Tagarchief: koning

Koning worden

(Voor de voorleesapp Storytime heb ik twee jaar geleden een kinderverhaal ingestuurd. Ouders, grootouders en andere verzorgers hebben via deze app razendsnel, op ieder moment  en elke plaats een verhaaltje bij de hand om het kroost zoet te houden. Laat het duidelijk zijn dat mijn voorkeur uitgaat naar grote prentenboeken met mooie inspirerende platen, maar voorlezen is sowieso altijd een goed idee. Mijn verhaaltje is destijds goedgekeurd en op de app geplaatst. Afgelopen week kreeg ik een mailtje dat het weer bovenaan geplaatst is. Het verhaaltje wordt niet eens zo gek veel gelezen maar wel hoog gewaardeerd. Daarom wil ik het hier ook nog eens plaatsen. #bestweltrots)

Olivier wil koning worden

Olivier hangt op de bank, hij verveelt zich. Hij heeft geen zin om te bouwen, geen zin om met zijn  dinosaurussen te spelen, geen zin om te knutselen en zelfs geen zin om te dansen. En dansen is toch wel wat hij het liefste doet. Opeens verschijnt op tv de Koning van het land. Het is een oude koning met heel veel rimpels, met witte haren en dunne kromme beentjes. Zijn hoofd lijkt wel te groot want zijn kroon past er maar net op. Hij kijkt een beetje sip. Moe leunt hij op zijn gouden rollator terwijl hij vertelt geen koning meer te willen zijn. “Ik heb er geen zin meer in, ik wil met pensioen! Wie mij wil opvolgen moet me een brief sturen  en dan kom ik bij je langs om te kijken of je geschikt bent om de nieuwe koning te worden.”

Opeens zit Olivier rechtop. Koning worden? Dat lijkt hem wel wat! Maar hoe doe je dat? Simpel, je moet eerst alles hebben wat een koning ook heeft. Om te beginnen; een paleis. Olivier rent naar buiten en bekijkt de boomhut. Hm, dit kan beter. Na een half uurtje heeft hij er een prachtige toren opgebouwd en uit de toren steekt een kartonnen vlag. Op de vlag staat de letter O van Olivier en binnen in de O is een dinosaurus te zien, een echt koningsvlag. Van mama heeft hij plastic borden gekregen die hij goud gaat verven. Deftig hoor. Eigenlijk zou hij nog een mooi paard moeten hebben maar Loebas laat zich niet overhalen mee te doen. Wat hij wel nog kan maken zijn postzegels en papiergeld met zijn foto’s er op.

Wat moet een koning nu allemaal doen? Op de schatkist passen natuurlijk.  Daarom staat er in het midden van de boomhut, eh pardon, van het kasteel een doos,  gevuld met Oliviers mooiste dinosaurussen en zijn spaarpot. Hij moet natuurlijk ook nog trouwen met een koningin. Olivier gaat zijn buurmeisje Reina vragen maar zij wil alleen maar prinses  worden. “Mam wil jij mijn koningin zijn?”, “Ja hoor, maar vergeet je niet iets? Als jij koning bent moet je wel een kroon dragen.” O ja! Snel gaat Olivier van glanzend goud papier een kroon maken. Meteen oefent hij nog even het linten doorknippen en daarna maakt hij nog wat nieuwe wetten. Wet 1 –  overal gratis drinken en snoep. Wet 2 –  alle kinderen hebben afwisselend  een week school en  een week vakantie. Wet 3 – iedereen is verplicht elke dag te dansen. En dan, dan heeft hij eindelijk tijd om de Koningsdans te maken.

