Tagarchief: kinderboerderij

Verhalenslang 11/25

(De eerste zin van dit verhaal is de laatste zin van het vorige verhaal. Beide verhalen hebben niets met elkaar te maken.)

Dat varkentje is ook weer gewassen. Heel voorzichtig zet hij het bij de andere. Nu nog een hele rij geitjes te gaan. De konijntjes heeft hij al afgedroogd. Wat zal zijn moeder blij zijn. Zij heeft hier natuurlijk helemaal geen tijd voor. Maar voor hij aan de geiten begint loopt hij naar het achterste gedeelte van de schuur. Papa heeft vorig jaar het oude gebouwtje omgetimmerd tot een plek waar Mama zo vaak ze wil kan zagen, timmeren en verven. Ze zaagt grote harten uit hout. Hij mag haar soms helpen. Niet met zagen, dat is te moeilijk maar hij kan wel heel goed schuren. Het hout moet spiegelglad zijn. Daarna gaat Mama het verven, rood, roze, grijs en soms blauw. Dat vindt hij maar raar, wie heeft er nou een blauw hart. Vaak schrijft ze er dan nog woorden op maar die kan hij niet lezen. Het zal wel iets liefs zijn want mensen moeten altijd glimlachen als ze de woorden lezen. Er komen namelijk ook wel eens andere mensen in de schuur, die komen vaak iets kopen. Zijn moeder vertelt dan altijd trots dat hij zo goed geschuurd heeft. En bijna elke week komt er een groepje andere moeders. Zijn moeder leert hen dan hoe ze dikke dames moeten schilderen. Sommige kunnen er niets van en maken enge dames maar ze moeten er gelukkig zelf om lachen. In het achterste gedeelte heeft Papa zelfs een piepklein keukentje gemaakt waar hij nu een glaasje water kan drinken.

Een paar weken terug was zijn moeder extra blij. Ze had een mooie opdracht gekregen! Toen hij vroeg wat dat precies was vertelde ze dat zij voor de kinderboerderij dieren van hout mocht maken. Als er dan een schoolklas vol met kindjes langs komt en daar les krijgt, mogen ze allemaal een varkentje of een geitje of een konijntje  mee naar huis nemen. Zijn moeder was er dolblij mee maar ook erg druk. Elke dag zit ze te zagen. Eerst tekent ze met een scherp potlood de dieren op een grote plaat hout en daarna gaat ze zagen.  Nu heeft ze al veel dieren klaar om te verven. Hij heeft echter gezien dat er nog veel potloodstreepjes op de dieren staan. En dan komt hij op het idee de dieren eens goed te gaan wassen. Hij maakt een sopje in een teiltje en stopt alle dieren er één voor één in. Mama zal opkijken als ze thuis komt van boodschappen doen. Wacht hij hoort haar al.

Maar zijn moeder is helemaal  niet blij. Ze is zelfs boos. “O Nee!”, roept ze “Wat heb je gedaan! Nu zijn ze allemaal doorweekt en kan ik ze niet verven! Nu moet ik zeker twee dagen wachten!  En ik heb net beloofd morgen de volgende lading te brengen! Ik krijg dit nooit op tijd af!” Ze zakt neer op een krukje met haar handen op haar schoot. Hij wil haar helpen maar weet niet hoe. Hij moet aan Els denken, zijn begeleidster. Die zegt altijd: “Als je een probleem hebt, of er gaat iets niet helemaal goed, of je bent een beetje verdrietig dan moet je zoeken naar dat stukje wat wèl goed ging en dan word je vanzelf weer blij!” Hij zoekt in zijn hoofd of hij iets goeds kan vinden. Dan loopt hij naar zijn moeder toe en zegt: “Maar ik heb niet aan de zaag gezeten.” En dat helpt. Zijn moeder zucht eerst en daarna glimlacht ze weer. “Je hebt helemaal gelijk! Je bent een slimme jongen en je hebt goed geluisterd!” Ze staat op en geeft hem een dikke knuffel. Totdat hij haar van zich afduwt en roept: “Hou op, ik ben al 26 hoor!”

Advertenties