Tagarchief: lef

Ik zeg toch “neehee”!

Even naar de stad. Niets nodig maar wie weet.

Midden op straat komt er een jongeman naar me toe. Met uitgestoken hand. “Hééé, een hele goede morgen. Heeft u even tijd!” Ah nee, niet zo’n opdringerige straatverkoper. Ik beweer haastig echt geen tijd te hebben en versnel mijn pas.

“Héééé, een hele goede morgen. Heeft u even tijd!”, hoor ik achter me. Een man van middelbare leeftijd loopt er met open ogen in….

  • Nou…eh,….
  • Mijn naam is Justin, met wie heb ik het genoegen?
  • …eh… André…
  • Hééé André, gaaf man, alles goed met je André?
  • …eh..ja hoor…
  • Héé André, vind jij ook dat de wereld er zwaar waardeloos aan toe is, ja hè. Zo’n kerel lijk jij mij wel!
  • …eh…nou het kan af en toe beter…
  • Precies André, jij slaat de spijker op z’n kop! Hebben ze jou al eens gevraagd voor de gemeenteraad? Nee?!!! Ze weten niet wat ze missen. Man, André, ik hoef jou dus ook niet uit te leggen dat studie de sleutel tot succes is!
  • …eh…nee….ja…eh…
  • Weet je wat ik jou ga geven? Een lege envelop!!! Daar mag jij in stoppen wat jij wilt en dan de envelop aan dat leuke meisje daar geven. Ik ga niet kijken André, want ik vertrouw jou! Sterker nog; ik draai me om en laat jou zelf bepalen hoeveel je er in stopt, ik dring je niks op zie je dat wel?

Ik verwonder me dan altijd over de André’s in de wereld. Aan de andere kant kom ik zelf ook niet snugger over met “Sorry, echt geen tijd”. Had ik maar het lef…

  • Hééé, een hele goede morgen. Heeft u even tijd!
  • Tijd zat maar geen zin.
  • Haha, ik hoor het al; u vindt de wereld ook al zwaar waardeloos!
  • Nee hoor.
  • Hebben ze u al eens voor de gemeenteraad gevraagd, u kunt goed debatteren.
  • Anders nog iets?
  • Hoe heet je eigenlijk?
  • Mevrouw.
  • Heeft u iets over voor studerende kinderen?
  • Je hebt toch studiefinanciering?
  • Mag ik u vragen een bijdrage in deze envelop te doen en daarna aan dat leuke meisje te overhandigen.
  • Vraag maar.
  • Eh… o, ik zie dat ik daarginds nodig ben, dag mevrouw…

Had ik het lef maar….

Advertenties

Zeg es eerlijk…

Komt een buurvrouw op mij af. Ze roept ‘Kun je het al zien?’, mij daarbij verwachtingsvol aankijkend. ‘Nou zeg!’ antwoord ik op goed geluk. Niet helemaal eerlijk dus.

Toch vind ik mijzelf behoorlijk eerlijk. Hoewel het niet altijd zo goed uitpakt als met de buurvrouw. Zo riep ik eens gemeend ‘Man, dat is lelijk!!!’ tegen een zelf gefabriceerd kunstwerkje van een kennis. Ik kan slecht liegen, heb er ook echt een bloedhekel aan als men dat tegen mij doet. ‘Wat zit je haar leuk!’… terwijl ik net van de fiets afstap. En ik heb moeite met overtredingen maken. Soms gebeurt het toch wel eens, per ongeluk, dat ik bij rood oversteek maar dan komt er echt niets aan. Beetje smokkelen, mag toch wel? Mijn rijbewijs heb ik helemaal zelf gehaald maar ik wist helemaal niet dat je dat ook kon kopen. Belasting geef ik eerlijk op maar ik wist niets van Panama.

Nu lijkt het alsof ik mijzelf op de borst aan het kloppen ben. Geenszins. Dit gedrag is namelijk geen verdienste maar op dit punt word ik gedreven door pure angst. De held op sokken steekt ferm de kop op. Ik dùrf niet eens links in te halen, een snoepje te stelen of iemand te beledigen. Daarbij heb ik gewoon geen zin in gezeur of ruzie. Je begrijpt nu een beetje waarom ik uitermate geschokt was door dit bedrijf:

DSCN4093

Zomaar drie straten verderop. Een kantoor waar mensen werken. Die achter een desk zitten. Mensen die je graag willen helpen bij frauderen! Die daar hun geld mee verdienen. Ik stel me zo voor dat ik daar ga solliciteren: ‘Wat zijn je kwaliteiten met betrekking tot liegen, stelen en verstoppen?’. Met mijn rode hoofd en stotterend antwoord val ik meteen gigantisch door de mand. Wat hebben die mensen voor verhalen op verjaardagen? Of frauderen ze daar ook over? Hebben ze geen geweten? Slapen ze nog wel?

Ik houd het maar bij mezelf: eerlijk duurt het langst! Of was het nou het korst…?

