Tagarchief: dromen

Droomvakantie

(Dit verhaal heb ik ingezonden voor de schrijfwedstrijd van Uitgeverij Adoremi en heb hiermee een plaats in de bundel verworven! Hoera! Er staan nog veel meer mooie verhalen in die allemaal aan het thema ‘Dromen’ voldoen. De bundel ‘Geen droom te ver’ is te koop bij http://www.adoremi-moments.nl/winkel, bij de boekhandel en bij bol.com. Laat je meevoeren in de variatie van emoties: een lach, een traan, een verrassend plot of een verborgen boodschap)

Zeg nou niet dat jij er nog nooit van gedroomd hebt! Iedereen droomt toch van een langdurig verblijf op een tropisch eiland? Met palmbomen, witte stranden, lekker zonnetje en een hele leuke meneer die je rug insmeert en je drankjes brengt. Oppervlakkig? Dacht ik eigenlijk diep van binnen ook wel eens. Maar hé, nu heb ik het nergens meer over want ik heb namelijk zo’n vakantie gewonnen! Het reisbureau in ons dorp organiseerde een vakantieverhalenwedstrijd om hun 15 jarig bestaan te vieren en daarmee heb ik gewoon de hoofdprijs binnengesleept.

Zo hard als Anton me uitlachte toen hij mijn inzending las, zo hard lach ik nu. Het is een reis voor twee personen maar hij stond er op dat ik met mijn beste vriendin Bets zou gaan. Het enige nadeel was dat zij niet eerder vrij kon krijgen, dus ze komt een dag later. Nu lig ik hier in mijn eentje gelukzalig te genieten van die palmbomen, het witte strand en -echt waar- een prachtige meneer die me drankjes brengt. Straks even vragen of hij m’n rug wil insmeren. Soms komen dromen echt uit, dat zie je maar weer.

Ik sluit mijn ogen, laat de zon mijn lichaam ongegeneerd strelen en slaak een diepe zucht van tevredenheid. Loom veeg ik een kriebelend beestje van mijn been. Van mijn buik. Van mijn gezicht. Ik voel de zon verdwijnen en open verbaasd mijn ogen. De prachtige meneer zit geknield naast mijn ligstoel en kietelt me plagend met het vlaggetje uit mijn cocktail. Hij staat op en strekt zijn hand naar me uit. Ik grijp hem en laat me gewillig meevoeren. We zeggen allebei geen woord. Is niet nodig. Ik weet wat hij wil. En ik wil het ook. Hij voert me naar een boot. Een luxe jacht eigenlijk. Ik kijk nog vragend naar hem om als hij me voor laat gaan het trapje af naar beneden maar hij knikt geruststellend en veelbelovend.

Benedendeks is het niet helemaal wat je van een jacht zou verwachten. De wanden zijn bedekt met donkere kleden. In het midden zit aan een kleine ronde tafel een dame gehuld in een donker gewaad. Ze wenkt me naderbij te komen en wijst naar een stoeltje bij de tafel. Ik ga zitten. Als ik omkijk is mijn begeleider verdwenen. Maar zodra ik op wil staan dwingt de vrouw me met haar ogen te blijven zitten. Wat is dit? De vrouw schudt een stel kaarten en houdt ze uitnodigend voor me. Ik denk dat ik er eentje moet pakken en dat doe ik ook. Het is een kaart met een groot rood hart. De vrouw glimlacht ondeugend. Ja, die snap ik wel. Denk ik. Ze houdt me nog een stapel voor en ik pak er nog eentje uit. Hierop staan een zwarte spin. Ze schrikt en deinst achteruit. Ze gilt en haar handen gebaren dat ik weg moet. Eerlijk gezegd doe ik niets liever. Het begint me allemaal een beetje te onheilspellend  te worden. Ik ren naar buiten en sluit direct mijn ogen voor het felle zonlicht. Dan hoor ik een aanhoudend gezoem. Ik open mijn ogen. En constateer dat ik nog op mijn ligbed lig en mijn  telefoon overgaat.

