Tagarchief: gebak

Kennen

Bijna twee jaar na de verhuizing wordt het wel tijd om het een en ander te kennen over de nieuwe omgeving. Nu fiets ik in één keer goed naar de Jumbo. Weet ik hoe gezellig het is op zondagmiddag in het Oranjepark. Dat het gebak in de Prins Hendrik Garage niet te weerstaan is. Weet ik waar het Koningsteegje is, dat Koning Willem de zoveelste gebuikte om stiekem het café door de achterdeur binnen te komen. Ken ik de marktdagen uit mijn hoofd. Begin ik onderscheid te zien tussen de verschillen wijken. Loop ik graag met of zonder visite de prachtige Jungendstill-route door de stad. Ik leer de weg kennen.

En dan de mensen. Zoveel nieuwe mensen heb ik intussen ontmoet. En ook heel wat leren kennen. Sommigen eerst van naam, anderen eerst van gezicht. Nu naam en gezicht een eenheid vormen komt de rest. Weet ik of iemand getrouwd is, kinderen heeft of zelfs kleinkinderen. Of iemand een geboren Apeldoorner is of niet. Weet ik wat voor werk er gedaan wordt of werd. Weet ik welke talenten iemand bezit. Weet ik of ze echt zo aardig zijn als op het eerste gezicht leek. Weet ik met wie ik onder tafel kan liggen van het lachen. Weet ik wie ik beter links kan laten liggen. Ik leer de mensen kennen.

Heel soms echter kom je iemand tegen die je liever niet had willen kennen. Maar waar je ook weer niet zonder kan: een nieuwe tandarts!!! Door allerlei oorzaken ben ik al zo vaak bij hem geweest dat ik hem veel te goed ben leren kennen… Als ik een afspraak om 11 uur heb rommelen zijn darmen omdat hij net koffie gedronken heeft. Om half 1 heeft hij trek want dan knort zijn maag. Hij heeft waarschijnlijk ‘lastige’ voeten want hij neemt hele kleine stapjes. Hij is ook import want ik hoor een zachte g bij ‘gebroken’ en ‘gescheurd’.  Slik! Hij eet zelf geen suiker want ik nog nooit zo’n dunne tandarts gezien. Hij heeft onwaarschijnlijk kleine handjes want zelfs bij de kleinste maat handschoen klappen de blauwe plastic vingertopjes dubbel en kietelen tegen mijn neus. Hij is dol op al zijn 18 verschillende boren want hij gebruikt ze allemaal.  Hij is verrukt van mijn extra diepe kanalen en zat tot zijn middeltje in mijn mond. Een zak cement op zijn ruggetje gebonden. Hij heeft geen last hoogtevrees. Stoer tandartsje. Op een gegeven moment zat hij zo diep dat ik hem nog een extra tangetje wilde aanreiken om tegelijkertijd iets  aan mijn eksterogen  te doen! Hij begreep mijn ‘awahoewah’ niet… Wat ik dan weer niet begrijp dat zo’n klein ventje zo’n grote rekening kan maken. Voor het komende half jaar is hij gelukkig (en hopelijk) een verre kennis.

Schrijfhandje 19/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

schrijfhandje-1

Lekker vriezend fris weertje meneertje. Iets lekker voor thuis halen. Tenminste…

drie-x-branden

‘Boerenkaas voor als het naar kaas mag smaken’. Wat!!! Kaas die naar kaas smaakt??? Wat krijgen we nou! Is er ook boerenkaas maar dan zonder die kaassmaak? Of boerenkaas die naar boeren smaakt? Hoe smaakt een boer? Om wat voor boer zou het gaan? Een zuivelboer, een varkensboer, een landbouwboer? Raar eigenlijk dat we ook spreken over een keukenboer, een sigarenboer, een badkamerboer? En waarom associëren wij een boer met kiespijn? Ik dwaal af. Het ging over de boerenkaas. Maar als de boerenkaas naar kaas moet smaken wat heeft die boer er dan mee te maken?

Net als de zakjes in het mandje er naast. Zakjes boerenmix. Wat zit er precies in? Wil ik het wel weten? En waarom een mix? Versterken ze elkaar? Eén boer is ook maar alleen? Klinkt zo eenzaam? Moet Yvonne Jaspers weer komen? Wat ik ook niet begrijp; waarom zakjes van 480 gram? Waarom geen 500? Ik denk dat de vrouw van de kaasboer regelmatig roept ‘mag het ietsje meer zijn?’, kom je toch met een pond thuis.

Het meest vreemde aan dit bord is wel de middelste boodschap: ‘wij branden onze noten 3x per dag’. Het ligt niet in mijn aard schunnige opmerkingen te maken maar deze zin schreeuwt er bijna om… Ik zal het niet doen, bedenk het zelf maar. Het lijkt mij dat die nootjes dan behoorlijk zwart verband zijn. En er dan toch bijschrijven ‘Vers!’. Ik weet het niet hoor.

Ik loop nog even naar de gebakboer.

