Tagarchief: genieten

Poehee

‘Het leven is een feest, wel even zelf de slingers ophangen’

Wie kent deze uitdrukking niet. Er wordt niet specifiek bij aangegeven wanneer of waar je dat precies of ongeveer moet doen… Waarschijnlijk mag je dat zelf weten?

‘Mijlpalen zijn er om slingers aan op te hangen’

Nog zo eentje. In eerste instantie lijkt het een mooie uitdrukking maar bij nader inzien vind ik hem best vermoeiend. Je moet dus eerst mijlpalen bereiken, minimaal twee anders kun je er niets tussen ophangen, en dan nog eens zelf die slingers ophangen.

Een mijlpaal is letterlijk ‘een paal die de afstand in mijlen aangeeft, tot een bepaalde stadspoort of tot de volgende mijlpaal’ maar figuurlijk wordt het gebruikt om aan te duiden als ‘iets belangrijks dat je bereikt’. Het heeft in elk geval iets gewichtigs, iets belangrijks, iets gedenkwaardigs. En ik blijf het mooi maar lastig vinden. Want wat is een figuurlijke  mijlpaal? Een zwemdiploma halen, een eigen boek uitgeven, een motie aannemen in de Tweede Kamer, een hoofdrol spelen in een film, zonder zijwieltjes fietsen? En waaruit bestaat een slinger? Een fijne verjaardag, een romantische bruiloft, geboorte van een kleinkind, een tropische vakantie?

Je moet best wel veel meemaken, poehee! Daarbij lijkt me dat wat voor mij een mijlpaal is, voor jou niet veel voorstelt en andersom. En wat voor jou een slinger is, vind ik helemáál niet belangrijk. Daarom was ik zo uitermate blij met dit theezakje…

Geen grootse en meeslepende dingen zijn nodig om gelukkig te worden. Gewoon van de kleine dingen genieten. Niks geen palen slaan of op trapjes klimmen met slingers. Maar genieten van het moment dat ik de juiste schoenen vind, het eten een keer niet laat aanbranden, een paddenstoel ontdek, een opgestoken hand van de buurvrouw zie, als de buschauffeur wel op me wacht, het moment dat de zon mijn neus nog net raakt, het moment dat ik dacht nog één bonbon te hebben terwijl er drie liggen, de tandarts niets kan vinden, het draaiorgel mijn favoriete liedje draait, mijn lievelingsluchtje in de aanbieding is, mijn paraplu heel blijft in een storm, als de extra kassa voor mij geopend word, mijn taart precies op het plaatje lijkt, een slinger achter een raam, het moment dat je kind belt als je aan hem denkt. Momenten waarop je een knipoog van het leven krijgt. Dat is pas belangrijk. Iemand nog thee? 😉

 

Oud

Ja hoor, het was weer zo ver: de eerste jaarlijkse antiek- en curiosamarkt in Apeldoorn! Uren kan ik langs de kramen dweilen. Pak af en toe iets op, draai het quasi geïnteresseerd om en om en zet het vervolgens weer terug. Genietend van de entourage, de mensen, de handel, het geheel. De een noemt het ouwe meuk, de ander antiek, weer een ander grootmoeders spul. Met dat laatste heb ik een beetje moeite…  Zelf ben ik ook grootmoeder maar het meeste spul heb ik echt niet gebruikt hoor, dus om wiens grootmoeder gaat het hier eigenlijk? En wat me diep raakte was dit:

Dat Barbie, op haar zestigste, in haar blootje, in een kartonnen doos op een antiekmarkt moet eindigen! Ik ben nog ouder, wat komt er van me terecht?! Misschien komt het nog goed want ik kreeg van een voorbijganger toch nog een oneerbaar voorstel! Ik stond deze oude wieg te bewonderen:

