Tagarchief: moeder

Moeders

(De moeder, de vrouw is het thema van de Boekenweek die gisteren begonnen is. Er zijn tal van boeken, verhalen en gedichten geschreven over moeders. Iedereen heeft er tenslotte eentje. Soms is dat heerlijk, soms pakt dat minder goed uit. Er zijn ook zoveel soorten moeders. Lieve moeders, ontaarde moeders, toegewijde en egoïstische moeders, carrière gerichte en luizenmoeders, bonus- en stiefmoeders, pleeg- en knuffelmoeders, noem maar op. De afdeling Schrijven van De VAK, centrum voor kunsten in Delft, heeft een schrijfwedstrijd uitgeschreven: schrijf een tekst in maximaal 250 woorden waarin een moeder het onderwerp is. Dit is mijn, overigens niet autobiografische en niet gewonnen, bijdrage.)

Moeder 2.0

Vandaag ben je nog in elke vezel bij me. Ik kijk naar je zoals je daar ligt. Naar je weerbarstige krullen. Je hebt mijn kind er ook mee opgezadeld. Soms vind ik dat fijn maar meestal verwens ik het onderhoud.  Ik kijk naar je licht gebogen neus. Jouw fijne neus voor stemmingen, maar wat stak je diezelfde neus toch dikwijls en ongevraagd in mijn zaken. Ik kijk naar je oren, altijd luisterend, maar te vaak Oost-Indisch doof. Ik kijk naar je ogen, nu gesloten, maar ik weet hoe liefdevol ze kunnen kijken. Ook hoe doordringend of verwijtend ze kunnen staan. Ik kijk naar je mond, die zowel kan spreken als zwijgen. Je stem die regelmatig grote wijsheden en liefdesuitingen verkondigde maar misschien nog wel vaker met flinke verheffing klonk. Ik kijk naar je handen, wat hebben ze hard gewerkt. Gestreeld, maar ook geslagen. Teder toegedekt en ingestopt maar ook hardhandig wakker geschud. Ik kijk naar je voeten, die me de weg zijn voorgegaan maar die me dikwijls op hinderlijke wijze in de weg liepen. Ik kijk naar je lijf, vaak gestrekt in afweer, niet om tegen aan te schurken, niet  om je geborgen bij te voelen. Je wist niet hoe dat moest. Toch een lichaam waar ik van houd omdat het (van) jou is.

Morgen zul je slechts een herinnering zijn. Hoewel ik ‘de kouwe kant’ ben zul je voor mij een warme herinnering zijn, zeker weten. Want jij was mijn schoonmoeder. Mijn warme schoonmoeder.

Bewassen

Aan de overkant stopt een busje. De belettering geeft aan: bewassing. Wat een raar woord! Er wordt iets bewassen bij de overburen? Wat dan? Zijn haar? Haar voeten?

 

Het gaat natuurlijk om de ramen. Er schuift een bakje vanaf het dak van het busje met daarin een glazenwasser. Op de zijkant van het uitschuif mechanisme staat ‘teleschebeing’. Pas al hij helemaal is uitgeschoven kun je ‘telescopische glasbewassing’ lezen. Aha! De glasbewasser staat in het bakje en door het bedienen van een knop zoeft hij gestaag alle ramen langs. Hij komt zo dichtbij de ramen dat hij zich niet eens hoeft te strekken. Hij zit zelfs met een ketting gezekerd aan het bakje. Koffie en broodjes binnen handbereik. Eruit vallen zou een wonder zijn. Hij bewast en belt.

