Tagarchief: kabelnaald

Breien, horen, zien en zwijgen

Horen

Dat de breirage een feit is, is goed te horen. In de eerste plaats aan het huiselijke gerikketik van de breipennen maar ook onze taal is aardig doorspekt geraakt met het vakjargon. Menigeen herkent wel in het rijtje ‘insteken, omslaan, doorhalen en af laten glijden’ het basisprincipe van het breien. Maar tegenwoordig klinken er ook termen waarbij je niet meteen aan breien denkt, zoals : gerstekorrel (is toch ook iets medisch?), luiewijvensteek (mijn favoriet!), kleine hiel en grote hiel (sinds wanneer hebben wij twee hielen?), kabelnaald (klinkt Zwitsers maar schijnt echt handig te zijn), steken laten vallen (waar blijven ze dan?), afkanten of samentrekken (lijkt me beiden pijnlijk!).

Zien

Kijk om je heen en je ziet steeds meer breiwerken. In een tuin aan de Vijverdreef staat een struik met allerlei gebreide sjaaltjes om de takken gebonden. In de krant staan regelmatig oproepen voor deelname aan breiclubjes, met prachtige namen als ‘Blij dat ik brei!’ of ‘(G)een steekje los!’. Vrouwen en een enkele man kruipen bij elkaar om nieuwerwets te breien. Het verbroedert, het heeft voor sommigen dezelfde ontspannende uitwerking als yoga. Weet je niets te breien, kijk dan eens op de site van Save the Children waar je gratis eenvoudige patronen kunt downloaden van mutsjes voor baby’s in Centraal Azië. Als moeders hun baby komen registreren krijgen ze zo’n mutsje als kraamcadeautje en die registratie geeft hen recht op medische zorg. Breien voor een goed doel! Voor de lol is er in het kader van de troonswisseling zelfs een boekje in de handel waarmee je de Oranjes, als een uitgeBREIde familie kunt maken.

Zwijgen

Over mijn eigen breiverleden wil ik het liever niet hebben. Mijn moeder breide zo jaloersmakend snel, daar kon ik nooit tegenop. Zij heeft het door heilig moeten geleerd en mijn Oma verstopte in iedere knot een dubbeltje, daarmee het tempo naar grote hoogten opjagend. Zelf kreeg ik het onderwezen op de lagere school. Op ijzeren pennen met stijve witte katoen moest je beginnen. Ik hoor nog de handwerkjuf roepen ‘Overnieuw!’ en zie haar nog mijn dappere poging in een keer van de naalden af trekken. Na verschillende broddellapjes waren de pennen verroest van mijn zweterige handjes, het witte katoen verkleurd tot groezelig en het lapje eindige steevast met minder steken. Later ben ik thuis nog talloze poppenjurkjes begonnen maar uiteindelijk had niemand zo’n fikse verzameling driehoekige poppenwashandjes dan mijn pop…