Na een week komt de oude koning langs bij Olivier. Hij bekijkt alles op zijn gemakje; het kasteel met de toren en de vlag, de gouden borden, de schatkist en de wetten. Mama heeft  snel ook een gouden kroontje opgezet  en maakt een keurig kniksje. “En nu Majesteit de Koning, ga ik u mijn Koningsdans laten zien”, zegt Olivier met zijn deftigste stem. En dan gebeurt er wat. Als Olivier de dans drie keer heeft gedaan staat de Koning op en gaat heel voorzichtig mee doen. En al snel wiebelt het oude mannetjes op zijn dunne beentjes enthousiast door de kamer. Steeds wilder gaat het. De lakeien kijken angstig toe. Na een tijdje laat de Koning zich hijgend in een stoel vallen, de kroon scheef op zijn hoofd. Maar zijn ogen glinsteren weer, hij klapt in zijn handen van blijdschap en roept: “Ik weet het, ik ga niet stoppen, er moet meer gedanst worden! Zo hou ik het nog wel even vol. Dankjewel Olivier, ik heb er weer helemaal zin in, ik stel mijn pensioen gewoon nog een poosje uit. Maar tot die tijd ben jij officieel de Minister van Dansende Zaken!” Olivier glimt van trots en van vreugde maakt hij spontaan een nieuw dansje.

Advertenties

Als ik later groot ben

Dit bericht is uitsluitend bestemd voor mensen die, als ze later groot zijn, prins of prinses willen worden!

Vandaag was namelijk de eerste van twee Prin(ses)edagen op Paleis het Loo. Wat een schattige feestdag is dat zeg. Kleine meisjes hebben thuis al prachtige vlechten in het haar gekregen, hebben een nerveuze autorit achter de rug en worden op de parkeerplaats in hun prinsessenjurk gehesen. Een heuse plastic diadeem maakt de outfit af. Dit is het dan denk je?

Eenmaal binnen de paleismuren stuiteren de kleine vorstenkindjes van plezier want ze mogen ter hoogte van de stallen in de schmink. Lila, roze en zilver zijn de hoofdkleuren, vooral met veel glitters er in. Moeders die hun dochters toch in trainingspak hebben meegenomen en daar spijt van hebben, kunnen ter plaatse nog een papieren kroon in elkaar flatsen. En dan?

Kunnen ze met een echte witte prinsessenkoets met echte zwarte Friese doorlopers ervoor naar het paleis gereden worden. De koetsier in livrei helpt de jongedames galant met een ferme zwiep in de wagen. De nieuwsgierige, maar iets zwaardere, moeders laten de kar vervaarlijk naar één kant overhellen. Zo komen ze toch op koninklijke wijze op plaats van bestemming. Nu klaar?

Binnen de hekken van het Paleis worden ze opgewacht door prachtig aangeklede hofdames en hofmeneren. Zij vragen vriendelijk of de kleintjes een handje willen geven aan de koning en koningin. Het ene kind laat schielijk de hand van moeders los en huppelt vrolijk met de hofdame mee en vertelt zonder enige terughoudendheid haar naam: Rosalie. De hofdame neemt haar mee over de rode loper naar William en Mary (eerste bewoners van het paleis ergens in 18 zoveel) en stelt plechtig ‘Prinses Rosalie!’ voor. Handen worden geschud, praatjes over en weer, een heus kniksje gemaakt en na een korte fotoshoot van het prinsesje met de landvorsten gaat Rosalie, eh Prinses Rosalie weer. Sommige prinsesjes zijn opeens een stuk minder spraakzaam als ze oog in oog staan met de sires en één prinsesje was zo verlegen maar wilde zo graag dat papa aanbood mee te gaan….’Prins Nico!’. Hij maakte met zijn 1,98 een prachtig kniksje.

Ik hoor je afvragen “En de prinsen dan? Waren die er ook?”.  Ja, dat wel. Allereerst Prins Nico natuurlijk. Verder heb ik nog drie jongetjes gezien. Eén was gekleed als ridder, één als Spiderman en één had alle voorhanden zijnde Koningsdagkledij aangetrokken, compleet met oranjegele kaplaarsjes en was de enige echte prins. Hij liep ook zo aantrekkelijk stralend te genieten de hele tijd, hij was prachtig! Ik denk dat als ik later groot ben met hem ga trouwen….