Prachtig hout, twee halfronde houten schommelpoten eronder en aan het hoofdeind een stok waarmee de wieg in beweging gebracht kon worden. Maar ook nog met een oog in die stok waar een touw doorheen kan zodat moeder (of vader) vanuit haar eigen stoel aan het touw kon trekken ten einde de boreling lekker te wiegen. Gezien mijn leeftijd opperde ik er beter een plantenbak van te maken. Word ik opeens door een wildvreemde man in mijn arm geknepen: ‘Nee joh, het is toch veel leuker om eerst een baby te maken en die er dan in te leggen, hebbie twee keer lol!’  Op de markt is de humor onbetaalbaar 😃

Er waren opvallend veel kramen met zilverwerk en als eksters komen vrouwen daar op af. Zo ook een dame die met een piepklein zilveren stoeltje met daarop een piepklein zilveren hondje in haar hand stond. Ze was er echt weg van. Ze vroeg de prijs. ‘Tis wel een echt oudje hoor mevrouw, dus deze kost €37,50.’ Mevrouw schrok zichtbaar, zette het kleinood met tegenzin weer terug en antwoordde verontschuldigend: ‘Als ik straks met mijn neus omhoog lig, dan weet ik het wel, dan ligt het heel snel bij de kringloop.’

Dit vond ik ook een mooie. De verkoper had geen zin overal zo’n plakkerig prijsje op te doen en wilde toch graag van de handel af. Hij dacht: weet je wat, ik doe alles voor 5 euro weg! En zijn vrouw maakte een keurig bordje àlles voor €5

Totdat er natuurlijk een bijdehante leukerd langs kwam die zei: ‘Is goed, geef mij alles maar, dan krijg jij vijf euro!’ Gelukkig had de handelaar nog een rode viltstift meegenomen.

En over prijsjes gesproken. Meestal dat plakkerige dingetje dus, soms ligt er een los papiertje naast en soms moet je er naar vragen. In het laatste geval bepaalt de verkoper ter plekke de prijs, afhankelijk van zijn bui, zijn thuissituatie, jouw gezicht en het verloop van de dag in het algemeen. Deze had ik nog niet eerder gezien…

Nou moet ik er bij vertellen dat deze uitstalling tegen een muurtje stond, dus VOOR je kijken kon sowieso niet, maar wat een weergaloze tekst: Prijs Vragen Kijk Achter U. Taalkundig klopt het niet maar je staat verbaasd hoeveel mensen direct achterom keken zodra ze dit lazen.

Bezoekers van deze markt komen overal vandaan maar toevallig stond hier een Amsterdammer naar de dobbers te kijken van een Amsterdamse koopman.

  • Benne mooie dobbers, haha!
  • Ja meneer, ’t sijn oudjes hè.
  • Net als wij seg maar…haha!
  • Dat hep u goed gesien!
  • Je hep er seker een dobber an om ze te verkopen, haha!
  • O u hep verstand van vissen?
  • Ikke wel!
  • Vooral achter het net seker, haha!

Ja, het was weer een heerlijk dagje markten, als vanouds…

 

 

 

 

Oppasdagfragment

Ik lig op mijn rug. In een knalgeel kinderbadje. Zonder water. Niet erg comfortabel. Maar de kleine dame naast me heeft me zover gekregen.

‘Oma, kom je met me spelen?’ ‘Tuurlijk, wat gaan we doen?’

Ze sjouwt kussentjes van de tuinbank en dekentjes uit de poppenwagen in het gele badje. ‘Kom Oma, we gaan slapen!’ Een van mijn lievelingsspelletjes. Dus ik vlei mij gracieus in het bedachte bed. Nou dat vleien moet je ook maar bedenken… Na veel gekreun en gesteun lig ik met mijn hoofd op een kussentje. Mijn voeten steken ver buiten het badbed. Ik wil een dutje doen. Maar dat gaat zomaar niet!

‘Oma, je moet wel onder de deken!’ ‘O ja, natuurlijk!’

Ik trek het kleinood naar me toe en weet ternauwernood mijn schouders te bedekken. Naast mij hoor ik tevreden snurkgeluidjes. Dit hou ik wel een poosje vol.

‘Oma, je moet wel je lampje uit doen!’ ‘O ja natuurlijk!’

En ik druk met een vinger op de rand van het badbed. We snurken samen om het hardst tot we de slappe lach krijgen.

