Tagarchief: kijken

Kwestie van turven

Sinds we thuis zitten lijkt het wel of er meer gesport wordt. Ik ben van nature niet zo sportief aangelegd maar begin toch steeds meer heel voorzichtig een zekere mate van aardigheid te krijgen in sporten. Vooral ben ik geïnteresseerd in joggen: daar kan ik nou uren naar kijken.

Had ik al jaren dezelfde joggers voor de deur, er is opeens een flink aantal bijgekomen. Voor het overzicht heb ik ze ondergebracht in categorieën. Het begint eigenlijk al bij de stand van de benen: of de knokige knietjes botsen constant tegen elkaar, of ze staan zo wijd uiteen dat er een varken tussen zou passen. Ook de voeten zijn heel verschillend. Of ze bewegen recht vooruit of ze zwaaien naar de buitenkant uit en maken een eigen dansje voor ze neerdalen. De meeste joggers lopen alleen maar  soms in groepjes. Twee vriendinnen, met twee flesjes spa blauw, lopen gezellig hard en kletsen zacht. Een jong meisje met haar vriend, met identieke kleding, met identieke haarknot en een identiek loopritme (beetje ANWB-stel gevoel). Een vader en zoon komen hier samen voorbij sinds de crisis, heel aandoenlijk maar omdat ze een verschillend ritme lopen wordt ik steeds een beetje misselijk als ik te lang naar hen kijk.

Wat betreft de joggerscategorieën zelf:

  • De profs: te herkennen aan de uitrusting met de juiste gadgets, een telefoon op hun linkerbovenarm, een design bidon in de linkerhand, strak in een merk-outfitje en een rugtas op de rug, gevuld met … tja wat zit er toch in die rugtassen???
  • De graver: te herkennen aan de ietwat krom voorover gebogen manier van lopen, zijn neus letterlijk achterna, is vaak te zien bij beginnelingen en zwaarmoedigen.
  • De sjokker: dit zijn meestal mannen die zich door hun vrouw hebben laten vertellen dat het zo goed voor hem is maar er eigenlijk zwaar de pé in hebben, te herkennen aan de constante rode hoofdkleur.
  • De loopbandloper: te herkennen aan de niet hoog opgetilde voeten waarmee kleine stapjes gemaakt worden en aan de verwondering dat ze nu echt vooruit komen.
  • De dressuurloper: wil vooral netjes lopen en geconcentreerd overkomen maar is vaak zo geconcentreerd dat de knieën op neushoogte zitten, de rug overstrekt en het tempo belabberd laag is.
  • De dader: die loopt zo enorm hard dat het lijkt alsof hij achterna gezeten wordt en moet rennen voor zijn leven.
  • De beller: die loopt eigenlijk niet hard want hij moet eerst nog wat broodnodige telefoontjes plegen, wel vaak goed sportief gekleed.
  • De ik-verveel-me-te-pletter-maar-ik-moet-wat-in-deze-tijd-loper: vaak te herkennen aan de ruime buikomvang, de verkeerde schoenen en overmatige transpiratie. Niet te verwarren met de goede-voornemens-loper die uitsluitend in januari te ontdekken valt.
  • De achteruitloper: niet te geloven maar er loopt hier een mevrouw dagelijks achteruit, ze hoeft niet te kijken of ze ergens tegenaan botst want de tegenliggers (of achterliggers, net hoe je het bekijkt) houden keurig 1,5 m afstand.

Wat me erg opvalt is dat alle joggers, niemand uitgezonderd, de armen gebogen gebogen heeft. Maar toen ik een poging deed hard te lopen met mijn armen languit langs mijn lichaam begreep ik het. Probeer het maar.

Laatste tip: mocht je nu na de vogeltelling en de bijentelling een joggerstelling gaan houden mag je mijn indeling vrijelijk gebruiken. Zo sportief ben ik dan ook wel weer.

Theaterbezoek

Vorig weekend weer eens het theater bezocht, een lekker avondje uit. Lachen en genieten van de voorstelling. Me helemaal thuisvoelen op het rode pluche. En met mij nog vele andere mensen. Jonge mensen, iets oudere mensen, veel oudere mensen. Ja, het was duidelijk een voorstelling geschikt voor alle leeftijden. En in de pauze wilden ze allemaal koffie of thee. Ik zal je even aan een paar mensen voorstellen:

Joyce was er ook. Zij dacht ‘Ik doe mijn bont gestreepte vest aan en dan kan ik mijn rode laarsjes ook weer eens dragen, want daar komt niets van op mijn werk als verpleegkundige’. Haar vriendin Marjan, op de hoogte van de vaak uitbundige smaak van Joyce, koos voor zekerheid met een zwart jurkje.  Ze was maar wat blij dat je tegenwoordig sneakers onder je zwarte jurkje aan kan want de hele dag in de apotheek staan voel je ’s avonds echt wel in je voeten. Het was leuk weer eens met z’n vieren af te spreken. Hun mannen moesten nog wat aan elkaar wennen maar hadden meer overeenkomsten dan ze zelf dachten.

