Tagarchief: kleinkind

Ode aan Emma (3)

Ik knipper even met mijn ogen en je bent 3! Hieperdepiep hoe kan dat toch zo snel!

Tijd voor een feestje? Het leven met jou is alle dagen een feestje! Ik lach me regelmatig slap om je, je bent grappig, vindingrijk, nog steeds heerlijk nieuwsgierig en je eigen mening ontwikkelt zich met de dag, evenals je taalgebruik.

  • We zijn niet de tas vergeten maar de boodschappentas…
  • Ik ben niet moe, alleen een beetje slaperig…
  • Ik ben niet gevallen maar gestruikelen…
  • Tja, dàt weet ik dus niet…
  • Nou ja zeg!
  • Dat is niet grappig Oma!

Soms zit je er nog wat naast qua woordenschat. Je moeder vraagt aan mij, wijzend naar de theepot: ‘Nog een bakkie?’ Jij rent naar de keuken en haalt een plastic bakje en vraagt allerliefst: ‘Ook een bakkie pepernoten Oma?’ Snoepen, daar ben je dol op. Al snel weet je in de winkel waar de donuts liggen… En als ik vraag wat je voor je verjaardag wilt krijgen roep je zonder twijfel: ‘Chocola!’ Kind naar mijn hart…

We verstoppen ons samen onder een veel te warme deken voor een monster. Als ik uit enthousiasme bange piepgeluidjes maak, klop je met jouw handje geruststellend op mijn arm met de woorden: ‘Stil maar, je hoeft niet bang te zijn, ik ben bij je’ Ik had toch een traantje…

Ons jaarlijks theaterbezoekje gaat dit jaar naar Doornroosje. Ademloos kijk je naar het spektakel, het kasteel, de feeën, de mooie jurken en naar Doornroosje die ging trouwen…met de postbode…bijna goed! 😉 Sprookjes, je weet nooit of ze bestaan. Voor de zekerheid wordt de kikker onderweg geaaid. Kind naar mijn hart.

Je bent aan het verven aan de tafel. ‘Wil jij ook, Oma?’ vraag je. Ik knik en steek mijn hand uit naar de kwast. ‘Kijk Oma, je moet eerst dippen en dan afvegen en dan krijg je geen druppel op je werkje’ Dan pas krijg ik de kwast. Je houdt me nauwlettend in de gaten. Zodra ik het goed doe wil jij de kwast weer… Dan zeg je opeens:

  • Daar komt een muis
  • Echt???
  • Een reuzenmuis!
  • Nnnee toch???
  • Wat moeten we doen?
  • Help!!!
  • Ik ga de jager bellen. Hallo meneer jager, hier is een reuzenmuis, jij moet helpen, doei! Hij komt zo. Wil jij nog verven?

Wat geniet ik toch van jou en jouw fantasie en de verhalen die we samen maken. Kind naar mijn hart. Ben je dan altijd maar lief en braaf? Nee joh, gelukkig niet 🙂

  • Als je moeder eens vraagt: ‘Ga je handen even wassen bij de kraan’ zeg je doodleuk: ‘Ik was mijn handen wel met mijn tong’ Ik heb niet gelachen (dit jok ik).
  • Eerder genoemde donut verlaat regelmatig de winkel zonder toestemming.
  • Als ik je liefkozend Oma’s poppedijntje noem, kijk je me boos aan:’Ik ben niet poppedijntje maar tote tus!’ Zo heeft je moeder je genoemd toen ze vertelde van het nieuwe zusje dat binnenkort komt, dus dan is het zo: je bent een grote zus! Gepaard met dit grote en superfijne nieuws ging je empathische ontwikkeling met sprongen vooruit. ‘Hoe was het bij de babydokter mama?’ ‘Heb je rugpijn Mama?”Moet je naar de fysio?’ Maar ook als ik drie keer hoest zeg je: ‘Gaat het wel?’ Zo lief. Kind naar mijn hart.

Niets mis met de woordenschat en het taalgebruik maar logopedisch gezien moet er nog wat groeien. De letter ‘v’ blijft lastig, wordt vaak een ‘w’: ik heb een wies west aan. En de ‘s’ en de ‘z’ klinken nog steeds als een ‘t’: ik krijg een tusje. Net als oma ben je dol op taartjes! Met een workje, dat wel. Kind naar mijn hart.

Ik feliciteer mezelf met zo’n kleinkind. 💖

Buitenland

 

(België organiseert ook wel eens schrijfwedstrijden en aangezien je natuurlijk gewoon Nederlandse bijdragen kunt inzenden doe ik ook daar aan mee. Soms lukt het: sinds vandaag staat mijn kinderverhaal ‘Olivier wil koning worden’ als voorleesverhaaltje op http://www.voorleestuin.be ! Yeah!! En soms lukt het niet. Onderstaand verhaal heb ik ingezonden voor de Columnwedstrijd van Thisishowwweread, een Belgisch platform voor literatuur en lifestyle, voor de ondernemende lezer. Het thema was vrij, lengte ongeveer 500 w., het werd ietsje langer. Dit verhaal heeft het niet gered, toch maar hier plaatsen dan ;-))

Roze wolk

Kijk naar me! Zie je het? Nee? Nog steeds niet? Ik ben blij! En niet zo’n klein beetje ook. Na al die maanden van spanning kwam vanmorgen eindelijk het verlossende telefoontje: “Mam! Je bent Oma geworden!” Van pure vreugde sprong ik uit mijn stoel en gooide daarbij de veel te dure leeslamp om. Scherven brengen geluk toch? Slik, dit wordt wel heel veel geluk.