‘Oma, kijk jij eens buiten of het nog onweer is!’ ‘Tuurlijk, doe ik, nee het onweer is afgelopen.’

Ik denk rustig door te kunnen tukken maar kennelijk is het weer dusdanig goedgekeurd, dat andere activiteiten gedaan kunnen worden. Zo zit ik even later op de rand van het gras met een stokpaardje tussen de benen. Let wel: met de kop van het paard tussen de benen en de stok vooruit. We zijn aan het vissen! Ze bijten niet erg vandaag dus het spel is snel afgelopen. Mijn speelmaatje loopt wat heen en weer en slaakt opeens een afgrijselijke gil!

‘Oma!!! Help!!!’

Ik smijt de hengel aan de kant en snel naar haar toe. Met één handje voor de mond wijst ze met haar andere handje naar een pop die op de tuintegels ligt.

‘Poppie ligt in de modder! Jij moet helpen. Poppie wil eruit!’ ‘Tuurlijk! Snel!’

We pakken allebei een arm van Poppie en trekken haar langzaam los uit de diepe modderlaag. Het valt nog niet mee maar gelukkig, het lukt ons. Om het te vieren gaan we op zoek naar wat lekkers. We eindigen met een beker vol pepsils. Ze deelt makkelijk, samen knabbelen we vergenoegd. Opeens krijgt ze weer een nieuw idee. Ze pakt drie pepsils waarvan ze er eentje tot de helft opeet.

‘Kijk Oma, dit is Papa, dit is Mama en dit is Emma.’ ‘Goed van jou zeg! En waar is Oma?’

Toch wat beducht dat ze mij al opgegeten heeft, of dat ik geen slanke pepsil ben maar een stuk worst, of dat ze me niet lust, pakt ze een nieuwe uit haar beker.

‘Hier ben je, Oma!’ ‘Ja, Oma is hier!’

Wat een heerlijke, oneindige, ik-hou-d’r-zo-van, fantasie…

 

 

Slingers (8)

Kan ik eindigen?

Wat dacht ik vroeger ook alweer van een bejaardenhuis? Bingo en oude liedjes zingen! Meer was het eerlijk gezegd ook niet eigenlijk. Hoe anders is het heden ten dagen! Bewoners kunnen, als ze willen, elke dag wel aan een andere activiteit deelnemen. De frequentie van deze activiteiten varieert uiteraard, van dagelijks (koffie drinken, biljarten en bijkletsen) tot wekelijks (sportschool, schilderen, bloemschikken) tot maandelijks (lezingen over financiën, stoelmassage)  tot jaarlijks (high tea,bezoek van de mobiele kinderboerderij,  cultuur bij je buur, zomerbarbecue). Wat hier tussen haakjes staat zijn maar voorbeelden er gebeurt nog veel meer. Mooie actuele activiteiten. Tegenwoordig is het zelfs een volledige baan deze activiteiten allemaal te bedenken, te organiseren en met behulp van anderen uit te voeren!

Kan ik eindigen!

De jaarlijkse barbecue is een gewild evenement en vergt wat van de koks als er minimaal 150 mensen tegelijk komen eten. Eerste obstakel: hoe kunnen we de rollators vriendelijk doch dringend afhandig maken en in een strategisch gangdeel parkeren teneinde meer ruimte in het restaurant over te houden?! Tweede obstakel: hoe leiden we de mensen zonder rollator  en zonder ongelukken langs het buffet?! Derde obstakel: hoe leggen we snel en efficiënt uit wat er in al die verschillende pannen en schalen ligt? En toch lukt het allemaal dankzij grote inzet van personeel en vrijwilligers en zitten de meesten om 6 uur aan tafel, zoals gewend 😉

Kan ik eindigen!!

Het merendeel van de bewoners geniet, vindt het eten lekker en is overduidelijk in zijn/haar sas met de drukte en gezelligheid. Sommigen gaan echt uit hun dak en laten zelfs een tweede glas wijn aanrukken! Anderen hebben er wat meer moeite mee..