Bevrijdingsconcert

5 mei 2015

Wat bindt er meer als je iets te vieren hebt dan muziek? Daarom houd ik zo van die bevrijdingsconcerten. Vooral die in Amsterdam. Hollandser kan bijna niet: op het water, in de hoofdstad, met de Koning en Koningin er bij!

Prachtig om te zien al die dobberende bootjes gevuld met oranje mensen, bitterballen, bier en vlaggetjes. De gezellige feestverlichting om de Magere brug. Hulde voor het fantastische live orkest met al die jonge mensen. De eerlijke afwisseling van moderne en klassieke muziek. Een Koningin die het zo koud had dat ze haar neus bleef snuiten. Een Koning die ver uit de maat maar wel dapper probeert mee te zingen met Alfred Jodokus Kwak. Het spetterende vuurwerk. Het was een feestje!

Natuurlijk zijn er wat kanttekeningen. Wat ik niet begrijp is het gebruik van die knijpers… Je weet al maanden van te voren dat je mag optreden in het orkest, je weet al maanden dat het in Nederland ook wel eens wat minder weer kan zijn, je hebt je haar laten doen, je hebt nieuwe kleding gekocht, kortom je bent volop voorbereid. Waarom dan die lelijke roze knijpers om je bladmuziek bij elkaar te houden? Waar ik ook maar naar bleef kijken waren de tafeltjes voor de koninklijke familie. Had er niemand een strijkijzer mee? En waarom stonden daar geen glaasjes en kaasstengels, desnoods kopjes en stroopwafels op?

Het zijn natuurlijk futiliteiten maar ik verheug mij nu al op Lucky tv.

Dubbel gevoel

 

voorlezen

Niet alleen als taalliefhebber ben ik een groot voorstander van voorlezen. Natuurlijk is het goed voor uitbreiding van de woordenschat. Evenzo belangrijk vind ik het je kunnen verliezen in een verhaal, in een boek. De woorden lezen en de bijbehorende beelden zien in je hoofd. Die beelden bedenk je zelf! Zo wordt het verhaal iets van jou. Dit is een reden dat ik niet altijd even happig ben op verfilmingen van een boek; het klopt niet meer met mijn beeld… Voor peuters en kleuters ligt dit anders. Zij leren bij het horen en zien van een woord en een afbeelding. Vergeet absoluut niet hoe belangrijk het voorleesmomentje op zich is! Lekker tegen elkaar aangeschurkt op de bank, in bed of een ander fijn plekje. Samen achter een groot prentenboek verscholen. Alle plaatjes tot in detail bekijken, het verhaal beleven en de dikke bladzijden langzaam omslaan. Genieten toch?

En hier zit dus mijn dubbele gevoel. Ik heb ooit een kinderverhaal geschreven en dit nu opgestuurd naar Storytime. Dit is een app voor (groot-)ouders en andere voorlezers die opeens een verhaal willen voorlezen en geen boek bij de hand hebben. Oma vult het profiel in (geslacht, leeftijd, enz. van het kind)  en de app levert precies die verhalen die er bij het profiel passen. Handig, reuzenhandig! Maar om nou samen met je kleinkind achter een telefoonschermpje te kruipen? Dat voelt toch heel anders. Maar ik heb er toch aan meegewerkt en mijn verhaal werd goed gekeurd en is in de app geplaatst. Dubbel gevoel…

Dit is het verhaal, nu te vinden in de Storytimeapp, maar ook nog een keertje hier 😉

Olivier wil koning worden

Olivier hangt op de bank, hij verveelt zich. Hij heeft geen zin om te bouwen, geen zin om met zijn  dinosaurussen te spelen, geen zin om te knutselen en zelfs geen zin om te dansen. En dansen is toch wel wat hij het liefste doet. Opeens verschijnt op tv de Koning van het land. Het is een oude koning met heel veel rimpels, met witte haren en dunne kromme beentjes. Zijn hoofd lijkt wel te groot want zijn kroon past er maar net op. Hij kijkt een beetje sip. Moe leunt hij op zijn gouden rollator terwijl hij vertelt geen koning meer te willen zijn. ‘Ik heb er geen zin meer in, ik wil met pensioen! Wie mij wil opvolgen moet me een brief sturen  en dan kom ik bij je langs om te kijken of je geschikt bent om de nieuwe koning te worden’.

