Tagarchief: file

Vakantie = inpakken en wegwezen

(Een eigen serie van 7  met vakantieherinneringen op Apeldoorn Direct , elke zondag een deel)

Door Carla van Vliet

 

De coronasituatie zorgt ervoor dat veel vakantieplannen niet doorgaan. We blijven dichter bij huis of zelfs helemaal thuis. Je leest erover in onze serie ‘Coronazomer’. Daarnaast is er alle tijd om terug te denken aan voorgaande jaren. Gelukkig hebben we de foto’s en de verhalen nog. Hiervan een verzameling, geschreven door Carla van Vliet. 

 

“Moet dit ook mee?!”

“Ja schat, we kunnen niet zonder!”

Op vakantie gaan gaat niet zomaar, er gaat het een en ander aan vooraf. Allereerst het inpakken. Zonder te willen opscheppen kan ik met een gerust hart stellen dat ik hier een kei in ben. Ik kan griezelig goed stapelen en stouwen, dit alles zonder echt te proppen. Menig reisgenoot heeft versteld gestaan: “Heb je dat óók bij je??!” Dan heb ik het niet over Nederlandse aardappelen en heel veel hagelslag want wat is er leuker dan in een ander land boodschappen doen? Maar ik heb het vermogen om in doemscenario’s te denken. Stel dat…en wat nou als… Een voorbeeld: geven de weersvoorspellingen  uitsluitend hoogzomerse temperaturen dan zie ik toch een onverwachte kille dag opdoemen. Zo kil dat de lange broek gewenst is. Dan zie ik het gebeuren dat iemand (anders) iets smerigs op die broek knoeit. Dus heb ik voor iedereen twee lange broeken mee. Ik krijg pas zin in vakantie als ik het getingel van de lege kledinghangertjes in de kast hoor en ik zeker weet dat van bikini tot bontgevoerde vestjes in de koffer zitten. In het gunstigste geval gaat driekwart van de kofferinhoud alleen maar heen en weer mee op vakantie en kan na afloop zo de kast weer in. Kortom ik ga over de koffers, de tasjes, de bakjes, de zakjes en de mandjes. Schat gaat over de auto…

Wegwezen dan maar. Het heeft altijd wel wat, met z’n allen op de Route du Soleil. Zo’n Route verbroedert. Want je rijdt een aardig tijdje met dezelfde auto’s/mensen op. Je haalt elkaar eens in. Je gluurt eens bij elkaar naar binnen. Je herkent elkaar na verloop van kilometers. Afgezien van de bumperklevende of rechts inhalende wegmisbruikers en de slingerende asocialen die heel sociaal zitten te facebooken, zijn er ook gezellige meerijders. De voortdurend met elkaar kletsers, de samen zwijgers, de dommelende knikkebollers, de gestreste let-jij-nou-es-op-die-kinderen-stellen, de van verveling eters, de constante rokers, de enthousiaste meezingers en de altijd aanwezige neuspeuteraars. We vormen een groep, een team, een bonte verzameling, een club, een peloton dat van weerszijden afstevent op Parijs!

Natuurlijk ga ik bij een file ook eerst de opstandige fase in: zuchten en blazen en geïrriteerd op mijn horloge kijken en denken: “Als die voorste nou eens gewoon doorrijdt hebben we er allemaal wat aan…!” Dan komt de berustende fase: “Tja, er valt niets aan te doen, dan komen we maar wat later aan.” En ten slotte de creatieve fase: “Wat zal ik eens gaan doen?”

Links naast ons rijdt een man alleen, met een fiets achterop en een schoon overhemd aan een haakje voor het achterzijraam. Een kantoormeneer die de laatste kilometer op de fiets gaat? Maar waarom is zijn overhemd een houthakkershemd? Leidt hij een dubbelleven? Achter deze man rijdt een jong meisje dat zich uitsluitend bemoeit met haar telefoon. Wat is er zo belangrijk? Of appt ze haar vriendje dat ze in de ###file staat en daardoor wat later komt? Rechts van ons rijdt een vrachtwagen. De chauffeur heeft zijn raampje open en er bungelt een arm met sigaret uit. Met zijn andere hand trommelt hij het ritme mee van een of ander levenslied. Weinig vlam in de pijp deze keer. Daar achter rijdt een echtpaar met een caravan. Hun eigen kleine huisje van geluk op wielen. Zij voert hem stukjes appel. Hij checkt de spiegels, ten overvloede.