Bets stuurt me het bericht binnen een halve dag hier te zijn. Het is haar zeker toch gelukt zich eerder vrij te maken. Ik sta op en ga naar mijn kamer. Ik neem een verfrissende douche en ga beneden alvast een dinertafel voor twee reserveren. In de bar dood ik de tijd. Net als ik een vierde (of was het een vijfde) drankje aan wil pakken tikt er iemand op mijn schouder. “Hoi hoi, verrassing! Hier ben ik al! Meid wat een reis, maar wat is het hier mooi! Ik vind het echt zo tof van je dat ik met je mee mocht! Weet je zeker dat Anton niet pissig was? Nou ja, daar is het nu te laat voor want ik ben hier! Wat gaan we doen? Eerst drinken, eten of kunnen we nog naar het strand. Ik heb zo’n beeldige bikini gekocht! Ja, op Schiphol nog hoor want thuis had ik er geen tijd voor en die van vorig jaar kon echt niet meer. Hé, wat is er? Wat kijk je raar?” Ik kijk, ik luister, maar ik herken haar niet. Wie is deze dame?

‘Bets?’, stamel ik nog. Ik doe een halfslachtige poging elegant van de barkruk te stappen maar dat valt niet mee. Ik laat me omhelzen en probeer uit alle macht te bedenken wat ik zeggen moet. En omdat ik zwijg en omdat Bets van ons tweeën altijd het meest voortvarend is, bevinden we ons al snel op onze kamer. De vrouw ratelt aan één stuk door terwijl ze haar koffer uitpakt. Ik moet even alleen zijn en weet me te verschansen op het toilet. Wat gebeurt hier? Ik schud mijn  hoofd heen en weer om een helder beeld te krijgen. Ik kijk in de spiegel of ik mezelf nog wel herken. Een harde klap op de deur doet me opveren. “Alles goed meid? Kom je? Ik heb dorst en trek in een leuke barman, hahaha. Kom!” Als ik uit de badkamer kom drukt ze me een glas in de hand. “In één keer hè!”, roept ze. Ik doe wat ze zegt en word direct overvallen door een intens gevoel van moeheid. Ik wil alleen maar liggen. Met mijn ogen dicht.

Wat een gebonk! Wie is er zo aan het timmeren? Als ik onder de deken vandaan kruip realiseer ik me dat er iemand op de deur klopt. Mijn horloge geeft dat het al bijna lunchtijd is. Daarna kijk ik snel om mij heen naar mijn kamergenote. Het tweede bed is echter onaangeroerd. En als ik goed kijk zie ik ook geen koffer of andere spullen meer. Het gebonk op de deur houdt aan en ik besluit toch maar open te doen. En dan vliegt Bets me in de armen! De echte Bets welteverstaan. “Wacht even!”, roep ik en doe twee stappen achteruit. “Waar kom jij vandaan? Hoe kom je hier? Heb je een bikini bij je? Was jij hier gisteren ook?” Ik struikel bijna over mijn eigen woorden en de ogen van Bets lijken groter te worden. “Gaat het wel goed met je?”, vraagt Bets bezorgd. Ik weet het niet, niet zeker in ieder geval.

Later zitten we samen in de eetzaal, als de leuke drankjesman recht op ons af komt. Onze stemming is enigszins bedrukt door wat mij overkomen is en we prikken doelloos in onze salade. “Hé, heb je nu weer een andere vriendin bij je? Maakt niet uit hoor. Maar Juan van het zwembad en ik vroegen ons af of jullie zin hebben met ons iets te drinken vanavond bij de Copacobana-bar hier verderop in de straat.” “Nou…eh….”, stamel ik. Bets schopt me onder tafel en roept enthousiast: “Graag wij kunnen wel wat afleiding gebruiken!” “Fijn!”, zegt hij, “Dan zie ik jullie rond negen uur!” Bets springt op en trekt me mee van tafel. Ze loodst me langs allerlei winkeltjes in het hotel, die gelukkig tot middernacht geopend zijn, om even later met twee volle tassen op de kamer aan te komen. Intussen heb ik ook de smaak te pakken, hijs me in een nauwsluitend jurkje en ga me uitgebreid opmaken. Weg met die muizenissen. Leven zullen we!