Opeens zit Olivier rechtop. Koning worden? Dat lijkt hem wel wat! Maar hoe doe je dat? Simpel, je moet eerst alles hebben wat een koning ook heeft. Om te beginnen; een paleis. Olivier rent naar buiten en bekijkt de boomhut. Hm, dit kan beter. Na een half uurtje heeft hij er een prachtige toren opgebouwd en uit de toren steekt een kartonnen vlag. Op de vlag staat de letter O van Olivier en binnen in de O is een dinosaurus te zien, een echt koningsvlag. Van mama heeft hij plastic borden gekregen die hij goud gaat verven. Deftig hoor. Eigenlijk zou hij nog een mooi paard moeten hebben maar Loebas laat zich niet overhalen mee te doen. Wat hij wel nog kan maken zijn postzegels en papiergeld met zijn foto’s er op.

Wat moet een koning nu allemaal doen? Op de schatkist passen natuurlijk.  Daarom staat er In het midden van de boomhut, eh pardon, van het kasteel een doos,  gevuld met Oliviers mooiste dinosaurussen en zijn spaarpot. Hij moet natuurlijk ook nog trouwen met een koningin. Olivier gaat zijn buurmeisje Reina vragen maar zij wil alleen maar prinses  worden. ‘Mam wil jij mijn koningin zijn?’ ‘Ja hoor, maar vergeet je niet iets? Als jij koning bent moet je wel een kroon dragen’. O ja! Snel gaat Olivier van glanzend goud papier een kroon maken. Meteen oefent hij nog even het linten doorknippen en daarna maakt hij nog wat nieuwe wetten. Wet 1 –  overal gratis drinken en snoep. Wet 2 –  alle kinderen hebben afwisselend  een week school en  een week vakantie. Wet 3 – iedereen is verplicht elke dag te dansen. En dan, dan heeft hij eindelijk tijd om de Koningsdans te maken.

Na een week komt de oude koning langs bij Olivier. Hij bekijkt alles op zijn gemakje; het kasteel met de toren en de vlag, de gouden borden, de schatkist en de wetten. Mama heeft  snel ook een gouden kroontje opgezet  en maakt een keurig kniksje. ‘En nu Majesteit de Koning, ga ik u mijn Koningsdans laten zien’ zegt Olivier met zijn deftigste stem. En dan gebeurt er wat. Als Olivier de dans drie keer heeft gedaan staat de Koning op en gaat heel voorzichtig mee doen. En al snel wiebelt het oude mannetje op zijn dunne beentjes enthousiast door de kamer. Steeds wilder gaat het. De lakeien kijken angstig toe. Na een tijdje laat de Koning zich hijgend in een stoel vallen, de kroon scheef op zijn hoofd. Maar zijn ogen glinsteren weer, hij klapt in zijn handen van blijdschap en roept ‘Ik weet het, ik ga niet stoppen, er moet meer gedanst worden! Zo hou ik het nog wel even vol. Dankjewel Olivier, ik heb er weer helemaal zin in, ik stel mijn pensioen gewoon nog een poosje uit. Maar tot die tijd ben jij officieel de Minister van Dansende Zaken!’ Olivier glimt van trots en van vreugde maakt hij spontaan een nieuw dansje.