Ik laat de boel de boel en huppel naar de stad voor een cadeau. Bij de speelgoedwinkel voel ik mij een kind, zoveel moois en schattigs is er te zien. Kijk nou, een roze beer die kan zingen. Even proberen. Ik druk op haar buikje. Nog eens. Toe nou! Ik schudt haar zachtjes heen en weer. O jee, ze begint keihard te huilen! Waar zit die uitknop! Houd op, stomme beer! Ik stop het roze kreng in de plastic roze Barbie-caravan en doe alsof er niets aan de hand is. Niets aan de hand. Wat is dit? Een roze opwindautootje. Wat lief. Even proberen. O jeetje, het ding zit vast aan mijn sjaal en draait zich steeds vaster in de wollen franje. Wat nu weer. Ik trek en ruk maar het voertuigje zit moervast. Ik kijk wat onbeholpen rond. Aha, daar is de oplossing: met een kleuterschaartje bevrijd ik het wagentje. Dan valt mijn oog op een dartspel met zachte pijlen die met klittenband aan het bord vastzitten. Hier kan niets mis mee gaan. Ik gooi een pijltje naar het bord. Mis, op de grond. Als ik het wil oprapen blijkt het wel erg goed aan de vloerbedekking te hechten. Ik laat me niet kennen en trek resoluut aan de pijl. De vloerbedekking besluit los te laten op een moment waar ik niet op bedacht ben en ik val plat op mijn gat. Met de pijl in mijn hand, dat wel.

Ik gooi het over een andere boeg en besluit kleertjes te kopen. Ik aai rekken vol met roze tule, ik gooi stapels minihemdjes met roze flamingo’s om, ik woel met twee handen in een bak vol witte ienieminisokjes met roze hartjes, roze haarbandjes met witte roosjes gebruik ik als katapult, ik jongleer met drie pluchen roze ballen, ik…weet het niet meer. Help! Ik zeg dit niet hardop maar straal het kennelijk wel uit. Een winkeljuf komt op mij af en vraagt zuur: “U zoekt?” Betrapt stop ik beide handen in mijn zakken en vraag naar een roze cadeautje. “Uw eerste?” Ik knik trots en laat me een pakket aanpraten. Ik heb het lef niet meer om tegen te spreken en verlaat de winkel met twee tassen vol en een snikkende bankpas.

De details over mijn reis naar het ziekenhuis zal ik je besparen. Laten we het erop houden dat ik een slangenmens ben. Vele routes en afdelingen later ben ik dan toch daar waar ik zijn moet. Ach kijk nou! Ik vergeet iedereen en ren op mijn doel af. De stoelpoot is echter langer dan ik denk en ik smak bijna naast mijn verse kleinkind in het lelijke ziekenhuiswiegje. De baby schrikt en zet het direct op een huilen. “Oma is binnen, het huilen kan beginnen!”, grap ik nog. Mijn dochter toont direct haar moederkwaliteiten en heeft haar nazaat in twee tellen stil. Sorry hoor. Met de nodige felicitaties zet ik de twee volle tassen op het bed. De jonge ouders duiken er enthousiast in om er al snel weer beteuterd uit te komen. Hè? Iets niet goed? “Mam, weet je hoe ons kindje heet?” Verrek, vergeten te vragen. “Joost! Mam, je hebt een kleinZOON!”

 

 

 

Ode aan Emma

oma

Ik word wakker en hang twee tellen in het schemergebied tussen slapen en waken. Dan komt alles in volle vaart op me af! Het komt opnieuw overrompelend binnen. Een niet eerder gekend gevoel stijgt in me op, het vult me totaal, tot barstens toe!

Ik moet boodschappen doen. Vijf dingen zijn het maar. Die kan ik wel onthouden zonder briefje. Ik trek mijn jas aan. Hè? Was die jas altijd al die kleur? Mooier dan ik me herinner. Ik loop naar de winkel. Hè? Stonden hier altijd van die mooie bomen? Ik moet me inhouden niet te gaan huppelen. Hè? Wat zijn er veel mensen in de winkel en allemaal zo aardig. Waarom kijkt er niemand naar me? Ze zien het toch wel aan me? Ik heb namelijk het gevoel dat ik gloei en straal. Als ik thuiskom heb ik vijf boodschappen bij me. Maar niet die ik bedoelde. Komt allemaal door jou!

Donderdag 10 november 2016. Op slag is de wereld niet meer hetzelfde, want jij bent erbij! In een plastic ziekenhuiswiegje lig je zo mooi en zo prachtig  en zo aandoenlijk en zo oneindig lief te wezen. Je moeder ernaast. Zo dapper, zo uitgeput maar met zo’n liefdevolle, nimmer wijkende, moederblik in haar ogen. Ik kijk naar haar. Mijn kind met haar kind. De gelukstranenstroom is niet meer te stoppen. Lief kleintje, zo welkom in ons leven, in ons hart. Met je fluwelen huidje, met je perfecte neusje, met je tien lange vingers, met je alles.

Ik mag je zien. Als ‘liefde op het eerste gezicht’ nog niet bestond had jij het uitgevonden. Ik mag je vasthouden. Je weegt nog bijna niets maar niets zal ooit zwaarder wegen. Ik mag je ruiken. Je ruikt naar nieuw leven, naar beloftes, naar toekomst en een beetje naar Zwitsal. Ik mag je voelen. Je voelt goed, beter en als het beste. Ik mag je roepen. Je heet Emma, slechts één klank verwijderd van mijn nieuwe naam Oma…

Kom ik ga weer eens boodschappen doen. Zonder briefje want dit kan ik wel onthouden:

  1. een piepklein roze jurkje
  2. een roze rammelaar
  3. een roze beer
  4. een roze voorleesboek
  5. een pak roze muisjes

Een roze wolk heb ik al…