Lef

 

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd van Damespraatjes, het moest een blogverhaal zijn van 700 woorden met als thema ‘Lef’, geen prijs maar wel voldoende lef gehad dit in te sturen…)

‘En de tweede prijs gaat naar…’

Hoe vaak heeft Susan deze zin al gehoord? ‘Susan de Wit!!!’ schalt het door de zaal. Judith buigt zich meteen naar haar toe ‘Ik wist het! Jij valt altijd in de prijzen. Gefeliciteerd hoor!’. Susan staat op en loopt naar voren om haar prijs, een tegoedbon voor een bakworkshop,  in ontvangst te nemen. Vaag vangt ze nog iets op over ‘smaaksensatie’ en ‘gewaagde combinatie’. De dreun in haar hoofd overheerst. Weer een tweede plek. Weer geen eerste. Waarom lukt het haar niet? Wat doet ze fout? ‘En de eerste prijs gaat naar…’ Susan kijkt tersluiks naar Josefien die al helemaal kaarsrecht op het puntje van haar stoel zit. ‘Josefien van Zoelen!!!’ Gemaakt verbaasd zit de prachtige immer slanke winnares tijd te rekken. ‘Ik kan het niet geloóóóven’ kirt ze aanstellerig.

Na het officiële gedeelte kan er in ‘ontspannen sfeer’ door iedereen geproefd worden van de inzendingen. Net op het moment dat Susan met een mond vol mokka eclairs staat hoort ze Josefien naast zich. ‘Nou meid, die van jou is ook ongeloóóóflijk lekker hoor. Gefeliciteerd met je tweede prijs. Je hoeveelste keer is dit ook alweer?’ en voor Susan kan reageren ‘O ik zie daar Jeanette, die heb ik zo ongeloóóóflijk lang niet gesproken’ en weg is ze.

‘Ik kan haar wel wat aandoen!’ gromt Susan terwijl ze haar vermoeide benen bij Judith op de bank legt. ‘Doe dat dan!’ grapt haar vriendin. Ze kijken elkaar aan en proesten het samen uit. De ideeën buitelen opeens over elkaar heen. ‘We laten haar struikelen zodat haar ongeloóóóflijk mooie taartje op de grond valt’. ‘We zetten haar chocoladetaart nèt ietsje te dicht bij de warme lampen’. ‘We gooien per ongeluk iets over haar soesjes’. ‘Laten we iets in haart buurt leggen wat verschrikkelijk stinkt!’. ‘Nee!’ roept Judith gedecideerd ‘ik heb het! Luister! Als je nou eens laxeermiddel in de bonbons spuit!!!’. Susan hiklacht ‘O ja, en moet de hele jury zoóóó noóóódig!’.

Als Susan een restje kwarktaart en een wat groter restje Chardonnay later naar huis gaat schudt zij nog steeds haar hoofd. Die Judith met haar wilde plannen. Toch heerlijk een vriendin te hebben die met je meedenkt. Die begrijpt hoe frustrerend het is altijd maar op de tweede plaats te komen. En dan gaat het niet alleen over de bakwedstrijden. Maar over het feit dat mensen zoals Josefien van Zoelen het niet eens op juiste waarde weten te schatten om eerste te zijn. Laxeermiddel. Ze krijgt het nog niet uit haar hoofd. Op zich is het een simpel maar doeltreffend idee en niet eens moeilijk om uit te voeren. Het enige wat echt nodig is en waar het Susan nog wel eens aan ontbreekt is lef.

‘Beste bakkers, we gaan nu over tot de volgende ronde, het jureren van de bonbons!’ meteen valt het opgewonden geroezemoes in de zaal stil .’O, ik ben zoóóó nerveus!’ giechelt  nog iemand. De jury bestaat uit vijf mensen waarvan de meest gezette dame, Roos  Groots, de voorzitster is. In kleine optocht begeven zij zich langs de tafels waarachter de bonbonmakers hun werk aanbieden. Susan houdt haar adem in als de jury bij haar bordje komt. Er wordt geknabbeld, geproefd, gekeken en geroken, serieus geknikt en nog eens geproefd. ‘Hier worden wij heel blij van!’ verklaart de voorzitter zichtbaar opgetogen. Langzaam en opgelucht laat Susan de ingehouden adem ontsnappen. Als laatste komt de jury bij de verrichtingen van Josefien. Alle vijf nemen ze een hapje, nog een en nog een. Ze glimlachen, knikken bewonderend, wrijven tevreden over hun maag. ‘Hier worden wij ook…eh….gaat het?’ Dit laatste vraagt de voorzitter aan een medejurylid die zijn lichaam opeens kromt. Nog geen twee tellen later is de hele jury verdwenen richting toilet.

‘Gefeliciteerd! Eindelijk een eerste plaats!!!’ Judith geeft haar vriendin een klapzoen. Susan trekt zich terug en sist ‘Wat heb je gedaan?!’. ‘Wat bedoel je?’. ‘Het ging precies zoals wij er laatste keer grapjes over maakten; jij hebt iets in die bonbons gespoten!’. ‘Wat?! Ik heb helemaal niks gedaan, ik was juist zo trots dat jij het zelf gedaan had. Ik moet zeggen dat ik niet verwacht had dat je zoveel lef zou  hebben. Maar begrijpen doe ik het. Wat een ongeloóóóflijke draak is het toch! Het zou me trouwens niets verbazen als zij de jury omkocht.’ Opeens houdt Judith op met ratelen ‘Maar wacht eens…als jij het niet gedaan hebt en ik weet zeker dat ik het niet gedaan heb….wie dan wel?’.

Ping! Een sms bericht ‘Gefeliciteerd met je eerste prijs! Heb je graag geholpen 😉 X Roos’.