storytime_logo

Olivier wil koning worden

   Kroon        Olivier wil koning worden

Olivier hangt op de bank, hij verveelt zich. Hij heeft geen zin om te bouwen, geen zin om met zijn  dinosaurussen te spelen, geen zin om te knutselen en zelfs geen zin om te dansen. En dansen is toch wel wat hij het liefste doet. Opeens verschijnt op tv de Koning van het land. Het is een oude koning met heel veel rimpels, met witte haren en dunne kromme beentjes. Zijn hoofd lijkt wel te groot want zijn kroon past er maar net op. Hij kijkt een beetje sip. Moe leunt hij op zijn gouden rollator terwijl hij vertelt geen koning meer te willen zijn. ‘Ik heb er geen zin meer in, ik wil met pensioen! Wie mij wil opvolgen moet me een brief sturen  en dan kom ik bij je langs om te kijken of je geschikt bent om de nieuwe koning te worden’.

Opeens zit Olivier rechtop. Koning worden? Dat lijkt hem wel wat! Maar hoe doe je dat? Simpel, je moet eerst alles hebben wat een koning ook heeft. Om te beginnen; een paleis. Olivier rent naar buiten en bekijkt de boomhut. Hm, dit kan beter. Na een half uurtje heeft hij er een prachtige toren opgebouwd en uit de toren steekt een kartonnen vlag. Op de vlag staat de letter O van Olivier en binnen in de O is een dinosaurus te zien, een echt koningsvlag. Van mama heeft hij plastic borden gekregen die hij goud gaat verven. Deftig hoor. Eigenlijk zou hij nog een mooi paard moeten hebben maar Loebas laat zich niet overhalen mee te doen. Wat hij wel nog kan maken zijn postzegels en papiergeld met zijn foto’s er op.

Wat moet een koning nu allemaal doen? Op de schatkist passen natuurlijk.  Daarom staat er In het midden van de boomhut, eh pardon, van het kasteel een doos,  gevuld met Oliviers mooiste dinosaurussen en zijn spaarpot. Hij moet natuurlijk ook nog trouwen met een koningin. Olivier gaat zijn buurmeisje Reina vragen maar zij wil alleen maar prinses  worden. ‘Mam wil jij mijn koningin zijn?’ ‘Ja hoor, maar vergeet je niet iets? Als jij koning bent moet je wel een kroon dragen’. O ja! Snel gaat Olivier van glanzend goud papier een kroon maken. Meteen oefent hij nog even het linten doorknippen en daarna maakt hij nog wat nieuwe wetten. Wet 1 –  overal gratis drinken en snoep. Wet 2 –  alle kinderen hebben afwisselend  een week school en  een week vakantie. Wet 3 – iedereen is verplicht elke dag te dansen. En dan, dan heeft hij eindelijk tijd om de Koningsdans te maken.

Na een week komt de oude koning langs bij Olivier. Hij bekijkt alles op zijn gemakje; het kasteel met de toren en de vlag, de gouden borden, de schatkist en de wetten. Mama heeft  snel ook een gouden kroontje opgezet  en maakt een keurig kniksje. ‘En nu Majesteit de Koning, ga ik u mijn Koningsdans laten zien’ zegt Olivier met zijn deftigste stem. En dan gebeurt er wat. Als Olivier de dans drie keer heeft gedaan staat de Koning op en gaat heel voorzichtig mee doen. En al snel wiebelt het oude mannetjes op zijn dunne beentjes enthousiast door de kamer. Steeds wilder gaat het. De lakeien kijken angstig toe. Na een tijdje laat de Koning zich hijgend in een stoel vallen, de kroon scheef op zijn hoofd. Maar zijn ogen glinsteren weer, hij klapt in zijn handen van blijdschap en roept ‘Ik weet het, ik ga niet stoppen, er moet meer gedanst worden! Zo hou ik het nog wel even vol. Dankjewel Olivier, ik heb er weer helemaal zin in, ik stel mijn pensioen gewoon nog een poosje uit. Maar tot die tijd ben jij officieel de Minister van Dansende Zaken!’ Olivier glimt van trots en van vreugde maakt hij spontaan een nieuw dansje.