Wij passeren elkaar gedurende uren, links en rechts, inhalen en ingehaald worden, alles met een slakkengangetje. Hé, er komt op rechts een nieuw iemand tussen. Even kijken. Voor het achterraampje verschijnt een rond chinees jongensgezichtje. Hij kijkt naar me. Hij kijkt nog eens goed. Hij wijst naar me en schiet dan in de lach. Hij draait zich om naar de andere inzittenden en roept iets, ondertussen steevast naar mij wijzend. Wij kunnen doorrijden en verliezen hen uit het oog. Maar niet voor lang. Intussen zijn er twee kindergezichtjes en één moedergezicht voor het raampje verschenen en zodra ze mij zien beginnen ze keihard te lachen. Het gaat over in de slappe lach, hikkend vallen ze tegen elkaar. Ik vraag mijn chauffeur of er iets op mijn neus zit. “Je klep”, is het enige antwoord. Ik laat mijn zonneklepje een paar keer heen en weer bewegen op mijn bril en oogst applaus! Aha!

Heerlijk met z’n allen onderweg.

 

Vakantie – Onderweg

Je wilt graag met vakantie en dat betekent vaak verder dan de hoek van de straat. Anders kun je net zo goed thuisblijven. Je bent echter niet de enige. Er zijn meer vakantiegangers. Heel veel meer zelfs! Is dit nou heel veel meer vervelend of juist niet? Tijdens ons autoritje naar Noord-Frankrijk heb ik het een en ander voor je uitgezocht.

Natuurlijk ga ik bij een file ook eerst de opstandige fase in: zuchten en blazen en geïrriteerd op mijn horloge kijken en denken: ‘Als die voorste nou eens gewoon doorrijdt hebben we er allemaal wat aan…!’ Dan komt de berustende fase: tja, er valt niets aan te doen en dan komen we maar wat later aan. En ten slotte de creatieve fase: wat zal ik eens gaan doen?

Naar buiten kijken is een makkelijke optie en als je even oplet zie je hoe een file verbroedert. Je rijdt namelijk steeds met dezelfde mensen mee op.

Links naast ons rijdt een man alleen, met een fiets achterop en een schoon overhemd aan een haakje. Een kantoormeneer die de laatste kilometer op de fiets gaat? Maar waarom is zijn overhemd een houthakkershemd? Leidt hij een dubbelleven? Achter deze man rijdt een jong meisje dat zich uitsluitend bemoeit met haar telefoon. Wat is er zo belangrijk? Of appt ze haar vriendje dat ze in de ###file staat en daardoor wat later komt? Zal ik eens heel hard ‘Boe!!!’ roepen? Toch maar niet straks botst ze van schrik tegen ons aan… Achter haar een hooggeblondeerde dame met heel veel rinkelende gouden armbanden. Heeft ze veel viermomenten meegemaakt of heeft ze die zelf gecreëerd? Of heeft ze vrouwelijke eksterhormonen?

Rechts van ons rijdt een man in een rode auto met uitsluitend witte knuffels, op het dashboard, op de hoedenplank en aan de achteruitkijkspiegel. Moet die man eens met iemand gaan praten of is het de auto van zijn dochter? Heeft die dochter smetvrees of houdt ze gewoon van poetsen? Daarachter rijdt een vrachtwagen.De chauffeur heeft zijn raampje open en er bungelt een arm met sigaret uit. Met zijn andere hand trommelt hij het ritme mee van een of ander levenslied. Weinig vlam in de pijp deze keer. Het valt me trouwens op dat de meeste vrachtwagens uit CZ, LIT, BG, EST, E, LV of PL komen. Wat hebben ze daar toch wat wij niet hebben? Daar achter rijdt een echtpaar met een caravan. Hun eigen kleine huisje van geluk op wielen. Zij voert hem stukjes appel. Hij checkt de spiegels, ten overvloede. Daarachter een oudere dame met wel hele korte armen. Ze zit bijna met haar neus op de claxon. Heeft misschien ook voordelen?

Wij passeren elkaar gedurende uren, links en rechts, inhalen en ingehaald worden, alles met een slakkengangetje. Hé, er komt een nieuw iemand tussen. Even kijken. Voor het achterraampje verschijnt een rond chinees jongensgezichtje. Hij kijkt naar me. Hij kijkt nog eens goed. Hij wijst naar me en schiet dan in de lach. Hij draait zich om naar andere inzittenden en roept iets, ondertussen steevast naar mij wijzend. Wij kunnen doorrijden en verliezen hen uit het oog. Maar niet voor lang. Intussen zijn er twee kindergezichtjes en één moedergezicht voor het raampje verschenen en zodra ze mij zien krijgen beginnen ze keihard te lachen. Het gaat over in de slappe lach, hikkend vallen ze tegen elkaar. Ik vraag mijn chauffeur of er iets op mijn neus zit. “Je klep”, is het enige antwoord.

Ik laat mijn klep een paar keer heen en weer bewegen en oogst applaus! Aha!

Het leed dat file heet, gelukkig valt er nog genoeg te lachen, als je maar kijkt!