  • “Is er ook een gewone boterham?”
  • “Ik ben een beetje misselijk!”
  • “Wat betekenen die twee B’s op mijn servetje? Want de Q is van barbeque…!”
  • “Ik ga naar huus, heb er de buuk vol van.”
  • “Kan ik eindigen!!!” (mevrouw is allang uitgegeten en wil graag de maaltijd besluiten met een dankgebed, zoals gewend…)

Na een uurtje schuifelen de eersten al weer richting rollator, het is mooi geweest. De laatste mensen moeten na twee en half uur weggestuurd worden, ze smullen nog steeds uitbundig van de gezellige sfeer. De combinatie van opwinding en alcohol zorgt voor rode wangetjes, er wordt gezongen en af en toe wordt er gewoonweg geflirt 🙂  Maar als ook zij hun woning weer opzoeken wordt met man en macht het restaurant weer opgeruimd en gaan de barbecues weer de schuur in. Tot volgend jaar!

Ja, u mag eindigen hoor! 😉 

Loense Moandag

Ik vertel je niets nieuws als ik zeg dat ik van markten houd. Niet omdat ik koopziek ben maar omdat ik me kan verwonderen over de mensen die er rondlopen en de spullen die er te verkrijgen zijn. Vandaag is het volgens de recreatiekrant Loense Moandag, een ponymarkt, een jaarmarkt en een kofferbakverkoop ineen, in het pittoreske Loenen. De levendige handel in pony´s, inclusief handjeklap, begint al om zes uur ´s morgens. De rest van de dag kun je een ritje maken op de rug van een pony. Er staat een aantal stands die alles wat te maken heeft met toerisme in en rond Loenen aan de toerist willen brengen. Er zal een smid aanwezig zijn om het oude ambacht nieuw leven in te blazen. En diverse stands met eten en drinken.

Ik ga op tijd, voor de ergste hitte uit. Maar met mij nog vele, heel vele anderen… De ponymarkt heb ik gemist, te vroeg. Nu blijkt dat ik een ritje ook misloop: in verband met de warmte zijn alle pony’s lekker naar huis. Evenals de smid. Ook te warm.

De rest was er gelukkig wel, de broden, de worsten, het kleurrijke speelgoed, de zonnejurkjes, de voetbal-outfitjes, de klompen, de supersonische snoeischaar, het wereldberoemde brillendoekje, de enige echte anti-aanbak-pan, de ontzagwekkende hoeveelheid die uit een kofferbak lijkt te komen (uitgestald op het dekzeil van de aanhanger…), de zelfgebreide poppenkleertjes, de I LOVE VELUWE tas…

       

Zo ook de palingroker die lekker op zijn koelbox paling zat te rijgen, terwijl hij onder de rook van zijn eigen rokerij zat en de toeschouwers hem al hoestend bewonderden.

Om de bezoeker extra te prikkelen werd er soms een stunt uitgehaald: een wool stunt warmers stuntprijs!!! 

De aanbieding dat het tweede artikel goedkoper is, zou hier ook moeten gelden: Ik kost €45,= per stuk en heb ook nog een zwart-bont zusje!!! 

De marktbezoekers vermaken zich, geven geld uit, vooral aan eten en drinken en soms: “Ja maar mam, soms heb ik zo’n behoefte om iets kinderachtigs te kopen!” Ik bots constant tegen een rijstballon op, ieder kind schijnt er opeens eentje te hebben, of tegen een bierblik die elke man opeens wil drinken om 11 uur ’s morgens, of tegen een te stevige dame die wanhopig aan haar strapless-shirtje sjort, of tegen een paniekerige oma die haar kleinkind sommeert naast haar te blijven lopen.  Ik word ook regelmatig gezellig toegesproken door een marktmeester: ‘Goedemorg’n daames en her’n, ik zie datter weer nieuwe gast’n op onze markt zijn aangekom’n en ik wil een ieder hart’lijk welkom het’n op onze Loense Moandag! Nog een vriend’lijk verzoek, wilt u alleen rok’n op de terras’n in verband met de droogte, dus niet tuss’n de kram’n. Dank u,’ 

Ja, in Loenen weten ze er iets van te maken hoor!

