Tagarchief: mensen

Logeren (1 van 2)

Een paar weken terug stond ik een weekendtas te pakken. Wat luchtige broeken en ruime shirtjes, een pyjama en een toilettas. Iets te lezen en iets te schrijven gaan er ook in. O ja, oplaadkabel, pantoffels en iets te snoepen. Het leek alsof ik op vakantie ging… Bijna goed: ik ging logeren in het ziekenhuis. Mijn longen waren dusdanig van slag dat een paracetamolletje niet meer hielp dus even een weekje  resetten onder begeleiding. De week heeft uiteindelijk het beoogde resultaat opgeleverd maar de verhalen dolen nog rond in mijn hoofd. Niet de medische maar de mensenverhalen 😉

In eerste instantie had ik, heel luxe, een royale eenpersoonskamer, met bijbehorende badkamer waarin ik met gemak een driedubbele flikflak kon uitvoeren. In isolatie op verdenking van Covid19 uiteraard, dat wel. Die test stelt trouwens niets voor hoor, is gebeurd voor je er erg in hebt en je hebt een gratis check of je fontanel wel gesloten is… Maar na de negatieve uitslag volgde er een verhuizing naar zaal en was ik al mijn ruimte en privacy in één klap kwijt. Gelukkig had ik een schrijfschrift.

In bed 1 lag Mevrouw Lek (74). Het vocht dat achter haar longen zat liep via een drain naar een opvangbak. Prima systeem maar soms lekt de aansluiting iets, dat is normaal. Daar kun je natuurlijk op verschillende manieren mee omgaan. Eerst belde zij haar man: “Ik heb gelekt! Mijn hele T-shirt was nat!” Daarna belde zij een vriendin: “Meid ik heb toch gelekt; het hele bed was drijfnat!” Vervolgens werd een zus op de hoogte gesteld van de kletterende waterval vanaf het bed op de grond. Het zou mij niet verbaasd hebben als een krant met grote koppen melding gemaakt had van een overstroming in het Gelre, waarbij de bedden door de gangen dobberden…

In bed 2 lag Mevrouw van Rossum (83). Zo heette ze niet maar ze leek verdacht veel op Maarten. Diezelfde afkeurende blik, diezelfde zware stem en vooral hetzelfde heerlijke zwaarmoedige gemopper. “Die stomme medicijnen? Die vergeet ik wel eens een paar dagen, wat geeft dat nou. Ik maak het zelf wel uit!” “Of ik thee wil? Ja, maar dan wel met een flinke donder melk! Slap gedoe hier.” Op haar nachtkastje vond ze haar eigen gehoorapparaat, ze pakte het op, draaide het eerst verbaasd om en om en mompelde na herkenning: “Een verdomd handig dingetje.”  Ze weigerde haar dikke vest uit te doen als haar bloeddruk gemeten moest worden: “Een beetje goeie zuster moet dat niet uitmaken!” Ze wilde naar huis om haar nieuwe elektrische bakfiets uit te proberen. “Ik ben er vorige week mee in de sloot gesodemieterd maar ja, die krengen gaan zo achterlijk hard.”

In bed 3, tegenover 2, lag ik, te dagdromen van een nacht vol rust, want ik was vooral moe.

In bed 4, naast mij, tegenover 1 lag Mevrouw Wind, alias Alie Kalknagel (73). Zij beheerste het hoesten uit diverse lichaamsopeningen tot in de puntjes. Ze zou met stip in aanmerking komen voor een extra belastingheffing op de methaanuitstoot. Verder was ze best rustig.

De avond valt vroeg in een ziekenhuis. Na de laatste snoepjesronde lagen 1, 3 en 4 al snel gestrekt. Van Rossum zat aan tafel te mopperen: “Wat een idioterie zeg, zo vroeg ga je thuis toch ook niet?!”  Kniezend trok ze haar spijkerbroek uit en ging in bed liggen lezen. Tenminste, dat zei ze. Als eerste snurkte ze als een tempelier boven haar boek en onder haar gezellige tl-licht. Toen mevrouw Lek probeerde stiekem het licht uit te doen schrok ze verkwikt wakker en ging lezen. Om half 1 vroegen wij (1, 3 en 4) met gezwollen ogen of alsjeblieft het licht uit mocht. Ze weigerde. Gelukkig bood een zuster uitkomst: van Rossum mocht op de gang lezen. Vest en deken mee. Om half 3 hoorde ik haar terug stommelen, ze bonkte overal tegenaan in het donker. ‘Ho!’ was haar enige tekst…

Om half zes kwam er een fris en fruitig iemand: “Goedemorgen hebben we lekker geslapen?” “Welke we bedoel je precies?”, schreeuwde ik boven het geronk van van Rossum uit, wanhopig happend naar frisse lucht.