De mannen fluiten goedkeurend en Bets en ik doen hetzelfde. Wat een hunks hebben we bij ons. Het belooft een geweldige avond te worden. We kletsen, lachen, flirten en drinken.  Eerst met z’n vieren maar al snel geeft Juan Bets meer aandacht. De drankjesman, die bij nadere kennismaking -hoe voorspelbaar wil je het hebben- Romeo blijkt te heten, blijft in mijn buurt. Het is vol en warm. Ik zie Bets met Juan dansen, ze zwaait. Ik steek mijn duim omhoog en omhels Romeo veelbelovend. We dansen steeds wilder en later ook intiemer.  Anton is ver weg, heel ver weg.  Het bedienend personeel zwiert regelmatig door de zaal met bladen vol gekleurde cocktails die gretig aftrek vinden. Romeo overhandigt me een glas met zachtgele inhoud. Hmmm, lekker zoet. Waar smaakt dit naar? O nee, nee, toch niet naar… Mijn lippen zwellen op maar ook mijn keel! Ik krijg het vreselijk benauwd! Ik denk nog: ‘Wat een genante vertoning!’, voordat ik op de grond val. Romeo schreeuwt. Bets duwt iedereen opzij die in de weg staat en knielt naast me neer. Het enig wat ik nog kan uitbrengen voordat alles zwart wordt is: “A-na-nas…”

Anton staat al te zwaaien bij de aankomsthal. Even later drukt hij me tegen zich aan. “En, heb je het leuk gehad?”  Wat zal ik zeggen. Hoe leg ik uit dat ik in tijd van een paar dagen bij een enge waarzegster ben geweest, dat ik een nep-Bets op bezoek heb gehad, dat ik wel dood had kunnen zijn als de echte Bets mij niet op het nippertje had gered van de ananasallergie door de EpiPen uit mijn tas te vissen en te gebruiken, dat ik nog een dag in een vreemd ziekenhuis moest blijven en dat ik van Romeo een ring heb gekregen met een zwarte spin om het kwaad te bezweren.  Ik antwoord: “Ja hoor schat, het was meer dan leuk, echt wat je noemt een droomvakantie!”

 

 

Advertenties

Verhalenslang 3/25

(De laatste zin van het vorige verhaal is de eerste zin van dit verhaal. Ze hebben niets met elkaar te maken.)

knoop 2

Het is een meisje met knalrood haar. Ze schaterlacht. Ze huilt. Ze daagt uit. Ze lacht. Ze is boos. Op de laatste foto ligt haar rechter wijsvinger op haar lippen en heeft één oog dicht. Alsof je deelgenoot maakt van een groot geheim. Hij gaat rechtop zitten en laat verwonderd de camera op zijn schoot rusten. Al zijn hebben en houden past precies op dit bankje, met wat ruimte voor zijn blikjes bier. Zo’n mooie vondst heeft hij nog nooit gedaan. Het ding lag zomaar op de bank. Zijn bank. Onder de grootste kastanje van het park. Hij draait de camera om en om en probeert een prijs te bepalen. Hoeveel zal Joop hem hiervoor willen geven. Het is een prachtig ding.

“Meneer, mag ik u iets vragen? Heeft u toevallig een camera gevonden? Ik denk dat ik hem hier ergens heb laten liggen!” De slungelige jongeman kijkt hem serieus aan. Aha, de camera is vergeten dus. Dan is het een gevonden voorwerp en mag hij er mee doen wat hij wil. Verkopen ook. Voor alcoholisch levensonderhoud. “Nee,” zegt hij: “Niet gezien. Maar ik wil je wel helpen hoor. Als jij nou daar verderop zoekt zal ik hier nog eens goed kijken.” De jongeman steekt aarzelend een hand op druipt af. Nogmaals bekijkt hij de intrigerende foto’s . Het meisje doet hem aan iemand denken. Zijn dochter zal nu van dezelfde leeftijd zijn. Ruim tien jaar niet gezien.

“Nou jongeman, je boft, ik heb een camera gevonden!”

