Tagarchief: flauwvallen

Nr. 285

(Dit verhaal heb ik ingestuurd voor een schrijfwedstrijd van Kelly Meulenberg. De opdracht was de woorden ‘Ik ben niet bang’ ergens in het verhaal te gebruiken maar niet in de titel. Geen prijs maar wel een ervaring rijker.)

nummertje trekken

Als ik nietsvermoedend de wachtkamer van het priklab binnen loop voel ik onmiddellijk een sterke drang snel rechtsomkeert te maken. Wat een drukte. Deze ruimte is al niet mijn eerste keus en de lange wachttijd werkt niet bevorderend voor mijn humeur. Niemands humeur, als ik zo om mij heen kijk. Zuchtend trek ik een verplicht volgnummertje. De machine bedeelt mij nummer 258 toe. Het elektronische scherm boven de deur geeft aan dat er nog tien wachtenden voor me zijn.

‘Mam, ik ben een beetje bang’ fluistert een kleine jongen bibberig. Zijn moeder slaat liefdevol een arm om haar zoon en belooft hem troostend van alles en nog wat. Je ziet hem denken ‘Jij hebt makkelijk praten!’. Dan besluit hij het uit te buiten en schroeft de beloning wat op. Moeder is kennelijk bang voor drama en stemt haastig in.

‘Zal ik zo met je meelopen, ik ben bang dat je de zuster niet goed verstaat.’ vraagt een oudere meneer aan zijn dame. Zij wijst het aanbod vriendelijk doch beslist af. Waarschijnlijk heeft zij in dat huwelijk vaker haar eigen boontjes gedopt dan hij weet.

Nummer 255. Nog drie. Het gedrag in een wachtkamer bevreemdt mij telkens weer. Zoveel mensen bij elkaar op een kluitje die niets tegen elkaar zeggen. Hooguit een binnensmonds ‘Mogge’. Is iedereen bezig met eigen angsten? Waarom moet ik bloed laten prikken? Wat zal de uitslag zijn?

Een dame van middelbare leeftijd roept net iets te hard in haar telefoon ‘Hoi met mij. Hé luister es, ik ben bang dat ik het niet ga redden hoor! Gekkenhuis hiero! Nee joh, gaan jullie maar vast dan kom ik gewoon wat later. Hou wel een plekkie vrij hè? Ja, haha! Okido! Doei! Ja doe ik! Doei! Tot straks! Hoi!’. De neiging om ook heel hard ‘Doei ook van mij!!’ te gaan roepen weet ik met grote inspanning te onderdrukken. Of probeert zij haar angst te overschreeuwen?

Twee bijna identieke dames verschijnen met een rollend serveerwagentje ten tonele. Op hun linkerborst prijkt een grote button met de tekst ‘Ik ben vrijwilliger’. Om misverstanden te voorkomen. Zij voorzien liefhebbers van een drankje en serveren dit met een bijna identieke glimlach. Als de kleine jongen om cola vraagt doen ze eerst nog alsof ze zoeken tussen de melkcupjes en de zoetjes en verklaren dan gelijktijdig ‘Ik ben bang dat we dat niet hebben jongeman’. Nog geen drie tellen later druipt de moeder af naar het ziekenhuisrestaurant.

Nummer 257. Nog eentje. Is het hier nou de hele tijd al zo warm? Ik heb gewoon klamme handen. Is er nog tijd om naar het toilet te gaan? Hoe groot zijn die naalden eigenlijk? Wat nou als ik flauwval? Of erger, wat als ik gênant ga gillen? Of huilen? Ik moet echt heel nodig!

Nummer 258. Ben ik nou bang? Gedurende de tien meter lang die ik van de martelkamer verwijderd ben ontwikkel ik een mantra. Ik ben niet. Ik ben niet bang. Ik ben niet bang. Ik ben NIET bang.

Advertenties