  • Hey Sjaak met mij, gaat het nog door vanavond?… Nou even bij de schuur van Joop een paar plankjes en zo halen, weet je nog? … Is goed joh, ben om zeven uur bij je! … Hè? Nee ik kan niet eerder. Maris wil nou eenmaal dat ik thuis eet. Hahaha! … Ja zeker! … Ik zie je. Doei!
  • Hey Ma, wat is er? … Vanavond? Dat wordt moeilijk! Beetje druk hè … Kun je Ton niet even vragen? … O ja, vakantie. Hij wel ja! … Hè? Nee niks … Morgenavond? Ja moet ik even met Maris overleggen hoor. Die wil ook dat ik eens een avondje thuis ben! … Oké, ik kijk wat ik kan doen. Doei!
  • Hey Maris, wat is er, mis je me? haha! … Wat?! Vanavond ouderavond?! Alweer?… Nee, natuurlijk was ik dat niet vergeten! … Doei!
  • Hey Maris, met mij. Ik zit me af te vragen of jij het voor een keertje alleen kan redden op die ouderavond? … Hoezo de vorige keer ook al?! … Ik heb net mijn moeder  beloofd naar dat fornuis te kijken vanavond. Ik denk toch echt dat dat belangrijk is. Je wil toch ook niet dat er wat gebeurt met dat mens. Straks moet ze nog bij ons komen wonen! … Oké, je kan het! Dag schatje!
  • Hey Ma, met mij nog even. Ik ga het niet redden vanavond, ouderavond op school van die kleine! … Ja, is hartstikke belangrijk! … Oké, kom ik morgen. Als het lukt hè! Doei!

Wat een vak! Een multitaskende telescopische glasbewasser!

Schouwtoneel

In de tijd dat de zonnebrandcrème in de aanbieding is en de kruidnoten al liggen te lonken houdt Apeldoorn haar  Kanaalconcerten. Het is precies wat het woord aangeeft: een jaarlijks terugkerend feestje met concerten op het Apeldoorns kanaal. Er wordt dagen tevoren een flinke ponton in het water gelegd. Daarop wordt een heuse festivaltent geplaatst. Bloemstukje links en rechts. Een gezellige slogan van de hoofdsponsor er onder ‘Monuta wenst u een fijne tijd’. Vraag me altijd af wat ze daar precies mee bedoelen… Onder het tentzeil vandaan verschijnen dikke strengen kabels voor licht en geluid die als spataderen over de oever woekeren. Tussendoor wordt er door menig technicus serieus een of andere weergod aangeroepen.

De ster van deze aflevering is Trijntje Oosterhuis! Niet de minste toch? Maar er gaat nog wel wat gebakken lucht aan vooraf… allereerst de bisnisborrel. Waar het vooral gaat om netwerken, zien en gezien worden. Ik zag een jonge moeder aankomen op haar fiets met twee kinderzitjes en twee fietstassen. De ene fietstas werd geopend en de beige regenjas werd verwisseld voor een glitterjasje, de platte schoenen voor hakjes. Uit de andere fietstas haalde zij eerst een zwarte schoudertas tevoorschijn maar daarin bleek weer een glitter clutch te zitten. De haarwokkel werd verwijderd en ze schudde haar blonde krullen los. Een designer zonnebril in de lokken en klaar was ze. Anderen kwamen, opgetut en wel, met de BMW.

Trijntje, de ster,  was intussen aan de achterkant van de tent aangekomen. Er stond caravan klaar  waar zij zich kon omkleden. De tweede caravan moesten de drie backingvocals delen. Verschil moet er zijn nietwaar?  Omdat het super mooi weer was zaten ze met elkaar lekker buiten op een niet zo comfortabel picknickbankje. Beetje te kletsen. Over de kinderen denk ik. Wat worden ze groot, weer naar school, balen dat Mama op zaterdag moet werken. Over de vakantiekilo’s, weer meer dan gedacht, maar zo genoten. Misschien wel over een kapotte wasmachine, hopen dat die snel gerepareerd of vervangen wordt. Uit een klein etuitje haalt ze wat potloodjes en begint zich op te maken. Met een verwassen zwart t-shirtje aan en heur haar in een losse knot boven op haar hoofd. Net een gewoon mens. De glamour van het artiestenvak is ver te zoeken.