“Echt! Ik ben u eeuwig dankbaar!’

“Maar kun je bewijzen dat hij van jou is?”

“Ja natuurlijk!” Hij ratelt alle details van het toestel op.

“Dus deze camera is van grote waarde voor jou?”

“Ja meneer, ik heb hem hard nodig voor mijn opleiding. Mag ik hem nu terug?”

“Wat zijn de laatste foto’s die er op staan?”

“Een fotoshoot met Belinda! Mooi meisje, beetje bleek maar dat heb je snel met roodharige. Ze had ze nodig voor haar portfolio. Gelooft u me nu?”

“Oké dan. Hier. Mag ik zeggen dat je mooie foto’s maakt? Maar hoe kan het ook ander met zo’n model. Doe de groeten aan Belinda!”

Hij raapt zijn spullen bij elkaar en sjokt weg. Naar een ander bankje. Dromend van een ander leven. Met een roodharige dochter. Het lege blikje rolt in het gras.

Zo wild

(Dit verhaaltje heb ik ingestuurd voor de schrijfwedstrijd van Damespraatjes, met als thema ‘Wild’ . Het is wel een damespraatje geworden maar ik betwijfel of ze deze wildheid bedoelen… ;-))

george

Ik fiets door Amsterdam op weg naar een afspraak waar ik helemaal geen zin in heb. Veel liever ga ik ergens anders heen en vooral met iemand anders. Vanmorgen zag ik in de krant een aankondiging van het bezoek van George Clooney aan onze hoofdstad voor een of ander goed doel. Kijk daar zou ik nou wel een afspraakje mee willen hebben. Iedereen fantaseert toch welk eens over een date met een filmster? Of ben ik de enige? Stel je toch eens voor…

Hij geeft me natuurlijk een van zijn vele creditkaarten. Voor de kapper en schoonheidsspecialist. Voor een beeld van een jurk met bijpassende en hoogst gevaarlijke schoenen. Hij komt me halen in een limo. Hij ziet er tiptop uit en trakteert me onderweg op een glaasje bubbels. Hij complimenteert me met van alles en overhandigt me een langwerpig doosje. Op het donkerblauwe fluweel  flonkert een zilveren armband met heel veel glitterstenen me tegemoet. Het sieraad past me precies. Even later stoppen we voor het theater. Zodra we uitstappen worden we verblind door flitsers van fotografen. Sjors glimlacht en knikt vriendelijk en hij leidt mij trots door de haag van nieuwsgierigen. We hebben de beste plaatsen. In de intieme loge legt hij achteloos een arm om mij heen. Met zijn andere hand reikt hij mij nog een glaasje. Ik vind zijn ogen veel interessanter dan de voorstelling. Na afloop prikken we nog een vorkje in een privéruimte van het meest chique hotel  van Amsterdam. Hij eet pizza, zijn lievelingsgerecht. Ik vergeet te eten. We hebben zoveel te bespreken, te vragen, te vertellen en te ontdekken van elkaar. Dan kust hij mijn vingertoppen en vraagt of ik nog goeie ideeën heb voor de rest van de avond…

Gloeiende, gloeiende!!! Opeens val ik bijna van mijn fiets! Nog net kan ik voorkomen dat ik tegen een grote glanzende zwarte auto klap. Voornemens een batterij scheldwoorden los te laten op deze belabberde chauffeur, zie ik een achterraampje van getint glas langzaam openzoeven. Ik kijk recht in de bruine ogen van…George Clooney! Met zijn warme stem vraagt hij ‘Are you allright?’. En wat doe ik? Nu ik mijn idool zomaar in het wild tegenkom? Nu ik in een dusdanige positie verkeer dat ik hem kan chanteren? Dat ik een date kan afpersen? Dat ik die malle Amal met d’r jaloersmakende schoonheid en irritante intelligentie kan doen verbleken? Welke kans grijp ik met beide handen? Ik bloos. Ik knik. Ik ben mijn stem kwijt. Ik ben mijn hersens kwijt! Nog één verblindende glimlach en George glijdt mijn leven uit.

Ik was ook nog eens te laat voor die vervelende afspraak.