Weer een nacht overleefd. Ik knapte al lekker op…

Kijken maar

mensen kijken

Als je de gemiddelde terrasbezoeker vraagt wat het leukst is aan op een terrasje zitten, scoort het antwoord ‘mensen kijken’ het hoogst. Dat is dan ook de voornaamste reden dat ik graag op een terrasje zit; dan hebben ze wat te kijken. En als ik er dan toch zit kijk ik zelf ook even. Ik kijk, zie, hoor en vraag me dingen af.

In deze tijd van het jaar zie ik opvallend veel vermoeide grootouders. Naast me een oma met een tienerkleindochter. Oma doet haar uiterste best er iets gezelligs van te maken maar de tiener denkt er duidelijk heel anders over. Haalt als antwoord op elke goedbedoelde vraag onverschillig haar schouders op. Als Oma door haar vragen heen is zitten ze stilzwijgend beiden een andere kant uit te kijken. Het zal de laatste logeerpartij zijn vrees ik.

Twee tafels verder maakt een kleine jongen zijn ouders dol door op steeds hardere toon te roepen dat hij poffertjes wil. Ze bezwijken om hem rustig te krijgen. Hij lacht triomfantelijk. Als na een kwartier de warme hapjes eindelijk komen valt hij er begerig op aan. De ouders kijken elkaar glimlachend aan over zijn bezwete hoofdje. Totdat de lieverd het eerste poffertje uitspuugt en het bordje ver van zich afschuift. ‘Dees bedoel ik nie kwil die grote!’. Even later sleurt zijn vader hem het terras af.

Drie tafels links doet mij denken aan een recent onderzoek dat uitwees dat Nederlanders steeds langer worden door de goede voeding die onze koters krijgen. Die boodschap heeft de vorige generatie kennelijk gemist. De man is minstens twaalf maanden zwanger van een drieling. Zijn vrouw, dezelfde generatie, bestelt nog ‘één cappuccino met slagroom en een klein stukkie kwarkgebak met slagroom’. Op zijn vragende blik antwoordt ze ‘Ik ben van de week een ons afgevallen hoor en ik moet wel op krachten blijven natuurlijk’.

Dan verschijnt er een grote troep kinderen. Een beetje smoezelig, een beetje onuitgeslapen maar toch vechtend om het hoogste woord. Twee doorgeschoten pubers hebben klaarblijkelijk de leiding en commanderen de eerste vier tafels bij elkaar te trekken. Met veel getrek en geduw wordt de opdracht uitgevoerd. Een meisje blijft verlegen aan de kant staan, duidelijk een buitenbeentje. Niemand kijkt naar haar om. Hopelijk houdt ze geen trauma over aan deze kinderzomerkampvakantie.

Zoveel mensen zoveel levens, op die paar vierkante meter terras. En maar kijken. Het wordt trouwens komend weekend prachtig terrasweer…

 

Bedankt

Mensen vragen wel eens ‘Hoe bedenk je het allemaal?’ Maar soms hoef je voor een blog niet ver te zoeken. Ga een eindje wandelen, een beetje winkelen, zet je oren en ogen open en laat het gebeuren. Vandaag maakte verschillende mensen het me weer erg makkelijk.

 

Even lekker snuffelen in de boekhandel. Twee jonge meiden ook.

  • Nah, wat is dit voor een stom boek!
  • Huh? Wat dan?
  • Het heet ‘555 feiten waar je helemaal niets aan hebt’.
  • O.
  • Dan heb je er toch niets aan?
  • Waaraan?
  • Aan dat boehoek!
  • Dan neem je het niet…

 

Een verwarde vrouw klampt zich aan mij vast.

  • Ik ben de weg kwijt!
  • Nou, dat is raar… Net lag hij nog langs de stoep…!
  • Huh?

de weg kwijt

Een gezinsauto volgeladen met gezin rijdt langs de stoeprand.

  • Daar kun je parkeren Papa!
  • Nee, daar staat NP.
  • No problem toch?

 

Bedankt mensen!