Hoe lang zou het geleden zijn dat je deftig aangekleed naar het theater ging? Nu gaat Rob met zijn beste vrienden gewoon in spijkerbroek, Tim zelfs in joggingbroek, en sportschoenen. En waarom ook niet, draag wat je prettig vindt. Netty en Trudy zijn van een andere generatie en hebben voor de gelegenheid de zwarte lakschoenen gepoetst. Niet zo’n hoge hak want dat gaat niet meer met de rug van Trudy. Netty vindt een hakje nu eenmaal wat vrouwelijker staan.

José heeft het super naar haar zin. Thuis heeft ze momenteel veel problemen, net de scheiding achter de rug, gezeur met John over alimentatie en de kinderen die ronduit lastig zijn. Ze geniet  ervan dat ze dit weekend bij hun vader zijn en zij lekker alleen kan uitgaan op haar tijgerprintlaarsjes. Nou ja, alleen… Ze is omringd door drie mannen. Vetermannen en geen sneakermannen, dat is een heel verschil. Opvallend is dat de mannen er allemaal even nonchalant bij staan, net zo nonchalant als José zelf.

Ten slotte was Hans er ook. Een beetje zonderling type die Hans. Vroeger op school was hij al het pispaaltje en tegenwoordig op kantoor is het niet veel beter. Hij zoekt zijn heil vaak in het theater, waar hij zich kan verliezen in een andere wereld, waar niemand hem kent, waar niemand hem lastig valt en waar niemand iets zegt over het feit dat hij sandalen draagt in maart.

Ja, het was weer een heerlijk avondje theater.

Kijken maar

mensen kijken

Als je de gemiddelde terrasbezoeker vraagt wat het leukst is aan op een terrasje zitten, scoort het antwoord ‘mensen kijken’ het hoogst. Dat is dan ook de voornaamste reden dat ik graag op een terrasje zit; dan hebben ze wat te kijken. En als ik er dan toch zit kijk ik zelf ook even. Ik kijk, zie, hoor en vraag me dingen af.

In deze tijd van het jaar zie ik opvallend veel vermoeide grootouders. Naast me een oma met een tienerkleindochter. Oma doet haar uiterste best er iets gezelligs van te maken maar de tiener denkt er duidelijk heel anders over. Haalt als antwoord op elke goedbedoelde vraag onverschillig haar schouders op. Als Oma door haar vragen heen is zitten ze stilzwijgend beiden een andere kant uit te kijken. Het zal de laatste logeerpartij zijn vrees ik.

Twee tafels verder maakt een kleine jongen zijn ouders dol door op steeds hardere toon te roepen dat hij poffertjes wil. Ze bezwijken om hem rustig te krijgen. Hij lacht triomfantelijk. Als na een kwartier de warme hapjes eindelijk komen valt hij er begerig op aan. De ouders kijken elkaar glimlachend aan over zijn bezwete hoofdje. Totdat de lieverd het eerste poffertje uitspuugt en het bordje ver van zich afschuift. ‘Dees bedoel ik nie kwil die grote!’. Even later sleurt zijn vader hem het terras af.

Drie tafels links doet mij denken aan een recent onderzoek dat uitwees dat Nederlanders steeds langer worden door de goede voeding die onze koters krijgen. Die boodschap heeft de vorige generatie kennelijk gemist. De man is minstens twaalf maanden zwanger van een drieling. Zijn vrouw, dezelfde generatie, bestelt nog ‘één cappuccino met slagroom en een klein stukkie kwarkgebak met slagroom’. Op zijn vragende blik antwoordt ze ‘Ik ben van de week een ons afgevallen hoor en ik moet wel op krachten blijven natuurlijk’.

Dan verschijnt er een grote troep kinderen. Een beetje smoezelig, een beetje onuitgeslapen maar toch vechtend om het hoogste woord. Twee doorgeschoten pubers hebben klaarblijkelijk de leiding en commanderen de eerste vier tafels bij elkaar te trekken. Met veel getrek en geduw wordt de opdracht uitgevoerd. Een meisje blijft verlegen aan de kant staan, duidelijk een buitenbeentje. Niemand kijkt naar haar om. Hopelijk houdt ze geen trauma over aan deze kinderzomerkampvakantie.

Zoveel mensen zoveel levens, op die paar vierkante meter terras. En maar kijken. Het wordt trouwens komend weekend prachtig terrasweer…

 

Bedankt

Mensen vragen wel eens ‘Hoe bedenk je het allemaal?’ Maar soms hoef je voor een blog niet ver te zoeken. Ga een eindje wandelen, een beetje winkelen, zet je oren en ogen open en laat het gebeuren. Vandaag maakte verschillende mensen het me weer erg makkelijk.

 

Even lekker snuffelen in de boekhandel. Twee jonge meiden ook.

  • Nah, wat is dit voor een stom boek!
  • Huh? Wat dan?
  • Het heet ‘555 feiten waar je helemaal niets aan hebt’.
  • O.
  • Dan heb je er toch niets aan?
  • Waaraan?
  • Aan dat boehoek!
  • Dan neem je het niet…

 

Een verwarde vrouw klampt zich aan mij vast.

  • Ik ben de weg kwijt!
  • Nou, dat is raar… Net lag hij nog langs de stoep…!
  • Huh?

de weg kwijt

Een gezinsauto volgeladen met gezin rijdt langs de stoeprand.

  • Daar kun je parkeren Papa!
  • Nee, daar staat NP.
  • No problem toch?

 

Bedankt mensen!