Lekker weg

Lekker een paar dagen weggeweest. Vertoeven aan de kust, de Zeeuwse kust. Een knus huisje op een park. Een park dat merendeels gevuld werd door jonge ouders met kleine kinderen en opa’s en oma’s die dan ook mee ‘mogen’. Aangezien wij de enigen waren zonder kinderen dan wel kleinkinderen bij ons, waren we in de perfecte gelegenheid de anderen eens ongegeneerd te begluren.

Vooral die kinderen… Die zo overprikkeld zijn dat ze helemaal niet gezellig in het o zo gezellige familierestaurant willen eten. Die de ballen uit de ballenbak gooien. Die de lego in de rondte smijten. Die de draaimolen mollen. Die de kleurplaten alleen maar willen krassen. Die ‘daar’ heen gaat als Papa ‘hier’ roept. Die de duikbril perse op willen houden tijdens het eten. Die de fietshelmpjes perse niet op willen tijdens het fietsen. Die steeds over hun eigen voetjes struikelen van moeheid. Die constant natte haren hebben, van het zwembad of van boosheid. Boos omdat ze niet op oma’s nek mogen. Boos omdat ze naar huis gaan. Boos omdat ze nòg niet naar huis gaan. Boos omdat ze nog een ij-hijsje willen. Boos omdat ze niet meer weten wat ze willen.

Vaders die lege buggy’s voor zich uit duwen. Behangen met opblaasfiguren. Met natte handdoeken. Met tassen. Heel veel tassen. En voor de zekerheid ook nog met schepjes, emmertjes en vormpjes voor in de zandbak. Vormpjes waar elk kind mee speelt behalve hun eigen kind. Soms slepen ze moedeloos hele bolderkarren met zich mee. Voor de ene helft gevuld met boodschappen, voor de andere helft met dreinend nageslacht.

Moeders die zuchtend maar consequent de andere kant opkijken met een blik van ‘Hé ik heb óók vakantie!!!’

Opa’s en oma’s die er handenwringend achteraan sjokken. Zich afvragend: ‘Grijpen wij hier in? Nee, het zijn onze kinderen niet!’

Maar ’s avonds… ja dan! Het grut gebruikt na een onvrijwillige douche, na een overgeslagen tandenpoetsbeurt, na een uiteindelijke compromis in alleen de pyjamabroek, na nog één boterham met eigen pindakaas, na nog één glaasje water, na nog één laatste en nog één allerlaatste verhaaltje de slaapkamer toch waar een slaapkamer voor bedoeld is. Een allesoverheersende stilte daalt neer. Het water strijkt glad. De zeemeeuw zwijgt. Opa en Oma zitten innig tevreden met een kopje koffie buiten voor het huisje. Knikkebollend boven hun breiwerkje en de Kampioen.  En de jonge vader en moeder? Die lopen innig verstrengeld met elkaar over het strand om samen te genieten van de romantische zonsondergang. Niet te ver want morgen is er weer een dag.

 

Logeren

Ik zag hem maandag arriveren. Opa en Oma renden enthousiast de tuin in. Oma knielde in het gras, stak haar armen wijd open en riep: “Waar is mijn kleine jongen dan???!”. De kleine jongen zag haar echter wel en denderde zijn grootmoeder bijna ondersteboven. Opa greep hem bij de kladden en slingerde zijn kleinzoon soepeltjes op zijn schouders. Wat hadden ze zin in deze logeerpartij! “Oma, oma, ik heb wat iets voor jou!” De kleine verdween haast achter de grote bos zonnebloemen. Kosten nog moeite waren gespaard om de grootouders in een opperbeste stemming te krijgen en vooral te houden. Een bedankje vooraf kan geen kwaad, dachten de jonge werkende ouders waarschijnlijk. Laatstgenoemden werden hartelijk uitgezwaaid en het drietal huppelde naar binnen. Met de bloemen, de kindertrolley en hoge verwachtingen.