’s Avonds verschijnt ze in alle glorie op het kanaal, bijgestaan door het orkest van de Koninklijke Luchtmacht. Ze zingt zoals alleen Trijntje kan zingen. Jazzy, spatzuiver, aanstekelijk. Ze kletst gezellig met de mensen die in de bootjes vlak voor het podium een plekje hebben. Gereserveerde plaatsen waar de drank rijkelijk vloeit en de schalen met hapjes constant rondgaan. Ze geeft de mensen die met een picknickkleedje achteraan in het gras zitten net zoveel aandacht. Telefoonlampjes zwaaien mee met het ritme. Iedereen heeft het naar zijn zin. Totdat ….

Opeens klinkt er een oorverdovend geknal!!! En nog één!! En lichtflitsen!! Het verrassingsvuurwerk, bedoeld om de avond leuk af te sluiten, gaat spontaan af. Veel te vroeg en veel te onverwacht. Trijntje zit nog midden in een nummer, heeft het publiek op haar hand maar hier kan zij niet tegenop. Het is geen kinderachtig vuurwerk, het duurt best wel een tijdje. Publiek laat zich makkelijk verleiden en beweegt richting het knalspektakel. En Trijntje?  Ze draait zich resoluut om op haar torenhoge zilveren hakken en verdwijnt van het podium rechtstreeks richting caravan. Wat zou ze denken? ‘Stelletje knoeiers daar in Apeldoorn!’ of ‘Lekker vroeg thuis vanavond!’… Tenslotte is ze ook maar gewoon een moeder die haar kinderen graag ziet en misschien wel een kapotte wasmachine heeft.

Cadeau

( Dit is de vierde bijdrage aan Het Verhaal Achter de Foto, een besloten facebookgroep waar iedereen aan mee kan doen. Het verhaal moet over de foto gaan, ‘wat is hier aan de hand?’ en mag niet meer dan 200 woorden bevatten. Hier mijn verhaal bij de foto.)

 

verhaal-achter-de-foto

Ik bedank er voor om weer zo’n debacle mee te maken. Vorig jaar had ik me behoorlijk uitgesloofd met de kerstcadeaus. Vooral voor mijn moeder was het een uitdaging. Maar het lukte toch en ik was er tamelijk mee in mijn Kerstnopjes. Totdat mijn schoonzus haar pakje overhandigde. Het bleek exact hetzelfde als mijn cadeau!

Dit jaar denk ik toch het allermooiste te hebben gevonden. In zo’n achteraf snuffelzaakje vond ik een prachtige print. Daarop een jongedame die zich opmaakt voor het bereiden van een copieuze maaltijd. Mijn moeder is een echte keukenprinses, vandaar. Tenminste, tot een aantal jaar geleden. Nu is het koken en bakken haar te omslachtig.

Ik bel mijn schoonzus op en vraag heel onschuldig: ‘Heb jij al wat voor Ma?’. ‘Ja hoor, ik heb iets van zilver gekocht’. Ik weet genoeg. Een mooie lijst er omheen maakt het perfecte cadeau helemaal af.

Op kerstavond worden de cadeaus een voor een uitgepakt. Als Ma mijn pakje openmaakt straalt ze helemaal. Ze bekijkt de plaat uitgebreid en weet alle attributen bij naam te noemen. Dan komt mijn schoonzus. Het blijkt een zilveren vork! ‘Oh, om gaatjes in de magnetronmaaltijd te prikken! Dat is nog eens handig!!!’.

 

Grote jongen

baby

Grote jongen

‘Nee hoor mevrouwtje, hij komt nog niet, gaat u maar fijn de jaarwisseling vieren’. Meer dan hoogzwanger zat ik de oudejaarsavond uit, elke knal zag ik aan voor een wee, bij elke donderslag maakte mijn inwoner een buiteling van pret. De veertig weken zaten er op. Het kamertje was klaar, veilig in neutrale kleuren. Er was met veel (on)geduld uren aan het kleine wiegje geprutst. Een zelfgemaakt babypakje lag klaar voor gebruik, zo’n boxpakje die op de schoudertjes dichtgeknoopt moesten worden met twee lintjes waarvan je meteen een doddig strikje kon maken. Twee superzachte schoentjes en een handig rompertje met drukkers tussenpootje zaten ook al in De tas. Natuurlijk had ik ook aan mezelf gedacht en een uiterst elegant ponnetje was speciaal voor de gelegenheid gekocht.