(G)een naam hebben

(tweede bijdrage Apeldoorn Direct)

bakken

Ook zo genoten van het programma Heel Holland Bakt? Ik word altijd reuze blij van al dat gebak en dan bedoel ik gebak als zelfstandig naamwoord en niet als werkwoord. Er kan mij nooit teveel bitterkoekjesvulling of aardbeienmousse tussen zitten en slagroom lust ik op alles. Ik kijk mijn ogen uit naar de gestapelde laagjes met diverse kleuren. Ik kan het bijna ruiken. Watertandend zit ik telkens weer te genieten. Het nadeel is alleen dat het er allemaal zo makkelijk uit ziet. Met als gevolg dat ik er herhaaldelijk instink ook in de weer te gaan met bloem, eieren en boter om dat dan vervolgens nonchalant in de oven te zwiepen. Eerlijk gezegd moet ik wel stilletjes, nee hardop, lachen als er iets mislukt bij de tv-bakkers . Maar dat is simpelweg een stukje herkenning. Bijna tegen beter weten in blijf ik het proberen. Een doodgewone cake is voor mij al een technische opdracht. Zo ben ik voortdurend op zoek naar laagjes, verschijnen mijn creaties uit de oven steevast als niet gaar, te droog, te nat, lekker krokant maar op verkeerde plaatsen. Ik word er lichtelijk mistroostig van. Gisteren drong het zich zelfs op in mijn droom.  Op de weegschaal staand hoorde ik Robert met zijn zachte g mompelen ‘een beetje vettig, da wel’ terwijl Janny al smakkend toegaf het wel lekker te vinden. Nachtmerrie dus.

Waar wil ik naar toe met dit verhaal? Eenmaal in Apeldoorn neergestreken wilde ik graag mijn Randstadvisite een typische Apeldoornse lekkernij serveren. Ik bedoel dan zoiets als de Arnhemse meisjes uit Arnhem, Haagse hopjes uit Den Haag, desnoods Haagse bluf. Of de Bossche bollen uit Den Bosch, het Nijmegenaartje uit Nijmegen. Wat denk je? Er bleek niet iets dergelijks te bestaan in Apeldoorn! Ik kon niets anders doen dan mijn visite Veluwse Schavuiten voor te zetten gegarneerd met originele zwijnenkeutels. Gelukkig kwam Apeldoorn er zelf ook achter en schreef als de wiedeweerga een bakwedstrijd uit: Heel Apeldoorn Bakt. Handenwrijvend zat ik mij op de uitslag te verheugen. Dat het lekker zou worden daar twijfelde ik niet aan maar ik was meer benieuwd naar de naam. Chocoprinsen zijn er al. Krijgen we nu: Mag ik een ons Paleisjes van u? Blieft u nog een stukje Rijksappeltaart? Waar zijn de prinsessenpraliné ‘s? Hij is dol op kokoskroontjes? Vergulde koeken? Goudeneierkoekcarré’s? Kleine Loo-tjes? Willem-de-Eter stol? De Anna-stop-ho-maar schnitt? Gevulde vorstjes? Magere majesteitjes?

Ik heb het even moeten verwerken. Neem hierbij in gedachten dat ik uit Zoetermeer ben vertokken. Het nieuwe, overigens zeer smakelijke, typisch Apeldoornse gebak, heet ‘Zoeterik!’.

 

 

 

 

 

 

 

Familie

(De eerste aflevering van het Verhaal Achter de Foto een besloten facebookgroep waar iedereen aan mag deelnemen, elke maand een foto met de vraag wat is hier aan de hand of waar doet dit je aan denken en beschrijf dit in 200 woorden? Dit is de eerste foto…)

verhaalfoto1

Ikzelf heb een zeer gevarieerde familie. Wij zijn graag geziene gasten op feestjes van andere families. Je kunt me herkennen aan een schelpvormige bodem, daarop een flinke dot slagroom en als kers op de taart een kers. Eerlijk gezegd word ik vaak als eerste gekozen. Direct gevolgd door de nichtjes, die aardige aardbeienmeisjes. De rechtlijnige tompouces en de smoezende soezen zijn meestal de laatsten. Maar als familie steun je elkaar.

Enfin, gisteren lagen we weer eens met z’n allen op een schaal. Een verjaardagsfeestje van een grote mensen familie. Er werd gefeliciteerd, geklapzoend, gelachen en soms wat geroddeld.  Er leek geen einde te komen aan de stroom familieleden. De temperatuur steeg daardoor behoorlijk. Mijn slagroom hield met moeite de kers bovenop. Hier en daar stond het zweet op het marsepein. 

En toen gebeurde het. De moorkoppen stonden al een tijdje koppig te mopperen. Met een aanstellerige zucht bezweken ze. Ze stortten volledig in tot één zompige massa. Dit drama voltrok zich ook nog eens onder de oogjes van een groep kleine mensen. Van angst vervuld keken zij naar de rest van onze familie. Die moorkoppen hadden ons mooi voor schut gezet.

Van je familie moet je het maar hebben.