Eerlijk gezegd heb ik ze de rest van de week niet meer gezien. Tot vandaag. Een toevallige blik naar buiten toonde mij in één oogopslag hoe de week verlopen was. Zodra de kleine jongen zijn eigen moeder in de gaten kreeg wierp hij zich snikkend in haar armen, alsof de verlossing eindelijk daar was. Opa sleepte van alles naar buiten richting auto. Het verraadde exact het verloop van de week. In de kleine trolley was onvoldoende ruimte voor de grote pluchen aap (dagje Apenheul), de goudkleurige kartonnen kroon met plakdiamanten (prins(ess)edagje Paleis het Loo), opgerolde poster van Cars (regenachtig dagje Bioscoop) en tenslotte nog een Intertoystasje (gevalletje omkoping denk ik). De kleine werd achterin de auto gezet, wuifde nog wat mat naar zijn grootouders terwijl hij zijn ouders van alles en nog wat vertelde. Opa en oma zwaaiden dapper terug, strompelden naar binnen, vielen op hun relaxstoel binnen twee tellen in slaap. Met een glimlach op de lippen, dat wel.

Grijs en Blond op de kerstmarkt

‘Mevrouw de Vries? Mevrouw de Vries! Mevrouw de Vriehies!!!’ Het meisje met de vlecht heeft eindelijk de aandacht van mevrouw de Vries. Het oude vrouwtje zit in een rolstoel aan een ronde tafel. Samen met nog vier andere dames in rolstoel en één heer. Ze zijn duidelijk een ochtendje uit naar de kerstmarkt van het tuincentrum. Met twee begeleidsters, het meisje met de vlecht en een meisje met een zwarte bril. Mevrouw de Vries geeft te kennen dat ze geen thee wil maar koffie. ‘Maar’, probeert Vlechtje nog eens, ‘We gingen toch haaitiejen?!’  Mevrouw de Vries moppert dat ze dat niet kent en niet wil, ze wil koffie. Haar buurvrouw heeft het zichtbaar meer naar haar zin. Met glanzende oogjes kijkt ze glimlachend in het rond. Ze probeert het kerststukje op tafel te ruiken maar het staat te ver weg. Ze tilt het gebaksbordje op en draait het rond en rond. Ze stoot mevrouw de Vries aan en zegt: ’Kijk nou toch, dit kun je lezen!’. Het servies van Blond Amsterdam is ingezet voor de high tea.

We mopperen wat af op De Zorg in Nederland. Zowel in Zoetermeer als in Apeldoorn. En toch kan ik niet anders doen dan een diepe buiging maken voor de jongedames die de ouderen een leuk uitstapje willen bezorgen. Die de moeite er voor nemen en neem van mij aan dat het heel veel moeite is! Er moet allereerst op tijd gewassen, aangekleed en ontbeten worden, dan moet de bus op tijd zijn, alle rolstoelen moeten in de bus passen, de groep moet wel een beetje bij elkaar blijven op de markt en vervolgens moet er gegeten en gedronken worden. Tenslotte zijn ze ook nog eens verantwoordelijk voor de sfeer, zorgen dat iedereen het naar de zin heeft. Soms vraag ik mij wel eens af of al die moeite wel aan iedereen besteed is.

Mevrouw de Vries is duidelijk niet in haar hum. Ze vindt de lampjes te fel, de muziek te hard, de tafel te hoog en de thee te lauw. Ze vindt alles belachelijk duur, daarbij kan ze niks kopen want ze kan niks kwijt in haar niet al te ruime kamer. Als Vlechtje komt vertellen dat het appelgebak op en er alleen nog chocolademuffins verkrijgbaar zijn, duikt ze nog meer in de slachtofferrol. ‘Nou, doe maar dan, dat wordt weer extra insuline spuiten vanmiddag!’. Vlechtje rolt met haar ogen richting Zwarte Bril. Zwarte Bril knipoogt terug en constateert dapper: ‘Nou, gezellig hè!’. Mevrouw de Vries vraagt hoe ze hier eigenlijk terecht is gekomen. Als Vlechtje meedeelt dat haar dochter zo lief was om haar hiervoor op te geven mompelt ze net hard genoeg: ‘Goh, had ze daar wèl tijd voor…’

