Tagarchief: Duitsland

Vakantie = cultuur snuiven

(Deel 4 van de serie Vakantieherinneringen op Apeldoorn Direct.)

Door Carla van Vliet

De coronasituatie zorgt ervoor dat veel vakantieplannen niet doorgaan. We blijven dichter bij huis of zelfs helemaal thuis. Je leest erover in onze serie ‘Coronazomer’. Daarnaast is er alle tijd om terug te denken aan voorgaande jaren. Gelukkig hebben we de foto’s en de verhalen nog. Hiervan een verzameling, geschreven door Carla van Vliet. 

Een uitstapje naar Duitsland. Naast kerken, ingedommelde dorpjes, terrassen en Konditoreien vind ik ook musea leuk om te bezoeken in mijn vakantie. Bij voorkeur niet de schilderijen-en-beelden-musea maar de net-iets-anders-dan-anders-musea. Zo troffen wij een heus houtmuseum in Morbach. En aangezien ik erg van hout houd leek dit een schot in de roos.

De folder gaf het juiste adres aan en we kwamen in een buitenwijk van een toch al ver uitgestrekt dorpje aan. Na een lichte aarzeling verstoorden wij het keurig aangeharkte grint om de auto toch maar ergens te laten. Nog voor het uitstappen ging de voordeur van het museum al open en een morsige Duitser riep ons van verre herzlich welkom. Hij knikte dat we goed zaten en gebaarde dat we de auto daar mochten parkeren. Hij dirigeerde ons naar binnen en wees ons de weg naar de Kasse. Zonder hem hadden we nooit geweten welke deur we hadden moeten nemen, de ene die openstond met een bordje ‘Kasse” of de ene die dichtgetimmerd was.  Achter de Kasse zat een morsige norse Duitser die de intelligente vraag stelde: “Sie wünsche?”. Mijn fantasie antwoordde: “Een miljoen euro! Een jaar lang gratis taart! Een paar schoenen die ook met deze hitte lekker zitten! Een open raam want het ruikt niet zo fris!”. Mijn verstand vroeg om twee toegangskaartjes, Bitte. Ik wachtte op het belletje van de antieke verzilverde kassa die indrukwekkend stond te glimmen. Maar het geld verdween in een Tupperwarebakje dat er naast stond. Na betalen likt de norse morsige aan een potloodstompje en turfde twee streepje op een maagdelijk blank blaadje. Toen overhandigde hij ons de felbegeerde papiertjes.

Er bleek een duidelijke taakverdeling te bestaan tussen de uiteindelijk drie morsige Duitse mannen. Nummer 1 deed het welkomstwoord, de ontvangst en de catering, nummer 2 de financiën en nummer 3 was verantwoordelijk voor de rondleiding. Het was een morsige maar vriendelijke Duitser, die zijn uiterste best deed een keihard keelsnoepje weg te kauwen. Dit viel waarachtig niet mee met anderhalve tand. Nog wat nasmakkend en gehuld in een wolk van menthol begon hij enthousiast te vertellen. Maar aangezien hij uitsluitend vloeiend Morbachs sprak en wij uitsluitend glazig keken, gaf hij het al snel op. Even begon hij nog hoopvol de bordjes voor te lezen. Maar ja, dat konden wij zelf ook wel. Hij droop af met een mompelend “Jahjah!”

We leerden dat we hout kunnen ruiken, voelen, zien, proeven maar ook horen. Er stond een reuze grote xylofoon en toen ik alleen maar een piepklein hoortestje deed verscheen de anderhalve tand weer en zuchtte: “Jaja!”. De vrijwilligers van het museum hadden zoveel houten voorwerpen verzameld dat ze de bovenverdieping van het pand ook bij het museum betrokken hadden. Je kon daar echter niet rechtop staan, dus met een scheve nek kwamen wij een uurtje later weer naar beneden. In het laatste kamertje beneden was kinderspeelgoed, van hout uiteraard. Een reuze grote knikkerbaan met houten knikkers groter dan biljartballen. En dat gaf me toch een heerlijke herrie! “Jahjah!”, klonk het.

De nummer 1 had intussen koffie gezet. Waarschijnlijk had hij een extra schepje toegevoegd, of de koffie van gisteren opgewarmd, want het rook zo sterk dat de lucht alleen al voldoende was om vriendelijk doch beslist te bedanken. Het feit dat hij nog snel een lading ondefinieerbare  kruimels van het meer dan morsige tafelkleedje veegde deed ons definitief naar de uitgang snellen. “Wiedersehen!”

