Tagarchief: inpakken

Trage pakkerd

Heb ik weer! Een trage pakkerd voor me in de rij bij de supermarkt. Ik kwam haar al in bijna alle gangen tegen en zag de inhoud van de wagen groeien. Ik ga dan toch direct denken: ‘Heb je dat allemaal nodig?’ Om vervolgens te schrikken van mijn snelle oordeel. Misschien heeft ze gewoon een groot gezin. Wellicht een samengesteld gezin. Drie kinderen van hem, twee van haar en eentje van hen samen. Dan loopt het op. En misschien zijn ze dit weekend allemaal tegelijk bij elkaar. Gezellig. Of niet natuurlijk, dat weet je nooit. Maar eten zullen ze. Dus volladen die kar.

Staat ze ook nog voor me in de rij. Eén voor één legt ze de vele artikelen op de lopende band. Tot het een grote berg is waar die zakken chips echt niet bovenop blijven liggen. Giechelend raapt zij ze tot zes keer(!) toe op van de grond. Na het scannen doet ze alles één voor één terug in de inmiddels lege kar. Ze probeert nog iets in een tas te proppen; eerst de eieren, dan de blikken soep… Dit allemaal in een tempo waar een schildpad een hartverzakking van zou krijgen. De band na de kassa is nog steeds vol als ik aan de beurt ben. Dus stop ik alles direct in mijn tas. Eerst de soep en dan de eieren want  in die volgorde heb ik het op de band gezet.

Ik doe nog een paar andere winkels aan en zie haar even later weer op het parkeerterrein. Eén voor één legt ze de boodschappen in de achterbak van haar auto! Ik zie al voor me hoe ze de boodschappen straks weer één voor één uit de auto haalt en dan één voor één naar binnen draagt. Waarschijnlijk hebben de  thuisblijvers intussen zo’n honger dat de meeste boodschappen de kastjes niet eens halen. Wat een gebrek aan efficiëntie van die trage pakkerd.

Gruwel ik van alle trage pakkerds? Ja, behalve van een trage, kwijlerige, warme, schattige, onweerstaanbare, pakkerd van mijn kleindochter…

Schrijfhandje 9/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

schrijfhandje-1

‘Let op, komt er weer eentje’ sist Marjan achter haar hand naar collega Sandra. Toch stapt ze naar voren en vraagt vriendelijk aan de wat slonzige meneer:

  • Heeft u alles kunnen vinden?
  • Ja, dat gaat wel.
  • Zijn er cadeautjes bij?
  • Ja, alles! Kunt u het ff leuk inpakken?
  • Maar meneer het meeste komt uit de koopjeshoek, dat pakken wij niet in. Ik kan alles die rode vaas voor u inpakken.
  • O…maar die is voor mezelf…gaat daar nog wat vanaf?

Zonder verder tegenstribbelen verlaat de meneer de winkel met een tas vol losse spullen. ‘De volgende doe jij maar hoor San!’. Sandra lacht en als de volgende klant zich aandient. Een dame waarvan de leeftijd moeilijk te raden is, met een verzorgd uiterlijk, in een keurige wollen jas met een Burberry ruit, zwart suède laarsjes en met een prijzig luchtje om haar heen. Hier kan Sandra goede zaken mee doen.

  • Heeft u alles kunnen vinden?
  • Nou, dat is te zeggen, heeft u er hier nog vier van?
  • Nee mevrouw, dit zijn de laatsten uit de koopjeshoek.
  • Heeft u nog iets anders in diezelfde prijsklasse?
  • Eh…U bedoelt van vijftig cent?
  • Ja.
  • Als het daar niet ligt hebben we het niet mevrouw.
  • Verdeurie, dat valt me dan toch weer tegen van deze zaak. Ik kijk vanmiddag wel even in de stad. Nou ja, pakt u deze negen maar vast leuk in.
  • Dingen uit de koopjeshoek pakken wij niet in mevrouw.
  • Werkelijk? Wat ridicuul!

Ze propt de negen kleinigheidjes in haar versleten D&G-tasje en stuift de winkel uit. Ik denk dat dit soort klanten er toe geleid hebben dat Marja en Sandra dit bord geplaatst hebben. Eerst A4tjes op een spiegel geplakt en toen er op geschreven…iets te groot begonnen maar duidelijk is het nu wel. O ja, nog even op de lijst aangeven wáár de koopjeshoek zich precies bevindt.

10-koopjeshoek

Vakantie = inpakken en wegwezen

 

‘Moet dit ook mee?!’

‘Ja schat, we kunnen niet zonder!’

vakantieauto

Op vakantie gaan gaat niet zomaar, er gaat het een en ander aan vooraf. Allereerst het inpakken. Zonder te willen opscheppen kan ik met een gerust hart stellen dat ik hier een kei in ben. Ik kan griezelig goed stapelen en stouwen, dit alles zonder echt te proppen. Menig reisgenoot heeft versteld gestaan ‘Heb je dat óók bij je??!’. Dan heb ik het niet over Nederlandse aardappelen en heel veel hagelslag want wat is er leuker dan in een ander land boodschappen doen? Maar ik heb het vermogen om in doemscenario’s te denken. Stel dat….en wat nou als…. Een voorbeeld: geven de weersvoorspellingen  uitsluitend hoogzomerse temperaturen dan zie ik toch een onverwachte kille dag opdoemen. Zo kil dat de lange broek gewenst is. Dan zie ik het gebeuren dat iemand (anders) iets smerigs op die broek knoeit. Dus heb ik voor iedereen twee lange broeken mee. Ik krijg pas zin in vakantie als ik het getingel van de lege kledinghangertjes in de kast hoor en ik zeker weet dat van bikini tot bontgevoerde vestjes in de koffer zitten. In het gunstigste geval gaat driekwart van de kofferinhoud alleen maar heen en weer mee op vakantie en kan na afloop zo de kast weer in. Kortom ik ga over de koffers, de tasjes, de bakjes, de zakjes en de mandjes. Schat gaat over de auto…

Wegwezen dan maar. Het heeft altijd wel wat, met z’n allen op de Route du Soleil. Zo’n Route verbroedert. Want je rijdt een aardig tijdje met dezelfde auto’s/mensen op. Je haalt elkaar eens in. Je gluurt eens bij elkaar naar binnen. Je herkent elkaar na verloop van kilometers. Afgezien van de bumperklevende of rechtsinhalende wegmisbruikers, de asocialen die heel sociaal maar slingerend zitten te facebooken, zijn er ook gezellige meerijders. De voortdurend met elkaar kletsers, de samen zwijgers, de dommelende knikkebollers, de gestreste let-jij-nou-es-op-die-kinderen-stellen, de van verveling eters, de constante rokers, de enthousiaste meezingers, de altijd aanwezige neuspeuteraars, de onsmakelijke blote voeten op het dashboardleggers.  We vormen een groep, een team, een bonte verzameling, een club, een peloton dat van weerszijden afstevent op Parijs! Maar we redden het! De derrière de bois is snel vergeten als de eindebestemming bereikt is!