waar kent zij mij van? Wàt roept ze? Heeft ze het echt tegen mij? Is het complimentendag? Of bedoelt ze juist het tegenovergestelde? Is het tijd voor haar medicijnen? Of wil zij gewoon aardig doen? Hoe zal ik reageren? Alles wordt me uit handen genomen als een klein stemmetje achter haar rug klinkt ‘Goed hè oma?!’