Makkelijk hoor zo’n mopperverhaaltje schrijven over een stel hardwerkende vrijwilligers. Ik denk dat zij in hun werkzame leven landarbeiders waren met hun knoestige handen en verweerde koppen. Met een versleten knie, een nieuwe heup en ver versleten gebit hadden zij het toch maar prima naar hun zin, deden zij nog iets nuttigs met hun leven. Hulde voor deze vrijwilligers die zo trots zijn op hun werk en ons in staat stellen mee te genieten van al die mooie dingen. Tenslotte zijn zij degenen die zo’n klein museum in stand houden!

Ik wed dat ze elkaar een ferme high five gaven toen wij vertrokken. Of ein höhes Fünf!

 

 

Schrijfhandje 39/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

Vandaag andermaal eentje uit Duitsland. Het maakt niet uit welke taal je gebruikt…

Ik ken iemand die een vakantiebaantje had in de tomatenpluk. Op zo’n stoer (nou stoer…) wagentje mocht hij over een rails (nou rails…) rijden tussen de keurig (nou keurig…) aangelegde tomatenplanten door. Hij moest uitsluitend de rode tomaten plukken en in een kistje mee vervoeren over die rails. Na één dag keihard werken werd hij echter al ontslagen. In zijn kistje zaten evenveel rode als groene tomaten. De harde werker bleek kleurenblind en dacht echt dat er uitsluitend rode tomaten hingen…

Maar welk verhaal hierbij hoort? Of zei de opppervakkenvuller: “Nur gelbe!!!” en dacht de Ferienarbeiter das hij es gut geschaft had? Kijk, appels en peren met elkaar vergelijken valt niet mee maar appels en bananen???!!!

Schrijfhandje 38/52

(Een jaar lang elke week een handgeschreven bericht)

Door mijn vakantie loop ik een weekje achter met de schrijfhandjes, even inhalen maar. Meteen maar met een Duits Schreibhändchen…

Deze kwam ik tegen in Saarburg. Waarschijnlijk lukt het niet zo met het pension. Daarom nam der Dieter een niet al te nieuwe aqua-blauwe stift en begon heel enthousiast een reclamebord te maken.

Tja, wat zet je er eigenlijk op? In elk geval wat het is: een Pension! Dat is vast goed.

En dan? Het is er Leuk?

Waar ligt het? Vlakbij het Ziekenhuis. Gezellig!

Straatnaam klinkt ook aanlokkelijk…iets met een graf…!

Tenslotte nog een ingewikkelde code?!

Ik heb echt zin om daar te gaan logeren….

Heb meelij

Je gelooft het misschien niet maar er zijn mensen die jaloers zijn op mijn fantasie. Maar weet je dat dit ook gigantisch tegen me kan keren, dat ik er soms niet los van kan komen, dat mijn fantasie maar door en doorgaat.

Afgelopen week een paar dagen in Duitsland doorgebracht. Lekker in een hotelletje. Met meerdere mensen. Mijn fantasie maakte al overuren zodra het ontbijtbuffet begon. Maar daar heb ik eerder eens over geschreven. Ik wil je graag op iets anders wijzen.

Ik rijd mee dus heb alle tijd en gelegenheid om naar buiten te kijken. En me te verwonderen over wat ik daar allemaal zie. Moeite heb ik altijd met die bordjes ‘Ausfahrt’. Het heeft iets verdrietigs. Evenals het bordje ‘Rastplaz’. Het heeft iets eindigs, toch?

Maar heb je wel eens op de namen van die parkeerplaatsen gelet? Ze hebben sowieso allemaal een WC en een bordje ‘Bitte sauber halten’. Goede combinatie lijkt me dat, hoewel ik er nooit veel vertrouwen in heb.

De eerste die ik tegenkom heet Rehweg. Ik denk nog logisch, langs de rijweg.

De tweede heet Helderloh. Meteen denk ik aan schoon en aan het Engelse loo maar dan op z’n Duits.

De derde heet Mäusegatt. Tja, misschien een klein plekje of alleen voor kleine boodschappen?

De vierde heet Schwiendahl. Nou, die komt op mij niet erg sauber over, wat een zwijnenstal?

De vijfde heet Schwarzheide. Als je denkt dat het niet erger en smeriger kan moet je hier eens kijken/ruiken?

De zesde heet Hunscheid. Ja, dat zou ik ook doen: nooit zeggen dat het van jou is, altijd van hun!

De zevende heet Drögenputt. Stink er niet in (of juist wel) want je gelooft toch niet dat het daar een droge put is?

Intussen ben ik een appelflauwte nabij op de bijrijdersstoel. De chauffeur vraagt waar ik last van heb.  Teveel fantasie, zielig hè.