Na tweeënveertig weken, voldoende tijd om er naar uit te kijken zou je denken, overvalt het me toch nog. Op vrijdag de dertiende… Midden in de nacht, de eerste nacht van die winter dat het gevroren had, krabben, slot ontdooien, weer krabben, De tas vergeten, De tas halen, winterjas aan over oude verbleekte hemapyjama en op naar het ziekenhuis, ‘Kan het niet…pufpufpuf…sneller!’. De zusters heetten ons van harte welkom maar waren alleen ‘even’ vergeten de verwarming in de verloskamer aan te doen. De verloskamer lag aan die kant van het ziekenhuis waar binnenkort verbouwd zou worden en waarvoor alvast wat bouwmateriaal lag opgeslagen. Door de windkracht 10 bleef er echter niets meer op zijn plaats liggen…het leken wel weeën. Geen tijd meer voor het elegante ponnetje. De aanstaande vader die, braaf volgens de films, met natte washandjes wilde helpen werd klappertandend ruw weggestuurd en om de koude dingen snel te ruilen voor iets warms. Nee, het verliep allemaal ietsje anders, maar daar was hij dan toch! ‘Wat een grote jongen’ waren de eerste woorden die hij hoorde van de verloskundige. Hij zou ze nog vele malen horen in zijn leven, tot vervelends toe. Nadat de weegschaal 10 pond aangaf keek zij trots rond… alsof ik dat niet allang ergens anders aan gemerkt had…

Toen hij mee naar huis mocht kreeg ik het rompertje niet dicht, de schoentje bleven in de tas, in de lintjes van het pakje kon met pijn en moeite een piepklein knoopje gelegd worden. Al met al een wat armoedige aanblik denk ik achteraf, destijds zag ik alleen maar hoe mooi en lief en geweldig en bijzonder en ja, ook vooral hoe groot hij was. Na een week was het wiegje te klein, was hij drie kledingmaten verder, maar hij bleef degene die mij moeder maakte, die ons ouders/opvoeders/verzorgers maakte.

Vandaag, iets meer dan dertig jaar later, is hij nog steeds mooi en lief en geweldig en bijzonder en ja, met 2,05 meter ook best wel groot.

Aan zee

(Dit verhaal heb ik ingestuurd naar de schrijfwedstrijd waarvan de titel ‘Aan zee’ vaststond en waar je met 222 woorden een verhaal mocht maken. Uiteindelijk heb ik korting op een schrijfcursus op Lesbos gewonnen.)

‘Hoe gaat het nu met je?’

Tja, hoe gaat het nu met me. Ik mis haar. Ze is weg, ver weg. Veel verder weg dan ik wil. Verder dan ik ooit gedacht had. Ik wist niet dat het zo zou zijn. Ik wist niet dat het zo zou voelen. Onomkeerbaar weg. Wat me rest zijn herinneringen.

Aan hoe ze geeft, hoe ze net zo makkelijk neemt. Aan wat ze weet en wat ze vergeet. Aan wat ze wil en wat ze zal. Aan hoe ze smaakt en ruikt. Hoe ze klinkt, murmelend of oorverdovend. Hoe ze beweegt, vloeiend of onrustig. Hoe ze me omarmt en hoe ze me los laat. Hoe onbereikbaar ze soms lijkt en toch zo dichtbij. Hoe ik haar altijd en overal herken. Ze roept vakantiebeelden op. Ze laat me lachen maar ook huilen. Ze is uitdagend maar straft ook onmiddellijk af. Ze geeft me diepte maar ook vaste grond onder mijn onzekere voeten. Ze komt in druppels of in golven. Ze is lieflijk, breekbaar maar ook opdringerig en aanwezig. Ze is een toonbeeld, een voorbeeld.

‘Je zult haar wel missen’

Missen? Een gat in mijn hart. Niet weten hoe verder te gaan. Niet voelen hoe door te leven. Missen. Ik mis de houvast van de altijd terugkerende zee. Ik mis de houvast van mijn wegebbende moeder.

 

zee