Dan valt alles op zijn plaats. Ze was natuurlijk veel liever samen met haar dochter gegaan. En wij maar kniezen op De Zorg…

‘Mevrouw de Vries!!! Wat doet u nu! Nou is uw lange broek helemaal nat!’. ‘Ik wilde alleen maar mijn kopje lezen, wist ik veel dat er nog thee in zat’.

blond-amsterdam-kerst-servies-2

 

Beginnen met bijten

Als je het woord ontbijt van dichtbij bekijkt ben je geneigd te denken dat het oorspronkelijk ‘niet bijten’ betekent. Maar dan zou er on-bijten moeten staan. Volgens de etymologie geeft het voorvoegsel ‘ont’ het begin van iets aan. Denk aan bijvoorbeeld het woord ‘ontbranden’. Dus na de nacht begin je de dag met het eerste bijten, het ontbijt. Dat dit op verschillende manieren gebeurt zag ik afgelopen week tijdens een paar ‘hotelovernachtingen inclusief ontbijt’.

Het is eigenlijk het enige moment dat je de tijdelijke medebewoners ziet. En hoe. Vooral een ontbijt in buffetvorm geeft meteen een aardig beeld van hoe mensen zijn. In welke categorie ze vallen. Ik heb ze voor je genummerd.

1.       De Graaiers, ook wel de Stapelaars genoemd. Ze nemen van alles wat er aangeboden wordt veel, proppen dat op 1 bord, schrokken het weg en lopen tenslotte nog een rondje langs het buffet en vullen, soms niet eens stiekem, zakken en tassen. Ze hebben er voor betaald en dus recht op.

2.       De Veelvraten, ook wel Grootogigen genoemd. Zij worden verblind door het overdadige aanbod en willen alles tegelijk. Uiteindelijk blijkt hun oog vele malen groter dan hun maag en moeten ze de helft laten liggen. De tafel lijkt een slagveld met afgeknabbelde broodjes, onthoofde eieren en een flinke hoeveelheid aangebroken pakjes boter, jam, pasta en hagelslag.

3.       De Gezondheidfanaten, ook wel en Ongezelligen genoemd. Zij komen huppelend op dikke sportschoenen binnen, nemen alleen het donkerste brood, de magerste ham, twee hele schijfjes komkommer en als ze helemaal los gaan nemen ze drie scheppen kwark. Ze plunderen wel de hele fruitmand als de ontbijtzaal verlaten.

4.       De Netalsthuiseters, ook wel de Onavontuurlijken genoemd. Zij nemen consequent één bruine boterham met kaas, net als thuis, één witte boterham met jam, net als thuis, één glas melk, net als thuis en een appel toe, net als thuis. Het verschil zit hem hier in dat zij nu tijdens het eten een plattegrond bestuderen en overleggen welke route ze die dag zullen gaan doen.

5.       De Kieskeurigen, ook wel de Zeikerds genoemd. Zij doen de ronde langs het buffet met een steevast afkeurende blik. Ze breken hoekjes van brood af om te proeven, trekken de neus op en lopen al zuchtend door. Ze bekijken de onderkant van de losse broodjes en werpen ze achteloos terug in het gezellige mandje. Ze lezen alle jambakjes één voor één om ze vervolgens één voor één weer terug te zetten. Zij zijn degene die in al het fruit knijpen.

6.       De Plakkers, ook wel de Eeuwige Laatsten genoemd. Zij buiten de tijd die voor het ontbijt staat volledig uit, rekken het zo ver mogelijk op. Nòg een kopje koffie, nòg een rondje lopen, nòg een eitje, nòg een koekje en tenslotte nog één kopje thee.

Hoe ik dat weet? Oké ik geef toe, ik val onder categorie 6… ik ben een plakker. Maar wel eentje die overal van geniet en intussen de tijd heeft om anderen te observeren, hoe zij de dag beginnen met bijten.

ontbijt