Tagarchief: nachtverpleger

Te gek voor woorden

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd van NPO georganiseerd in het kader van de Boekenweek met als thema ‘Te gek voor woorden’ over de warrige waanzin die soms om ons heen heerst. De beste vijf maakten kans op verfilming en uitzending op NPO 2, hetgeen deelname voor mij extra aantrekkelijk maakte. Uiteindelijk zat ik nog niet bij de 25 besten…maar de ervaring was weer prima!)

blauwe laarzen

Te gek voor woorden

 ‘Welterusten’ de nachtverpleger trekt het gordijn dat mij van de andere patiënten scheidt resoluut dicht. Met gesloten ogen wacht ik op de pijnloze vergetelheid. Ik wil slapen. Eindeloos slapen. De angstige storm in mijn hoofd bemoeilijkt  echter het wachten. Vanuit mijn ooghoek had ik net nog gezien dat mijn buurvrouw met één been in een  indrukwekkende  stellage hing. Heeft ze nou bezoek?

‘ Zullen we nog eens ?’ hoor ik hem te hard fluisteren.

‘Vero heeft je gezien’ fluistert zij terug.

‘Vero?

‘Veronique! Je weet wel. Ze heeft je bij Martine de trap af zien komen. Zij is ook degene die Martine gevonden heeft’

’Wat heeft ze jou precies verteld.’

‘Ze herkende je aan je laarzen, die blauwe cowboylaarzen, die heeft toch niemand.’

‘En wat heb jij gezegd?’

‘Niks natuurlijk.’

De toon waarop het gesprek gevoerd wordt klinkt steeds grimmiger. Ik ben klaarwakker. Mijn hand tast naar de alarmknop. Ik kijk strak naar het gordijn alsof ik er doorheen kan zien.

‘Hoe weet ik zeker dat je niks verteld hebt.’

‘Vertrouw je me niet? Misschien moet je mij dan ook maar…wat doe je. Ga weg! Nee niet doen! Nee!’

Uit alle macht druk ik op het alarm en tegelijkertijd duw ik de loden dekens van mij af. Ik moet dat arme vrouwtje redden. Op de één of andere manier krijg ik mijzelf niet overeind. Na wat lijkt eeuwen verschijnt daar de verpleger. ‘Hiernaast!’, hijg ik, wijzend op het gordijn, ‘Hij wil haar iets aandoen! Vlug! Red haar!’ Hij kijkt voorzichtig om het hoekje van het gordijn en schuift het tergend langzaam open. Ik zie alleen maar een leeg bed.

‘Welterusten’ zegt de nachtverpleger weer. Hij drapeert de deken om mij heen, klopt nog eens geruststellend op mijn arm en verdwijnt. Ik schud mijn hoofd, probeer daarmee alle verwarring te laten verdwijnen. Het lukt niet. Er zit iets in mijn hoofd en ik kan er niet bij. Ik heb iets gezien maar weet niet wat. Hoe diep ik ook in mijn geheugen probeer te graven. Ik geef het op. Meteen is alles zwart. Diep zwart.

Ik schrik op uit een doezelmomentje. De tv staat nog aan. Dit gebeurt me vaker sinds ik twee dagen geleden uit het ziekenhuis ontslagen ben. De monotone stem van de nieuwslezer klinkt ‘Met behulp van getuigen is een compositietekening gemaakt van de dader. Heeft  u iemand gezien die hieraan voldoet neem dan contact op met…’ Op dat moment gaat de bel. Als ik opendoe zie ik een blonde man, een bekend gezicht, maar waarvan ook alweer. ‘Goedemiddag mevrouw, U heeft iets laten liggen in het ziekenhuis, mag ik even binnenkomen dan kan ik het u overhandigen.’ Verbouwereerd laat ik de man binnen. Hij neemt plaats naast de tv. ‘Wat ben ik vergeten dan?’. Op de tv is nog steeds de tekening te zien. Blond haar,  bruin jack en blauwe laarzen. Dan maken mijn hersenen eindelijk verbinding. Voor mij zie ik blauwe laarzen. Hij zegt onbewogen ‘Niet jij, maar ìk ben iets vergeten’.

 

 

 

Advertenties